Posts tonen met het label kwetsbaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kwetsbaar. Alle posts tonen

zondag 15 januari 2017

Niet klagen maar vragen!

‘Niet klagen maar dragen...’ Je hebt ‘m vast wel eens gehoord, deze uitspraak. Eigenlijk een regeltje uit een gedicht van Nicolaas Beets. Vandaag las ik in m’n studieboek een mooie uitspraak:
Een klacht is eigenlijk een verpakte wens.
Ik dacht erover na. Een paar dagen geleden kwam ik een grappig evenement op facebook tegen: Klaagvrije maandag ( https://www.facebook.com/events/181...). De maandag lijkt überhaupt voor veel mensen de dag bij uitstek om te klagen! Het weekend is weer voorbij, was veel te kort, te veel gegeten, te weinig geslapen, de kerkdienst was niet boeiend, de kinderen verveelden zich en dan ook nog een verplichte verjaardag. Voor we het weten staan we mopperend bij het hek van het schoolplein, of bij de koffieautomaat op het werk. 
 
Een klacht is eigenlijk een verpakte wens. Daar zit wel veel waars in! Als ik klaag dat ik het te druk heb, bedoel ik eigenlijk dat ik zin heb om een avond iets gezelligs te doen met Jan Willem. Als ik klaag over de regen en de wind, bedoel ik dat ik zin heb in de lente of de zomer waar ik met een lekker zonnetje naar m’n werk kan fietsen. Toch is klagen geen prettige manier van communiceren. Als je te veel klaagt dan loop je het risico om door je omgeving als zeurpiet, mopperkont, pessimist, graftak of zuurpruim te worden uitgemaakt. Door te klagen maak je jezelf ook machteloos omdat je meestal klaagt over dingen die buiten jezelf liggen en waar jij geen invloed op hebt. 
 
In mijn praktijk werk ik veel met echtparen. Zij zijn over het algemeen goed geoefende klagers. 
Mijn man is bijna nooit thuis. 
Mijn vrouw heeft geen behoefte aan sex. 
Mijn man kan het alleen maar over auto’s en computers hebben. 
Mijn vrouw is meer bezig met haar hobby’s dan met mij. 
Mijn man komt nooit met een spontaan idee. 
Mijn vrouw wil op vakantie met vriendinnen. 
Mijn man doet niets uit zichzelf in huis. 
Mijn vrouw flirt met collega’s.
 
Een klacht is eigenlijk een wens. Ja, inderdaad. Want onder alle klachten die ik hoor, niet alleen bij echtparen maar ook bij ouders, kinderen en mensen alleen hoor ik een wens, een onuitgesproken verlangen. Maar daar komen we niet mee, niet in eerste instantie. Ik ga steeds beter begrijpen waarom dat zo moeilijk is. Want als we komen met een klacht ligt het aan een ander, die moet iets anders doen. Terwijl als we komen met een wens, we op ons kwetsbaarst zijn, we iets over ons zelf zeggen dat heel gevoelig is en we ook nog eens het risico nemen om afgewezen te worden. 
 
Zeg mij niet wat ik fout doe. Zeg mij wat je nodig hebt.
Niet klagen maar vragen! Hoe spannend en kwetsbaar ook. Ga eens oefenen. Probeer je de laatste keer dat je ergens over klaagde eens te herinneren en denk dan eens na wat je nou eigenlijk echt wilde. Misschien is het nieuw voor je om überhaupt te bedenken wat je wilt en waar je behoefte aan hebt. Misschien heb je nooit geleerd om daarbij stil te staan of kom je uit een gezin waar een eigen mening niet gewaardeerd werd en jouw wensen er niet toe deden. Dan wil ik je des te meer uitdagen: ga er eens voor zitten en schrijf het op! 
 
Wist je dat ieder mens, niemand uitgezonderd, behoefte heeft om erkend te worden, te mogen bestaan en geliefd te zijn? Dat is niet raar, zo zijn wij gemaakt. We zijn bestemd om in relatie met de ander te leven. Ik gebruik vaak dit lijstje van behoeften (de een zul je meer herkennen dan de ander): 
  • Behoefte om geaccepteerd te worden 
  • Behoefte aan nabijheid - Behoefte aan begrip 
  • Behoefte om belangrijk gevonden te worden 
  • Behoefte om geliefd te worden 
  • Behoefte dat de ander de goede dingen in je ziet 
  • Behoefte aan waardering 
  • Behoefte aan veiligheid 
  • Behoefte om gezien te worden 
 
Leg je klachten eens naast dit lijstje van behoeften en probeer een wens te formuleren. Je wordt er een veel prettiger mens van als je in plaats van klagen over wat een ander tekort komt, het bij jezelf houdt en je verlangens uitspreekt. Dat stimuleert een open relatie waarbij je elkaar van hart tot hart kunt ontmoeten. Zowel in je relatie, als in vriendschappen, maar ook op het werk of in de kerk, of als het om buren of familie gaat. Niet klagen maar vragen! Ik stel voor om te beginnen met een klaagvrije maandag, gevolgd door een klaagvrije week, een klaagvrije maand, een klaagvrij jaar en tenslotte een klaagvrij leven! Misschien komt het gedicht van Nicolaas Beets dan nog wel van pas: 
 
Niet klagen, 
Maar dragen, 
En vragen 
Om kracht; 
Niet zorgen 
Voor morgen 
Bij vallende nacht!
 
Niet beven 
Voor ’t leven 
Gegeven Van God; 
Maar ’t heden 
Besteden 
Haar plicht en gebod!
 
Niet dringen 
In dingen 
Door niemand bevroed, 
Tevreden 
Te treden 
Bij ‘’t licht op het pad’ en ‘de lamp voor den voet’.

woensdag 11 november 2015

Oprecht klungelen

Een nieuwe studie... het voelt als een nieuwe fase in mijn leven. Na twee opleidingsweekenden waarin ik zelf ook heb mogen snuffelen aan het werken als therapeut met deze voor mij nieuwe benadering van problemen ben ik heftig enthousiast. Wat ik die trainers daar zie doen, dat wil ik ook kunnen! Niet als trucje maar als manier van leven én werken. Toch voel ik me onwennig en onzeker en twijfel ik ergens diep van binnen aan mijn kunde en geschiktheid als hulpverlener.
Vol energie zet ik de volgende stap in de richting van het derde opleidingsweekend. Ik maak de tafel leeg, pak mijn boeken, aantekeningen, markeerstift, pen en een grote mok koffie en ga zitten. De eerste zin, of eigenlijk de omschrijving van de eerste paragraaf is direct raak:
“De kwaliteit van de oprechte klungelaar”

Zo... die zit! Dat is precies goed omschreven hoe ik me voel en wat ik eigenlijk ben, maar niet wil zijn. Mijn aandacht is gepakt en ik lees de herkenbare tekst door. Hoe je als hulpverlener geneigd ben om maar net te doen alsof je het allemaal al weet, terwijl je eigenlijk zoekend bent naar hoe je het moet aanpakken. En eigenlijk geef je dan ook nog eens het slechte voorbeeld voor je bezoeker van wie jij wel verwacht dat hij eerlijk is over zijn tekortkomingen en onzekerheden.
“Door oprecht te durven klungelen en daar eerlijk voor uit te komen zet de hulpverlener zijn eerste stappen op een levenslange leerweg...”
Ik lees het hoofdstuk in één ruk uit en slaak een diepe zucht van opluchting. Dit is bevrijdend! De enige die verwacht dat ik alles in één keer weet en goed doe ben ikzelf! Die lat leg ik zelf zo hoog. Niemand anders vraagt dat van mij.

Ik heb getwijfeld of ik hierover zou schrijven, want alleen al dit opschrijven is kwetsbaar. Maakt mij kwetsbaar, omdat ook de bezoekers van mijn praktijk dit lezen. Toch doe ik het want ik zie er vooral een hele grote kracht in. Een kracht die ik nu heel voorzichtig aan het ontdekken ben bij mezelf. Klungelen klinkt allesbehalve professioneel, dus wellicht dat ik na het publiceren van deze blog mijn praktijk kan sluiten omdat mijn bezoekers van mij verwachten dat ik het antwoord heb en de oplossing voor hun problemen. Dat risico neem ik dan maar. Ik hoop natuurlijk dat het anders uitwerkt en dat de nadruk veel meer komt te liggen op het woord “oprecht” dan op het woord “klungelen”.

Oprecht klungelen heeft vooral met mijzelf te maken. Niet met mijn kennis van methodes en technieken. Niet met mijn ervaringen die ik inmiddels heb opgedaan in mijn leven en met therapietrajecten. Nee, het heeft te maken met wie ik ben en met hoeveel ik van mezelf wil zien en ook bewust wil inzetten in de hulpverlening. Hoe oprecht wil ik zijn? Wil ik altijd maar overkomen als de sterke, optimistische, krachtige, humoristische vrouw of mag het twijfelende, soms angstige of juist boze / gefrustreerde deel van mij ook meedoen in het beeld dat mensen van mij hebben (en dat ik van mezelf heb... dat vooral). Ofwel: neem ik mezelf, wat ik ervaar, voel, denk, intuïtief oppik, serieus?

Eerlijk is eerlijk... daar heb ik moeite mee. Het is wat we in de opleiding noemen: “Het niet toegestane deel in jezelf”. Iets dat iedereen heeft en dat er bij iedereen anders uitziet. Het tegenovergestelde van datgene dat jij (en je omgeving) acceptabel vindt. Eigenlijk is het dát stukje in jezelf dat jij niet acceptabel vindt en dat er dus eigenlijk niet mag zijn.
Er zijn heel veel varianten te bedenken van niet-toegestane delen: Je mag boos zijn, je mag om hulp vragen, je mag fouten maken, je mag huilen, je mag een eigen mening hebben.
Bij mij viel het kwartje na het eerste opleidingsweekend. Ik zag het helder en duidelijk voor me wat mijn niet toegestane delen zijn: “Ik mag fouten maken / ik hoef het niet (in één keer) te kunnen” en “negatieve emoties mogen er zijn”.
Je kunt de niet toegestane delen vergelijken met om aandacht schreeuwende kinderen. Pas als je er naar luistert en hen ziet en erkent stopt het geschreeuw. Ze het zwijgen opleggen helpt maar voor eventjes.

Mijn leerdoel voor de komende vier jaar heb ik herschreven. Ik wil een oprecht klungelende maar kwalitatief goede hulpverlener worden. 
Oprecht: in de eerste plaats naar mezelf toe: Wat ervaar ik? Wat doe ik? Wat voel ik? Wat vertelt mijn gevoel me en ga ik dat in deze situatie inzetten? Oprecht naar de mensen om me heen door te kunnen delen dat ik met dezelfde angsten en schaamte en onzekerheid worstel als zij.
Klungelend: Vallen en opstaan, experimenteren en kijken wat er gebeurt. Kijken naar hoe anderen het doen en proberen wat daarvan bij mij past, of juist niet.
Kwalitatief goed: Me blijven verdiepen in de theorie, zo breed mogelijk en waar nodig dat gebruiken.

Ik hoop dat mijn voorbeeld anderen weer aanzet om ook oprecht te gaan klungelen. Misschien niet als hulpverlener, maar als mens. Als vriend of vriendin, als partner, als collega misschien. Laat ook eens iets zien van die andere kant van jou die er ook is en die schreeuwt om gezien te worden! Dat is spannend of misschien wel doodeng, maar het maakt je wel een completer mens. Een mooier mens!
Ik ga ervoor... klungel jij mee?

dinsdag 19 mei 2015

Kwetsbaar zijn... durf jij het?

"De kracht van kwetsbaarheid", een inmiddels bekend boek van Brené Brown. Ik heb het nog niet gelezen, maar dat gaat binnenkort gebeuren als ik me verbeeld zeeën van tijd te hebben na mijn operatie. Toch kwam het thema "kwetsbaarheid" de afgelopen weken, misschien wel maanden, vaak in mijn gedachten.

"Hoe is het met je?", de standaardvraag die we elkaar stellen bij een ontmoeting. "'Goed hoor en met jou?", is misschien wel het meest gehoorde antwoord op deze vraag. Wat weten we over elkaar en van elkaar en wat laten we echt van onszelf zien aan een ander?

Afgelopen zondag zei degene die de kerkdienst leidde dat er zo'n bijzondere verbondenheid in de gemeente was te merken rondom de zwangerschap, de geboorte en het overlijden van Levi. Dat was ook zo. Er werd aan alle kanten meegeleefd, gebeden, praktische hulp geboden, kaartjes gestuurd, maaltijden gebracht en ga zo maar door. Met elkaar leefden we mee en deelden het verdriet. Ik dacht erover na: Wat maakt nou dat er in deze situatie zoveel verbondenheid wordt ervaren, terwijl ander lijden in onze gemeente, maar ook in de samenleving, of in je familie misschien wel onopgemerkt blijft? Is dat puur omdat het hier om een klein kindje ging? Om zo'n groot verlies? Is het omdat Marije en Richard misschien tot de meer betrokken en op de voorgrond zijnde gemeenteleden horen? Dat laatste zeker niet... ik ken hen als een bescheiden en "gewoon" gezin.

Ik denk dat het antwoord ligt in kwetsbaarheid.
Wat is kwetsbaarheid eigenlijk? Als ik het opzoek in het woordenboek komen er betekenissen uit als: Broos, fijngevoelig, te treffen, fragiel. De mooiste omschrijving die denk ik het dichtst bij de werkelijkheid komt vind ik: Kwetsbaar is weinig beschermd tegen beschadiging.
Weinig beschermd tegen beschadiging...
Over het algemeen doen wij juist het tegenovergestelde. We stellen alles in het werk om maar niet beschadigd te raken door het leven of door de mensen om ons heen. We laten mensen niet te dichtbij komen, praten het liefst over koetjes en kalfjes, leiden de aandacht af van onszelf als we met moeite rondlopen, houden problemen in onze relaties of vriendschappen voor onszelf, huilen niet in gezelschap en hebben het liever over een ander dan over wat ons bezig houdt.
En ik snap het... helemaal! Ook ik ben opgegroeid, zoals zovelen, in een gezin waar het nergens over ging. De onderwerpen waren jaar en dag (en nog steeds) hetzelfde: het weer, vakantie, de dominee (of als er geen dominee was de stand van zaken rondom de volgende beroeping), de roddels over de kerkgangers, buurtbewoners of familieleden. Kwetsbare, gevoelige zaken werden gemeden. Er werden cynische grappen gemaakt waarmee we elkaar onder tafel schoffelden of waarmee we verdriet weg lachten. En de boodschap waarmee je de buitenwereld tegemoet trad was duidelijk: "Bij ons gaat alles goed!" Je hangt niet de vuile was over je gezin buiten.

Ik denk even terug aan de afgelopen maanden. Richard, Marije en hun kinderen. De kleine nog ongeboren Levi waarvan al zo snel duidelijk was dat hij niet bestemd was voor het leven hier op aarde. Marije en Richard waren er open over. Ze deelden het nieuws, met hun kinderen, met hun families, met de gemeente, op facebook. Marije schreef over haar gedachten en gevoelens in die periode en deelde dat met hen die het wilden lezen. Ze plaatsten updates in de nieuwsbrief van de kerk en nodigden alle betrokken mensen uit om op de zondag in de week voordat de bevalling zou plaatsvinden bij hen thuis te komen bidden.
Kwetsbaarheid... weinig bescherming tegen beschadiging. Het was een risico dat ze namen... hun kwetsbaarheid had kunnen leiden tot vervelende, kwetsende, opmerkingen. Misschien tot vragen of een veroordelende houding. Tot onbegrip.
Ze hadden het ook anders kunnen doen. Ze hadden andere besluiten kunnen nemen en het advies van de artsen opvolgen: laat deze embryo weghalen, het is kansloos. Ze hadden dat kunnen doen voordat iedereen op de hoogte geweest zou zijn van wat er speelde. Niemand had het hoeven weten, misschien ooit eens, over heel veel jaar, als het ter sprake zou komen. Ze hadden zich kunnen terugtrekken en zich afzijdig kunnen houden van iedereen en vragen kunnen vermijden.
Maar voel je, al lezend, al denkend over deze situatie en de mogelijkheden, wat het gevolg zou zijn geweest? Onkwetsbaarheid, dat wel. Maar ook: eenzaamheid, stil verdriet, geen meeleven, misschien wel isolatie of schuldgevoel.

Kwetsbaar zijn is een risico. Je kunt beschadigd worden. Door kwetsbaar te zijn doe je als het ware je pantser uit en zet je je helm af. Je kunt geraakt worden. En dat kan pijn doen. Maar er is ook een andere kant. Kwetsbaarheid nodigt uit. Pas geleden waren we in het Archeon en daar kon je van die oude helmen opzetten en pantsers passen. Loodzwaar waren die dingen en het enige dat je nog zag waren je ogen. Ja, je bent er goed mee beschermt voor vijandige aanvallen, maar daar heb je dan ook alles mee gezegd. Je beweegt je er niet makkelijk mee, je kunt geen non-verbale taal meer aflezen, je bent als het ware onzichtbaar geworden.
Kwetsbaarheid maakt zichtbaar. Het gevoelige, tere, soms onbesprokene mag zichtbaar worden. Dat kunnen mooie, dankbare dingen zijn, maar ook pijnlijke, teleurstellende dingen. Door de buitenwereld iets van jouw binnenkant te laten zien wordt je kwetsbaar. Dat is de ene kant. Maar de andere kant is dat je door zelf kwetsbaar te zijn de ander de kans geeft er voor jou te zijn, naast je te staan, met je mee te dragen. Dat voelt misschien wat onwennig, of soms zelfs te veel. Of misschien ben je automatisch geneigd, net als ik, om aangeboden hulp maar af te wimpelen (ik kan het zelf wel, ik ben sterk!).  Maar daarmee trek je het pantser weer aan, dat loodzware ding, en ploeter je zelf weer (onkwetsbaar) door.

Toen ik nadacht over de verbondenheid die we als gemeente hadden ervaren rondom Levi, kwam het woord kwetsbaarheid steeds weer in me op. Door hun kwetsbaarheid, door het delen van hun verhaal, hadden Richard en Marije de mensen om hen heen de kans gegeven mee te leven, verbonden te zijn, mee te dragen, mee te bidden en te danken, mee te huilen. Hielp dat? Niet in de zin dat ze Levi daarmee bij zich hebben kunnen houden. Maar ik ben ervan overtuigd dat het wel degelijk geholpen heeft, en gaat helpen om op een goede manier om te gaan met dit enorme verdriet en verlies.
Mijn hart is geraakt door reacties van mensen op het verhaal van Richard en Marije. Mensen die zelf een kindje hebben verloren, of een broertje of zusje, soms zelfs meerdere, maar bij wie dat verlies er niet mocht zijn. Omdat de tijd toen zo anders was en er niet over gesproken werd. Bij wie zo'n kindje maar zo snel mogelijk werd weggenomen en begraven, soms zonder dat de moeder of vader het gezien hadden. Wat een bevroren tranen en leed zit daarachter!
En, mede door een (kwetsbaar) gesprek, na afloop van de afscheidsdienst voor Levi, werd ik me ook bewust van mijn eigen onkwetsbaarheid. Ja, er zijn momenten dat ik heel kwetsbaar ben en geweest ben. Ik heb me kwetsbaar opgesteld toen ik mijn boek schreef en pijn deelde met de lezers. Maar hoe vaak ben ik nu echt, kwetsbaar, eerlijk? Mag ik van mezelf huilen als op moederdag mijn buik zo leeg voelt? Mag ik zeggen dat ik de komende operatie ook gewoon hartstikke spannend vind en er zo af en toe ook als een berg tegenop zie?
Wat zeg ik als mensen aan mij vragen: "Hoe is het?"
En aan de andere kant... geef ik mensen de kans om er voor mij te zijn als ik het moeilijk heb? Kan de gemeente in mijn situatie ook iets van die verbondenheid ervaren door er voor mij te mogen zijn? En hoe zit dat met al die andere mensen in onze kerk, of omgeving, of familie, die lijden met zich mee dragen? Mag verdriet, pijn, leed, tragedie, relatieproblemen, verslaving, depressie, werkeloosheid, schulden, etc. etc. nog genoemd worden? Mag het er zijn? Mogen het met elkaar dragen?

Kwetsbaarheid... weinig bescherming tegen beschadiging
Kwetsbaarheid... veel bewogenheid en meeleven in jouw moeite
Onkwetsbaarheid... krachtig en onaantastbaar
Onkwetsbaarheid... eenzaam en opgesloten in jezelf

Wat kies jij? Durf je het risico te nemen? Wat zou de wereld er anders uit komen te zien als we meer kwetsbaar zouden zijn...