Posts tonen met het label echtscheiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label echtscheiding. Alle posts tonen

donderdag 10 augustus 2017

Relatie APK

Geschokt

Afgelopen maandag. Ik start mijn werk als therapeut in mijn praktijk Voltooid Verleden Tijd na drie weken vakantie. Mijn eerste actie is mijn tijdelijke welkomstboodschap van de voicemail verwijderen. Ik ben weer beschikbaar. Ik rijd naar kantoor, draai de deur van mijn praktijkruimte van het slot en trek de lamellen open.

Mijn oog valt op mijn houten kalendertje. 7 augustus staat erop. Ik grinnik. Het was mijn laatste actie geweest voor ik de deur achter me dicht trok drie weken geleden. Mijn kalender alvast goed zetten. Verder ben ik helemaal niet perfectionistisch.

Ik zet mijn laptop op het bureau en loop door de mailtjes heen. Mijn oog valt op een mailtje van iemand die vandaag komt kennismaken. Een stel. Ik open hem snel, want misschien moet de afspraak verzet worden.


‘....We zijn inmiddels niet meer bij elkaar. De afspraak voor vandaag wil ik afzeggen.’

Ik ben geschokt, zucht en stuur een berichtje terug. Weer een stel dat het niet gered heeft. Ik ken hen niet. Zouden er kinderen in het spel zijn? Hoeveel eenzaamheid, frustraties, ruzies, misschien wel geweld zou zich hebben afgespeeld? Hoe lang zullen ze samen zijn geweest?

Waren ze maar veel eerder gekomen.

APK

Ben je in Nederland in het bezit van een auto dan moet die regelmatig gekeurd worden. De zogenaamde Algemene Periodieke Keuring, ook wel APK genoemd. Het hangt af van het bouwjaar van de auto hoe vaak dit moet gebeuren. Hele oude auto’s hoeven niet meer gekeurd te worden (die zijn er dan ook nauwelijks). Nieuwe auto’s mogen langer wegblijven, ervan uitgaand dat een nieuwe auto goed wordt afgeleverd en er de eerste jaren geen opvallende gebreken zullen ontstaan. Maar uitgezonderd de auto’s van voor 1960 ondergaat iedere auto regelmatig een APK. Bijzondere voertuigen, zoals een ambulance, moeten zelfs ieder jaar gekeurd worden.

Bij de APK worden de zijkant, voorkant, onderkant, achterkant en binnenkant op een groot aantal punten bekeken en gecontroleerd of alles naar behoren werkt. Zo niet, dan moet het worden gerepareerd. Wil je het niet laten repareren, dat kan ook maar dan heb je geen toestemming meer om met dat voertuig deel te nemen aan het verkeer.

Relatie chemie

Als je een relatie krijgt en je besluit om samen verder te gaan dan kun je in zijn algemeenheid stellen dat partners zich tot elkaar aangetrokken voelen omdat zij ‘van hetzelfde materiaal’ zijn. Er zijn een aantal overeenkomsten die maken dat er een connectie tot stand kan komen. Een vruchtbare bodem zou je kunnen zeggen. Het kan geloof zijn, een gezamenlijke hobby, humor, gedeelde interesses, sport, vakantie, de manier van in het leven staan etc.

Naast de overeenkomsten die aantrekkingskracht hebben, voelen we ons aangetrokken tot bepaalde eigenschappen van de ander. Vaak zijn dat de eigenschappen die bij onszelf minder goed ontwikkeld zijn. Een verlegen vrouw voelt zich aangetrokken tot iemand die in sociale situaties het voortouw neemt. Een chaotische man valt op een partner die gestructureerd is. Je kiest (onbewust) iemand met wie je samen in evenwicht bent. De wat meer nadenkende, bedachtzame jongen, kiest een extraverte flapuit.

Als ik kijk naar mijn relatie met Jan Willem dan was ons gezamenlijke materiaal geloof en humor en wat mij in Jan Willem aantrok was zijn stabiele karakter. Altijd hetzelfde qua emoties, stemming en gedrag. Ik was zo labiel als wat.

Wrijving

Na de eerste periode van je relatie, waarin over het algemeen het geluk overheerst, er weinig kritiek is op elkaar en je misschien wel de hoop hebt dat die dingen in je partner die je minder waardeert wel zullen veranderen, komt er beweging. Dat kan allerlei oorzaken hebben. Om even in de autowereld te blijven, er zijn kilometers gemaakt, de nieuwigheid is eraf en sommige dingen blijken in het gebruik misschien toch iets minder handig dan bij aanschaf gedacht.

Ingrijpende gebeurtenissen (ziekte, overlijden, kinderen krijgen, werkeloos worden, verhuizen etc.) kunnen beweging veroorzaken. Maar ook jouw eigen ontwikkeling, of die van je partner, heeft invloed.

De dingen die je eerst zo aantrekkelijk vond in je partner kunnen zelfs gaan irriteren. Een opgeruimd, gestructureerd huis is fijn, maar steeds opmerkingen krijgen over spullen die jij hebt laten slingeren wordt storend. Je begint het irritant te vinden dat jouw partner op feestjes altijd het hoogste woord heeft en de ene na de andere grap maakt terwijl hij jou links laat liggen.

Er komt wrijving en irritatie en dat kan leiden tot woordenwisselingen of ruzies of jullie groeien uit elkaar en gaan steeds meer op je eigen eiland leven. Je bent steeds minder bezig met ‘samen’, en steeds meer met wat er niet klopt aan de ander.

Verplichte relatie APK

Eigenlijk zou ieder stel een verplichte relatie APK moeten ondergaan. Gewoon, één keer in de zoveel tijd. Een check of alles nog naar behoren werkt, of het reservoir met liefde nog vol genoeg is, de remmen nog werken, er genoeg (banden)spanning is, of er niets aanloopt en er niet op cruciale onderdelen beschadigingen zitten.

Het is onzin dat je als stel meteen in therapie moet, zo’n relatie APK kun je ook prima zelf doen. Of met vrienden. Waar het om gaat is dat je met regelmaat stilstaat, terugkijkt en vooruitkijkt.
Als je zelf aan de slag wilt met je relatie, dan is het boek ‘Houd me vast’ van Sue Johnson een heel mooi hulpmiddel.

Als je als stel merkt dat je er samen niet uitkomt, dat jullie relatie voor een grote beurt naar de garage moet, wacht dan niet te lang, maar zoek hulp!

EFT

In mijn praktijk werk ik met EFT, een effectieve en hoopvolle methode die door Sue Johnson op de kaart is gezet. Bij deze vorm van relatietherapie ga je ontdekken hoe jullie met elkaar in een negatieve interactiecirkel terecht zijn gekomen en hoe die eruit ziet. Vaak lijken ruzies over onbelangrijke, onbenullige dingen te gaan, maar als je goed gaat kijken wat er gebeurt zal je ontdekken dat er onder elk conflict, of het vermijden van een conflict, een scala van gevoelens schuilgaat. Verlangens, behoeften, angsten, kwetsuren.



Met EFT leer je om te kijken naar die gevoelens en ze ook onder woorden te brengen. Jullie leren om elkaars gevoelens serieus te nemen waardoor er nieuwe en hechtere verbinding tussen jullie ontstaat.
De (negatieve) interactiecirkel

De negatieve interactiecirkel waarin jullie elke keer weer terecht komen kun je doorbreken als je weet hoe die in elkaar zit, en je gaat bouwen aan een positievere band.

Wacht niet te lang

In mijn praktijk heb ik hele mooie dingen gezien bij stellen die voor relatietherapie kwamen. Soms was het pijnlijk te horen hoeveel eenzaamheid of ruzies er (soms al jarenlang) geweest was. Ik heb opluchting gezien bij stellen als ze ontdekten dat niet één van hen het probleem is, maar dat de relatie ‘ziek’ is. Ik heb gezien dat er nieuwe verliefdheid ontstond omdat partners elkaar weer een kijkje in hun hart durfden geven. Ik heb stellen op een andere manier zien communiceren, minder gericht op aanval en verdediging, meer vanuit de eigen behoeften of angsten.

Relatietherapie klinkt zwaar, en ja, het is hard werken, maar het is vooral ook een ontdekkingstocht naar jezelf en naar elkaar. Therapie is niet alleen maar heftig, er wordt in mijn spreekkamer ook heel wat afgelachen. Want humor relativeert en ontspant.

Ik heb niet alleen maar positieve resultaten. Helaas zijn er ook stellen die het niet redden. Waarbij er teveel beschadigingen zijn ontstaan die niet meer te repareren zijn. Stellen die soms al vanaf het begin van hun relatie van elkaar vervreemd zijn of in een klimaat van escalerende ruzies terecht zijn gekomen. Stellen die nog slechts bij elkaar zijn omdat er kinderen zijn, maar die geen enkele verbondenheid meer ervaren. Soms is er een ander in het spel en kiest een partner uiteindelijk voor een nieuwe relatie.

Mijn ervaring is dat hoe eerder een stel aan de bel trekt, hoe meer kans van slagen therapie heeft. Daarom mijn voorstel om relatie APK’s verplicht te maken. Want uiteindelijk is therapie goedkoper en minder ingrijpend dan een verbroken relatie of een echtscheiding.

Meer informatie

Wil je meer informatie kijk dan eens op:

Zorg dat je veilig én plezierig onderweg blijft!

zondag 6 augustus 2017

Vanzelfsprekend

Vanzelfsprekend

Je wordt geboren (in mijn geval als meisje), je wordt volwassen, je wordt verliefd, je trouwt en dan wordt je moeder. Dat was hoe ik het als kind bedacht had. Hoe ik het voorgeschoteld had gekregen door het milieu waarin ik opgroeide.

Inmiddels weet ik beter. Het eerste punt blijft staan. Je wordt geboren. Jij net zo goed als ik. Want anders schrijf ik dit nu niet, en jij leest het niet. Ik ben er, jij bent er. Fijn wel trouwens, dat er meer zijn, anders was het toch een wat saai bestaan geworden.

Hoera! Het is een...

Jaren geleden alweer. Jan Willem en ik zijn op vakantie in Nieuw Zeeland. We logeren bij mijn zus en zwager en hun vijf dochters. Mijn zus is hoogzwanger en zal tijdens de vakantie gaan bevallen. Ik mag erbij zijn. De verloskundige, een struise vrouw die van aanpakken weet, helpt mijn zus door een snelle bevalling heen. Het kindje wordt geboren en de verloskundige houdt het in haar handen. Dan klinkt het bijna verbaasd: ‘Ooooh it’s a BOY!’

Het lijkt vanzelfsprekend. Je wordt geboren. Je bent een jongen of je bent een meisje. Maar wist je dat er ook kinderen geboren worden waarbij het helemaal niet duidelijk is of het een jongen of een meisje is? Deze kinderen hebben beide geslachtskenmerken en de ouders staan voor de onmogelijke keus om het kindje als een jongen of meisje te bestempelen. Want geslachtsloos is wettelijk gezien niet mogelijk. Het is een onderwerp waar een taboe op ligt. Je kunt er meer over lezen op o.a. http://nnid.nl/

Volwassen

Oké, in mijn geval staat het meteen bij geboorte overduidelijk vast. Ik ben een meisje. Ik groei op en ontwikkel me. Ik volg de basisschool, haal een HAVO-diploma en doe een HBO-studie. Ik ga op m’n 18e op kamers. Ik voel me echt heel volwassen! Ik ben zelfstandig en red me prima.

Volwassen worden gaat niet vanzelf. Je zou kunnen zeggen dat een volwassene een individu is die zichzelf in het leven kan redden. Kijk je puur biologisch, dan is een volwassene volgroeid en geslachtsrijp.

Ik denk met een zeker gevoel van schaamte terug aan mijn naïviteit. Niet iedereen wordt volwassen. Er zijn kinderen met een verstandelijke beperking die daar hun hele leven mee moeten dealen. Misschien worden ze biologisch volwassen, maar hun geest blijft kinderlijk.

Ik denk aan al die kinderen en jongeren die voor ze de volwassen leeftijd bereiken sterven. Door vroeggeboorte, wiegendood, ziekte, noodlottige ongevallen, natuurgeweld, suïcide of omdat ze vermoord worden.

Volwassen worden gaat niet vanzelf(sprekend).

Verliefd

Als je een meisje bent wordt je verliefd op een jongen. En andersom. Dat is wat ik leerde. Dat is niet hoe het per se gaat. Wel wat het meest maatschappelijk geaccepteerd is. Maar meisjes worden ook op meisjes verliefd, en jongens op jongens. Soms ook op allebei. En wat verwarrend kan dat zijn! Wat zijn de reacties als je ‘uit de kast komt’? Hoe reageren je ouders, broers en zussen, opa’s en oma’s? Wat zeggen vrienden, buren, sportmaatjes of klasgenoten? En wat als je christen bent en je misschien wel geleerd hebt dat homoseksualiteit zondig is?

Onbekender, maar zeker ook voorkomend, is dat iemand op meerderen tegelijk verliefd is. Polyamoreus (mijn spellingcontrole kent het woord niet eens), zoals we dat noemen. Ook dat komt onder christenen voor. Waarschijnlijk ken jij er geen één, want waar er onder gelovigen al een taboe rust op homoseksualiteit, geldt voor polyamorie een taboe met hoofdletters.

Verliefd worden is niet vanzelfsprekend.

Samen verder

Ik werd verliefd op Jan Willem. Tijdens twee onvergetelijke Dabar weken op camping de Noordduinen in Katwijk. Als ik eraan terugdenk kan ik de vlinders weer voelen. Drie jaar later trouwen we. We zijn allebei 22.

Trouwen is allang niet meer de enige manier om samen verder te gaan. Je kunt ook samenwonen, geregistreerd of niet. Of een LAT-relatie onderhouden. Er zijn vast ook nog wel andere constructies om samen door het leven te gaan.

Niet iedereen vindt een partner waarmee hij (of zij) verder door het leven zal gaan. Er zijn bewust alleenstaanden, maar ik denk dat het gros van de alleenstaanden droomt of gedroomd heeft van een levenspartner. Hoe pijnlijk is het als je ouder wordt en je vrienden krijgen een relatie. Als je vrienden kwijtraakt omdat hun leven verandert en hun focus niet langer op jou is. Wat kan het zeer doen als je innig verliefde stellen in een restaurant ziet zitten, of in de kerk. Wat kan het stil zijn in huis als je na een dag werken vol indrukken thuis komt en je verhaal niet kwijt kunt.

Trouwen, vanzelfsprekend? Ik dacht het niet!

Trouw tot de dood ons scheidt

‘In ziekte en gezondheid, in goede en slechte dagen, tot de dood ons scheidt...’ Woorden die in de trouwplechtigheid gesproken worden. Natuurlijk meen je ze op dat moment uit de grond van je hart. Je gaat ervoor.

Maar wat een gebrokenheid en verdriet treft relaties. Partners gaan vreemd en scheiden. Ruzie of geweld maken een eind aan de relatie. Ernstige ziektes met blijvende gevolgen kunnen een relatie zwaar onder druk zetten. Ingrijpende gebeurtenissen kunnen zoveel schade aanrichten dat samen verder tot de dood ons scheidt geen optie meer is.

Soms vervreemden partners van elkaar. Blijken de verwachtingen van het huwelijk of van elkaar niet uit te komen en zijn verschillen niet te overbruggen.

Een paar weken geleden was ik op het 40-jarige huwelijksfeest van vrienden van ons. Opeens realiseerde ik me hoe bijzonder dat eigenlijk is. Absoluut niet vanzelfsprekend.

Kinderen krijgen

Als er één is die weet dat kinderen krijgen niet vanzelfsprekend is, dan ben ik het wel. Jullie kennen ons verhaal. Vol vertrouwen en goede moed begonnen aan het stichten van een gezin en na enkele maanden gedesillusioneerd de spreekkamer van de gynaecoloog uitkomen met de boodschap: Voor jullie geen kindje van jullie samen.

Ik ben de enige niet. In de loop van de jaren heb ik heel wat mannen en vrouwen ontmoet die ook zo graag een kindje wilden, een gezin, maar voor wie het er niet inzat. Soms door duidelijke oorzaken. Soms ook niet. Het hopen, het verlangen, miskramen soms... een heftige weg door het leven.

Ik ken ook mensen die wel kinderen kregen, maar hen ook weer kwijtraakten. Baby’s die overleden, soms nog voor de geboorte. Kinderen die ziek werden en stierven. Een (verkeers)ongeluk. Afschuwelijk, het gemis, de lege plek. Zo rauw. Het leven zal nooit meer als vanouds worden.

Mijn hart breekt ook als ik denk aan de vaders en moeders van onze pleegkinderen. Ouders die hun kindje niet mogen verzorgen en opvoeden omdat... er zijn zoveel redenen te bedenken. Maar één ding staat voor mij vast: Dit is niet wat zij gedacht en gewild hebben toen ze ontdekten dat ze een kindje verwachtten. Je hebt een kind, maar je hebt het ook niet, of misschien moest je het wel afstaan, gedwongen door de omstandigheden van je leven op dat moment.

Kinderen zijn geen vanzelfsprekend gevolg op een relatie.

Oordeel

Ik ben een christen. Soms schaam ik me daarvoor. Ik durf er voluit voor uit te komen dat ik geloof in God. Ik ben dankbaar dat ik weet dat Jezus het voor mij in orde heeft gemaakt met God door te sterven aan een kruis en weer op te staan uit de dood. Maar ik schaam me voor hoe we, in het algemeen, met al die anderen die ik hierboven beschreef omgaan.

Afgelopen weken heb ik het evangelie van Lucas gelezen en ben ik opnieuw onder de indruk geraakt van hoe Jezus met mensen omging.
Hij zocht juist diegenen op voor wie het leven niet vanzelfsprekend was. Hij bracht tijd door met tollenaars (afpersers), met zieken en bezetenen. Hij bekommerde zich om hoeren en sprak met hen. Hij was vol ontferming, bewogen en liefdevol voor iedereen. Behalve voor de geestelijk leiders van die tijd. Daar veegde Hij de straat mee aan, verbaal.

In Lucas 6:37 doet Jezus een opmerkelijke uitspraak. Eén die ik graag ter harte wil nemen en waarvan ik hoop dat we dat als christenen allemaal zullen doen:

‘Oordeelt niet, opdat u niet geoordeeld wordt...’

Dat is hoe ik wil kijken naar al die niet-vanzelfsprekende-situaties die ik hierboven noemde. Ik wel hen allemaal zien, kennen, als mens. Gehandicapt, beperkt, homoseksueel, transgender, polyamoreus, alleenstaand, gescheiden, verslaafd, ongehuwd moeder, samenwonend, man, vrouw, geslacht onbekend... geen oordeel. Gewoon mensen, zoals ik. Ik wil van hen houden met de liefde waarmee Jezus in Zijn tijd van al die niet vanzelfsprekende mensen hield. Niet om hen te bekeren of over te halen om op mijn manier te geloven maar om iets van die liefde die Jezus meer dan overvloedig heeft door te geven.

Dat is wat we allemaal nodig hebben. Vanzelfsprekend.

woensdag 1 maart 2017

Rouwband

Documentaire

Een tijdje geleden was er een indrukwekkende documentaire over rouw: ‘De achterblijvers’ Verschillende nabestaanden kwamen aan het woord en vertelden het verhaal van hun verlies. Het verlies van twee kinderen, een partner, ouders, een broer of zus. Aangrijpende verhalen waarin ieder op zijn eigen manier een weg zocht om het verlies te kunnen dragen en verenigbaar te maken met het eigen voortsnellende leven. Eén van de nabestaanden zei: ‘Eigenlijk zouden alle mensen in de rouw een rouwband moeten dragen.’

Ton

Afgelopen periode kwam de dood ook zomaar ons leven in toen Jan Willems vriend Ton na een periode van ziek zijn overleed. We zagen het aankomen, hij ging steeds meer en sneller achteruit en toen was daar het onvermijdelijke moment. Een afscheid, een moment van herinneringen delen en samen zijn, tranen en een lach en nog een allerlaatste blik op de kist. En dan moeten we loslaten. Wat heftig, wat jong ook nog. Ton heeft het goed nu, zijn ziekte is voorgoed voorbij, maar de achterblijvers moeten dealen met een grote lege plek. Rouw.

Verliezen

Ook in mijn praktijk kom ik regelmatig mensen tegen die met een verlies te maken hebben gekregen. Dat kan een verlies zijn door de dood. Het verlies van een vader of moeder, broer of zus, een kindje, soms zelfs nog ongeboren, een vriend of vriendin, een buur of iemand uit de kerk of van de sportvereniging. Maar er zijn ook zoveel andere verliezen die rouw met zich meebrengen. Ik denk aan echtscheidingen, verbroken relaties, dromen die niet in vervulling kunnen gaan, een onvervulde kinderwens, een ziekte waardoor je steeds beperkter wordt en die nooit meer overgaat. Het lijken misschien minder dramatische verliezen omdat de dood niet om de hoek komt kijken, maar het proces waar je doorheen moet is hetzelfde.

Rouwen

Rouwen is een proces en iedereen doet het op zijn eigen tijd en manier. Ik heb in mijn boek ‘Adem in, Adem uit’ ook geschreven over rouwprocessen en de fasen die daarbij horen: ontkenning, boosheid, onderhandelen, depressie en aanvaarding. Fasen die door elkaar heenlopen, soms langer en soms korter duren en die elkaar afwisselen (soms in hoog tempo).

Misschien heb jij op dit moment ook wel te maken met een verlies. In je eigen leven, of dicht in je buurt. Ben je of ken je iemand voor wie de tijd even stilstaat omdat er iets ingrijpends is gebeurd. ‘Eigenlijk zou iedereen die met rouw te maken heeft een rouwband moeten dragen.’ Van de buitenkant is het niet zichtbaar dat je verdriet hebt, dat je in de war bent of boos. Dat het leven zijn glans verloren heeft en er dagen zijn dat het zinloos lijkt om überhaupt uit bed te komen, laat staan de dagelijkse dingen te doen.

In de eerste periode na een verlies heeft iedereen aandacht voor je. Mensen staan voor je klaar, je krijgt kaarten, telefoontjes, misschien wordt er voor je gekookt of boodschappen gedaan. Maar al heel snel wordt dat minder. Het leven gaat verder voor iedereen. Voor iedereen, behalve voor jou. De tijd lijkt stil te staan, en toch ook weer niet. Wat is tijd eigenlijk een raar begrip als je met verlies te maken hebt gekregen.

Rouwband

Als we een rouwband zouden dragen, zouden mensen om ons heen beseffen dat ons leven helemaal niet vanzelfsprekend verder gaat. Het zou helpen om zonder woorden, zonder vragen, te begrijpen waarom je niet gezellig doet, of zomaar uit je slof schiet. Waarom je een verhaal maar half hoort of geen zin hebt om mee te doen met uitbundige gesprekken. Je zou niets hoeven uit te leggen, want de band zou voor zich spreken. Je zou anderen herkennen en samen stil kunnen staan en elkaar bemoedigen.

Hoe lang we zo’n band zouden moeten dragen? Zo lang als nodig is voor jou! Want rouw laat zich niet in een tijdspad dwingen. Rouwen is een proces dat tijd nodig heeft. Voor iedereen is dat anders. Het heeft ook te maken met de manier waarop het afscheid verlopen is. Heb je kunnen vechten? Was het een onverwacht, plotseling afscheid? Was er tijd om te wennen aan het idee van afscheid nemen? Het zijn allemaal factoren die meespelen in het rouwproces. Soms beginnen we al met rouwen voordat het afscheid er daadwerkelijk is. Dat is mooi als dat kan. Want dan kun je heel bewust toeleven naar een afscheid. Dat maakt het niet minder moeilijk, maar het maakt wel dat je heel bewust kunt omgaan met gebeurtenissen. Je kunt kostbare momenten vastleggen voor later. Maar als dat niet kan, als de dood of ziekte of gemis, zomaar je leven instappen, dan heb je een heel ander proces. Dan zul je heel bewust je herinneringen moeten opzoeken om die alsnog vast te leggen als je daar behoefte aan hebt.

Klokje rond

Ik zeg wel eens tegen mensen in mijn praktijk dat er sowieso een kalenderjaar overheen gaat om een klein beetje te ‘wennen’ aan het verlies. Het klokje van het jaar moet helemaal rond gaan. De eerste keer je verjaardag zonder... kerst en oud en nieuw. Op vakantie gaan en terugdenken aan hoe anders het vorig jaar nog was. Momenten in de tijd die als het ware als markeerpaaltjes opeens langs je weg staan. Weet je nog? Herinner je je dat? Toen zei ik nog... Het is goed om stil te staan bij zulke momenten en herinneringen. Het helpt in je rouwproces. Er zullen door zo’n jaar heen allerlei gevoelens door elkaar heen lopen, en alles is goed. Boosheid, verdriet, frustratie, gemis, leegte, verlangen, pijn, somberheid, gelatenheid... alles is oké. Zelfs als het allemaal op één dag langs komt. Het is normaal. Kijk maar ‘s in de spiegel... je hebt je rouwband nog om!

Rouw is de prijs van liefhebben



Misschien zouden we een rouwband moeten maken die zwart is maar langzaam maar zeker verkleurd door het zonlicht en de warmte. Ik weet niet of dat kan, maar het zou mooi zijn. Een band die van diep zwart naar heel licht grijs gaat. Totdat ie niet meer opvalt en niet meer nodig is. Ik vind het zo’n gek idee nog niet, zo’n rouwband.

Ik las een uitspraak die me raakte: ‘Rouw is de prijs die we betalen voor liefde’. Prachtig, zo is het. Als we niet zouden liefhebben, zouden we niet hoeven rouwen. Maar wat is een leven zonder liefhebben? Is dat wel leven? Ik denk weer aan Ton. Ik hield van Ton, zo’n eerlijk, puur mens. Altijd oprecht geïnteresseerd in hoe het met me ging. Wat hebben we gelachen met elkaar maar ook goede gesprekken gehad. Ik vergeet niet snel meer hoe hij op de dag van onze verhuizing op ons balkonnetje ging staan op de eerste verdieping en de buurt toesprak op een manier zoals alleen Ton dat zou kunnen. Herinneringen die blijvend zijn en die ik koester. Maar juist omdat Ton een plekje in mijn hart had, was het verdriet heftig en intens toen hij er niet meer was. Dat is rouw, de prijs van liefhebben. En, dat realiseer ik me heel goed, dan heb ik het nu over rouw-op-afstand, omdat het mijn directe leven niet raakt. Voor deze rouw hoef ik geen rouwband te dragen, maar in gedachten zie ik die band wel bij zijn kinderen.

Wees mild voor jezelf als je met verlies te maken hebt gekregen. Neem alle tijd die nodig is voor jou. Draag je rouwband zo lang als voor jou goed is. Wees mild voor anderen die met rouw te maken kregen. Geef hen de ruimte om zo vaak als nodig is te praten over hun verlies. Al is het honderdduizend keer hetzelfde verhaal. Luister en doe wat je kunt als het gaat om praktische dingen. Laat licht en liefde schijnen op die donkere rouwband zodat hij langzaam maar zeker kan vervagen. Wie weet draag jij op een dag zo’n band en wil jij ook met zoveel compassie omringd worden.

woensdag 3 augustus 2016

Vakantiebulletin (Kind in de knel)

Wandeling dinsdagavond
‘Mam, doen we nog een wandeling vanavond?’ Het is een traditie inmiddels. Damian en ik wandelen graag. Zeker als we op vakantie zijn. Samen de omgeving verkennen, het liefst een beetje de avontuurlijke paadjes en het liefst ‘s morgens vroeg of als het bijna donker wordt. Regen of niet, dat maakt niet uit. Onderweg hebben we hele gesprekken. We halen herinneringen op, ik vertel verhalen van wat ik allemaal heb uitgevreten vroeger of we maken plannen van wat we allemaal nog willen doen.

Ik begin erin te komen. Een vakantieritme. Het klinkt misschien gek, maar ook in de vakantie heb ik een ritme nodig. Ook de kinderen doen het daar beter op. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn, dat geeft rust. Ik heb mijn doelen wat naar beneden bij gesteld. Ik ga het niet halen om al mijn boeken uit te lezen, en ik betwijfel of ik aan schrijven in mijn boek toe kom. Maar, geen nood, ook na de vakantie gaat het leven verder.

Vandaag zijn we rustig opgestaan en onder het genot van een kop cappuccino (na drie dagen weet ik weer hoe je de perfecte filterkoffie zet...) wakker geworden. Een beetje spelletjes gedaan op de ipad en wat gelezen en toen om een uur of 12 richting de bowling. Tjonge, ik voel me echt meer dan burgerlijk. Dit is exact wat ik vroeger met mijn ouders deed. We gingen ieder park af, hadden een uit eten arrangement, broodjes aan de deur, speelden een potje midgetgolf en bowlden een uur. Ha ha... wij doen het nu precies zo! Behalve dan dat ik wel ga zwemmen met de kinderen en ik me mijn ouders niet in zwemkleding kan heugen (of het moet een verdrongen herinnering zijn...).

Damian won het eerste potje bowlen, hoewel Mike nauwelijks voor hem onder deed. Het is grappig om het verschil in karakter te zien. Bij Mike moet het zo hard mogelijk, en bij Damian is het al een kunst als de bal het eind van de baan haalt. Ach, dit valt nog in het niets bij een ander kind dat we in huis hebben gehad en die echt zijn eigen krachten niet kende. Hij gooide als zes jarige de bowling bal zo hard dat ie op de baan ernaast terecht kwam!

Terug in het huisje (complimenten aan mezelf overigens dat ik met voorkeursboeking zo’n strategisch goed plekje op het park heb weten te scoren waarbij niets verder lopen is dan 3 minuten... behalve de pizzeria dan...) broodjes met knakworst gemaakt en de jongens even lekker achter een film gezet. Ondertussen doe ik de afwas en maak de zwemspullen klaar. Want zwemmen is een vast onderdeel van de dag. Ik haat zwemmen, maar in de vakantie geef ik me er aan over. Dat is mijn offer.
Het is erg druk in het zwembad. Misschien omdat het zo’n regenachtige dag is en wij niet de enigen zijn die hier afleiding zoeken. Echt zwemmen kun je niet en de ballen vliegen om je oren, maar ach, we zijn lekker bezig. Mike ben ik al snel uit het oog verloren, waarschijnlijk heeft hij het buitenbad opgezocht en Damian maakt er een spelletje van om door het zwembad te snorkelen en zo ongezien mogelijk opeens weer naast je op te duiken. Ik zie hem natuurlijk wel, want de hele tijd zie ik een blauw met fel oranje pijpje van de snorkel net boven het wateroppervlak. Het is vermakelijk. We zwemmen eerst binnen, dan buiten, omdat daar het water warmer is en als Damian het dan uiteindelijk koud krijgt, hij heeft geen grammetje vet op z’n lijf, ga ik douchen en hij opwarmen in de hot whirlpool.

Enigszins opgefrist door de warme douche, op m’n slippers (ik vind zwembadvloeren smerig), zak ik in een luie stoel aan de waterkant. Even bestudeer ik de mensen in het water. Ouders met kinderen, kleffe stelletjes (ik hoor mijn zusje nu al zeggen dat Jan Willem en ik vroeger precies hetzelfde deden) die schijnen te denken dat ze alleen in het zwembad zijn, maar het mooist zijn de opa’s en oma’s met hun kleinkinderen. Het is leuk om te zien hoe opa’s met hun kleinkinderen gooien en oma’s bezorgd zijn om de wilde spelletjes. Kostbaar als je dat kunt doen met je kleinkinderen. Kostbaar als je opa en oma mag worden. Of als je vader en moeder mag worden.

Ik duik in m’n boek. ‘Kinderen in de knel’, een boek over vechtscheidingen. Ik maak het van dichtbij mee. In mijn praktijk, maar ook in mijn omgeving. Kinderen die in twee werelden opgroeien die lijnrecht tegenover elkaar staan en steeds meer in de knel en de daarbij behorende verwarring terecht komen. Ik herken wat er geschreven staat en voel me uitgedaagd om er mee aan de slag te gaan als ik straks terug kom van vakantie. Ik begin net aan het derde hoofdstuk als Damian naast me staat: ‘Er heeft een baby in het bubbelbad gekotst!!!’ Gatjakkie, natuurlijk, dat kan allemaal gebeuren. Een badmeester met een groot schepnet reinigt het bad zo goed als het lukt... Brr... ik ga er niet in... Damian wel. Nog één rondje bubbels, dan eruit en naar het restaurant.

We eten nog een avond in het buffet restaurant. Dat is vakantie wat mij betreft. Niet hoeven koken, niet na te hoeven denken over het eten maar gewoon kunnen aanschuiven en opscheppen. De kinderen genieten. Dus wij ook! Verzadigd en tevreden lopen we terug naar het huisje. Het lijkt bijna gestopt te zijn met regenen. Voor vanavond maakt het niet uit. Ik heb haardblokken gekocht en Jan Willem mag straks zijn achternaam eer aan doen! Want dat hoort natuurlijk ook wel bij zo’n burgerlijke vakantie... het haardvuur!

Ik blijf erbij: Eigen haard is goud waard! Maar dit is toch zeker ook wel zilver!

zondag 28 februari 2016

Schijn-heilige!

Ik heb me altijd in een redelijk veilig christelijk wereldje begeven. Ik zat op een christelijke basisschool, een reformatorische middelbare school gevolgd door de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Mijn vrienden waren allemaal christen en in mijn vrije tijd deed ik ook vooral dingen die  met het geloof of met de kerk te maken hadden. Mijn kerkelijke loopbaan was zo ongeveer van het ene uiterste (gereformeerde gemeente, zwarte kousen en hoeden) naar het andere uiterste (evangelische gemeente, tongentaal en vallen in de geest) met op dit moment een ietwat gematigde periode (baptisten, van Johan de Heer tot Hillsong). Ergens ben ik opgegroeid met de gedachte dat je als gelovige toch wel een beter mens ben dan die ongelovige wereldse rakkers. Ik had mijn oordeel over allerlei onderwerpen klaar en als het zo uit kwam wilde ik iemand daar best wel even lekker mee om de oren slaan.

De laatste jaren zijn er heel wat scheuren en barsten gekomen in mijn beeld van de kerk. Niet speciaal van de kerk waar ik in zit, maar in het algemeen. De verschillende clubjes christenen die op zondag samenscholen, daar hun ding doen met elkaar of luisteren naar een one-man-schow, maar die elkaar ondertussen pijn doen, kwetsen en veroordelen. Nu is het natuurlijk ontzettend makkelijk om te wijzen naar het instituut kerk en net te doen alsof ik daar zelf geen deel van uit maak. Ik sta ook op een ledenlijst en ik hoor er ook bij. Maar ik voel me er best wel ongemakkelijk onder.

In september vorig jaar startte ik met een vierjarige studie. Ik zal jullie opbiechten dat ik voordat ik mijn definitieve keus maakte eerst alle “veilige” routes bekeken heb. Op de CHE zag ik een interessante opleiding tot contextueel therapeut. Bekend terrein en gegarandeerd christelijk. Ik bekeek de opleiding van Vrij Zijn om dienstbaar te kunnen worden in het bevrijdingspastoraat. Een gat in de markt  als ik om me heen kijk en hoor van zelfs een wachtlijst bij ons plaatselijke “bevrijdingsteam”.  Ik struinde het internet af op zoek naar iets passends maar had nergens echt een goed gevoel over. Tot ik de opleiding aan het Kempler Instituut zag voor Ervaringsgerichte Psychosociale Therapie en Gestalt Gezinstherapie. Ik hakte de knoop door en schreef me in. Het Kempler Instituut is een openbare opleiding. Ik kwam in een groep van ruim 20 studenten terecht waarvan zo’n beetje een derde christen is en de rest niet. In de intervisiegroep (een kleinere groep studenten die tussen de weekenden door ook bij elkaar komen) was ik de enige christen.
Inmiddels heb ik er zes studieweekenden opzitten. Weekenden waarin we ontzettend openhartig zijn geweest, waarin we een kijkje namen in elkaars levens en waarin soms zeer pijnlijke dingen die we meemaakten op tafel kwamen. Weekenden waarin ik me, als christen, soms schaam om wat we als kerk hebben gedaan. Ik voel me plaatsvervangend schuldig als ik hoor hoe mensen zijn afgewezen en afgedankt door medechristenen omdat ze homo of lesbisch zijn. Mijn hart doet pijn als ik hoor hoe er onder het mom van Bijbelteksten en soms zelfs met de dreiging van hel en verdoemenis kinderen gebroken zijn voor het leven. En in mijn praktijk, waar ik natuurlijk juist de verhalen hoor van kapotte levens, kom ik hetzelfde tegen. Afwijzing of stilzwijgen als er dingen gebeuren waar we geen antwoord op hebben. Echtscheiding, verslaving, pornografie, overspel, misbruik (ook in de kerk)... dat het niet goed is is makkelijk gezegd, maar hoe dan verder?

Ik ben me heel bewust van mijn christen-zijn op dit moment. In mijn terugblik op het jaar 2015 schreef ik dat ik meer christen ben geworden en minder kerkmens. En dat is ook mijn verlangen. Dat mensen mij zien als christen, een volgeling van Christus, en niet als een vertegenwoordiger van de kerk. Ik heb er de laatste maanden veel over nagedacht. Hoe zou Jezus het gedaan hebben als Hij in mijn plaats daar tussen mijn studiegenoten had gezeten?  Zou Hij opspringen en veroordelen als Hij hoorde dat een vrouw een relatie met een vrouw heeft? Zou Hij komen met woorden van dreiging en afwijzing? Hoe zou Hij het vinden als Hij hoorde dat Zijn volgelingen zo onbarmhartig zijn tegenover de ongelovigen?  Of dat Zijn woorden gebruikt zijn om kinderen angst aan te jagen en te breken? Ik denk dat Hij inderdaad tekeer zou gaan. Maar niet tegen de lesbische of gescheiden vrouw, niet tegen het gekwetste mens, of tegen de misbruikte jongen. Hij zou tekeer gaan tegen Zijn volgelingen: “Jullie maken Mijn naam te schande! Jullie zouden lief moeten hebben zoals Ik!” Ik weet niet of het jullie wel eens is opgevallen bij het lezen van de verhalen over Jezus, maar vooral de geestelijken van die tijd, de schriftgeleerden en religieuzen krijgen er met enige regelmaat van langs. Woorden als “huichelaars, schijnheiligen, witgepleisterde graven en adderengebroed” kun je nu niet bepaald complimenteus noemen. Terwijl als je kijkt naar hoe Jezus omging met hen die gezondigd hadden, er een verkeerde levensstijl op na hielden, overspelig waren of ziek, bezeten of niet horend bij het Joodse volk (vreemdelingen dus), dan is dat vol liefde, bewogen, van harte, vergevend en mild. Dat is hoe het zou moeten zijn. Zo moeten de christenen met elkaar maar zeker ook met mensen die er een andere mening op na houden omgaan! Als Christus.

Wat ben jij? Een schijn-heilige of een heilige die schijnt? Een interessante vraag die wellicht confronterend is als je er in alle eerlijkheid over na denkt. Ik hoop dat ik, op de plekken waar ik ben, zal schijnen. Dat als mensen met mij omgaan ze iets merken van Christus liefde voor hen door mij heen. Dat het me steeds beter zal lukken om mijn ingesleten en vastgeroeste oordelen over dingen waar ik me nog nooit goed in verdiept heb, maar die ik gewoon heb geslikt als zoete koek, aan de kant te zetten en met Jezus ogen kan kijken en met Zijn oren kan horen naar het verhaal achter die ander.
Dat ik er voor die ander kan zijn als vriend, als mens, als naaste, betrokken en oprecht. Misschien wel dat ene straaltje zon dat schijnt in een donker leven.

De kerk? Ach, dat is een verzameling mensen met ieder z’n streken en fouten en met ook heus wel goede en fijne dingen. De kerk, dat ben ik vooral zelf, omdat ik een christen ben en daarmee een onderdeel ben van die grote wereldwijde en de eeuwen doorgaande club volgers van Christus.
Tijdens het vorige studieweekend moesten we een zogenaamde onwillige vader overhalen om naar een hulpverleningsgesprek te komen. Hij zei: “Ik kom niet, ik heb niks met hulpverleners en ik geloof niet meer in hulpverlening.” Hierop zei de trainer: “U heeft niks met hulpverleners, maar u heeft mij nog nooit ontmoet! Ik ben (...naam...) en ik wil graag uw kant van het verhaal horen.”
Ik bedacht me dat het zo ook vaak gaat met mensen. Ze hebben niks met de kerk, ze hebben er teveel narigheid mee meegemaakt, ze geloven er niet meer in. Maar hebben ze jou, mij, al ontmoet? Wij kunnen het verschil maken.
Schijn-heilig blijven of schijnen als heilige?!

Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht
Dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht
En Hij wenst dat ieder tot Zijn ere schijnt
Jij in jouw klein hoekje, en ik in ‘t mijn