Een maand geleden. Ik word wakker met heftige buikpijn. Dezelfde pijn als waar ik een jaar geleden drie dagen voor in het ziekenhuis heb gelegen. Ik herken hem uit duizenden. Diverticulitis, ontstoken darm.
Oef, dat is een lastige, want deze pijn kan ik niet negeren. Deze kan ik niet uitzetten.
Mijn lijf en ik. We zijn geen vrienden. We hebben een haat-liefde verhouding. We kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar. Of, misschien is dat eerlijker, ik kan niet zo goed met m'n lijf overweg. Ik duld hem omdat ik weet dat er zonder lijf geen leven is, maar ik zie het vooral als een noodzakelijk kwaad. Ik ben er in de loop van mijn leven een kei in geworden om hem te negeren. Ik kan hem zelfs bedienen, want ik kan hem tot op zekere hoogte uitzetten.
Een maand geleden. Ik bel Ilona, een bevriende verpleegkundige. Ik weet dat ze een nuchtere, no nonsense type is. Ik bel haar omdat ik hoop dat ze gaat zeggen dat ik wat moet innemen en me verder niet druk moet maken. Ze hoort mijn verhaal aan en vraagt welk cijfer ik aan de pijn geef. Toch wel een 7. Ik heb erger meegemaakt, maar deze is een 7 waard.
Ze zegt dat ik tramadol in kan nemen en rust moet nemen. Maar als de pijn door de tramadol heen komt moet ik naar de huisarts. Braaf doe ik wat ze zegt. Ik val in een diepe slaap en wordt twee uur later gewekt door de telefoon. Het is Ilona die bezorgd is hoe het gaat.
De pijn is niet weg. Ik besluit de huisarts te informeren. Ja, je leest het goed, informeren... Natuurlijk hoeft zij er niets mee, maar dan heb ik gedaan wat ik moest doen.
Twintig minuten later zit ik in de spreekkamer van de huisarts. Ik moest meteen komen. Ze maakte zich zorgen.
Wat is dat toch, dat iedereen zo bezorgd is over dat lijf? Wat een drukte om niks! Kan het lijf zich misschien even gaan gedragen en meewerken aan mijn ambitieuze plannen en wilde ideeën?
Ik lig twee dagen in bed. Onder schooltijd, want niemand hoeft rekening met mij te houden, of last van mij te hebben. De pijn zakt. Ik krijg de controle weer terug.
Een week later zit ik weer bij de huisarts omdat ik na 5 maanden de pijn die ik heb op de plek waar drie keer een cyste is verwijderd niet meer kon negeren. Twee dagen zitten tijdens het studieweekend gevolgd door een kerkdienst en een fietstocht waren teveel.
Jan Willem vraagt wat er is en waarom ik zo kortaf ben. Ik heb pijn. De volgende dag zit ik bij de huisarts.
Niets bijzonders te zien, dus maar een pijnstillende zalf mee gekregen in de hoop dat het niet iets is wat dieper gelegen en dus voor het oog onzichtbaar is.
Afgelopen week zat ik weer bij de huisarts. Overprikkelde luchtwegen, weinig lucht, pijn bij het hoesten. Dat is dus drie keer in vier weken. Wat een poeha om zo'n lijf!
Ik voel me gefrustreerd en als ik tijdens het rondje van het studieweekend, gisterochtend, mijn zegje mag doen gooi ik het eruit. Ik voel een enorme boosheid in mezelf en schrik van mijn eigen felheid. Ik krijg opmerkingen vanuit de groep. Ze raken me. Mensen constateren dat er weinig verbinding is tussen mijn lichaam en mijn verstand. Ik weet dat wel, maar het van een ander horen is toch confronterend. Tijd voor een inbreng dit weekend! Die volgt in de middag. Ik heb een gesprek met een medestudent, Willeke, die voor dat moment mijn therapeut is.
Al pratend wordt het helderder. Ik ben boos. Boos op mijn lijf. En het is een hele oude boosheid. Een diep gewortelde. Ik ben misbruikt en mijn lijf reageerde daarop. Waar mijn geest schreeuwde: 'Nee, ik wil dit niet!', riep mijn lijf: 'Ja, lekker!' En dat is waarom ik het haat. Waarom ik er ook niet naar wil luisteren. Het vertelt me toch de waarheid niet. Ik kan er niet op vertrouwen. Ik gedoog het, maar ik wil er geen last van hebben.
Willeke wil dichtbij komen, maar ik houd het tegen. Ze respecteert mij. De trainer komt erbij en zegt: 'Ik denk dat ze een knuffel nodig heeft.'
'Ja!' Roept mijn lijf.
'Nee!' Zeg ik zeer beslist.
'Een klein knuffeltje dan?' zegt de trainer.
'Ja!' Roept mijn lijf.
Ik mompel wat. De trainer legt zijn hand op mijn hand. Ik huil heel hard... en ik voel...
Ik voel de warmte en ik voel liefde. Voor mij, voor mijn lijf.
Ik krijg een knuffel van Willeke. Het voelt goed. En veilig, warm.
Grappig, ik ben alle woorden kwijt die gezegd zijn behalve twee: 'Lief lijf'.
Lief lijf... dat zei Willeke. Lief lijf? Hmm.... Zou ze gelijk hebben?
Eigenlijk heb ik alleen nog maar zin om te huilen. Maar we gaan verder met de dag. De tranen blijven hoog zitten. Ik besluit om naar mijn hotelkamer te gaan. Ik zoek contact met Henry. Henry die mijn hele verhaal kent en die zo vaak gezegd heeft: 'Je lichaam verdient geen straf, alleen maar liefde.' Dat waren helende woorden die ik vaak maar moeilijk kon horen en waar ik me nu alweer jaren voor afgesloten heb.
Ik reageer mezelf even af via de app en Henry moedigt me aan om kwetsbaar te zijn. Waar ik me eigenlijk had voorgenomen me de rest van het weekend terug te trekken besluit ik toch te gaan eten en contact te maken met m'n studiegenoten.
'Zo ken ik je weer, ga maar gauw naar je maatjes. Je bent een sterke en soms domme vrouw. Dikke knuffel voor jullie!' Appt Henry.
Ik moet erom lachen. 'Dikke knuffel voor jullie.' Natuurlijk weet ik best wat hij ermee bedoelt, maar voor nu is het wel heel toepasselijk. 'Vooruit', zeg ik tegen mezelf, 'een knuffel voor mij en één voor mijn lijf!'
Lief lijf, jij kon er ook niets aan doen! Ik weet dat wel, maar ik vind het zo moeilijk te accepteren. En toch wil ik een brug slaan. Een voorzichtig begin van vriendschap. Als we dan toch met elkaar opgescheept zitten, moeten we er samen maar wat moois van maken. Wie weet hoe goed we het samen krijgen!
Ik ga naar het diner en daarna hebben we intervisie. Het is fijn om met m'n studiegenoten de dingen te delen. Het mag er zijn en ik word niet veroordeeld. Het voelt eigenlijk wel oké. Natuurlijk blijf ik veel te lang in de bar hangen met een paar trouwe nacht-EPH-ers, en dan ga ik naar bed. Ik heb kleine, zere ogen maar val als een blok in slaap. Om 6.00 uur ben ik klaar wakker en schrijf ik het eerste gedeelte van deze blog. Op m'n gemak ga ik douchen en voel heel bewust het warme water op mijn lijf. Lief lijf...
Na het ontbijt starten we met dag twee. Ik besluit de groep deelgenoot te maken van mijn overpeinzingen en lees m'n blog voor. We hoeven er verder niet meer over te praten. Gek is dat, soms voegen woorden niets toe. Ik voel gewoon dat het zo prima is. Het is ook fijn om zo open en eerlijk mijn dingen te kunnen delen. De dag gaat van start. Het voelt als een wereld van verschil met gister. Mijn frustraties zijn weg. Ik neem af en toe wat tegen de pijn of tegen de hoest. Een lieve studiegenoot heeft 'thee voor mijn luchtwegen' meegenomen. Die drink ik het hele weekend.
Lief lijf, ik zal wat meer respect voor je hebben en je met meer zorg behandelen. Je verdient het, ik verdien het!
Tevreden, trots, dankbaar, moe maar vooral ook opgelucht rij ik naar huis. Wat een weekend, wat een opleiding! Blij dat dit op mijn pad gekomen is. Thuisgekomen check ik even mijn facebook. Mijn oog valt op de uitspraak die ik gistermorgen postte:
Hoe toepasselijk!
Lief lijf, we gaan ervoor! Jij en ik samen!
Voor alles is een tijd... (Prediker 3). Leven is intens, afwisselend, verrassend en soms ook pijnlijk of teleurstellend. In mijn blog belicht ik de verschillende kanten van het leven. Geniet en leef met mij mee!
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
zaterdag 21 mei 2016
dinsdag 26 april 2016
Ik hou van mij...
"Laten we met liefde omarmen wie we wel zijn en onszelf niet veroordelen om wie we niet zijn"
De eerste regel uit het hoofdstuk dat ik voor komend studieweekend heb bestudeerd. Een zin waar je op zich al een weekend op kunt kauwen en waar velen van ons nog wel wat in kunnen leren. Voor mijzelf ook een heldere spiegel die me bewust maakt van hoe ik in het leven sta.
Onszelf veroordelen om wie we niet zijn, dat gaat ons prima af. Tenminste, laat ik het bij mezelf houden. Het gaat mij prima af. Vroeger was ik er helemaal supergoed in. Het was gewoon een kwaliteit! Ik kon het overal waar ik kwam. Als ik op een verjaardag zat viel ik stil omdat ik keek naar al die anderen die het blijkbaar supergezellig vonden en steeds weer een nieuw onderwerp hadden om over te praten. Logisch natuurlijk want zij hadden allemaal (ja ALLEMAAL) kinderen, een interessante hobby of een topbaan. Ik niet. Ik was kinderloos, vooral depressief en saai.
In de kerk deed ik hetzelfde. Ik keek op tegen de mensen met een taak, vooral een podium-taak, of bewonderde de geestelijke gaven van anderen. Ik voelde me achterblijven in alle opzichten, een stumper en ach, de dingen die ik deed in de kerk stelden ook eigenlijk niks voor.
Ik kon me ook niet voorstellen dat het leuk was om vriendin te zijn met mij. Want wat had je nou aan iemand die om de haverklap in de knoop zat met zichzelf en eindeloos kon piekeren over de dingen van het leven en van het geloof.
Ik werkte bij de sociale dienst en had daar samen met een collega een geweldig werkend systeem waardoor we tijd overhielden. In plaats van achterstanden oplopen werkten wij klussen van anderen weg en bedachten dingen om de afdeling beter te laten lopen. Maar natuurlijk vonden mijn andere collega's mij maar niks en trokken ze vooral naar mijn mede-collega toe. Die was avontuurlijk, zat vol plannen, ging stappen in het weekend en ze zag er ook nog veel vlotter uit.
Toen ik met mijn pleegdochter bij de peuterspeelzaal stond keek ik naar al die leuke moeders die elkaar allemaal al kenden. Ik kon niet bedenken hoe ik een praatje moest aanknopen...
Misschien herken je dit ook wel bij jezelf. Ben je voortdurend naar de ander aan het kijken en focus je je vooral op de dingen die jij niet hebt maar die je in de ander wel ziet. Die ander is altijd vriendelijk, zit boordevol energie, kan geweldig goed met kinderen omgaan, gaat iedere week zijn moeder helpen of op bezoek bij zijn vader die in het verzorgingscentrum zit. Die ander kan beter plannen, lekkerder koken, is modebewust en haar huis is altijd netjes. Die ander heeft een universitaire studie, een fulltime baan en gaat ieder jaar twee keer op vliegvakantie. Die ander is intelligenter, gezelliger, opener, creatiever, flexibeler en zo invoelend. Die ander leest elke dag uit de bijbel, bidt onophoudelijk, stuurt bemoedigende kaarten en helpt bij iedere activiteit in de kerk...
Des te meer je kijkt naar wat die ander heeft, des te minder waardevol lijkt alles wat jij hebt te worden. En om dat te verdoezelen proberen we ons zo goed mogelijk aan de ander aan te passen, op de ander te lijken, de ander te imiteren en rekening te houden met de ander. (Of de ander dat ook doet richting ons doet niet ter zake...). Als we daar maar lang genoeg mee doorgaan raken we onszelf langzaam maar zeker steeds meer kwijt en worden we afhankelijk van wat anderen van ons vinden en over ons zeggen. We groeien als we complimenten en aandacht krijgen en we voelen ons afgewezen als iemand onze inzet niet ziet of op waarde schat. Als iemand ons passeert terwijl wij stonden te popelen om iets goeds te doen worden we van binnen woedend. Een gevaarlijke situatie die uitermate ongezond is.
Tijdens het vorige studieweekend kwam op een gegeven moment een liedje van Harrie Jekkers aan de orde. Ik kende het liedje niet (misschien dat sommige religieuzen nu ook afhaken... het zij dan zo...) maar werd getroffen door een zinnetje: "Ik hou van jou heeft pas betekenis als je eerst kunt zeggen: "Ik hou van mij"" Thuis gekomen zocht ik de tekst op. Laat het eens op je inwerken (ik heb het iets verkort):
Ik hou van ... mij
hoor je nooit zingen
ik hou van mij
wordt nooit gezegd
maar ik hou van mij
ga ik toch zingen
want ik hou van mij, van mij alleen
en ik meen het echt
Ik hou van mij
want ik ben te vertrouwen
ik hou van mij
van mij kan ik op aan
ik hou van mij
op mij kan ik tenminste bouwen
ik hou van mij
en ik laat mij nooit meer gaan
Ik blijf bij mij
en niet voor even
ik blijf bij mij
voor eeuwig en altijd
ben zelfs bereid
m'n leven voor mezelf te geven
ik blijf bij mij
totdat de dood mij scheidt
Ik hou van mij, van mij, van mij
en van geen ander
want ik ben verreweg de leukste die ik ken
ik hoef mezelf zo nodig
voor mij niet te veranderen
ik hou van mij, mezelf
gewoon zoals ik ben
Dat hou van een ander,
dat heb jij alleen maar nodig
omdat je niet genoeg kan houden van jezelf
hou van jou joh,
maak de ander overbodig
ware liefde, geloof me, begint altijd bij jezelf.
Want ik hou van jou
is niet de sleutel tot de ander
maar ik hou van mij
al klinkt het bot en slecht
want wie van zichzelf houdt
die geeft pas echt iets kostbaars
als hij ik hou van jou
tegen een ander zegt.
"Ik hou van mij...", het klinkt wat onwennig. En zeker als je in een christelijk klimaat bent groot geworden is het bijna als vloeken in de kerk. Maar toch... ik schreef er al eerder over... zo'n gekke gedachte is het niet! Zeker niet als je naar het belangrijkste christelijke gebod kijkt: Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf! Heb je dat ooit wel eens goed tot je door laten dringen? Die laatste twee woorden... als jezelf... als jezelf. Of heb je er, wellicht door wat je hebt meegekregen en wat je bent gaan geloven, van gemaakt: "Heb God lief boven alles en je naaste ten koste van jezelf..."
Laten we met liefde omarmen wie we wel zijn...
Inderdaad! Laten we daar nou eens een beginnetje mee maken. Het hoeft niet in één keer perfect, maar het valt te proberen. Haal je ogen van die ander af en richt ze eens naar binnen! Wie ben jij eigenlijk? Wat wil je? Wat vind je belangrijk? Wat zijn je dromen? Waar ben je goed in? Waar haal je plezier en voldoening uit? Wat siert jou? Wat is een waardevolle karaktereigenschap? Waar ben je trots op of tevreden over? Wat waren onvergetelijke momenten waar je dankbaar op terug kijkt? Kijk eens naar alles wat je wél hebt, en wie je wél bent...
Ik ben het ook aan het leren. Dat is lang geleden begonnen toen ik nog volop gesprekken had met Henry en Trudie en met de psychologe. Ze daagden me uit om zelf keuzes te maken. Om dingen te gaan doen die ík wilde. Echt, ik kon ze niet bedenken, want ik was gewend om alleen maar datgene te doen waar ik het een ander mee naar de zin maakte. Maar ze lieten het er niet bij zitten en ze geloofden in mij. De psychologe had het op de één of andere manier helemaal in zich om mij aan het eind van ieder gesprek het gevoel te geven dat ik echt heel veel in mijn mars had. Meestal ging ik opgewekt en vol vertrouwen naar huis.
Ik begon schoorvoetend en nam pianoles. Iets wat ik heel graag wilde maar waar ik nooit aan was begonnen omdat ik toch nooit zo muzikaal was als al die anderen. Ik ben geen top pianist geworden, maar wat heb ik genoten van de uren dat ik mezelf kon begeleiden bij het zingen van allerlei liederen. Zingen... ook iets dat ik graag deed. Ik gaf me op om mee te doen met een uitvoering van de Choir Company. Het was geweldig... ik ging compleet uit mijn dak! Ik zong in een koor, en niemand, echt niemand had me raar aan staan kijken!
Ik ging schrijven. Dat deed ik al natuurlijk, in mijn dagboeken, maar nooit publiek. Ik kreeg mooie reacties en drie jaar geleden kwam mijn eerste boek uit!
Inmiddels ben ik een zelfstandige praktijk gestart waar ik (relatie)therapie geef. Het was ondenkbaar voor me geweest tien jaar geleden. Natuurlijk trap ik ook nog regelmatig in de valkuil dat ik kijk naar de ander en mezelf afbrand om wat ik niet heb. Dan hoor ik iemand met een eigen praktijk die een wachtlijst heeft en dan is mijn eerste neiging mijn toko maar te sluiten omdat ik na twee jaar nog niet eens vol zit! Of... wat me pas nog overkwam toen ik mocht spreken op de vrouwendag van onze kerk en ik de deelnemerslijst bekeek... Ik zag de naam van een (door mij zeer gewaardeerde) zangeres ertussen staan en het eerste wat ik dacht was: Tjeetje... zij heeft al twee cd's uitgebracht (en ik pas één boekje...), wat heb ik eigenlijk te vertellen aan haar???
Gelukkig heb ik een heerlijke nuchtere vriendin die me heel snel weer in een normaal denkspoor duwde en kon ik er ook hartelijk om lachen toen ik de zangeres (die ook echt gewoon een mens is) ontmoette.
Ik hou van mij! Ik omarm met liefde wie ik wel ben...
Met vallen en opstaan, met soms een blinde vlek, met hier en daar een hapering en vooral met humor. Want humor relativeert alles wat ik niet ben (en soms wel had willen zijn). Heel voorzichtig begin ik te begrijpen wat Jekkers bedoelt als hij zegt:
"Want wie van zichzelf houdt
die geeft pas echt iets kostbaars
als hij ik hou van jou
tegen een ander zegt."
Hoe meer ik van mezelf kan houden en kan accepteren dat ik ben wie ik ben, ook al is dat niet in alle opzichten volmaakt en zijn er tekorten of gebreken, hoe meer ik ook het unieke en het waardevolle in die ander kan zien. Ik ga anders kijken. Niet meer op de manier van: "Zo moet ik ook worden.." of "Had ik dat maar..." maar ik kan genieten van de ander als net zo'n uniek mens als ik! Ik hoef niet langer meer te vergelijken en mijn leven naast dat van een ander te leggen. Ik ben oké, en die ander ook!
Ik heb God lief boven alles. Ik hou van mij. Ik hou van jou.
De eerste regel uit het hoofdstuk dat ik voor komend studieweekend heb bestudeerd. Een zin waar je op zich al een weekend op kunt kauwen en waar velen van ons nog wel wat in kunnen leren. Voor mijzelf ook een heldere spiegel die me bewust maakt van hoe ik in het leven sta.
Onszelf veroordelen om wie we niet zijn, dat gaat ons prima af. Tenminste, laat ik het bij mezelf houden. Het gaat mij prima af. Vroeger was ik er helemaal supergoed in. Het was gewoon een kwaliteit! Ik kon het overal waar ik kwam. Als ik op een verjaardag zat viel ik stil omdat ik keek naar al die anderen die het blijkbaar supergezellig vonden en steeds weer een nieuw onderwerp hadden om over te praten. Logisch natuurlijk want zij hadden allemaal (ja ALLEMAAL) kinderen, een interessante hobby of een topbaan. Ik niet. Ik was kinderloos, vooral depressief en saai.
In de kerk deed ik hetzelfde. Ik keek op tegen de mensen met een taak, vooral een podium-taak, of bewonderde de geestelijke gaven van anderen. Ik voelde me achterblijven in alle opzichten, een stumper en ach, de dingen die ik deed in de kerk stelden ook eigenlijk niks voor.
Ik kon me ook niet voorstellen dat het leuk was om vriendin te zijn met mij. Want wat had je nou aan iemand die om de haverklap in de knoop zat met zichzelf en eindeloos kon piekeren over de dingen van het leven en van het geloof.
Ik werkte bij de sociale dienst en had daar samen met een collega een geweldig werkend systeem waardoor we tijd overhielden. In plaats van achterstanden oplopen werkten wij klussen van anderen weg en bedachten dingen om de afdeling beter te laten lopen. Maar natuurlijk vonden mijn andere collega's mij maar niks en trokken ze vooral naar mijn mede-collega toe. Die was avontuurlijk, zat vol plannen, ging stappen in het weekend en ze zag er ook nog veel vlotter uit.
Toen ik met mijn pleegdochter bij de peuterspeelzaal stond keek ik naar al die leuke moeders die elkaar allemaal al kenden. Ik kon niet bedenken hoe ik een praatje moest aanknopen...
Misschien herken je dit ook wel bij jezelf. Ben je voortdurend naar de ander aan het kijken en focus je je vooral op de dingen die jij niet hebt maar die je in de ander wel ziet. Die ander is altijd vriendelijk, zit boordevol energie, kan geweldig goed met kinderen omgaan, gaat iedere week zijn moeder helpen of op bezoek bij zijn vader die in het verzorgingscentrum zit. Die ander kan beter plannen, lekkerder koken, is modebewust en haar huis is altijd netjes. Die ander heeft een universitaire studie, een fulltime baan en gaat ieder jaar twee keer op vliegvakantie. Die ander is intelligenter, gezelliger, opener, creatiever, flexibeler en zo invoelend. Die ander leest elke dag uit de bijbel, bidt onophoudelijk, stuurt bemoedigende kaarten en helpt bij iedere activiteit in de kerk...
Des te meer je kijkt naar wat die ander heeft, des te minder waardevol lijkt alles wat jij hebt te worden. En om dat te verdoezelen proberen we ons zo goed mogelijk aan de ander aan te passen, op de ander te lijken, de ander te imiteren en rekening te houden met de ander. (Of de ander dat ook doet richting ons doet niet ter zake...). Als we daar maar lang genoeg mee doorgaan raken we onszelf langzaam maar zeker steeds meer kwijt en worden we afhankelijk van wat anderen van ons vinden en over ons zeggen. We groeien als we complimenten en aandacht krijgen en we voelen ons afgewezen als iemand onze inzet niet ziet of op waarde schat. Als iemand ons passeert terwijl wij stonden te popelen om iets goeds te doen worden we van binnen woedend. Een gevaarlijke situatie die uitermate ongezond is.
Tijdens het vorige studieweekend kwam op een gegeven moment een liedje van Harrie Jekkers aan de orde. Ik kende het liedje niet (misschien dat sommige religieuzen nu ook afhaken... het zij dan zo...) maar werd getroffen door een zinnetje: "Ik hou van jou heeft pas betekenis als je eerst kunt zeggen: "Ik hou van mij"" Thuis gekomen zocht ik de tekst op. Laat het eens op je inwerken (ik heb het iets verkort):
Ik hou van ... mij
hoor je nooit zingen
ik hou van mij
wordt nooit gezegd
maar ik hou van mij
ga ik toch zingen
want ik hou van mij, van mij alleen
en ik meen het echt
Ik hou van mij
want ik ben te vertrouwen
ik hou van mij
van mij kan ik op aan
ik hou van mij
op mij kan ik tenminste bouwen
ik hou van mij
en ik laat mij nooit meer gaan
Ik blijf bij mij
en niet voor even
ik blijf bij mij
voor eeuwig en altijd
ben zelfs bereid
m'n leven voor mezelf te geven
ik blijf bij mij
totdat de dood mij scheidt
Ik hou van mij, van mij, van mij
en van geen ander
want ik ben verreweg de leukste die ik ken
ik hoef mezelf zo nodig
voor mij niet te veranderen
ik hou van mij, mezelf
gewoon zoals ik ben
Dat hou van een ander,
dat heb jij alleen maar nodig
omdat je niet genoeg kan houden van jezelf
hou van jou joh,
maak de ander overbodig
ware liefde, geloof me, begint altijd bij jezelf.
Want ik hou van jou
is niet de sleutel tot de ander
maar ik hou van mij
al klinkt het bot en slecht
want wie van zichzelf houdt
die geeft pas echt iets kostbaars
als hij ik hou van jou
tegen een ander zegt.
"Ik hou van mij...", het klinkt wat onwennig. En zeker als je in een christelijk klimaat bent groot geworden is het bijna als vloeken in de kerk. Maar toch... ik schreef er al eerder over... zo'n gekke gedachte is het niet! Zeker niet als je naar het belangrijkste christelijke gebod kijkt: Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf! Heb je dat ooit wel eens goed tot je door laten dringen? Die laatste twee woorden... als jezelf... als jezelf. Of heb je er, wellicht door wat je hebt meegekregen en wat je bent gaan geloven, van gemaakt: "Heb God lief boven alles en je naaste ten koste van jezelf..."
Laten we met liefde omarmen wie we wel zijn...
Inderdaad! Laten we daar nou eens een beginnetje mee maken. Het hoeft niet in één keer perfect, maar het valt te proberen. Haal je ogen van die ander af en richt ze eens naar binnen! Wie ben jij eigenlijk? Wat wil je? Wat vind je belangrijk? Wat zijn je dromen? Waar ben je goed in? Waar haal je plezier en voldoening uit? Wat siert jou? Wat is een waardevolle karaktereigenschap? Waar ben je trots op of tevreden over? Wat waren onvergetelijke momenten waar je dankbaar op terug kijkt? Kijk eens naar alles wat je wél hebt, en wie je wél bent...
Ik ben het ook aan het leren. Dat is lang geleden begonnen toen ik nog volop gesprekken had met Henry en Trudie en met de psychologe. Ze daagden me uit om zelf keuzes te maken. Om dingen te gaan doen die ík wilde. Echt, ik kon ze niet bedenken, want ik was gewend om alleen maar datgene te doen waar ik het een ander mee naar de zin maakte. Maar ze lieten het er niet bij zitten en ze geloofden in mij. De psychologe had het op de één of andere manier helemaal in zich om mij aan het eind van ieder gesprek het gevoel te geven dat ik echt heel veel in mijn mars had. Meestal ging ik opgewekt en vol vertrouwen naar huis.
Ik begon schoorvoetend en nam pianoles. Iets wat ik heel graag wilde maar waar ik nooit aan was begonnen omdat ik toch nooit zo muzikaal was als al die anderen. Ik ben geen top pianist geworden, maar wat heb ik genoten van de uren dat ik mezelf kon begeleiden bij het zingen van allerlei liederen. Zingen... ook iets dat ik graag deed. Ik gaf me op om mee te doen met een uitvoering van de Choir Company. Het was geweldig... ik ging compleet uit mijn dak! Ik zong in een koor, en niemand, echt niemand had me raar aan staan kijken!
Ik ging schrijven. Dat deed ik al natuurlijk, in mijn dagboeken, maar nooit publiek. Ik kreeg mooie reacties en drie jaar geleden kwam mijn eerste boek uit!
Inmiddels ben ik een zelfstandige praktijk gestart waar ik (relatie)therapie geef. Het was ondenkbaar voor me geweest tien jaar geleden. Natuurlijk trap ik ook nog regelmatig in de valkuil dat ik kijk naar de ander en mezelf afbrand om wat ik niet heb. Dan hoor ik iemand met een eigen praktijk die een wachtlijst heeft en dan is mijn eerste neiging mijn toko maar te sluiten omdat ik na twee jaar nog niet eens vol zit! Of... wat me pas nog overkwam toen ik mocht spreken op de vrouwendag van onze kerk en ik de deelnemerslijst bekeek... Ik zag de naam van een (door mij zeer gewaardeerde) zangeres ertussen staan en het eerste wat ik dacht was: Tjeetje... zij heeft al twee cd's uitgebracht (en ik pas één boekje...), wat heb ik eigenlijk te vertellen aan haar???
Gelukkig heb ik een heerlijke nuchtere vriendin die me heel snel weer in een normaal denkspoor duwde en kon ik er ook hartelijk om lachen toen ik de zangeres (die ook echt gewoon een mens is) ontmoette.
Ik hou van mij! Ik omarm met liefde wie ik wel ben...
Met vallen en opstaan, met soms een blinde vlek, met hier en daar een hapering en vooral met humor. Want humor relativeert alles wat ik niet ben (en soms wel had willen zijn). Heel voorzichtig begin ik te begrijpen wat Jekkers bedoelt als hij zegt:
"Want wie van zichzelf houdt
die geeft pas echt iets kostbaars
als hij ik hou van jou
tegen een ander zegt."
Hoe meer ik van mezelf kan houden en kan accepteren dat ik ben wie ik ben, ook al is dat niet in alle opzichten volmaakt en zijn er tekorten of gebreken, hoe meer ik ook het unieke en het waardevolle in die ander kan zien. Ik ga anders kijken. Niet meer op de manier van: "Zo moet ik ook worden.." of "Had ik dat maar..." maar ik kan genieten van de ander als net zo'n uniek mens als ik! Ik hoef niet langer meer te vergelijken en mijn leven naast dat van een ander te leggen. Ik ben oké, en die ander ook!
Ik heb God lief boven alles. Ik hou van mij. Ik hou van jou.
dinsdag 11 augustus 2015
Mijn... Bijbeltekst (8 t/m 10)
Het lukt met niet om iedere dag te schrijven... vakantie, en dus uit
m'n ritme... Daarom vandaag dag 8, 9 en 10 in één... Met een thema
waarover je wel 365 dagen zou kunnen schrijven: de liefde!
1995... 20 jaar geleden en zeker 20 kilo lichter dan nu, hoewel mijn zorgen zeker 20 kilo zwaarder waren dan nu. Jan Willem en ik verloofden ons. We zochten, heel traditioneel, onze trouwringen uit en lieten onze namen erin graveren. Op de pier in Scheveningen wisselden we de ringen en daarna gingen we uit eten bij een Griek in Den Haag. Een paar dagen later vierden we het feest met onze vrienden en familie bij Jan Willem's ouders thuis.
We stuurden weken van tevoren kaartjes om mensen uit te nodigen. We kochten bij een winkeltje in Dordrecht mooie kaartjes en beschreven en versierden ze zelf. De tekst herinner ik me nog steeds, zo vaak schreef ik 'm over en het eindigde met het zinnetje: "Wilt u blijven eten? Laat het ons even weten!"
Maar wat ik me ook herinner, en waar ik heel vaak, en nog steeds regelmatig, aan gedacht heb en denk is de tekst uit de Bijbel die we op het kaartje schreven:
Wat hebben we ontzettend veel meegemaakt de eerste jaren van ons huwelijk. Vele wateren... nou, dat kun je wel zeggen... Nachtmerries, depressies, gedachten aan zelfmoord of zelfs pogingen daartoe... ik kon het leven niet aan! Jan Willem zou beter af zijn zonder mij, hij zou al snel na mij een betere vrouw vinden...
Maar Jan Willem was trouw! Hij was daar, als een rots in de branding, vasthoudend aan de trouwbelofte: in goede en kwade tijden...
Waar vind je nog zo'n man? Ze zijn zeldzaam! Ik heb er één... en wat hou ik van hem!
Toen twee jaar geleden mijn boek uitkwam, waarin ik over mijn leven schrijf, kreeg Jan Willem van een vriend van ons een cadeautje met de boodschap: "Jij bent er al die jaren voor Judith geweest... je verdient het!" Ja... inderdaad! Menig relatie zou niet overleefd hebben waar wij samen doorheen zijn gegaan.
Ik zie het niet als prestatie, maar als pure liefde en genade. Van Jan Willem voor mij, maar ook van God voor Jan Willem, en van God voor Jan Willem en mij. Hij was erbij. Toen we die tekst kozen, wist Hij al hoe het verder zou gaan! Hij wist wat er zou gebeuren en wat ons te wachten stond. Maar Hij beloofde:
En nee... ze zijn ook niet alleen maar voor getrouwde stellen!
Ik dacht er vandaag nog aan hoe ik soms "in een goed blaadje" probeer te komen bij God. Door weer aan een nieuw "geestelijk" boek te beginnen, door een lied te zingen of een Bijbeltekst uit m'n hoofd te leren. Ik denk dat God erom zal glimlachen. Wat wij ook doen, hoe we het ook verbruiken, wat voor scheve schaats we ook rijden... we mogen altijd, elke keer, iedere dag, weer bij God terugkomen. Zijn liefde voor ons is niet te blussen of weg te spoelen. Als wij terug keren naar onze Maker en liefdevolle God is Hij daar. Hij wacht op ons en vangt ons op als wij door de sterke stroming worden overmeesterd en zijn overgeleverd aan het geweld van een woeste rivier.
Hij gaf, omdat Hij ons zo oneindig lief heeft, Zijn eigen Zoon:
1995... 20 jaar geleden en zeker 20 kilo lichter dan nu, hoewel mijn zorgen zeker 20 kilo zwaarder waren dan nu. Jan Willem en ik verloofden ons. We zochten, heel traditioneel, onze trouwringen uit en lieten onze namen erin graveren. Op de pier in Scheveningen wisselden we de ringen en daarna gingen we uit eten bij een Griek in Den Haag. Een paar dagen later vierden we het feest met onze vrienden en familie bij Jan Willem's ouders thuis.
We stuurden weken van tevoren kaartjes om mensen uit te nodigen. We kochten bij een winkeltje in Dordrecht mooie kaartjes en beschreven en versierden ze zelf. De tekst herinner ik me nog steeds, zo vaak schreef ik 'm over en het eindigde met het zinnetje: "Wilt u blijven eten? Laat het ons even weten!"
Maar wat ik me ook herinner, en waar ik heel vaak, en nog steeds regelmatig, aan gedacht heb en denk is de tekst uit de Bijbel die we op het kaartje schreven:
Vele wateren kunnen de liefde niet blussenIk weet niet waarom we die tekst gekozen hadden, maar als ik nu, 20 jaar later terug kijk dan denk ik: Dat was een profetische tekst! We waren jong en hielden hartstochtelijk van elkaar. Maar oh, wat had ik een bagage vanuit het verleden bij me waardoor ik me niet echt durfde te binden aan Jan Willem. Waardoor ik niet kon geloven dat hij echt van mij hield, met alles erop en eraan.
en rivieren spoelen haar niet weg.
(Hooglied 8:7a)
Wat hebben we ontzettend veel meegemaakt de eerste jaren van ons huwelijk. Vele wateren... nou, dat kun je wel zeggen... Nachtmerries, depressies, gedachten aan zelfmoord of zelfs pogingen daartoe... ik kon het leven niet aan! Jan Willem zou beter af zijn zonder mij, hij zou al snel na mij een betere vrouw vinden...
Maar Jan Willem was trouw! Hij was daar, als een rots in de branding, vasthoudend aan de trouwbelofte: in goede en kwade tijden...
Waar vind je nog zo'n man? Ze zijn zeldzaam! Ik heb er één... en wat hou ik van hem!
Toen twee jaar geleden mijn boek uitkwam, waarin ik over mijn leven schrijf, kreeg Jan Willem van een vriend van ons een cadeautje met de boodschap: "Jij bent er al die jaren voor Judith geweest... je verdient het!" Ja... inderdaad! Menig relatie zou niet overleefd hebben waar wij samen doorheen zijn gegaan.
Ik zie het niet als prestatie, maar als pure liefde en genade. Van Jan Willem voor mij, maar ook van God voor Jan Willem, en van God voor Jan Willem en mij. Hij was erbij. Toen we die tekst kozen, wist Hij al hoe het verder zou gaan! Hij wist wat er zou gebeuren en wat ons te wachten stond. Maar Hij beloofde:
"Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u; gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden..." (Jesaja 43:2)Het is waar geworden. En... deze teksten staan er niet alleen voor Jan Willem en mij! Ze staan er ook voor jou!
En nee... ze zijn ook niet alleen maar voor getrouwde stellen!
Ik dacht er vandaag nog aan hoe ik soms "in een goed blaadje" probeer te komen bij God. Door weer aan een nieuw "geestelijk" boek te beginnen, door een lied te zingen of een Bijbeltekst uit m'n hoofd te leren. Ik denk dat God erom zal glimlachen. Wat wij ook doen, hoe we het ook verbruiken, wat voor scheve schaats we ook rijden... we mogen altijd, elke keer, iedere dag, weer bij God terugkomen. Zijn liefde voor ons is niet te blussen of weg te spoelen. Als wij terug keren naar onze Maker en liefdevolle God is Hij daar. Hij wacht op ons en vangt ons op als wij door de sterke stroming worden overmeesterd en zijn overgeleverd aan het geweld van een woeste rivier.
Hij gaf, omdat Hij ons zo oneindig lief heeft, Zijn eigen Zoon:
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. " (Johannes 3:16)Een misschien overbekende tekst, maar laat het eens doordringen! Ooit, toen ik echt nog slecht over mezelf dacht, kreeg ik een spiegeltje met aan de achterkant een sticker met deze tekst geplakt. Eronder stond: "Draai dit spiegeltje om en kijk eens wie God zo lief had..." Ik durfde het niet... ik kon het me niet voorstellen. En toch is het waar! Nu durf ik het te geloven! De vele wateren hebben mij misschien juist wel iets laten zien van Gods liefde voor mij. Ik hoop dat dat ook voor jou zal gelden... dat je, wat er ook in je leven gebeurd is, of misschien nu gebeurt, of wat er nog zal komen, je diep van binnen overtuigd zal zijn van Gods oneindige, onverwoestbare, niet uit te blussen liefde voor jou!
Abonneren op:
Posts (Atom)


