Posts tonen met het label ziekte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ziekte. Alle posts tonen

donderdag 14 december 2017

(Ver)wonderen

Hoe gaat het? 


Donderdagmiddag half 5. Ik bel aan bij Aat en Lia. Eén keer in de twee weken op donderdag ga ik bij Lia langs. Ze zit in haar rolstoel bij de eettafel. Aat schenkt koffie in en we kletsen even over hoe het gaat. Raar trouwens om de vraag ‘Hoe gaat het?’ te stellen aan iemand die lijdt aan MS en die niet veel meer kan dan haar hoofd gebruiken. Vrijwel alle lichaamsfuncties zijn uitgevallen in de loop van vele jaren. Eten en drinken kan Lia nog, als er tenminste iemand in de buurt is die haar helpt om het voedsel in haar mond te krijgen.

Geen grappen God


Aat vertrekt na de koffie richting het centrum en Lia en ik praten met elkaar. ‘Ik ben een boek aan het lezen’, vertelt Lia. Ik realiseer me dat een boek lezen voor mij iets heel anders betekent dan voor Lia. Ik ga vaak als een malle door een boek heen. Mijn ogen vliegen over de regels, ik sla stukken over die ik niet interessant vind, soms val ik in slaap als ik lees en ga ik de volgende dag weer verder waar ik gebleven was.

Als Lia een boek leest staat het boek op een leesplankje voor haar en moet ze na iedere pagina vragen of iemand de bladzijde wil omslaan. Lia leest ‘Geen grappen God’ van Corlien Doodkorte. Ik ken het boek, heb het toen het nog maar pas uitgekomen was, in één adem uitgelezen. In het boek vertelt Corlien hoe ze door een wonder van God voor de dood wordt weggerukt en voor 90% geneest van inmiddels vergevorderde Parkinson. Ik stel voor om een stuk voor te lezen, pak het boek uit de boekenkast en kijk waar de bladwijzer ligt.

Leven na een wonder

In ‘Geen grappen God’ is Lia aangekomen bij het gedeelte na het wonder. De artsen hebben het wonder bevestigd, Corlien kan allerlei dingen die ze jarenlang niet meer kon, medicijnen worden afgebouwd en toch... Ze voelt zich verward, vervreemd. Leven met een ernstige ziekte, afscheid nemen van vrienden en familie, daar had Corlien haar weg in gevonden. Maar nu opeens is alles anders. Er is weer levensverwachting, maar dat leven weer omarmen, durven geloven dat het wonder blijvend is, dat er weer tijd hier op aarde is, dat blijkt moeilijk te zijn.

Ik lees voor en af en toe stop ik even. Dan praten we samen over wat we gelezen hebben. Hoe zou het zijn als je zo’n wonder meemaakt? Stel je voor dat Lia morgen weer zou kunnen lopen en haar handen weer zou kunnen gebruiken. Het is niet voor te stellen en we kunnen ons de moeite van Corlien met het wonder goed indenken.

Ik lees verder. Over de worsteling met het wonder. Natuurlijk is er dankbaarheid, ook van mensen om haar heen. Tegelijk zijn er ook zoveel vragen. Waarom zij wel, en zoveel anderen niet? Hoe kan het dat er voor iemand jaren gebeden wordt en er niets gebeurt en bij haar wel? En wat als de ziekte terugkomt?
We praten er samen over door. Wat is er ook voor Lia veel gebeden. Wat heeft ze zelf gebeden en is er door anderen gebeden. En nog steeds. Wat een teleurstelling kan dat ook opleveren. Of twijfel. Bid ik wel goed genoeg? Geloof ik wel genoeg? Het zijn allemaal menselijke vragen waar geen sluitend antwoord op komt.

Verwonderen

Voor mij is Lia een voorbeeld. Wat heb ik in de loop van de tijd dat ik bij haar kom diep respect gekregen voor deze gelovige vrouw. Zo zou zij zichzelf nooit beschrijven, maar ik ben onder de indruk van dit prachtige mens. Zoals zij haar ziek zijn draagt, hoe ze langzaam maar zeker haar zelfstandigheid heeft in moeten leveren, nu volledig afhankelijk is van de zorg van anderen en hoe door alles heen haar geloof in God stand heeft gehouden.

Ik gun Lia ook zo’n wonder, zo’n Goddelijk ingrijpen. Tegelijk besef ik dat een wonder van genezing misschien spectaculair lijkt, maar dat het getuigenis van Lia, hoe zij leeft met God ondanks haar ziekte misschien nog wel een veel groter wonder is. Wij denken zo menselijk, zo ‘als het met ons maar goed gaat’. We vergeten dat juist in de moeilijke periodes van ons leven we bijzondere ontmoetingen met God hebben. Dat hoe donkerder het in ons leven is, hoe helderder het Licht kan schijnen in ons leven. Nee, niet altijd, lees de psalmen maar. Maar eerlijk is eerlijk, als het ons voor de wind gaat, we succesvol zijn en alles van een leien dakje loopt, hebben we God helemaal niet nodig en vergeten we maar al te snel hoeveel we aan Hem te danken hebben.

Al lezend en pratend verwonder ik me. Wat hebben wij een supergave, trouwe, onnavolgbare, verrassende, genadige, liefdevolle God die betrokken is bij ons leven. Eén van mijn favoriete bijbelteksten komt in mijn gedachten:

Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten. (Jesaja 55:8-9)

Een tijd om te dansen

Als Aat weer thuis komt ronden we ons gesprek af. Ik ga op huis aan en zal over twee weken weer terug komen. Zal er in de tussentijd een wonder gebeuren? Op de fiets gaan mijn gedachten terug naar bijna een jaar geleden. Mijn boek ‘Adem in, Adem uit’ kwam uit en op een feestelijke avond mocht ik het eerste exemplaar én een ingesproken versie aan Lia overhandigen. Ik wilde mijn boek aan haar opdragen. Als dank voor wie zij is, en als bemoediging omdat ik zeker weet dat ook voor Lia er een dag komt dat zij weer gezond zal zijn. Misschien hier op aarde, misschien straks, thuis bij onze God en Vader.

Als ik thuis ben haal ik mijn boek uit de kast en sla het open op de eerste pagina:

‘Voor Lia, 
Er komt een tijd 
dat ook jij kunt dansen.’ 

Tot die tijd wil ik doen wat ik kan, dankbaar zijn met hen die een wonder meemaken, meeleven en meelijden met hen die op wat voor manier ook lijden en vol verwachting en verwondering dit leven leven.

Meer lezen?

Geen grappen God. Worstelen met wonderen (Corlien Doodkorte)
Adem in, Adem uit. Leven in het ritme van Prediker 3 (Judith Stoker)
Beide boeken zijn te bestellen in de webshop van Vrij Zijn.

woensdag 10 mei 2017

Kwetsbaar bestaan

De ontmoeting

Een paar weken geleden. Ik zit achter mijn bureau op kantoor nog even wat op te schrijven van een vorige gesprek. Beneden hoor ik de buitendeur piepen. Ik kijk op de klok. Het is nog aan de vroege kant, maar aangezien ik de enige ben in het gebouw vandaag moet het wel een bezoeker voor mij zijn. Ik loop naar de gang en hoor iemand met kordate passen de trap op komen. Ik zie haar vandaag voor het eerst en ben benieuwd naar haar verhaal.

Een kopje thee, nogmaals een welkom en dan begint de dame van zeker 60 jaar te vertellen. Ik ben onder de indruk van en geboeid door haar verhaal. Wat een bijzondere, liefdevolle en betrokken vrouw zit er hier voor me. Ik probeer me in te leven in haar moeite en mee te denken met een oplossing. Wat zou ik graag willen voor haar dat ze weer helemaal kan genieten van zoveel goeds in haar leven. Van kinderen en kleinkinderen, van al haar vrijwilligerswerk, van het leven zelf! Wat mij treft in haar verhaal is haar geloof. In de kerk waar zij haar leven lang naar toe gaat, een reformatorische kerk die ik zelf maar al te goed ken, heeft zij God leren kennen. Heeft ze een ontmoeting met Hem gehad! Ik ben ontroerd en schaam me over de harde woorden die ik soms heb uitgesproken over de kerk waar ik groot ben geworden.

We hebben een fijn gesprek en na een uur nemen we afscheid. Als ik nog wat voor haar kan doen zal ze het me laten weten. Ik zeg haar gedag en wens haar al het goede toe. Stil ga ik weer achter mijn bureau zitten en laat mijn gedachten gaan over deze vrouw en haar verhaal.


Kwetsbaar en eindig

Vandaag kreeg ik een bericht van haar dochter. ‘Mijn moeder laat weten dat ze niet meer langs zal komen...’ Vorige week is een ernstige en onafwendbare ziekte geconstateerd. Hoeveel tijd er nog rest weet niemand, maar de vooruitzichten zijn ongunstig.

Ik ben er stil van. Onthutst. Mijn gedachten gaan weer terug naar het gesprek. Voor deze vrouw is sterven niet het ergste, want zij weet waar ze naar toe gaat. Maar voor de achterblijvers... haar man, kinderen, kleinkinderen, zussen, al die mensen voor wie ze klaarstond... Wat een onwerkelijk bericht! Wat is ons bestaan toch kwetsbaar!

Vandaag realiseer ik me opeens dat wij maar al te vaak doen of het leven maakbaar is. We maken plannen, zijn bezig met de toekomst, denken dat we oud worden, dat we kinderen zullen krijgen, en kleinkinderen. We leven alsof het hier nooit ophoudt, maken ons druk over dingen die eigenlijk helemaal niet belangrijk zijn en nemen veel te weinig tijd voor elkaar en voor onze vriendschappen. Dat komt later wel! We hebben conflicten en denken dat we het later wel een keer oplossen. Maar wie zegt dat er een later komt? Wie zegt dat we 80 of 90 worden?

Psalm 103

De tekst uit Psalm 103 gaat door mijn gedachten:
Een mens leeft maar kort. Hij is net als een bloem in het gras die maar heel even bloeit. De wind gaat waaien en de bloem verdwijnt, niemand weet meer waar hij stond. 
Maar de liefde van de Heer verdwijnt nooit. Hij houdt van mensen die hem trouw zijn. De Heer is goed voor hen, en voor hun kinderen en kleinkinderen.

Ja, het leven hier op aarde is kort en kwetsbaar. Wat een troost als je over dit leven heen kan kijken en mag weten dat er straks nog iets veel beters komt. Thuiskomen bij God die eeuwig is en de tijd overziet! Deze vrouw weet dat en haalt daar haar kracht uit. En voor de achterblijvers bid ik dat de altijd blijvende liefde van de Here God hen zal troosten.

Leef en geniet

Ik ga weer bewust leven, genieten van alle mooie mensen om me heen en van alle goede dingen! Zoals in mijn favoriete bijbelboek Prediker staat:  

Daarom denk ik dat het voor een mens het beste is om te genieten. Ook al duurt het leven dat God hem geeft, maar kort. Laat hij maar eten en drinken. Laat hij maar genieten van alles wat hij bezit. (Prediker 5:17)



vrijdag 1 juli 2016

Worstelen met wonderen

"Van de zomer komt er een boek uit dat jij vast ook geweldig zult vinden!" Mijn interesse was gewekt toen Theo, tijdens één van zijn spontane koffiebezoekjes vertelde over het boek van Corlien Doodkorte "Geen grappen God!". Pas geleden was het zover, het boek kwam op de markt en natuurlijk bestelde ik het meteen. Geen idee waar ik in deze hectische tijd een moment zou hebben om in alle rust in een boek te duiken, maar je kunt 'm maar op je nachtkastje hebben liggen.

Vanmiddag heb ik 'm uitgelezen. 't Was net niet in één adem. Wat een verhaal! Corlien die de ene na de andere ernstige, ongeneeslijke aandoening krijgt (waaronder Parkinson), afscheid aan het nemen is van haar man en kinderen, van het leven, en dan, zonder er naar op zoek te zijn een onvoorstelbaar wonder meemaakt: Ze wordt na een spontaan gebed van iemand die het op zijn hart kreeg om voor haar te bidden tijdens een bijeenkomst, voor 90% genezen van Parkinson!
Een wonder van God. Geweldig! Een tweede leven, toch nog je kinderen en kleinkinderen kunnen op zien groeien, en toch... een worsteling. Waarom zij wel en zoveel anderen niet?
Op openhartige, ontroerende en zeer herkenbare wijze beschrijft Corlien in haar boek alle vragen die er na het wonder op haar afkomen en waar gewoon geen passende antwoorden op te vinden zijn. Geen gesmijt met Bijbelteksten, geen veroordeling voor anderen die niet genezen, geen goedkope antwoorden of clichés, gewoon eerlijk zoals het is.

Ik ben onder de indruk. Het is een thema waar ik zo vaak mee bezig ben, door de dingen die ik mee maak in mijn werk en met de mensen om me heen. Met regelmaat kom ik bij een lieve, gelovige vrouw met vergevorderde MS. Er is zoveel voor en met haar gebeden, maar de ziekte bleef doorgaan. Zelfs toen ze alleen haar handen nog maar kon gebruiken. Het was het allerlaatste stukje zelfstandigheid. Nog zelf een cd aan kunnen zetten, de bladzijde van je boek omslaan. Je neus snuiten, even jeuken op je hoofd, je rolstoel voortbewegen,een slokje water nemen, telefoneren. Ze droeg haar ziekte zonder klagen of opstandigheid en keek altijd naar wat ze nog wel kon. De kracht in haar handen werd minder en het gebed nam toe. Tevergeefs. Inmiddels is ze volledig afhankelijk van mensen om haar heen voor alles, echt alles wat er op een dag gebeurt. Waarom deed God niets? Waarom stopte Hij de ziekte niet? Had ze geen geloof genoeg, of is er verkeerd gebeden? Is het een straf?

Ik denk aan Richard en Marije die in één jaar tijd twee keer bij een open graf stonden om hun zoontjes Levi en Ezra te begraven. Eerst Levi, die niet bestemd was voor het leven hier op aarde omdat zijn hersenen niet goed waren aangelegd. Levi die zo welkom was, met alle liefde door Marije is gedragen en die als bijzonder geschenk 33 uur mocht leven waarna hij terugkeerde naar Zijn schepper. Nog geen jaar later werd Ezra geboren. Weer waren er grote zorgen, ook al ging het om een totaal andere aandoening. Wat is er intens gebeden voor een wonder. Wat waren we vol vertrouwen en geloof dat het goed zou komen. Ook toen Ezra geboren werd en bleek dat zijn hartje niet goed was. Het was te opereren! In het ziekenhuis beleefden Marije en Richard intense weken en gebeurden er wonderlijke dingen. Familie, vrienden en gemeenteleden leefden mee en als er ontwikkelingen waren gingen we er met z'n allen in gebed tegen aan. Tot die maandagochtend, drie weken na zijn geboorte, het berichtje kwam dat Ezra naar Huis was, in de armen van zijn Vader, naar zijn broer Levi. Waarom twee kinderen uit één gezin? Had God niet gezien wat voor getuigenis het korte leventje van Levi achtergelaten had en met hoeveel kracht en passie Marije en Richard hun mannetje omarmd en weer losgelaten hadden? Wat zou de schade zijn voor hun twee kinderen, als ze twee keer een broertje moeten begraven? Kun je dat dragen en wat doet dat met je Godsbeeld? Zou het geen onnoemelijk getuigenis zijn geweest als God groots had ingegrepen en het hartje van Ezra helemaal heel had gemaakt? Ik krijg nu bijna de neiging om in navolging van "Geen grappen God!" een boek te schrijven met als titel: "Geen slimme zet God!"

Ik denk aan nog zoveel andere situaties waarbij intens gebeden is, maar niets gebeurd is, of misschien moet ik het anders zeggen: niets zichtbaars. En dan het verhaal van Corlien. En zo'n verhaal hebben wij al eerder meegemaakt met een vriend van ons die door een zeldzame aandoening volledig afhankelijk raakte, niet meer kon lopen, aan rolstoel gebonden was en nog slechts kon schilderen met zijn mond. Hij genas spontaan na een gebedsbijeenkomst waar het eigenlijk helemaal niet speciaal ging om genezing. Hij was er niet eens echt naar op zoek, want hij had geaccepteerd dat het was zoals het was. Ik herinner me nog zijn moeite om weer van de uitkeringen en voorzieningen af te komen omdat de medewerkers bij de instanties niet konden geloven dat hij weer kon lopen en functioneren! Wonderen gebeuren dus wel, ook vandaag!

Maar waarom dan wel bij de één en niet bij de ander? En hoe zit het met al die teksten in de Bijbel die vol beloften staan? Teksten over gelovig gebed die de zieke zal genezen, of over nog grotere dingen doen dan die Jezus deed? Teksten over het zalven van zieken, over geloof en genezing?
Ik ben blij dat Corlien geen gooi heeft gedaan naar een antwoord, maar dat ze in alle eerlijkheid de vragen en twijfels er gewoon laat zijn en het boek eindigt met een prachtige opmerking: "God heeft mij niet genezen, maar Hij heeft wel een wonder gedaan!"

Vanmiddag toen ik, heerlijk liggend in de hangmat in onze achtertuin, het boek uit had en ik nog een kwartiertje had voordat de kinderen uit school kwamen, dacht ik na. Om me heen was het stil, geen stemmen, geen auto's. Alleen het ruisen van de bladeren en hier en daar een vogel. Even mijn gedachten laten gaan over alles wat ik had gelezen en over al die situaties van de afgelopen jaren die ik niet goed kan plaatsen. Mijn blik viel op het appelboompje naast me waar dit jaar voor het eerst in drie jaar twee appeltjes aan groeien. In het voorjaar heeft hij gebloeid en opeens zag ik heel klein en minuscuul een vruchtje tevoorschijn komen. Wonderlijk. Dat is iets dat ik niet zou kunnen maken. Het ontstaat gewoon. Ik heb er niets aan gedaan. De zon heeft erop geschenen, de regen heeft de aarde bevochtigd en ik heb zelfs geen mest gegeven. Twee jaar gebeurde er niets, en nu opeens twee appeltjes.

Een wonder is geen wonder meer als we er een formule op los kunnen laten. Een wonder is geen wonder meer als we door aan voorwaarden (geloven of bidden of vasten of... ) te voldoen ontvangen wat we wensen. Een wonder is geen wonder meer als we het door onze inspanningen verdienen.
Wij hebben de behoefte aan voorspelbaarheid. We willen dingen kunnen plaatsen en verklaren. We willen de zin van de gebeurtenissen doorgronden voordat we ze kunnen accepteren. We willen kunnen begrijpen waarom dingen gaan zoals ze gaan, of een schuldige aan kunnen wijzen als dingen mis gaan. En juist die dingen hebben niets met een wonder te maken!
Een tekst die mij de afgelopen jaren rust en houvast geeft is deze:
Dit zegt de Heer:
‘Jullie plannen zijn niet de Mijne,
Ik ga andere wegen dan jullie.

Zoals de hemel uitreikt boven de aarde,
zo ook gaan Mijn wegen jullie wegen te boven,
zo ook overtreffen Mijn plannen die van jullie.'
(Jesaja 55:8 en 9) 

Hoe graag we het ook willen, we kunnen God niet voor- of narekenen! Hij is God en wij zijn mensen. We denken anders, we beslissen anders, we hebben compleet andere ideeën over tijd, over leven, over wat goed en niet goed voor ons is. Wij kunnen doen wat in ons vermogen ligt, en dat is goed, maar de uitkomst mogen we los laten. Misschien gaat het zoals wij denken, misschien ook niet. Maar hoe het ook gaat we mogen erop vertrouwen dat God ons niet alleen laat gaan. Want dat heeft Hij beloofd: 
Waad je door het water, Ik sta naast je.
Steek je rivieren over, je wordt niet meegesleurd.
Loop je door vuur, je zult niet verbranden,
de vlammen verschroeien je niet.

(Jesaja 43:2) 

Soms zal God ingrijpen met een wonder. Soms geneest Hij. Hij is verrassend creatief en komt uit de meest onverwachte hoek tevoorschijn. Juist dan als wij het niet verwachten. Dat is mijn God! Soms lijkt Hij stil en afwezig, maar ik denk dat ik er geen idee van heb wat Hij dan op de achtergrond aan het bedenken is. Hij is niet voorspelbaar en zeker geen Sinterklaas. Hij denkt in zoveel meer dimensies dan ik. En ondanks mijn beperkte vermogens en verstand, ondanks mijn gebreken en fouten, houdt Hij van mij. Misschien glimlacht Hij wel als Hij ons geworstel ziet omdat Hij allang de uitkomst weet. En die is goed! Daar ben ik van overtuigd. Het beste komt nog! Voor de één zal het hier op aarde al heel goed zijn, en voor een ander hierna. 
Hij is betrouwbaar, wat mensen ook over hem zeggen en hoe onbetrouwbaar Zijn volgelingen soms ook zijn.

Ik doe mijn ogen nog heel even dicht en hoor de bladeren van de boom die een paar maanden geleden nog kaal was. Wonderlijk. De wind speelt ermee en mijn gedachten komen tot rust. 
Laat God God zijn, en laat een wonder een wonder blijven.
Ik laat me verrassen.

- Het boek "Geen Grappen God" is te bestellen bij www.vrijzijn.nl)-

zaterdag 21 mei 2016

Lief lijf

Een maand geleden. Ik word wakker met heftige buikpijn. Dezelfde pijn als waar ik een  jaar geleden drie dagen voor in het ziekenhuis heb gelegen. Ik herken hem uit duizenden. Diverticulitis, ontstoken darm.
Oef, dat is een lastige, want deze pijn kan ik niet negeren. Deze kan ik niet uitzetten.

Mijn lijf en ik. We zijn geen vrienden. We hebben een haat-liefde verhouding. We kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar. Of, misschien is dat eerlijker, ik kan niet zo goed met m'n lijf overweg. Ik duld hem omdat ik weet dat er zonder lijf geen leven is, maar ik zie het vooral als een noodzakelijk kwaad. Ik ben er in de loop van mijn leven een kei in geworden om hem te negeren. Ik kan hem zelfs bedienen, want ik kan hem tot op zekere hoogte uitzetten.

Een maand geleden. Ik bel Ilona, een bevriende verpleegkundige. Ik weet dat ze een nuchtere, no nonsense type is. Ik bel haar omdat ik hoop dat ze gaat zeggen dat ik wat moet innemen en me verder niet druk moet maken. Ze hoort mijn verhaal aan en vraagt welk cijfer ik aan de pijn geef. Toch wel een 7. Ik heb erger meegemaakt, maar deze is een 7 waard.
Ze zegt dat ik tramadol in kan nemen en rust moet nemen. Maar als de pijn door de tramadol heen komt moet ik naar de huisarts. Braaf doe ik wat ze zegt. Ik val in een diepe slaap en wordt twee uur later gewekt door de telefoon. Het is Ilona die bezorgd is hoe het gaat.
De pijn is niet weg. Ik besluit de huisarts te informeren. Ja, je leest het goed, informeren... Natuurlijk hoeft zij er niets mee, maar dan heb ik gedaan wat ik moest doen.
Twintig minuten later zit ik in de spreekkamer van de huisarts. Ik moest meteen komen. Ze maakte zich zorgen.

Wat is dat toch, dat iedereen zo bezorgd is over dat lijf? Wat een drukte om niks! Kan het lijf zich misschien even gaan gedragen en meewerken aan mijn ambitieuze plannen en wilde ideeën?

Ik lig twee dagen in bed. Onder schooltijd, want niemand hoeft rekening met mij te houden, of last van mij te hebben. De pijn zakt. Ik krijg de controle weer terug.

Een week later zit ik weer bij de huisarts omdat ik na 5 maanden de pijn die ik heb op de plek waar drie keer een cyste is verwijderd niet meer kon negeren. Twee dagen zitten tijdens het studieweekend gevolgd door een kerkdienst en een fietstocht waren teveel.
Jan Willem vraagt wat er is en waarom ik zo kortaf ben. Ik heb pijn. De volgende dag zit ik bij de huisarts.
Niets bijzonders te zien, dus maar een pijnstillende zalf mee gekregen in de hoop dat het niet iets is wat dieper gelegen en dus voor het oog onzichtbaar is.

Afgelopen week zat ik weer bij de huisarts. Overprikkelde luchtwegen, weinig lucht, pijn bij het hoesten. Dat is dus drie keer in vier weken. Wat een poeha om zo'n lijf!

Ik voel me gefrustreerd en als ik tijdens het rondje van het studieweekend, gisterochtend, mijn zegje mag doen gooi ik het eruit. Ik voel een enorme boosheid in mezelf en schrik van mijn eigen felheid. Ik krijg opmerkingen vanuit de groep. Ze raken me. Mensen constateren dat er weinig verbinding is tussen mijn lichaam en mijn verstand. Ik weet dat wel, maar het van een ander horen is toch confronterend. Tijd voor een inbreng dit weekend! Die volgt in de middag. Ik heb een gesprek met een medestudent, Willeke, die voor dat moment mijn therapeut is.

Al pratend wordt het helderder. Ik ben boos. Boos op mijn lijf. En het is een hele oude boosheid. Een diep gewortelde. Ik ben misbruikt en mijn lijf reageerde daarop. Waar mijn geest schreeuwde: 'Nee, ik wil dit niet!', riep mijn lijf: 'Ja, lekker!' En dat is waarom ik het haat. Waarom ik er ook niet naar wil luisteren. Het vertelt me toch de waarheid niet. Ik kan er niet op vertrouwen. Ik gedoog het, maar ik wil er geen last van hebben.

Willeke wil dichtbij komen, maar ik houd het tegen. Ze respecteert mij. De trainer komt erbij en zegt: 'Ik denk dat ze een knuffel nodig heeft.'
'Ja!' Roept mijn lijf.
'Nee!' Zeg ik zeer beslist.
'Een klein knuffeltje dan?' zegt de trainer.
'Ja!' Roept mijn lijf.
Ik mompel wat. De trainer legt zijn hand op mijn hand. Ik huil heel hard... en ik voel...
Ik voel de warmte en ik voel liefde. Voor mij, voor mijn lijf.

Ik krijg een knuffel van Willeke. Het voelt goed. En veilig, warm.
Grappig, ik ben alle woorden kwijt die gezegd zijn behalve twee: 'Lief lijf'.
Lief lijf... dat zei Willeke. Lief lijf? Hmm.... Zou ze gelijk hebben?
Eigenlijk heb ik alleen nog maar zin om te huilen. Maar we gaan verder met de dag. De tranen blijven hoog zitten. Ik besluit om naar mijn hotelkamer te gaan. Ik zoek contact met Henry. Henry die mijn hele verhaal kent en die zo vaak gezegd heeft: 'Je lichaam verdient geen straf, alleen maar liefde.' Dat waren helende woorden die ik vaak maar moeilijk kon horen en waar ik me nu alweer jaren voor afgesloten heb.
Ik reageer mezelf even af via de app en Henry moedigt me aan om kwetsbaar te zijn. Waar ik me eigenlijk had voorgenomen me de rest van het weekend terug te trekken besluit ik toch te gaan eten en contact te maken met m'n studiegenoten.
'Zo ken ik je weer, ga maar gauw naar je maatjes. Je bent een sterke en soms domme vrouw. Dikke knuffel voor jullie!' Appt Henry.
Ik moet erom lachen. 'Dikke knuffel voor jullie.' Natuurlijk weet ik best wat hij ermee bedoelt, maar voor nu is het wel heel toepasselijk. 'Vooruit', zeg ik tegen mezelf, 'een knuffel voor mij en één voor mijn lijf!'

Lief lijf, jij kon er ook niets aan doen! Ik weet dat wel, maar ik vind het zo moeilijk te accepteren. En toch wil ik een brug slaan. Een voorzichtig begin van vriendschap. Als we dan toch met elkaar opgescheept zitten, moeten we er samen maar wat moois van maken. Wie weet hoe goed we het samen krijgen!

Ik ga naar het diner en daarna hebben we intervisie. Het is fijn om met m'n studiegenoten de dingen te delen. Het mag er zijn en ik word niet veroordeeld. Het voelt eigenlijk wel oké. Natuurlijk blijf ik veel te lang in de bar hangen met een paar trouwe nacht-EPH-ers, en dan ga ik naar bed. Ik heb kleine, zere ogen maar val als een blok in slaap. Om 6.00 uur ben ik klaar wakker en schrijf ik het eerste gedeelte van deze blog. Op m'n gemak ga ik douchen en voel heel bewust het warme water op mijn lijf. Lief lijf...
Na het ontbijt starten we met dag twee. Ik besluit de groep deelgenoot te maken van mijn overpeinzingen en lees m'n blog voor. We hoeven er verder niet meer over te praten. Gek is dat, soms voegen woorden niets toe. Ik voel gewoon dat het zo prima is. Het is ook fijn om zo open en eerlijk mijn dingen te kunnen delen. De dag gaat van start. Het voelt als een wereld van verschil met gister. Mijn frustraties zijn weg. Ik neem af en toe wat tegen de pijn of tegen de hoest. Een lieve studiegenoot heeft 'thee voor mijn luchtwegen' meegenomen. Die drink ik het hele weekend.
Lief lijf, ik zal wat meer respect voor je hebben en je met meer zorg behandelen. Je verdient het, ik verdien het!

Tevreden, trots, dankbaar, moe maar vooral ook opgelucht rij ik naar huis. Wat een weekend, wat een opleiding! Blij dat dit op mijn pad gekomen is. Thuisgekomen check ik even mijn facebook. Mijn oog valt op de uitspraak die ik gistermorgen postte:


Hoe toepasselijk!
Lief lijf, we gaan ervoor! Jij en ik samen!

maandag 21 maart 2016

Vriendschap

Morgen wordt een vriend van mij geopereerd. Een ingrijpende operatie met een lange herstelperiode in het vooruitzicht. Sinds ik weet dat hem dit te wachten staat zijn mijn gedachten regelmatig terug gegaan naar de jaren waarin we veel intensiever met elkaar optrokken.

Het was een vertrouwd en terugkerend gebeuren op zondag. Als de kerkdienst was afgelopen en het moment van koffiedrinken was aangebroken was hij te vinden bij de trap. Voor in de zaal was een trap naar het podium. En daar was hij meestal. Hij hield er niet van om met iedereen een praatje over niks aan te knopen. Ik ook niet. Ik voelde me altijd verloren na afloop van de kerkdienst. Hoe precies die eerste contacten zijn gegaan weet ik niet goed meer, maar er was iets tussen ons. We hadden goede gesprekken, hoewel we ook gewoon stilzwijgend naast elkaar konden zitten. Wat even waardevol was, overigens. Ik had het vaak moeilijk, was depressief, twijfelde aan de zin van het leven en vroeg me af wanneer de tijd zou komen dat ik weer vrolijk en positief in het leven kon staan. Hij twijfelde niet. Hij had een rotsvast vertrouwen dat het goed zou komen. Niet omdat ik zo'n doorzetter was, maar omdat hij geloofde dat zijn Vader, die ook mijn Vader is, het goed zou maken. Hij zou afmaken waar Hij aan begonnen was. Hij zei: laat mij één van je vrienden zijn die de punt van jouw matras tilt zolang je zelf nog niet kunt lopen (verwijzend naar het verhaal van de verlamde man die door zijn vier vrienden bij Jezus werd gebracht door het dak van een huis heen!).
Op een dag gaf hij mij een kaartje met de tekst van een lied erop:

I will not pretend to feel the pain you're going through
I know I cannot comprehend the hurt you've known 
And I used to think it mattered if I understood
But now I just don't know

Well, I'll admit sometimes I still wish I knew what to say
And I keep looking for a way to fix it all
But we know we're at the mercy of God's higher ways 
And our ways are so small

But I will carry you to Jesus
He is everything you need
I will carry you to Jesus on my knees

It's such a privilege for me to give this gift to you
All I'd ever hope you give me in return 
Is to know that you'll be there to do the same for me
When the tables turn

And if you need to cry go on and I, I will cry along with you. yeah
I've given you what I have but still I know the best thing I can do
Is just pray for you

I'll carry you
I'll take you to Jesus on my knees
(Steven Curtis Chapman)

Voor mijn gevoel schoot ik niets op, maar hij bleef trouw. Toen ik op een dieptepunt van mijn leven, in 2003, een zelfmoordpoging ondernam en de zondag daarna, na afloop van de dienst, op de trap opbiechtte wat ik gedaan had huilde hij. Die tranen waren voor mij kostbaar en tegelijk zo onbegrijpelijk. Waarom werd hij niet boos? Waarom liet hij mij niet vallen?
Integendeel. Hij bleef geloven in de dag dat ik op zou staan van mijn matras en weer in het leven zou kunnen staan. Misschien zelfs wel dansen. En tot die tijd bleef hij mij dragen waar hij kon.
Vriendschap...

Jaren geleden, het zal rond 2001 zijn geweest, was "vriendschap" het thema van de allereerste vrouwenconferentie die de gemeente waar ik toen deel van uitmaakte organiseerde. Ik hielp mee bij de voorbereidingen en ging natuurlijk mee als deelnemer. Hoewel vriendschap voor mij best een ingewikkeld thema was. En dat had niet te maken met mijn potentiële vrienden of vriendinnen...

In november 2014 organiseerden we in de gemeente waar ik nu kom een vrouwendag. Het thema was "vriendschap" en ik mocht spreken. Wat een ongelofelijke ontwikkeling had ik doorgemaakt, terugkijkend naar dat weekend in 2001 en die dag in 2014. Mijn vriend heeft gelijk gekregen. Er kwam een keerpunt. Geen wonderlijke ommekeer in één moment. Meestal drie stappen vooruit en weer twee terug. Maar geleidelijk aan herstelde ik van mijn diepe verwondingen en wantrouwen in de mensen. Op momenten dat het goed ging, was hij blij en dankbaar voor en met mij. Op momenten dat het weer minder ging was hij er. Stabiel en rustig. Biddend, vertrouwend, gelovend.

Vriendschap, misschien voor jou wel een beladen thema. Misschien ben je vrienden kwijtgeraakt, of heb je ze nooit gehad. Of ben je gekwetst en teleurgesteld omdat vrienden geen vrienden bleken te zijn. Is je vertrouwen beschadigd en twijfel je of je ooit nog iets persoonlijks met een ander gaat delen. En wat voor vriend ben jij zelf eigenlijk?

Toen ik mijn praatje over vriendschap mocht doen op de vrouwendag in 2014 heb ik gesproken over vriendschap met God, jezelf en anderen.
Vriendschap met God als de basis van al je andere relaties. Een onvoorwaardelijke vriendschap die je eenzijdig wordt aangeboden en waar je slechts "ja" tegen hoeft te zeggen. Een vriendschap die wel tegen een stootje kan omdat, wat je ook voor missers maakt, je altijd terug mag komen bij God.
Vriendschap met jezelf. Iets wat ik heb mogen leren door de jaren heen. Iets wat heel moeilijk was omdat ik mezelf verafschuwde. Ik was niet tevreden met wie ik was, hoe ik eruit zag en überhaupt met het feit dat ik bestond. Maar als je niet van jezelf kunt houden, dan is het onmogelijk om echte vriendschappen/relaties aan te gaan met anderen. Als je dan vriendschappen sluit dan zullen het ongelijkwaardige vriendschappen zijn waarin je jezelf voorbij loopt omdat je alleen maar kunt geven en niet ontvangen.
Vriendschap met anderen. Vriendschap, volgens het woordenboek, is een nauwe (over het algemeen niet-seksuele) relatie of verhouding tussen twee of meerdere mensen waarbij het geslacht geen rol speelt. Het belangrijkste waarop een goede vriendschap gebouwd is, is vertrouwen en onvoorwaardelijkheid. Vriendschappen gaan niet vanzelf. Je moet ze onderhouden als je ze in stand wilt houden. Hoewel frequentie niets zegt over de kwaliteit.

We zijn gemaakt om in verbondenheid met elkaar te leven. Maar dat kan alleen maar als je ook geleerd hebt om autonoom te zijn. Ik bedoel dat je weet wie je bent en dat je daar tevreden mee bent. Dat het oké is dat jij chaotisch bent maar wel super creatief of hartstikke vals zingt, maar wel eindeloos geduldig bent.
Misschien heb ik dat wel geleerd van mijn vriend. Hij hoefde niet te zijn als al die anderen die met iedereen een praatje maakten na de dienst. Het maakte hem geen minder mens omdat hij niet van dat oppervlakkige geleuter hield. Ik keek ernaar met verbazing. Ik voelde me raar en anders als ik niet zo deed als alle anderen. Ik werd er onzeker van.

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me opeens dat het thema van de komende vrouwendag in april waar ik mag spreken wel heel bijzonder toepasselijk is. "Sta op en schitter!"
En met een brok in mijn keel denk ik na over de woorden van mijn vriend: "Er komt een dag dat jij op zult staan van jouw matras..." Het is waar geworden!
Ik weet niet waar jij op dit moment zit in je leven. Of je ook zulke bijzondere vrienden op je weg bent tegengekomen. Misschien lig je wel verlamd op je matras omdat het leven je te zwaar valt. Of misschien ben je midden in het herstelproces en doe je je eerste wankele stappen. Of je bent gaan staan en schittert! Ik hoop dat er mensen zijn die een vriend zijn voor jou, zodat jij ook een vriend kunt zijn voor die ander.

Vriendschap is wederkerig. Mijn vriend gaat morgen onder het mes. Nu is het mijn beurt. Ik heb geloof en vertrouwen in een goede afloop. Waarom? Omdat mijn Vader hem draagt, door de operatie heen. Door het herstelproces heen. En ik... ik bid... ik houd de punt van zijn matras stevig vast en weet dat de andere punten gedragen worden door andere vrienden.




dinsdag 27 oktober 2015

Lezen wat er niet staat...

Afgelopen zondag deed de spreker in de kerkdienst een merkwaardige oproep. Hij daagde ons uit om als we in de Bijbel lezen, niet alleen te lezen wat er staat, maar ook eens na te denken over “wat er NIET staat”.
Zijn opmerking bleef hangen en toen ik gister na een dag vol gesprekken thuis kwam en eventjes mijn Facebook checkte dacht ik er opeens weer aan.
Iemand had op haar tijdlijn dit plaatje gedeeld:

Een bekende tekst uit Jesaja 43:
 “Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u; 
gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen;
als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden.
Want Ik, de Here, ben uw God, de Heilige Israëls, uw Verlosser”

Ik las de tekst, en de woorden die erom heen geschreven waren en toen kwamen de woorden van de spreker terug in mijn gedachten: “Lees ook eens wat er niet staat!” Ik werd meteen enthousiast!
Ik had een dag achter de rug met veel gesprekken met mensen die mijn praktijk bezoeken en was aan het eind van de dag nog even langs iemand gegaan die ik thuis bezoek omdat zij door haar vergevorderde ziekte niet naar mij toe kan komen. Ik had verhalen gehoord over moeite, lijden, onrecht, problemen in relaties, eenzaamheid en verlies. In al die verhalen probeer ik mee te voelen, een stukje mee te dragen en er even voor iemand te zijn die het op zo’n moment zwaar heeft in zijn of haar leven. Ik probeer te bemoedigen en hoop te geven zodat iemand daarna weer iets lichter zijn weg kan vervolgen.
Maar soms zijn ook bij mij de woorden op, snap ik het ook niet, en wilde ik wel dat ik meer kon doen of meer antwoorden of handvatten kon geven.
Dan begrijp ik ook niet dat God een ziekte geen halt toe roept, dat iemand miskraam op miskraam krijgt, dat iemand die nota bene zich inzet voor goede dingen beperkt wordt door pijn, dat iemand zo zwaar psychisch moet lijden en er geen uitweg lijkt... en noem maar op...

Lees ook eens wat er niet staat... de tekst uit Jesaja leek opeens het antwoord te zijn op alle gesprekken van die dag. Op alle vragen en twijfels die, al pratend, door mijn hoofd waren geschoten. Ik zal je zeggen wat ik las, hopend dat het jou, die dit leest, ook verder zal helpen.

“Ik beloof je niet dat je nooit door het water hoeft te trekken, of dat het slechts een plasje is waar je doorheen hoeft. Misschien komt het water zelfs wel eens tot aan je lippen en ben je in doodsnood! Ik beloof niet dat de kolkende rivierstroom van het leven niet aan je zullen trekken. Er zal immens veel op je afkomen en aan alle kanten zal er aan je getrokken en geduwd worden in de hoop dat je zult omvallen en op zult geven. Ik beloof niet dat je nooit voor hete vuren zult komen te staan. Je zult soms het gevoel hebben dat je verteerd wordt. Door wat mensen je aandoen of zeggen. Door onrecht dat je meemaakt.
Maar...  Wanneer jij door het water trekt, ben Ik met je;  ga je door rivieren, zij zullen je niet wegspoelen; als je door het vuur gaat (of voor het vuur staat), zul je niet verteren en zal de vlam je niet verbranden. Want Ik, de Here, ben jouw God, de Heilige Israëls, jouw Verlosser”

Wow!!! Dát is wat ik geloof!!! Ik ben  helemaal enthousiast... wat ik ook mee maak, waar ik in terecht kom, wat er gebeurt is of nog gebeuren zal... God, mijn God, is bij mij! Opeens begon het te borrelen van blijdschap in mijn hart. Want dit staat er niet alleen voor mij, maar ook voor al die anderen die ik tegenkom op mijn weg.
Vanmorgen was ik een ochtend alleen thuis. Ik heb mijn gitaar gepakt en mijn oude muziek van heel wat jaar geleden en heb gezongen. Liederen over Gods trouw die gister vandaag en morgen steeds hetzelfde is. De omstandigheden kunnen veranderen. De wereld kan in brand staan, jouw wereld kan in brand staan, maar God is dezelfde! Toen, toen Jesaja die woorden opschreef, nu, vandaag midden in de storm van het leven, en morgen, als onbekende dingen op ons wachten. Wat een troost, wat een zekerheid!

Lezen wat er niet staat... lezen tussen de regels. Ik ga het vaker doen en ik zal het delen met jullie. Als jullie iets lezen wat ik niet zie... laat het mij dan weten! Zo houden we elkaar op de been op weg naar die dag dat alles goed zal zijn.

zondag 25 oktober 2015

De bocht om...

Van wieg tot graf. Het leven is een lange rechte weg van glad asfalt waar je zonder al te veel inspanning overheen gaat. Toch?
Van de week reed ik in de auto over een weg die ik goed ken en blindelings kan rijden. Ergens   op de route maakt de weg een behoorlijke bocht. Normaal denk ik er niet over na maar nu opeens realiseerde ik me dat je eigenlijk niet kunt weten wat er om de bocht is. Ik drukte met mijn voet het rempedaal in en minderde vaart terwijl ik de bocht in stuurde.
Natuurlijk, er was niets bijzonders aan de hand, de weg liep gewoon verder, er stond geen stilstaande auto net om de bocht of een overstekend mens of dier. Ik gaf een beetje gas bij en vervolgde de weg.
Je leven een lange rechte weg? Bij mij niet. Het lijkt er niet op. Afgezien van de doodlopende zijweggetjes die ik regelmatig in sla, bestaat mijn weg uit hobbelige, soms onverharde wegen waarin de nodige kuilen zitten, maar zeker ook gladde en rechte stukken met een wijds uitzicht om van te genieten. Er zijn in mijn leven een heel aantal momenten of ook wel perioden geweest waarop ik het gevoel had dat ik op z’n minst in een eindeloze tunnel zat of, om even bij het voorbeeld van van de week te blijven op een bochtige weg waarvan je niet weet wat er om de bocht is.

Misschien zit jij nu ook wel in zo’n periode. Je bent net je baan kwijt geraakt en alle sollicitaties die je doet leveren alleen maar afwijzingen op. Je huwelijk verloopt niet meer “vanzelf” en het lijkt wel of alle pogingen om nieuwe toenadering te zoeken alleen maar meer afstand opleveren. Je maakt je zorgen over je kind omdat je ziet dat hij steeds verder in de problemen komt maar geen hulp wil accepteren. Je gezondheid laat het afweten... waar je vroeger eindeloos door kon gaan zit er nu opeens een grens aan je energie. Of misschien heb je wel een diagnose gehad van de arts die uitzichtloos was. Als ik in mijn directe omgeving, of in mijn praktijk kijk, dan zijn er talloze situaties op te noemen waarin mensen terecht zijn gekomen op hun levensweg waarbij er maar een heel beperkt zicht is op “wat is er om de bocht?”

Het kan je angstig maken en wantrouwend. Het kan je laten twijfelen aan alles. Ik herinner me de periode nog goed nadat wij gehoord hadden dat wij ongewenst kinderloos zouden blijven. We waren jong, net 25, ons eerste huis gekocht, allebei een baan en klaar om een gezin te stichten, dachten we. Maar het liep anders en binnen drie maanden na ons eerste bezoekje aan de gynaecoloog ging de deur naar een gezellig gezinnetje dicht. Natuurlijk deed ik mijn best om met dooddoeners en pasklare antwoorden die best ook nog wel vroom klonken de schone schijn op te houden. Maar van binnen lag alles overhoop. Ik zat in een hele scherpe bocht en zette me schrap voor wat er komen zou. En daar had ik zo mijn eigen gedachten over. Ik maakte een optel sommetje en wist eigenlijk al wel wat er zou gaan gebeuren. Want, zo redeneerde ik, blijkbaar was ik de aangewezen persoon om alle ellende die je maar kunt bedenken te (ver)dragen. Ik was seksueel misbruikt als kind, en als puber, had daar oneindig veel problemen aan overgehouden die ik maar met moeite de baas kon worden. Eén van de gevolgen, een zware depressie, was nauwelijks onder controle te krijgen zonder medicijnen. De nachtmerries waren dan wel minder dan eerst, maar in mijn hoofd was het regelmatig een chaos. Maar, ik leefde en was redelijk gelukkig. Nu kwam daar dan de ongewenste kinderloosheid bij. Kinderen zijn een zegen van de Here, stond dat niet ergens in de bijbel? Blijkbaar wilde God ons deze zegen niet geven. Ik voelde me alsof God vanuit de hemel met Zijn armen over elkaar stond toe te kijken hoe ik op dit nieuwe drama in mijn leven zou reageren. Ik twijfelde. Want... wat zou er gebeuren als ik dit verdriet een plekje zou geven? Waarschijnlijk zou er dan wel weer iets ergs gebeuren. Ik vulde het voor het gemak maar in. Jan Willem zou ziek worden en doodgaan, of verongelukken. Want dat was zo’n beetje de enige persoon in mijn leven waar ik toch wel echt heel erg veel van hield. Het waren gekmakende gedachten en verwarrende emoties die er niet mochten zijn, maar die schreeuwden om gehoord te worden.
Herkenbaar? Misschien op een iets andere manier, of zonder dat je in God gelooft, maar wel met van die fatale gedachten die met je op de loop kunnen gaan en die je verlammen en het zicht op de toekomst vertroebelen.


Het lastige met het leven is dat je niet weet wat er om de bocht is. Je weet niet eens hoe die bocht er precies uit ziet, hoe scherp hij is en hoe lang het gaat duren voordat je weer op een recht stuk weg zit. Maar toen ik van de week door die bocht reed realiseerde ik me opeens: er komt een eind aan iedere bocht! Of zoals ze ook weleens zeggen: Er is licht aan het eind van de tunnel!
Ik zou je willen bemoedigen met een paar tips voor zo’n bochtig stuk weg in je leven. Want, eerlijk is eerlijk, in een bocht is je rijgedrag anders dan op de rechte snelweg waar je 130 km per uur mag.


  1. Rem af maar ga niet stilstaan! Als je niet weet hoe een bocht eruit ziet matig je je snelheid. Je wilt niet het risico nemen eruit te vliegen. Je remt wat af maar je blijft wel rijden. Want stilstaan in een bocht is levensgevaarlijk! Misschien moet je een tijdje wat gas terug nemen. Je agenda eens goed onder de loep nemen en wat dingen schrappen. Kijken waar je energie aan op gaat, en waar je energie van krijgt. Is dat nog met elkaar in verhouding?
  2. Wees je bewust van de omstandigheden. Als het regent kan de weg glad zijn. Als de zon fel schijnt heb je kans dat die je verblindt als je de bocht door gaat. Ik zou willen zeggen: wees eerlijk! In de eerste plaats naar jezelf toe, maar zeker ook naar je omgeving. Twijfels mogen! Frustratie en boosheid, teleurstelling, verdriet, onbegrip, verwijten... alles mag er zijn! Ja, ook als je christen bent! Lees de Psalmen maar eens, of het boek Job! Emoties kunnen heftig zijn, maar als je ze onderdrukt komen ze er op een ongewenst moment in alle hevigheid uit! Ben je, net als ik, niet goed in emoties of gedachten onder woorden brengen? Zoek dan naar andere manieren. Ga schrijven, tekenen, zingen, muziek maken, schilderen, kleien of weet ik veel waar jij je ei in kwijt kunt... maar laat die innerlijke vulkaan stoom afblazen voordat hij uitbarst!
  3. Blijf in beweging en kijk vooruit! Alleen door te blijven rijden en te kijken waar de volgende meters naar toe gaan, kom je verder en beland je uiteindelijk weer op een recht stuk weg! Als het zicht slecht is omdat het mistig is of heel hard regent of sneeuwt doe je je     felste licht aan en rij je, al is het stapvoets, verder. In beweging blijven terwijl alles om je heen in lijkt te storten lijkt soms een onmogelijke opgave. Ook daar mag je eerlijk over zijn. Misschien is er iemand dicht bij je die een stukje met je mee mag lopen? Bij wie je je hart kunt luchten zonder direct een antwoord te krijgen? Kijk naar de kleine dingen die wél goed gaan en waar je van kunt genieten! De lichtpuntjes, de lantarens op je weg.  Misschien denk je dat het niet opschiet maar ongemerkt leg je toch een afstand af! 

Ik heb niet makkelijk praten, maar ik heb na de diverse bochten die ik in mijn leven genomen heb, wel een zekerheid gekregen: je komt er door heen! En om de bocht kan het er heel verrassend uitzien! En kom je dan op dat punt, dat je weer op een overzichtelijk stuk weg bent, misschien zelfs wel bovenop een heuvel waar je zo naar beneden het dal in kunt kijken, zoek dan even een rustplaats op en kijk eens terug hoe je weg gegaan is! Mij maakt dat dankbaar, en het geeft vertrouwen dat als ik weer in een bocht terecht kom ik niet hoef te twijfelen over de uitkomst!

vrijdag 2 oktober 2015

Puur leven...

Het gebeurde in een onbewaakt ogenblik. Eigenlijk zou ik deze ochtend besteden aan het bijwerken van de administratie. Niet echt mijn grootste hobby en meestal vind ik wel een reden om het niet te doen. Ik schonk een stevige mok koffie in, zette een cd op en ging aan de slag. Het vlotte redelijk en na een uurtje vond ik dat ik wel een pauze verdiend had. Ik bekeek mijn boekenkast eens en mijn oog viel op een boekje dat ik jaren geleden eens gekocht had: “Je mag huilen...” Een boek over de worsteling die je kunt hebben met onvruchtbaarheid of miskramen. Als vanzelf pakte ik het boek uit de rij en bladerde er door heen. Vaag herinnerde ik me de inhoud. Mijn ogen bleven hangen op een bladzij met schuingedrukte woorden. Een lied van Tim Hughes.

I've had questions without answers
I've known sorrow, I have known pain
But there's one thing that I cling to
You are faithful, Jesus You're true

When hope is lost, I call You Saviour
When pain surrounds, I call You Healer
When silence falls, You'll be the song 
within my heart

In the lone hour of my sorrow
Through the darkest night of my soul
You surround me, You sustain me
My defender for ever more

And I will praise You, I will Praise You
When the tears fall, still I will sing to You
I will praise You, Jesus praise You
Through the suffering, still I will sing to You

When the laughter fails to comfort
When my heart aches, Lord You'll be there
When confusion is all around me
And the darkness is my closest friend
Still I'll praise You, Jesus I’ll praise You 

Through the suffering, still I will sing to You... Lijden, pijn, eenzaamheid, ziekte, verdriet, rouw, teleurstelling, trauma’s... wie heeft er niet mee te maken? Vorige week startte ik mijn studie in een groep van 22 studenten. Iedereen met zijn eigen verhaal, waarvan we slechts een heel klein stukje met elkaar konden delen. Maar achter elk gezicht een leven met meer of minder sporen én krassen.
Wie komt er uit een harmonieus gezin of heeft nog nooit iets ingrijpends meegemaakt? Ze zijn denk ik op één hand te tellen. De meesten van ons dragen wel iets van de gebrokenheid van deze wereld met zich mee. Maar, mag dat er ook zijn? Of spelen we mooi weer met elkaar? Laten we ons vrolijkste gezicht zijn en zeggen we dat het allemaal prima gaat terwijl we van binnen eenzame tranen huilen, of misschien wel een ijsberg aan pijn hebben opgeslagen.

Ik wil het leren: puur leven, echt zijn! Me niet verbergen achter van alles en nog wat, maar laten zien wie ik echt ben. Ik hoor nu in gedachten mensen de vraag stellen: “Maar dat doe jij toch al?” Nou, ten dele... Ja, ik ben een open boek, ik heb door het uitbrengen van mijn levensverhaal een kijkje gegeven in mijn pijn en worstelingen. Ik schrijf regelmatig over dingen die mij echt aan het hart gaan, maar toch... kan ik ook zeggen dat het even niet gaat? Dat ik lamgeslagen ben na het horen van een verdrietig verhaal? Dat ik het moeilijk vind als ik foto’s langs zie komen van schijnbaar gelukkige broertjes en zusjes en ik ons eigen gezin van herkomst daar als gebroken naast leg?

Ik merk dat met name christenen er moeite mee hebben om eerlijk en puur te leven. We hebben met elkaar een soort standaard gecreëerd van: als je gelovig bent, sta je positief in het leven, ben je altijd blij en optimistisch en twijfel je nooit. Als je daar niet aan kunt voldoen laat je dat in ieder geval niet merken... en zegt het ook wel iets over jouw geestelijke toestand en je relatie met God. Zo leggen we elkaar een last op en dwingen we elkaar een rol te spelen in de poppenkast (zoals mijn niet-gelovige vader de kerk altijd noemde).

Ik ben van mening dat we, of we het leuk vinden of niet, te maken hebben met de gebrokenheid van de wereld. De gevolgen van die allereerste zonde in het paradijs waardoor het volmaakt en eeuwige leven opeens veranderde in onvolmaakt en tijdelijk. We hebben te maken met ziekte, soms chronisch of acuut, of progressief tot de dood erop volgt. We hebben te maken met onvruchtbaarheid, miskramen, kindjes die sterven tijdens of na de geboorte. We kunnen niet onder de dood uit van onze geliefden. We zien haat en oorlog, vluchtelingen. We maken van dichtbij mee dat kinderen seksueel misbruikt worden of emotioneel verwaarloosd. We zien het om ons heen gebeuren dat één op de drie huwelijken strandt met alle gevolgen van dien (nog niet eens meegenomen wat er vaak aan vooraf gaat).

Lijden is er, soms heel dichtbij in ons eigen leven, of in het leven van onze vrienden of familie, of verder weg in de wereld. De vraag is wat we ermee doen. Verstoppen we het of komen we ermee voor de dag. Mag de pijn er evengoed zijn als de blijde dingen? Geven we de ander de kans om samen met ons even stil te staan bij het verdriet of de twijfels? Niet om er eindeloos in te blijven hangen of als een zielepiet door het leven te gaan, maar omdat pijn net zo goed bij het leven hoort als blijdschap! Misschien is dat wel wat mij zo raakte in het lied van Tim Hughes. De eerlijkheid over dat er pijn is, dat er onbeantwoorde vragen zijn. Dat er twijfels zijn en donkere nachten. Maar dat ondanks dat er hoop is! Geen goedkope antwoorden of surrogaatoplossingen maar een echte, levende hoop: Jezus! Jezus die Zelf heeft meegemaakt wat lijden is, wat afwijzing is, wat mensen je aan kunnen doen... Weet je wat er in Hebreeën 4 staat:
Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat Hij niet vervallen is tot zonde.  Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden. 
Mooi hè? We hebben altijd iemand om naar toe te gaan...
We hoeven ons niet groter voor te doen dan we zijn!
Alleen dat al maakt een lied in mij wakker... “Through the suffering I will sing to You!” Het zal soms een lied zijn met een gebroken stem... nou én? Een lied met tranen, maar ook met hoop en blijdschap.

Dát is puur leven! Dat alles er mag zijn. Niet alleen de goede dingen, maar ook de moeilijke, de scherpe kantjes. Zo wil ik steeds meer worden. In alle facetten van het leven: als hulpverlener, als mens, als vriendin, als echtgenoot, als collega, als medestudent... puur, oprecht, open: een levend(ig) voorbeeld!

zaterdag 8 augustus 2015

Mijn... Bijbeltekst (7)

In het kader van 10 dagen een Bijbeltekst, vandaag een hoopvolle tekst:

Eens zal Hij uw mond vervullen met gelach
en uw lippen met gejuich! (Job 8:21)

Wie kent het verhaal van Job niet... Job, de zeer Godvrezende man die alles voor elkaar had. Vrouw, kinderen, rijkdom, gezondheid... het ontbrak hem werkelijk aan niets. Tot de dag dat hij getroffen wordt door een heleboel onheil tegelijk. Hij verliest op één dag al zijn bezittingen en al zijn kinderen. Een paar dagen later wordt hij ook nog getroffen door een ernstige ziekte.
Hoeveel kan een mens verdragen?
Ja, dat vraag ik me soms ook wel eens af. Het lijden lijkt soms oneerlijk verdeeld te zijn over de mensheid. Bij de één gaat ogenschijnlijk alles voor de wind, bij de ander zit alles tegen. In sommige landen heerst extreme armoede en lijken ziektes steeds verder om zich heen te grijpen terwijl medische zorg schaars of niet te betalen is, terwijl in andere landen wachtlijsten zijn voor behandelingen met botox of het laseren van ogen.

Job kreeg het in ieder geval zwaar voor z'n kiezen. En dan staat er ergens midden in dat verhaal een uitspraak die één van Jobs vrienden doet: Job, eens zal God je mond vervullen met gelach en je lippen met gejuich...
Ik denk persoonlijk niet dat Job heel vrolijk werd van deze opmerking. Ik denk niet dat het hem op dat moment hielp of dat het zijn enorme verlies dragelijk maakte.
Maar toch... wij kennen het einde van het verhaal van Job en weten hoe hij uiteindelijk genas van zijn ziekte en nog meer gezegend werd dan voor zijn ongeluk (hoewel... het krijgen van nieuwe kinderen neemt het verlies van de andere kinderen niet weg... het zal altijd wel een beurse plek in Jobs ziel zijn gebleven).

Ik gebruik deze tekst liever niet om er anderen mee om de oren te slaan, maar wel voor eigen gebruik. Op momenten dat het lachen mij vergaat, dat ik me afvraag waar we ooit aan begonnen zijn door pleegkinderen te nemen en een gezinshuis te worden. Als mijn eigen pijn over onze kinderloosheid opspeelt. Dan klinken ergens in mijn achterhoofd de woorden: Juut, eens... eens zal God je weer laten lachen en zul je kunnen juichen!
Juichen, dat doe je bij een overwinning! De overwinning komt! Het staat vast. Verdriet, vragen, lijden, twijfel, de dood... zij hebben niet het laatste woord. Er zal een dag komen dat dat allemaal voorbij is en dan zullen we lachen en juichen. En daarnaast ben ik er zeker van dat hoe het leven hier ook gaat, en waar je ook in zit, er ook in het hier en nu, het leven van alledag momenten van overwinning en geluk zullen zijn. Misschien maar eventjes, maar toch... zonnestralen die zomaar achter een donkere wolk vandaan komen.

Vandaag las ik een prikkelende vraag: Ben jij een loofboom of een treurwilg?
Ik moest er om grinniken omdat ik als beelddenker daar natuurlijk meteen een plaatje bij had. Ik wil een loofboom zijn! Soms vol in blad en soms kaal omdat alle energie gebruikt moet worden voor het nieuwe leven dat er aan komt.
Een lachende loofboom die zijn takken laat juichen! Is daar ook niet een opwekkingsliedje van?
"Gods volk wordt uitgeleid
Zij gaat met vreugde voort
En de bergen en de heuv'len juichen rondom haar
Alles zingt erbij.
Zelfs de bomen zijn blij
en zij klappen voor hun God."

Ik geef toe, niet het meest diepgaande lied aller tijden, maar voor vandaag wel passend :)

Knoop het in je oren lieve mensen als je ergens onder op de bodem van de put zit:
Eens zal Hij jouw mond vullen met gelach, jouw lippen met gejuich!!!

zondag 7 juni 2015

Tranen op mijn pannenkoek...

"Juud, ben je wakker???" Een schreeuw van JW naar boven... ik ben net wakker geworden uit een diepe slaap van een paar uur, nadat ik met behoorlijke pijn in mijn buikstreek naar bed ben gegaan na het drinken van een ordinaire frambozenshake... "De pannenkoeken zijn gearriveerd!"

We worden aan alle kanten gezegend. Dan staat er weer iemand met soep, dan wordt er een aardbeienplant gebracht (potentiële) shake, macaroni, bloemen, kaartjes... te veel om op te noemen. Ik sla mijn benen over de rand van mijn bed, voel voorzichtig hoe het met de pijn is. Goed te doen, dus naar beneden. Ik heb me een paar uur eerder bedacht dat liggen het meest ontspannend is voor mijn gehavende maag, darm en middenrif. Dan staat er het minste druk op. Maar er moeten natuurlijk ook momenten zijn dat ik weer ga opbouwen. Ik trek mijn makkelijkste broek aan, schiet in mijn birckenstocks en ga de trap af.

Op tafel de wasmand, vol was. De basgitaar van JW die nieuwe snaren krijgt. De bos bloemen van mijn baas die nodig water moeten. Mijn oog valt op het aanrecht. Daar staat een mand, een picknickmand, met een bus stroop die eruit steekt en een te schattig wit-rood geruid kleedje erover heen. De pannenkoeken...
Ik smelt. Waarom doen mensen deze moeite voor ons? Wat oneindig lief! En... wat ruikt het lekker! Ik kijk onder het kleedje en zie daar een immense stapel pannenkoeken. Ik ruik het spek. Het water loopt me in de mond.
Eerst een foto... dat hoort erbij. De goede dingen vereeuwigen, zodat we ook als we terugkijken reden hebben om dankbaar te zijn.

We gaan vroeg eten, nu zijn de pannenkoeken nog warm. Ik wil ook... gewoon... omdat het zo lekker ruikt, omdat het me zo oneindig lekker lijkt na 10 dagen zoetigheid, vanillevla, shakes, fruit, yoghurt en af en toe wat soep.

"Schat... pannenkoeken... dat is brood he..." Ja, ik weet het... brood is uit de boze, het klontert samen in mijn maag, en dat kan nu niet, daar is geen ruimte voor. Nog zeker een week of twee te gaan...
"Oke, jongens, kom maar halen! Wie wil er één met spek?"
De tranen schieten in mijn ogen. Ik wil het ook! Ik blijf nog even dralen, terwijl JW nog wat verstandige dingen zegt over mijn dieet, en iets met 'nog even volhouden'. Ik snijd boos een paar plakjes komkommer af voor ons magere mannetje die natuurlijk geen pannenkoeken lust. Mag ik ook niet trouwens, komkommer... zelfs dat zou nog lekkerder zijn dan een shake.
De tranen rollen over mijn wangen. Ik ben het zat. Waarom moet het toch altijd zo raar gaan bij mij? Waarom moeten nou per se bij mij mijn maag en een stuk darm helemaal door mijn middenrif komen? Wie zegt eigenlijk dat het ooit weer helemaal goed gaat komen? Als ik na 10 dagen nog niet eens een snoepje kan eten zonder te vergaan van de pijn...
Ik vlucht naar de wc. Even mijn emoties de vrije loop laten, even herstellen. Ik zucht eens diep, verman mezelf, zeg dat ik niet moet zeuren, dat ik dankbaar moet zijn dat ik überhaupt nog kan eten, dat ik niet zo ongeduldig moet zijn. Het helpt. Ik snuit mijn neus en spoel mijn tranen door het toilet. Dan ga ik terug naar de keuken. Ik doe melk in de staafmixer en gooi er een zakje poeder bij. Hopla, nog een shake.  JW eet nog een pannenkoek met spek. Ik neem mijn shake mee naar buiten en ga aan de tuintafel zitten. Daar zijn de tranen alweer. Nee, dat wil ik niet! Ik zucht en veeg en foeter mezelf uit. De kinderen zijn klaar met eten en gaan huns weegs. Eén naar buiten, twee naar boven. Ik ga naar de keuken en daar staat JW. Dat is de druppel... ik barst in tranen uit... "Kan het nou ook een keer normaal gaan met mij???" Een dikke knuffel, even mopperen, een paar woorden en gewoon even de emoties laten gaan... dat is wat ik nodig heb. Even geen verzet, even niet sterk zijn, even laten zijn hoe het is: hartstikke rot.

Gelukkig is JW een man, en mannen zijn oplossingsgericht. Dus daar komt het... "Misschien moet je een plakje gebraden gehakt proberen. Of een stukje leverworst. Dan heb je in ieder geval iets hartigs..." Ik probeer het. Langzaam kauwend, kleine stukjes. Het zakt. Beter... oké, nog geen pannenkoeken met spek, maar het is een begin.
Ik ga op de bank zitten. "Alcohol helpt ook..." zegt JW met een grijns... "Doe dan maar een glas rosé..." grinnik ik, dat past prima in een vloeibaar dieet.
JW schenkt twee glazen in en we proosten op een biefstuk!

En morgen... morgen... morgen ga ik een rundvleesslaatje  proberen!

donderdag 4 juni 2015

Revalideren

Ruim een week geleden. Woensdagochtend in alle vroegte was het zover. Met mijn trolley vol pyjama's, boeken, toiletspullen, sloffen en zelfs een badjas bracht Jan Willem me naar het Groene Hart Ziekenhuis. We werden vriendelijk ontvangen en na de gebruikelijke plichtplegingen mocht ik op mijn kamer het allerelegantste operatiejurkje aantrekken. Licht gespannen kroop ik in het bed, wachtend tot ik opgehaald zou worden. Na de pijnlijke belevenis op goede vrijdag dit jaar, en de onderzoeken die daarna gevolgd waren zou het vandaag zover zijn: mijn maag en een deel van mijn darm die door mijn middenrif naar boven gekropen waren en zich daar in mijn borstholte op de plek van mijn linkerlong genesteld hadden zouden weer op hun plek worden teruggebracht. De maag zou worden vastgemaakt aan de slokdarm en het gat in het middenrif zou gesloten worden. Een forse operatie, maar wel noodzakelijk om ergere problemen in de toekomst te voorkomen.

Bij de lift namen we afscheid... ik ging met bed en al naar boven, naar de OK-afdeling, Jan Willem ging naar beneden en terug naar huis waar het lange wachten voor hem zou beginnen. Terwijl de deuren van de lift sluiten en in nog één keer "tot vanmiddag!" zeg, trekt er even een rilling door mijn lijf. Zou het allemaal goed gaan? Ik besluit niet teveel na te denken en daar heb ik ook geen tijd voor, want op de zaal waar iedereen wordt klaargemaakt voor de OK is het een drukte van belang. Acht patiënten, inclusief mezelf, liggen met muts op in bed, krijgen een infuus, hebben een praatje met de assistent van de anesthesist of met de arts die nog even komt kijken en worden bevraagd op wie ze zijn en waar ze straks aan geholpen worden. Ik kijk mijn ogen uit. Het is een komen en gaan van mensen. Nieuwsgierig als ik ben probeer ik in een mum van tijd uit te vissen waar iedereen voor komt. De jongen tegenover me heeft een probleem met zijn trommelvlies, de oude dame daarnaast uit 1934 krijgt een nieuwe heup, en daarnaast ligt een Aziatische vrouw die iets met plastische chirurgie krijgt (de details krijg ik niet te zien, want het gordijn wordt dichtgetrokken). En dan, als knipoog van de hemelse Vader Zelf, staat daar Greet aan mijn bed. Zij is vandaag de assistent op mijn OK voor de anesthesist. Ik ken haar niet heel goed, maar goed genoeg om een vertrouwd gevoel bij te hebben. We wisten dat ze zou werken op woensdag, maar ja... er zijn acht operatiekamers... klein kansje dus... Wat bijzonder dat uitgerekend zij vandaag op OK8 mag helpen! Ik word meegenomen naar de OK, waar de dokter er helemaal klaar voor is, en waar ik verder word aangesloten op allerlei apparatuur. Ik laat het maar gebeuren. Het gaat snel en voor ik het weet is daar het gezicht van Greet die zegt: "Nog minder dan 20 seconden en dan slaap je." Ik neem een diepe teug lucht, kijk haar in de ogen en geef me over aan de narcose. Het is 8.15 uur.

"Mevrouw Stoker, bent u wakker? Heeft u pijn?" Verdwaasd doe ik mijn ogen open. Iemand in een wit pak rommelt wat bij mijn bed, ik hoor piepjes, voel iets raars, pijnlijks in mijn buik en dan valt mijn blik op de klok: 13.20 uur. Opeens weet ik het weer: Ik ben geopereerd! En... oh... 13.20 uur... dat betekent dat ik mijn weddenschap verlies. "Ik ben om 13.00 uur terug op zaal", had ik overmoedig gezegd voordat ik het ziekenhuis in ging. Jan Willem gokte op 14.00 uur en Henry, die ik natuurlijk als zwartkijker bestempelde, was overtuigd van 15.00 uur. We hadden er een fles wijn op gezet.
Er wordt tegen me gepraat, ik ben suf, val af en toe weg, beantwoord de vragen maar heb weinig idee van wat er gebeurt. De pijn is fors en al snel krijg ik een morfinepomp waar ik zelf op kan drukken als de pijn te erg is. Dat is fijn. Ik hoor de witte jassen tegen elkaar praten, weet dat het over mij gaat, maar vind het niet boeiend. Mijn hartslag is te hoog hoor ik ze zeggen. 't Zal wel meevallen, ik voel me superduf. Dan mag ik terug naar de zaal. 14.45 uur... Henry wint...
Ik word naar mijn kamer gebracht, een tweepersoonskamer die ik deel met een man die later die dag naar huis mag. Weer pratende witten jassen aan mijn bed, vragen: "Bent u gespannen, mevrouw?" Huh... gespannen? Laat me slapen! "Uw hartslag is erg hoog, maakt u zich erg druk?" Volgens mij niet, ik weet het niet, maak ik me druk? Nee, behalve de weddenschap die ik zojuist verloren heb heb ik volgens mij verder niets te klagen, hoewel... hoe zou de operatie eigenlijk gegaan zijn? "Zullen we uw man bellen? Dat hij even komt?" Ja, dat lijkt me wel wat. Ik dommel nog wat weg en dan staan opeens Jan Willem en Damian aan mijn bed. Wat fijn om hen te zien! Ik doe m'n best voor Damian zo goed mogelijk over te komen, want ik weet hoe spannend hij het vindt om zijn pleegmoeder in het ziekenhuis te hebben. Ik ben moe en val bijna in slaap. Toch is het heerlijk om even JW te voelen en te zien. Het is goed gegaan, ik ben er nog, het is voorbij!

Mijn hartslag zakt langzaam maar zeker en de volgende dag is het acceptabel. De eerste, bijna slapeloze nacht, zit erop. De morfinepomp geeft een storing, het infuus zit verstopt en ik word losgekoppeld. Ik mag over op tabletjes. Ook prima. Als het maar helpt tegen de pijn! Ik eet mijn eerste bakje vla met veel stress: "Hoe zal het vallen? Zal het door mijn slokdarm heen willen? Hoe gaat mijn maag reageren op eten?" Het gaat goed. Als de diëtiste even later een praatje komt maken stort ik in. Alle emoties komen er in één keer uit... alle spanning van de weken wachten, de onzekerheid, het opzien tegen de operatie, het weer moeten eten... ik huil even heel hard, en dat mag. Het is normaal, zegt de vriendelijke vrouw aan mijn bed. Het is niet niks wat ik heb meegemaakt.
Het huilen lucht op en ik ben het meeste kwijt.
De dagen verstrijken. De pijn wordt met pijnstillers hanteerbaar gehouden, er komt bezoek, ik mag mijn bed weer uit, ik was me bij de wastafel en ga weer zelf naar het toilet en zaterdagmiddag mag ik naar huis.

Het lijkt het einde te zijn van een verhaal, maar de afgelopen dagen, sinds ik thuis ben, heb ik gemerkt dat het nu eigenlijk pas begint! Nu komt het erop aan. Laat ik mezelf verzorgen? Luister ik
naar mijn lichaam? Neem ik mijn pijn serieus? Mogen anderen het huishouden doen? Forceer ik mezelf niet? Ik merk na de eerste dag al dat ik aan het streven ben... zo snel mogelijk weer uit bed, zo snel mogelijk weer beneden, zo snel mogelijk... en dan word ik terug gefloten. Eerst door Jan Willem die vindt dat ik veel te hard van stapel loop en veel te snel ga. Dan door een vriendin op afstand die heel subtiel schrijft: "Let je op je valkuil van negeren?" en omdat ik het blijkbaar nodig heb, vandaag ook nog voor een derde keer door iemand die ik erg serieus neem omdat ik weet dat zij ontzettend veel ervaring heeft met operaties en hersteltrajecten... (bedankt Linda!!!).
Ik moet revalideren ofwel, weer gezond worden, mijn kracht weer terug krijgen. En dat kan alleen maar als ik luister naar wat mijn lichaam en psyche en geest tegen mij zeggen. Waar ik normaal gesproken tegen mijn klanten zeg dat ze zichzelf serieus moeten nemen en hun grenzen aan moeten geven, mag ik dat nu tegen mezelf zeggen. Makkelijk? Nee... niet echt eenvoudig voor een bezige bij als ik. Maar het is nodig en ik heb me voorgenomen om er een mooie tijd van te maken. Niet zeuren of klagen over dat het te langzaam gaat of dat ik iets niet kan, maar om me heen kijken en opmerkzaam zijn. Wat kan ik hiervan leren? Wat ik, in deze periode, doen waar ik anders misschien niet aan toe kom? En dan niet zozeer doen in de zin van bezig zijn. Misschien mag ik wel meer stil worden, of meer voor mensen bidden. Of meer schrijven en delen. Of lezen. Of telefoneren. Of... of... misschien wel even helemaal niets... gewoon rust... pas op de plaats... tijd voor mezelf, tijd voor JW, tijd voor God. Genieten.
Weer helemaal gezond worden, daar ga ik voor! Niet volgens mijn uitgestippelde route (snelweg), maar via een avontuurlijk toeristisch weggetje waarop ik vast een hoop onbekende dingen tegen zal komen die ik met jullie zal delen!

zondag 10 mei 2015

Als één lid lijdt...

"Als één lid lijdt, lijden alle leden mede..." Bewogen klinken deze woorden uit de mond van de drummer van het aanbiddingsteam deze ochtend. Op het podium staat vandaag een niet compleet team. Het keyboard is onbemand. De toetsenist, Richard, is thuis bij zijn vrouw Marije en hun kinderen.
Afgelopen vrijdag is Levi geboren. Levi, over wie ik al eerder schreef, die door de anencefalie die bij hem was vastgesteld niet buiten de baarmoeder zou kunnen leven. Bijzondere en intense maanden liggen zijn voorbij gegaan en vorige week zondag kwamen we als kring, moedergroep, muziekteam en gemeente bij elkaar om samen met Marije en Richard te bidden voor de komende week, voor de bevalling, voor Marije, voor Levi, voor Richard en natuurlijk ook voor hun kinderen Eva & Boaz. Een emotionele avond, een avond van verlangen, van hoop, van troost en samenzijn.
Vrijdagmiddag kwam het bericht dat Levi geboren was en dat hij leefde!
33 uur mochten Marije en Richard hem koesteren als hun zoon, hem vasthouden, knuffelen, hem voelen en hem al hun liefde geven. Toen moesten ze hem loslaten en ging Levi naar huis, naar zijn hemelse Vader.

Vandaag in de kerk delen we met elkaar het nieuws. Zien we prachtige foto's van het gezin, van Levi. Bidden we voor hen, spreken we uit hoe verdrietig het is, maar ook wat een troost het is te weten dat Levi echt thuis is waar hij geen pijn of lijden zal kennen. Er is verdriet, er wordt gehuild en dat mag.
Als één lid lijdt, lijden alle leden mede... het is voelbaar. We geven elkaar een hand en zingen de woorden uit psalm 133. Ik hou nooit zo van het kleffe gedoe, maar vandaag is het goed. Even voelen dat je niet alleen bent, verbonden zijn met elkaar, met Richard en Marije, maar vooral met God die alles, ja echt alles, in Zijn handen heeft!
Hij heeft niet even de andere kant op gekeken toen Levi's prille bestaan begon. Hij heeft geen moment van paniek gekend toen Hij zag dat Levi's hersentjes niet gingen groeien. Hij hoefde Zich niet te verontschuldigen bij Marije en Richard omdat Hij een weeffout maakte. Hij kijkt veel verder dan de negen maanden die achter ons liggen. Hij was erbij, Hij is erbij en Hij zal erbij zijn.
Vanuit ons perspectief kunnen er vragen en twijfels zijn, maar vanuit Zijn perspectief is Levi's bestaan zinvol, gewenst, gepland en past Levi net zo goed in Gods bestemmingsplan als het leven van iemand die 93 wordt.
Dat neemt het verdriet niet weg, maar het maakt wel dat het geen uitzichtloze, zinloze situatie is.

Ik laat de liederen over me heen komen, luister naar de preek, vier het avondmaal en laat me raken door het prachtige lied dat klinkt als de beker met wijn door de rijen gaat. Ik kende het niet, maar de tekst is zo toepasselijk:


I never said that I would give you silver or gold
Or that you would never feel the fire or shiver in the cold
But I did say you'd never walk thru this world alone
And I did say don't make this world your home

I never said that fear wouldn't find you in the night
Or that loneliness was something you'd never have to fight
But I did say I'd be right there by your side
And I did say I'll always help you fight

'Cause you know I made a promise that I intend to keep
My grace will be sufficient in your time of need
My love will be the anchor that you can hold on to
This is the promise, this is the promise I've made to you

I never said that friends would never turn their backs on you
Or that the world around you wouldn't see you as a fool
But I did say like me you'll surely be despised
And I did say My ways confound the wise

I didn't say you'd never taste the bitter kiss of death
Or have to walk thru chilly Jordan to enter into rest
But I did say I'd be waiting right on the other side
And I did say I'll dry every tear you've cried

'Cause you know I made a promise that I've prepared a place
And someday sooner than you think you'll see me face to face
And you'll sing with the angels and a countless multitude
This is the promise, this is the promise I've made to you

So just keep on walking don't turn to the left or right
And in the midst of darkness let this be your light
That hell can't separate us and you're gonna make it thru
This is the promise, this is the promise I've made to you
Oh, this is the promise, this is the promise I've made to you

De woorden en klanken brengen vrede in mijn hart. God belooft ons niet dat ons niets zal overkomen, maar Hij belooft dat Hij erbij is en ons door alles heen vasthoudt. Zijn liefde en kracht zijn er op momenten dat wij niet verder kunnen. Tot op die dag dat al het lijden, alle ziekte, zelfs de dood niet meer zijn zal. Dat er een weerzien zal zijn met Hem zelf, met allen die ons voorgingen. Vandaag kunnen we niet anders dan stellen dat we in een gebroken wereld leven en dat die gebrokenheid ons ook treft. Nu in het leven van Richard en Marije, morgen misschien bij jou of mij. En dat doet zeer. Dat kost tranen. Tranen die er mogen zijn, emoties die er mogen zijn. Maar als we het licht van Gods liefde op die tranen laten schijnen, zal de regenboog tevoorschijn komen. De boog van hoop en zekerheid dat God trouw is. Dat Hij draagt. Elke dag.
Levi is thuis, een week van afscheid nemen zal volgen. En daarna de leegte, de momenten van diep gemis... maar ook... de herinneringen aan deze bijzondere periode, aan het wonder van een leven van 33 uur.
De dienst is voorbij en samen zingen we het Onze Vader. Vol overgave kan ik het meezingen: Want van U is het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen!  Alles, alles is in Gods handen.
Langzaam fiets ik naar huis. Ik voel de zon op mijn gezicht schijnen. Dankbaar voor het leven, dankbaar voor Levi, stil biddend om kracht, troost en vrede voor Richard, Marije, Eva en Boaz. Dag aan dag zal God hen dragen!

vrijdag 1 mei 2015

Zorgen... wat doe je ermee?

Een Haarlemse therapeute
Masseerde een man zijn kuiten
Ze deed het heel hard
Hij riep toen vol smart
"Mijn darmen die komen naar buiten!"

Ik weet nog hoe trots ik was op deze zelfgeschreven limerick... ik zal een jaar of 14 zijn geweest en in de tweede klas van het HAVO hebben gezeten toen we voor Nederlands een limerick moesten schrijven.
Het gedichtje kwam terug in mijn gedachten toen ik van de week een keer wakker lag 's nachts en bedacht hoe bizar de situatie in mijn lijf op dit moment is. Mijn maag en een stuk van mijn darm zomaar omhoog gekomen door mijn middenrif en mijn long weggedrukt.
En dat terwijl ik (op twee keer na) eigenlijk nooit pijn of klachten heb gehad... Nu is mijn vermogen om pijn te negeren wel iets beter ontwikkeld dan bij de gemiddelde Nederlander en is mijn pijngrens behoorlijk aan de hoge kant, maar toch... het blijft een wonderlijk verhaal.
Nadat ik vorige week de boodschap van de dokter te horen kreeg stond mijn leven even flink op z'n kop. Ik was echt goed van de kaart. Het idee dat het er zo bij mij van binnen uitziet, de operatie die eraan komt, maar misschien nog wel het meest: de tijd erna... vloeibaar eten en... rust... twee maanden niet tillen, geen vaatwassers in-of uitruimen, geen wasmanden de trap op-en af sjouwen, geen bedden verschonen, niet stofzuigen, geen boodschappen doen die zwaar zijn, etc. etc.

Van alle kanten werd hulp aangeboden, maar ik voelde me vooral bezorgd en gespannen... Ik sliep er zelfs slecht van en mijn dromen waren chaotisch.
Afgelopen zondag gingen we naar de kerk. Het was een voor mij bemoedigende dienst waarin werd voortgeborduurd op het thema waar ik zelf eerder die week al mee bezig was geweest: Gods plaats in het lijden. Terwijl ik naar de woorden luisterde kwam er iets van rust over me heen: Het loopt God niet uit de hand! Hij heeft mijn leven, met alles erop en eraan, IN Zijn hand!
Aan het eind van de dienst kwamen de kinderen binnen om aan iedereen twee rozen te geven. Een om zelf te houden, één om weg te geven. Het was een mooi moment, ik zag de ontroering bij sommige mensen en zelf moest ik ook even iets wegslikken toen mijn lieve schat Damian als eerste zijn twee rozen aan mij gaf.
Na afloop van de dienst kwam iemand naar me toe en zij gaf mij één van haar rozen. "Deze is voor jou! En de tekst die op het kaartje staat ook!"
Ik las het kaartje:
"U mag al uw zorgen op God afwentelen, want U ligt Hem na aan het hart..." (1 Petrus 5:7)

Wow... een boodschap van God zelf aan mij! Aan mij! De roos kreeg een ereplekje op de kast en elke keer als ik er naar keek bracht ik me de tekst in herinnering. Ik dacht erover na. Wat stond er eigenlijk? Opeens viel me iets op.
"U mag al uw zorgen op God afwentelen..." Zorgen zijn dus een realiteit! Toen Petrus zijn brief schreef wist hij blijkbaar van de zorgen die er waren. Zorgen in de gemeente misschien, of ziekte, vervolging of andere problemen. Er waren zorgen, er zijn zorgen. Ik heb zorgen. Dat is niet vreemd of dat is geen gebrek aan vertrouwen of geloof, of zonde, nee, het is de realiteit waarin we nu leven. Er kunnen dingen zijn in je leven waar je je zorgen om maakt! Grote dingen, kleine dingen, dingen die een ander misschien wegwuift, maar die voor jou een enorme berg lijken.
Zorgen, die zijn er, maar... wat doe je ermee? Laat je je er helemaal door in beslag nemen? Krijg je er slapeloze nachten van? Neemt het al je energie weg? Heb je geen aandacht meer voor anderen om je heen? Kun je nergens meer van genieten?
Dat is niet de bedoeling! Lees het maar: "U mag al uw zorgen op God afwentelen..." 
Ik ben een beelddenker, en als ik het woord "afwentelen" lees dan zie ik in gedachten zo'n zware steen die in de weg staat en het pad versperd. Jan Willem had ooit eens van die grote stenen voor zijn aquarium gekocht. Loodzwaar waren die dingen, en degene die hij niet nodig had had hij in de tuin gezet. Toen ik op een mooie middag de tuin wilde opruimen stonden die dingen me in de weg. Ik wilde ze verplaatsen en probeerde ze op te tillen. Tevergeefs. Te zwaar. Ik dacht na wat ik zou doen: ze laten staan en me eraan ergeren, vragen of JW ze een keer weg wilde halen? Opeens wist ik het: als ik er nou eens tegenaan duwde, zou ik ze misschien naar een andere plek kunnen rollen. Het lukte. het begin was het lastigst, maar toen er eenmaal beweging in zat kon ik de steen stukje bij beetje door de tuin rollen naar een betere plek.

U mag al uw zorgen op God afwentelen... Inderdaad... die loodzware stenen zorgen moet je niet optillen, daar ga je aan onderdoor! Je moet ze niet zelf willen dragen. Je mag ze in beweging krijgen en de goede kant opduwen: naar God toe... Makkelijk? Niet echt, want zie maar eens die eerste beweging erin te krijgen... maar eenmaal aan het rollen, gaat het steeds beter!
En merk je dat je toch de neiging krijgt om de steen weer op te pakken? Doe je handen open en laat de steen vallen! Duw je zorgen maar letterlijk van je af, naar God toe. Jij ligt Hem na aan het hart! Denk maar eens aan de mensen om je heen die jou na aan het hart liggen. Wat wil je voor hen doen als je ziet dat ze moeite of zorgen hebben? Helpen!

In mijn gedachten zag ik God glimlachend naar me kijken: Wat doe jij Juud? Ga je die steen optillen, of ga je hem een flinke duw geven Mijn kant op! Ik sta al klaar om je te helpen!

Ik ben aan het duwen geslagen... heb een lijst gemaakt van dingen die nog moeten gebeuren en waar ik straks hulp bij nodig heb en ben vastbesloten om alle aangeboden hulp te accepteren. Zo zorgt God voor mij, als ik mijn zorgen aan Hem geef! Alleen maar met open handen kun je iets ontvangen. Niet als je je handen vol hebt aan de stenen die je met je mee zeult!
Heb jij zorgen, blokkeert een steen je misschien wel de weg of je hele uitzicht?
Wentel je zorgen af op God... je ligt Hem na aan het hart!

Gisteravond was het kringavond. Aan het eind van de avond sloot iemand af met de woorden: "Ik heb een tekst, kijk maar wat een ieder ermee doet... "U mag uw zorgen op God afwentelen, want u ligt Hem na aan het hart..."
Ik ging ontroerd naar huis.

dinsdag 21 april 2015

De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen...

Al dagen zit er een lied in mijn hoofd. Een lied waarvan ik vroeger dacht, als we het zongen tijdens de zondagse dienst: "Pas op mensen... weet wat je zingt! Het zingt zo makkelijk mee, maar wat als jou iets overkomt..." Vaak zweeg ik tijdens het laatste refrein en dacht na.

Misschien kennen jullie het wel, en zo niet, dan hier de tekst:

Blessed Be Your Name
In the land that is plentiful
Where Your streams of abundance flow
Blessed be Your name

Blessed Be Your name
When I'm found in the desert place
Though I walk through the wilderness
Blessed Be Your name

Every blessing You pour out
I'll turn back to praise
When the darkness closes in, Lord
Still I will say

Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your name
Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your glorious name

Blessed be Your name
When the sun's shining down on me
When the world's 'all as it should be'
Blessed be Your name

Blessed be Your name
On the road marked with suffering
Though there's pain in the offering
Blessed be Your name

Every blessing You pour out
I'll turn back to praise
When the darkness closes in, Lord
Still I will say

Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your name
Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your glorious name

You give and take away
You give and take away
My heart will choose to say
Lord, blessed be Your name


"You give and take away, my heart will choose to say, Lord, blessed be Your name..." 
"U geeft en neemt weg, mijn hart zal er voor kiezen om te zeggen: Heer, gezegend is Uw Naam!" 

Afgelopen zondag stond ik de afwas te doen. Mijn gedachten gingen alle kanten uit. Ik dacht terug aan de week die voorbij was. Dingen die gebeurd waren, ontmoetingen met mensen die me aan het denken hadden gezet. De confrontatie met persoonlijk lijden van mensen. Een schat van een vrouw met progressieve MS. Zoveel voor haar en door haar gebeden. Vast gelovend dat God de ziekte een halt zou kunnen toeroepen, maar nu gevangen in haar lichaam, alleen nog maar kunnen praten en denken. Dag in dag uit, van minuut tot minuut afhankelijk van de zorg van anderen. Zelfs voor de eenvoudigste dingen als het omslaan van de bladzij van een boek of het aanzetten van een cd, het snuiten van je neus, of een kriebel op je hoofd... 
Het was deze vrouw die in mijn gedachten was toen ik mijn vorige blog schreef ("De man die niet genas..."). 

Ik dacht terug aan mijn bezoekje aan Marije eerder die week. Nog een paar weekjes voor Levi echt geboren gaat worden en ze meteen ook weer afscheid van hem moeten nemen. Wat komt het dichtbij, maar ook: hoe bijzonder dat door het verhaal van Levi al zoveel mensen zijn bemoedigd, ontroerd en geraakt! (Meer over het verhaal van Levi kun je lezen in mijn blog: In verwachting...)
Terwijl ik de bekers afwas en ze op het aanrecht opstapel schiet opeens het refrein van het lied door mijn hoofd: "You give and take away... Lord blessed be Your name..." Ik schrik er zelf van. Zo mag ik toch niet denken? De woorden waar dit lied op gebaseerd is, van één van mijn favoriete personen uit de Bijbel, Job, klinken door mijn hoofd: "De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de Naam van de Here zij geprezen!" (Job 2:21)
Ik droog mijn handen af en pak mijn aantekeningenschrift erbij. Snel maak ik een paar notities. Dan ga ik verder met mijn klusje. Ik laat mijn gedachten gaan over de woorden van Job. 

De Here heeft gegeven... tel je zegeningen, wees blij in de Heer en zingt verheugd, 10.000 redenen tot dankbaarheid... ik denk dat we het allemaal wel kunnen nazeggen. Als we onze blik richten op zoveel goede dingen, momenten, vrienden, werk, gezondheid, het feit dat het weer lente wordt, dat we in een vrij land wonen, etc. etc., is het niet moeilijk om te zeggen: "De Here heeft gegeven." Het is wat we zien op geboortekaartjes: "Blij en dankbaar zijn we dat God ons een dochter of zoon heeft geschonken!" Ik las het de afgelopen maanden diverse malen op facebook: "Dankbaar dat ik mijn baan mocht houden..." Ik zei het zelf toen ik een paar weken geleden opeens doodziek was en geholpen werd door deskundige artsen en verpleegkundigen: "Dankbaar voor goede medische zorg, dankbaar dat de pijn weg is!" 
Ik zag de blijdschap en de dankbaarheid op de foto van Marije & Richard waar Eva en Boaz, hun twee kinderen maanden geleden het nieuws aan iedereen bekend maakten door de tekst op hun shirts: "Hoera, wij krijgen een broertje of zusje!" 
De Here heeft gegeven... ook aan Job, zolang geleden. Hij was een zeer gezegend mens. In Job 1 is te lezen: "Job had zeven zonen en drie dochters. Hij had ook veel vee: zevenduizend schapen en geiten, drieduizend kamelen, duizend koeien en vijfhonderd ezels. Verder had hij veel slaven en slavinnen. Hij was de rijkste man van het hele Oosten." 10.000 redenen tot dankbaarheid... Job zou het vol overgave gezongen kunnen hebben. En daarbij was hij ook nog eens gezond. Om jaloers op te worden, toch? 

Maar dan gaat het mis. Op één dag verliest Job alles. Het is een luguber verhaal waarvan we bijna niet geloven dat het zou kunnen gebeuren. Een zwarte dag in het leven van Job. Hij raakt alles kwijt, alles, zelfs zijn 10 kinderen! Hij blijft achter, met zijn vrouw. Beroofd, verslagen, in shock misschien, diep verdrietig. Wat ben ik blij dat Jobs reactie op dit alles in de Bijbel staat: 
"Toen Job dat hoorde, scheurde hij van verdriet zijn kleren kapot. Hij knipte zijn hoofd helemaal kaal, en liet zich van ellende op de grond vallen. Hij zei: ‘Ik had niets toen ik geboren werd. Ik zal ook niets hebben als ik begraven word. De Heer heeft mij alles gegeven, en de Heer heeft alles weer van mij afgenomen. Toch blijf ik de Heer danken!’ Job maakte veel ellende mee, maar toch deed hij geen slechte dingen. En hij gaf God nergens de schuld van..." (Job 1:20-22 BGT)
De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen... 
Het zijn geen goedkope, gemakkelijke woorden die over Jobs lippen kwamen. En wat zeker niet mag gebeuren is dat deze woorden als een dooddoener worden geroepen als iemand geconfronteerd wordt met diep verdriet. Ik denk dat als we dat doen, we niet goed lezen wat er staat. Er staat niet dat Job het nieuws hoorde van zijn 10 overleden kinderen en dat hij vervolgens opstond en jubelde: "De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geprezen!" Er staat dat Job in diep, diepe rouw en verdriet uitbarstte... ik stel me zo voor dat tot in de wijde omtrek het gehuil en schreeuwen van Job te horen is geweest. Hij scheurde zijn kleren, het teken van rouw, hij knipte zijn haren af en zakte van pure ellende in elkaar op de grond... Dat was ook een deel van zijn reactie! Dat hoorde er ook bij! Nergens in het verhaal van Job is te lezen dat God deze reactie veroordeelde of betreurde. God begrijpt dat verdriet. Kijk maar naar Jezus' reactie toen Zijn vriend Lazarus gestorven was: Hij huilde! Vroeger begreep ik dat niet, want Jezus wist toch allang dat Hij Lazarus weer zou opwekken uit de dood? Jezus, God Zelf, Hij huilde toen Hij getroffen werd door het verlies van een goede vriend. Hij voelde pijn, verdriet, gemis. Hij stopte dat verdriet niet weg achter een vrome muur of overschreeuwde het door te kijken naar alle goede dingen die er ook nog waren. 
Nee... Hij huilde... Job huilde.. 
Wij mogen huilen...

Er gebeuren dingen die vreselijk zijn. Geliefden overlijden. We krijgen een ongeneeslijke ziekte. Er wordt ons onrecht aangedaan. Misschien werden we seksueel misbruikt door iemand in wie we als kind vertrouwen hadden. Er stort een vliegtuig neer en je verliest je ouders of je broer of zus. En dan heb ik het nog niet eens over het lijden in de wereld dat vaak zover van ons bed staat... 
Job huilde, hij had diep verdriet. Maar in dat verdriet wist hij één ding heel zeker: "Ik blijf de Here danken!" 
Wat een keuze, wat een getuigenis, wat een vertrouwen klinkt daarin door! Om jaloers op te worden... 

Terwijl ik me de rest van de woorden van het lied probeer te herinneren denk ik terug aan mijn eigen leven. De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen... de Naam van de Here zij geprezen! Waar anderen een kindje kregen, bleef mijn buik leeg. Wat vond ik het moeilijk om te accepteren dat Gods weg met ons leven blijkbaar een andere was dan huisje, boompje, beestjes en kinderen. Wat waren we blij toen we toch voor kinderen mochten gaan zorgen omdat we pleegouder werden. 1, 2, 3... 10, 11 kinderen werden ons toevertrouwd door de jaren heen. De Here heeft gegeven... Wat was het moeilijk om te zien dat 10 jaar houden van en investeren toch niet genoeg waren om een zo ernstig beschadigd meisje door het leven te helpen. Na 10 jaar zorgen moesten we een kind dat weliswaar ons kind niet was, maar wel een plekje in ons hart heeft, loslaten en aan de zorg van anderen overlaten. De Here heeft genomen... 

Hoe reageer ik? Raak ik verbitterd, gefrustreerd? Ga ik een schuldige aanwijzen: Hadden ze nou maar geluisterd naar ons bij het GGZ! Hadden ze nou maar een behandeling aangeboden die wij voor ogen hadden!? Ga ik mezelf de grond intrappen: Ik ben ook gewoon geen goede moeder, ik ben niet geschikt voor deze kinderen. Of geef ik God de schuld? Heer, U heeft dit meisje toch op onze weg geplaatst? Waarom heeft U niet ingegrepen? U kon haar toch genezen en bevrijden? 
Ga ik me verstoppen achter vrome woorden: "God heeft alles in Zijn hand en Hij zal wel zorgen dat het goed komt!"? 

Het verhaal van Job houdt me opnieuw een spiegel voor. Voor mijn eigen leven, voor het lijden dat ik tegenkom in de levens van mensen, voor Lia die MS heeft, voor Marije en Richard die hun Levi niet zullen zien opgroeien. Voor diegenen die hun huwelijk op de klippen zien lopen, of hun kinderen een andere kant op zien gaan. Voor hen die chronisch ziek zijn zonder aanwijsbare of verklaarbare oorzaak. Voor al het lijden, ziekte en dood die er nu nog is in deze wereld. 
Het is niet goedkoop, of vroom. Het is de realiteit onder ogen zien en daar diep verdrietig over mogen zijn. Maar het is ook: "Toch blijf ik de Heer danken!" Danken voor al het goede dat Hij gaf. Danken voor wie Hij is en wat Hij voor mij over had! Danken voor mensen om ons heen, voor vriendschap. Danken voor mogelijkheden en voorziening. Dankend leven. Ook al is dat soms danken en huilen tegelijk... Job is mijn voorbeeld, Jezus is mijn voorbeeld. Zo wil ik zijn, zo wil ik omgaan met lijden en tegenslag. 

Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your name
Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your glorious name


You give and take away
You give and take away
My heart will choose to say
Lord, blessed be Your name

(Luister hier naar het lied: Blessed be Your Name