Posts tonen met het label bijbel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bijbel. Alle posts tonen

zondag 2 april 2017

De medaille

Niet zomaar

Heb je wel eens een medaille behaald? Of wellicht een beker? Dan weet je dat je die niet zomaar krijgt. Je moet er iets voor doen, een prestatie leveren, trainen, doorzetten, soms zelfs pijn lijden, maar dan, aan het eind krijg je de beloning, de prijs. Die neem je mee naar huis. Hij krijgt een ereplekje, een plaatsje waar je hem vaak even ziet en waar anderen hem ook kunnen bewonderen. En op speciale gelegenheden draag je de medaille misschien zelfs wel! Het is tenslotte iets om trots op te zijn! Het prachtig glimmende brons, zilver of goud tonen we graag aan anderen. Logisch toch?

Twee kanten

Ik ontmoet veel mensen in mijn praktijk. Allemaal mensen die op een bepaald moment in hun leven in de knoop zijn geraakt, zichzelf zijn tegen gekomen of te maken hebben gekregen met pijn en verlies. Ze hebben meestal hun uiterste best gedaan om hun problemen op te lossen, om er alleen uit te komen, maar ze zijn aan het eind van hun latijn. Ze zien niet meer hoe verder. De meesten schamen zich voor hun problemen, of voor het feit dat ze hulp moeten vragen.

Ik vergelijk het leven graag met een medaille. Een medaille met twee kanten. De ene kant, daar staat de geleverde prestatie op. Alle mooie dingen die we bereikt hebben, of gekregen en waar we van genieten. Misschien een fijne partner, of kinderen. Een baan waar je blij mee bent of iets waar je van kunt genieten omdat je er goed in bent. Wellicht heb je een goede vriend of vriendin waar je lief en leed mee kunt delen. Al die dingen noemen we en ze schitteren als het ware in het licht van het leven. We zijn er trots op en laten ze graag aan anderen zien. De medaille spelden we op als we de deur uitgaan. Iedereen mag zien hoe goed het met ons gaat!

Maar... diezelfde medaille heeft ook een andere kant. Een doffe, lege kant. Er staan geen prestaties op. Hij glimt niet. Misschien zitten er wel wat zwarte plekken op. Die kant laten we liever niet zien. Als we naar buiten gaan en de wind waait per ongeluk de medaille de verkeerde kant op, draaien we hem snel weer terug. Niemand vraagt ook of hij even op de achterkant mag kijken...

Emoties

Met de emoties die bij de beide kanten van de medaille horen doen we hetzelfde. De emoties van de glimmende kant mogen er zijn. Blijdschap, trots, dankbaarheid, ontroering... dat kun je laten zien. Maar verdriet, vragen, boosheid, frustraties, wanhoop, teleurstelling... die verstoppen we liever. We draaien ze zo snel als we kunnen de nek om en zetten ons beste masker op! Het moet glimmen!

Wat is dat toch? Waarom doen we dat? Een deel van het antwoord op deze vraag zit hem in onze opvoeding, onze kinder- en jeugdjaren. Heel vaal kregen we niet het goede voorbeeld of hadden we ouders die ook niet konden dealen met de pijn van het leven. Schouders eronder en doorgaan! Niet zeuren! Je hangt de vuile was niet buiten! We leren dan dat (sommige) emoties er niet mogen zijn en naarmate we opgroeien en volwassen worden wordt het steeds lastiger om ze te uiten. ‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’, is de boodschap die ik zelf mee kreeg.

Mild zijn voor jezelf en anderen

In de gesprekken in mijn praktijk moedig ik mensen aan om de achterkant van hun medaille te laten zien. Daar wil ik het over hebben. Die glimmende kant is mooi, maar die andere kant verdient ook de aandacht! Misschien zelfs nog wel meer... Hij hoort er net zo goed bij. Het zijn twee kanten van één medaille. Ons leven is niet alleen maar leuk of mooi of goed. Mijn leven niet en jouw leven niet. Laten we toch eens ophouden met het oppoetsen van onze prestaties en het laten zien hoe goed we het voor elkaar hebben, en laten we zeggen hoe het écht met ons gaat. En dan zijn er én goede én moeilijke momenten te delen.

Als je stilstaat bij de donkere kant van de medaille van het leven betekent dat niet dat de glimmende kant verdwenen is. Hij is slechts tijdelijk niet zichtbaar. Maar hij is niet weg! Op een gegeven moment draait hij wel weer om en kun je weer extra genieten van het moois dat er is. Er komt balans. Die doffe achterkant wil ook iets zeggen! Die zwarte plekken mag je behandelen, misschien zijn ze wel ontstaan omdat het licht er nooit op heeft kunnen schijnen en er aanslag op gekomen is. Er zitten misschien krassen op omdat de medaille langs de knopen van je jasje heeft geschuurd. Die krassen vertellen een verhaal. Het verhaal van de achterkant... mag dat er zijn? Het hoort óók bij je leven. Je hoeft het niet weg te stoppen.

Wees mild voor jezelf en draai je medaille eens om. Bekijk hem eens goed en misschien kun je er samen met iemand naar kijken. Als je een sieraad hebt dat beschadigd is ga je naar de juwelier om hem te laten herstellen. Je kunt niet alles zelf, en dat hoeft ook niet! Niemand vraagt dat van jou. Wees mild voor anderen en bedenk dat als iemand boos of gefrustreerd reageert, dat waarschijnlijk iets zegt over de achterkant van zijn medaille. Het heeft niet altijd met jou te maken. Misschien heeft iemand het moeilijk.

Het is het waard

Er staan prachtige teksten in de Bijbel die mij steeds weer aanmoedigen om door te gaan:
‘Je kunt christenen vergelijken met hardlopers die meedoen aan een wedstrijd. Net zoals hardlopers moeten wij veel opgeven in ons leven. En net zoals hardlopers hebben ook wij er alles voor over om de eerste prijs te winnen. Maar wij willen geen gewone prijs. Voor ons is de prijs het eeuwige leven. Ook ik probeer die prijs te winnen. Ik weet precies wat ik wil. En daarom ben ik streng voor mezelf, en verdraag ik alles wat me overkomt. Want ik wil niet alleen dat anderen door mijn werk het eeuwige leven krijgen. Nee, ik wil ook zelf het eeuwige leven krijgen!’ (1 Kor. 9:24-27)

Niemand heeft ons gegarandeerd dat het leven eenvoudig is of dat we nooit te maken zullen krijgen met pijn en teleurstelling! Die donkere kant van de medaille dragen we allemaal bij ons! Maar het is het waard, want als we volhouden krijgen we straks een medaille van zuiver goud, glimmend aan alle kanten, zonder krassen of zwarte plekken! Het beste komt nog!

Hou vol en wees eerlijk!

vrijdag 18 maart 2016

Uit m'n mantel gescheurd...

Wie kent ‘m niet... de mantel der liefde...
Volgens het spreekwoordenboek:  Iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren).
Waarschijnlijk verwijst deze gezegde naar een oud verhaal uit de Bijbel waarbij Noach stomdronken in z'n nakie in zijn tent in slaap is gevallen. Zijn zoon Cham bespot zijn vader als hij hem zo aantreft, maar zijn andere zonen lopen achteruit de tent in en bedekken hun vader met een kleed.

"Ach, het is gebeurd en voorbij. We kunnen er niets meer aan doen. We moeten het maar met de mantel der liefde bedekken...", zo klonken de woorden van de ouderling van onze kerk met wie ik, als 15-jarige, een gesprek had over het seksueel misbruik wat mij als jong meisje overkomen was door een oudere broer. Het was aan het licht gekomen nadat ik een docent op de middelbare school in vertrouwen had genomen. Omdat ik de toch wel wat dwarse puber was die niet goed in haar vel zat en opstandig was, moest er maar eens een gesprek plaatsvinden met de ouderling van de kerk.

Het was me duidelijk: er mocht niet meer over gesproken worden. Van mijn moeder had ik al gehoord dat ik de vuile was over ons gezin niet mocht buiten hangen en de ouderling deed er nog een schepje bovenop door te zeggen dat ik het maar vergeven en vergeten moest.
Ik trok de mantel flink strak om me heen en zweeg.
Misschien hadden ze gelijk en moest ik er ook niet meer aan denken. Misschien was dat wel wat we dag in, dag uit baden: "Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren...". Ik kende de verhalen uit de Bijbel en is wist dat vergeving een belangrijk thema was.

De mantel der liefde... een paar maanden geleden ben ik eruit gescheurd! Het was tijdens het opleidingsweekend van november 2015 (ik volg een vierjarige studie aan het Kempler Instituut). Tijdens de studiedagen zijn wij gewend om dingen waar we tegen aan lopen in de groep in te brengen als casus zodat een ander dan met je daarover in gesprek kan en zo kan oefenen als therapeut. Er speelde van alles bij mij dat weekend. Gebeurtenissen die rechtstreeks raakten aan wat ik als kind had meegemaakt. Die bij mij van alles opriepen en zorgden voor chaos in mijn hoofd. Een opmerking van de trainer ging rechtstreeks mijn hart in en trok de stop van een fles met zwarte herinneringen op sterk water. Ik kon er niet omheen: tijd voor een inbreng!

Ik koos iemand uit de groep als therapeut en deed mijn verhaal. Dat was fijn en luchtte op. Het hielp om stoom af te blazen en om te ervaren dat degene tegenover mij één en al oor was en meeleefde. Op een gegeven moment kwam het gesprek op hoe ik me als kind gevoeld had en hoe ik de bescherming van de belangrijke volwassenen om mij heen gemist had. "Ieder kind heeft recht op bescherming van zijn ouders, ook jij!", zei de trainer terwijl ze zich wat met het gesprek bemoeide. Die woorden sloegen in als een bom en ik verzette me ertegen. Ik wist, met mijn 41 jaar, toch inmiddels dat mijn moeder zelf ook een beladen verleden heeft waardoor ze waarschijnlijk niet anders kon dan dat ze toen deed? Het was toch te verklaren dat het zo gegaan was? Maar de trainster en de therapeut hielden voet bij stuk. Er was mij onrecht overkomen en ik had het allemaal onder de mantel der liefde bedekt gehouden. Verstikkend. Al pratend viel het kwartje en aan het eind van het gesprek wist ik wat me te doen stond. Ik schreef een lange brief over alles wat er gebeurd was en wat ik daarin gemist had aan mijn moeder. Niet als verwijt of vanuit bitterheid. Maar om mijn verhaal bestaansrecht te geven en te laten horen. Ik hoorde bij iedere zin de naadjes van de mantel knappen en voelde me groeien. Van zwijgend kind naar sprekende, gelijkwaardige, volwassene. Een dag later stond ik bij de brievenbus. En mét de plof waarmee de brief op de bodem van de brievenbus viel, viel de mantel van mijn schouders.

Afgelopen weken lees ik een bijzonder boek over het thema "vergeving". Ik heb in mijn (christelijk) leven al heel wat gelezen en gehoord over dit onderwerp. De meeste keren resulteerde dat in kromme tenen en rechtopstaande haren. Ik kon er nooit precies de vinger opleggen waar dat aan lag. Zoals ik dat altijd gewend was geweest stak ik dan de hand in eigen boezem en dacht ik dat het aan mij lag, en dat ik wel weer onvergevingsgezind zou zijn. Totdat ik in "Het boek van vergeving" (Desmond en Mpho Tutu) las wat vergeving eigenlijk is en hoe dat in z'n werk gaat. En deze schrijvers hebben recht van spreken wat mij betreft. Ze weten uit ervaring waar ze het over hebben als het gaat om onrecht en pijn.
In het boek wordt gesproken over het pad van vergeving. Iedereen maakt onrecht mee in zijn leven. Groter of kleiner, op jonge of late leeftijd, ernstige en minder ernstige dingen, gebeurtenissen met tijdelijke of blijvende gevolgen. Iedereen krijgt ermee te maken. En dan kun je kiezen voor twee wegen: De weg van vergelding of de weg van vergeving. De Tutu's beschrijven dat het pad van vergeving vier stappen kent:
1. Je verhaal vertellen
2. Je pijn benoemen
3. Vergeving schenken
4. Je relatie vernieuwen of loslaten

Al meteen bij het lezen van de eerste hoofdstukken wist ik waar mijn irritaties rondom vergeving al die jaren vandaan waren gekomen. Ik had de eerste twee stappen gemist in vrijwel alle toespraken en artikelen over vergeving. Er werd te snel heen gewalst over de gebeurtenissen. Ik zal wat uitspraken uit (de eerste hoofdstukken) van het boek citeren die voor mij helend waren om te lezen en die mij inzicht gaven:

- Vergeven is de reis die we ondernemen om de kapotte delen te genezen. Het is de manier om weer heel te worden.
- Vergeving betekent ook dat je jezelf bevrijdt van traumatische ervaringen en lijden en dat je je leven weer in eigen hand kunt nemen.
- Vergeven is niet net doen alsof het gebeurde niet is gebeurd. Heling versluiert de kwetsuur niet. Als we echte heling willen, moeten we de kwetsuur onder ogen zien. Gedrag dat pijnlijk, beschamend, misdadig of verachtelijk is moet door het volle licht van de waarheid beschenen worden.
- Vergeving ontslaat niemand van de verantwoordelijkheid voor wat hij of zij heeft gedaan. Vergeving wist de aansprakelijkheid niet uit.
- We maken een begin met vergeving door de waarheid in haar meest rauwe vorm, in al haar lelijkheid en smerigheid te laten horen. Dat is een riskante onderneming want het risico bestaat dat je opnieuw gekwetst wordt, niet geloofd wordt en geen bevestiging krijgt. Maar als we onze verhalen opkroppen, verergert de oorspronkelijke kwetsuur.
- Wanneer we ons verhaal vertellen zeggen we: "Dit vreselijks is er gebeurd. Ik kan niet teruggaan om het te veranderen, maar ik kan wel weigeren om voor altijd aan het verleden vastgeketend te blijven.
- De enige manier om gekwetstheid te helen is een stem geven aan wat ons pijn doet. Daarmee kom je in een proces van rouw. Rouwen is de manier om tot acceptatie te komen van het lijden dat ons is overkomen.
- We aanvaarden onze pijn, onze wanhoop, ons verdriet, onze schaamte. De enige manier om dat te doen is door deze te benoemen en het hierdoor volledig te voelen. Wanneer je je gevoelens omarmt, omarm je jezelf en laat je toe dat ook anderen jou omhelzen.
- Wanneer we een stem geven aan onze pijn, verliest die zijn wurggreep op ons leven en onze identiteit.

Al deze woorden horen bij de eerste twee stappen van vergeven: Je verhaal vertellen en de pijn benoemen. En deze dingen gaan vooraf aan het daadwerkelijke vergeven. Heb je het goed tot je door laten dringen? Dit gaat lijnrecht in tegen het principe van dingen met de mantel der liefde bedekken!
Dit gaat niet over toedekken, maar dit gaat over ont-dekken! Dit was waar die ouderling mij bij had moeten helpen destijds.
Tijdens één van de opleidingsweekenden zei Ferdinand (één van de trainers): "Ieder mens heeft het recht om zijn verdriet in de ogen van een ander weerspiegeld te zien." Ik vond dat zo'n treffende uitspraak! Als je komt met een verhaal van onrecht dat jou is overkomen, met pijn en schaamte waar je ongevraagd mee bent opgezadeld dan mag dat verhaal er zijn. In zijn volle omvang. Met de feiten en gevoelens, hoe heftig ook. Dat hoeft niet bedekt te worden met een mantel van liefde. Dat mag juist in het licht gebracht worden zodat de waarheid je kan bevrijden! Je mag het zo vaak vertellen als nodig is en zoveel tranen huilen of boos zijn totdat er acceptatie en vrede komt. Dat is een proces, niet een eenmalig iets.

Ik heb ooit eens een operatiewond gehad die na de operatie gehecht was maar ging ontsteken. De pijn was ondragelijk door de spanning die er op de hechtingen kwam te staan en ik ging terug naar het ziekenhuis. Daar werd de wond opengemaakt zodat de rommel eruit kon. Een zeer pijnlijke gebeurtenis die echter wel noodzakelijk was om te helen. De arts die mij behandelde vertelde dat hij de wond niet opnieuw zou sluiten maar open zou laten. Dan kon mijn lichaam alle troep die er nog zat eruit drijven en uiteindelijk zou er dan van binnenuit nieuw weefsel ontstaan en zou de wond zich op een natuurlijke manier langzaam sluiten. Het werd inderdaad een langdurig proces. Elke week ging ik terug naar het ziekenhuis om de wond te laten spoelen en te laten nakijken. Heel langzaam heelde het. Drie maanden later kwam ik voor een laatste controle in het ziekenhuis en was de wond zo goed als dicht.

Ik kijk terug op mijn leven tot nu toe. Ik durf te zeggen dat de wonden in mijn leven grotendeels geheeld zijn. Van binnenuit, langzaam en via een pijnlijk proces. In de mantel der liefde geloof ik niet meer, wel in de waarheid, hoe pijnlijk die ook is. Ik geloof ook in vergeving. Absoluut. Niet als goedmakertje of verontschuldiging. Niet als hechtpleister, om het verleden onbespreekbaar te maken. Maar als verzorgende balsem op een open wond waar de troep eerst uit moet.
Ik hoop dat dit schrijven jouw kijk op vergeving verheldert. Dat het je helpt om eerlijk naar je eigen levensverhaal te kijken. Ook als daar dingen in zaten waar die eigenlijk niet genoemd mochten worden. Die je misschien al een leven lang bij je draagt omdat je er niet over mag spreken. Of waar je niet over durft te spreken omdat je een ander niet in een kwaad daglicht wil stellen.
Vergeven doe je niet voor die ander, maar voor jezelf, om je los te maken van banden die je binden aan mensen die jou onrecht aandeden. Hiermee bedoel ik niet dat je het contact moet verbreken, maar daar kom ik in een andere blog later op terug (als ik het tweede deel van het boek gelezen heb).

Ik eindig met een citaat uit het boek en wens een ieder toe dat hij het pad van vergeving durft op te gaan!

Je hebt eerder op deze splitsing gestaan
Je zult nog vaker bij deze splitsing staan
En terwijl je stilstaat, kun je jezelf vragen
Welke kant je op zult gaan
Je kunt je afwenden van je eigen verdriet
En de race lopen die wraak heet
Je zult keer op keer hollen over dat uitgesleten pad
Of je kunt je eigen smart erkennen 
En het pad bewandelen dat eindigt
Deze richting voert naar de vrijheid, mijn vriend, vriendin
Ik kan je tonen waar hoop en heelheid hun thuis inrichten
Maar je kunt op je weg daarheen niet om je lijden heen
Om het pad naar vrede te vinden
Zul je je pijn onder ogen moeten zien
En die benoemen
(Pag. 65 Boek van vergeving)


zaterdag 19 september 2015

Heb je naaste lief... als jezelf!

Een tijdje terug las ik een uitspraak die me trof: 

"Het is vaker een te grote zorg voor anderen waardoor mensen in de problemen komen, 
dan een gebrek aan zorg."

Voor jezelf zorgen, van jezelf houden, zelfontplooiing, tijd nemen voor jezelf... het klinkt al snel een beetje, hoe zal ik het zeggen, egoïstisch. Zeker als je bent groot gebracht met een christelijke overtuiging. Ik leerde bijvoorbeeld dat God van je vraagt de minste te zijn, de ander uitnemender (belangrijker) te zien als jezelf en vooral te dienen. Net zoals Jezus, ons grote Voorbeeld, deed. 
Dienen, zorgen, er zijn voor de ander... belangeloos en zonder grens. 

Ik kom ze regelmatig tegen in mijn praktijk, maar ook in mijn omgeving, of in de kerk: mensen die opgebrand zijn. Burn-out, of misschien nog niet helemaal uitgeblust, maar er wel heel dichtbij. 
Jarenlang hebben ze met passie en voldoening gezorgd, gediend, uitgedeeld, gegeven, (over)gewerkt, mantelzorg gegeven, en dan opeens lukt het niet meer. Of er komen irritaties. Je stoort je aan je baas die onuitgesproken verwachtingen heeft van jouw werk, je baalt van je oude vader die zichzelf verwaarloost en maar wacht tot jij met een oplossing komt, je kunt de verhalen van je vriendin die midden in een echtscheiding zit niet meer aanhoren of al je haren gaan overeind staan als er in de kerk weer een oproepje komt voor kinderdienstleiders of koffieschenkers. 

Wat maakt het toch zo moeilijk om "nee" te zeggen tegen een ander, en "ja" te zeggen tegen jezelf? Ik denk dat er verschillende dingen een rol kunnen spelen. In het ene zul je je meer herkennen dan het het andere. 
Het eerste heeft te maken met je eigenwaarde, je zelfbeeld. Hoe zie jij jezelf, hoe denk je over jezelf, hoe tevreden ben je met jezelf? Als ik terugdenk aan mijn eigen kinder- en jeugdtijd kom ik tot de pijnlijke conclusie dat ik jarenlang geleefd heb vanuit de gedachte dat het beter zou zijn geweest als ik nooit geboren was. Mijn moeder zei op een dag, terwijl ik met de Lego op de grond zat te spelen, dat het eigenlijk helemaal niet de bedoeling was geweest dat ze na mijn (veel) oudere broer en zus nog een kind zou krijgen. 
Het was vast niet alleen die opmerking, maar ook de sfeer in huis en de gebeurtenissen in mijn leven, die mij overtuigden dat de wereld eigenlijk beter af was zonder mij. Mijn bestaansrecht lag vooral in mijn daden: Zolang ik maar van betekenis zou zijn voor de ander, zou ik geaccepteerd worden. Dus zorgde ik dat ik van betekenis was. Ik deed de strijk, zorgde voor mijn veel jongere zusje en broertje, hielp mee als er een verjaardag was bij een vriendin thuis, paste overal op, werkte in de weekenden in het verzorgingshuis, deed in de vakanties Dabar werk en zorgde dat mensen gebruik konden maken van mijn huiswerk of uittreksels. 
En weet je, ik had er nog plezier in ook. Want ik werd aardig gevonden, kreeg complimenten, was nodig en mensen keken naar me uit. 
Tot ik op mijn 22e instortte en overspannen raakte. Opeens kon ik niets meer, wilde ik niets meer, durfde ik niets meer en raakte ik zwaar depressief. Ik was in mijn ogen alleen maar tot last van anderen en een blok aan het been van Jan Willem, mijn man, en van vrienden. 

Hoe kijk jij naar jezelf? Wat heb je meegekregen van huis uit? Was je onvoorwaardelijk geliefd? Of heb je net als ik geleerd dat je er vooral bent om aan andermans verwachtingen te voldoen? Of misschien werk je wel zo hard, of ben je altijd maar aan het zorgen om aardig gevonden te worden of om erbij te horen. Natuurlijk zeg je dat niet hardop, maar kijk eens eerlijk naar je motieven? 

Iets anders dat meespeelt is de balans tussen autonomie (zorgen voor jezelf) en verbondenheid (zorgen voor de ander). Beiden zijn onmisbaar en belangrijk in ons leven. We zijn gemaakt voor relaties, voor verbondenheid. Kijk maar naar het scheppingsverhaal. De schepping was pas echt compleet toen Eva geschapen was. We horen bij elkaar en hebben elkaar nodig. Tegelijk zijn we ook allemaal uniek gemaakt. Iedereen is anders, heeft eigen kwaliteiten en karaktereigenschappen. En die mag je ontwikkelen! Zorgen voor jezelf en zorgen voor de ander mogen in balans zijn. Helaas wijst de praktijk uit dat die balans vaak verstoord is. We kennen ze allemaal wel, mensen die zoveel tijd nodig hebben voor zichzelf, of zo druk zijn met zichzelf dat de ander er niet toe doet. Ze hebben weinig vrienden, werken meestal hard, of gaan voor carrière (soms ten koste van een ander) en weten het gesprek altijd op zichzelf te brengen. Ook als de weegschaal de andere kant doorslaat is het plaatje herkenbaar. Ik noemde het hierboven al. Mensen die zichzelf altijd maar wegcijferen, zich voor alle klusjes opgeven, drie keer per week hun oude ouders bezoeken (terwijl de rest van de familie bijna nooit hun gezicht laat zien), en die als gast op een feest de hele avond in de keuken te vinden zijn om af te wassen. 
Het is niet erg als de balans tussen zorgen voor jezelf en zorgen voor de ander een tijdje verstoord is. Dat is hoe het leven is: soms moet je er zijn voor een ander omdat het nodig is, en soms heb je zelf even tijd nodig. Het geeft niets als je tijdens een intensieve periode van ziekte van je beste vriendin daar meerdere keren per week te vinden bent om te helpen, samen te huilen, te praten of te zorgen. Daar word je niet overspannen van! Het gaat mis als de weegschaal van "tijd voor jezelf" en "tijd voor de ander" structureel en langdurig doorslaat. 

Hoe is dat bij jou? Ben je altijd maar aan het rennen voor een ander, of voor je baas, of voor de kerk? Wanneer ben je voor het laatst met je vriend een avondje naar de bioscoop geweest, of uit eten geweest met je vriendin? Wanneer heb je voor het laatst een dagje met jezelf gehad? Of een avondje alleen op de bank? Of, als je je meer herkent in de andere kant, wanneer heb je voor het laatst je vader bezocht die al jaren in een verpleeghuis zit, of heb je dat bevriende stel uitgenodigd nadat je gehoord hebt dat hun bedrijf failliet is gegaan? 
Maak eens een weegschaal op paper en verdeel "zorgen voor jezelf" en "zorgen voor de ander" over de beide bakjes. Kun je een conclusie trekken? 

Dan heb je nog de waarden en normen, het gedachtegoed, waar je mee groot bent geworden. Dat heeft wel te maken met de twee punten die ik hierboven noemde. Toch is het goed om eens kritisch te kijken naar jouw ideeën over zorgen voor jezelf en de ander. Wat maakt dat jij je zo verantwoordelijk voelt voor het welzijn van de ander? Of misschien leef je juist wel vanuit de gedachte dat iedereen z'n eigen boontjes maar moet doppen en ben je er een meester in om dingen van jouw bordje te schuiven. Iedereen is tenslotte zelf verantwoordelijk voor zijn leven! 
Ik leef vanuit een christelijke levensovertuiging en zoals ik schreef kan ook die wel op een bepaalde manier misvormd zijn. Wat een verademing toen ik nog niet eens zo heel lang geleden getroffen werd door de "christelijke geboden". 
Misschien ken je ze wel: God liefhebben boven alles, en je naaste als jezelf!
Wellicht heb je ze net als ik zondag in zondag uit gehoord, soms wel twee keer per zondag. Maar heb je er wel goed naar geluisterd? Ik niet... je naaste liefhebben als jezelf klonk voor mij als een zware klus. Vorig jaar november mocht ik tijdens een vrouwendag spreken over vriendschap. Ik deelde het thema in drie delen op: Vriendschap met God, vriendschap met jezelf, en vriendschap met anderen. Tijdens de voorbereiding gebeurde het. Opeens zag ik wat er niet stond: "Gij zult uw naaste liefhebben ten koste van uzelf... of... ondanks uzelf." Ik bladerde in de Bijbel door de evangeliën waarin het leven van Jezus beschreven stond. Daar zag ik hetzelfde. Ook Jezus was niet alleen maar bezig met die ander. Ook niet alleen met Zichzelf. Hij was in balans. Na een drukke bijeenkomst met veel wonderen en tekenen, trok Hij zich terug om alleen te zijn. Tijdens een boottochtje over het meer, ging Hij slapen terwijl Zijn discipelen vochten voor hun leven...
Ik voelde me bevrijd! Je naaste liefhebben als jezelf... niet ten koste van jezelf. 

Leg jouw leven er eens naast? Hoe is het bij jou? Heb je jezelf lief ten koste van die ander? Of die ander ten koste van jezelf? Of ben je wel redelijk in balans? 

Jij mag voor jezelf zorgen! Je mag er ook voor een ander zijn. Maar let op je weegschaal... blijf in evenwicht! Daarmee voorkom je dat je kaarsje langzaam maar zeker uitdooft, of dat je uiteindelijk geïsoleerd in het leven komt te staan. 
Mocht je na het lezen van dit stuk ontdekken dat je al veel te lang uit balans bent, en heb je geen idee hoe je ooit weer in evenwicht kunt komen, zoek dan hulp! Praat over je eigenwaarde, over je waarden en normen, over je verwachtingen en je behoeften met iemand die je vertrouwt of zoek hulp buiten je vertrouwde omgeving. Jij mag er zijn, van jezelf houden en er voor een ander zijn, maar wel in balans!   

dinsdag 11 augustus 2015

Mijn... Bijbeltekst (8 t/m 10)

Het lukt met niet om iedere dag te schrijven... vakantie, en dus uit m'n ritme... Daarom vandaag dag 8, 9 en 10 in één... Met een thema waarover je wel 365 dagen zou kunnen schrijven: de liefde!

1995... 20 jaar geleden en zeker 20 kilo lichter dan nu, hoewel mijn zorgen zeker 20 kilo zwaarder waren dan nu. Jan Willem en ik verloofden ons. We zochten, heel traditioneel, onze trouwringen uit en lieten onze namen erin graveren. Op de pier in Scheveningen wisselden we de ringen en daarna gingen we uit eten bij een Griek in Den Haag. Een paar dagen later vierden we het feest met onze vrienden en familie bij Jan Willem's ouders thuis.
We stuurden weken van tevoren kaartjes om mensen uit te nodigen. We kochten bij een winkeltje in Dordrecht mooie kaartjes en beschreven en versierden ze zelf. De tekst herinner ik me nog steeds, zo vaak schreef ik 'm over en het eindigde met het zinnetje: "Wilt u blijven eten? Laat het ons even weten!"
Maar wat ik me ook herinner, en waar ik heel vaak, en nog steeds regelmatig, aan gedacht heb en denk is de tekst uit de Bijbel die we op het kaartje schreven: 
Vele wateren kunnen de liefde niet blussen
en rivieren spoelen haar niet weg.
(Hooglied 8:7a)
Ik weet niet waarom we die tekst gekozen hadden, maar als ik nu, 20 jaar later terug kijk dan denk ik: Dat was een profetische tekst! We waren jong en hielden hartstochtelijk van elkaar. Maar oh, wat had ik een bagage vanuit het verleden bij me waardoor ik me niet echt durfde te binden aan Jan Willem. Waardoor ik niet kon geloven dat hij echt van mij hield, met alles erop en eraan.
Wat hebben we ontzettend veel meegemaakt de eerste jaren van ons huwelijk. Vele wateren... nou, dat kun je wel zeggen... Nachtmerries, depressies, gedachten aan zelfmoord of zelfs pogingen daartoe... ik kon het leven niet aan! Jan Willem zou beter af zijn zonder mij, hij zou al snel na mij een betere vrouw vinden...
Maar Jan Willem was trouw! Hij was daar, als een rots in de branding, vasthoudend aan de trouwbelofte: in goede en kwade tijden...
Waar vind je nog zo'n man? Ze zijn zeldzaam! Ik heb er één... en wat hou ik van hem!
Toen twee jaar geleden mijn boek uitkwam, waarin ik over mijn leven schrijf, kreeg Jan Willem van een vriend van ons een cadeautje met de boodschap: "Jij bent er al die jaren voor Judith geweest... je verdient het!" Ja... inderdaad! Menig relatie zou niet overleefd hebben waar wij samen doorheen zijn gegaan.

Ik zie het niet als prestatie, maar als pure liefde en genade. Van Jan Willem voor mij, maar ook van God voor Jan Willem, en van God voor Jan Willem en mij. Hij was erbij. Toen we die tekst kozen, wist Hij al hoe het verder zou gaan! Hij wist wat er zou gebeuren en wat ons te wachten stond. Maar Hij beloofde:
"Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u; gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden..." (Jesaja 43:2)
Het is waar geworden. En... deze teksten staan er niet alleen voor Jan Willem en mij! Ze staan er ook voor jou!
En nee... ze zijn ook niet alleen maar voor getrouwde stellen!
Ik dacht er vandaag nog aan hoe ik soms "in een goed blaadje" probeer te komen bij God. Door weer aan een nieuw "geestelijk" boek te beginnen, door een lied te zingen of een Bijbeltekst uit m'n hoofd te leren. Ik denk dat God erom zal glimlachen. Wat wij ook doen, hoe we het ook verbruiken, wat voor scheve schaats we ook rijden... we mogen altijd, elke keer, iedere dag, weer bij God terugkomen. Zijn liefde voor ons is niet te blussen of weg te spoelen. Als wij terug keren naar onze Maker en liefdevolle God is Hij daar. Hij wacht op ons en vangt ons op als wij door de sterke stroming worden overmeesterd en zijn overgeleverd aan het geweld van een woeste rivier.
Hij gaf, omdat Hij ons zo oneindig lief heeft, Zijn eigen Zoon:
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. " (Johannes 3:16)
Een misschien overbekende tekst, maar laat het eens doordringen! Ooit, toen ik echt nog slecht over mezelf dacht, kreeg ik een spiegeltje met aan de achterkant een sticker met deze tekst geplakt. Eronder stond: "Draai dit spiegeltje om en kijk eens wie God zo lief had..." Ik durfde het niet... ik kon het me niet voorstellen. En toch is het waar! Nu durf ik het te geloven! De vele wateren hebben mij misschien juist wel iets laten zien van Gods liefde voor mij. Ik hoop dat dat ook voor jou zal gelden... dat je, wat er ook in je leven gebeurd is, of misschien nu gebeurt, of wat er nog zal komen, je diep van binnen overtuigd zal zijn van Gods oneindige, onverwoestbare, niet uit te blussen liefde voor jou!

zaterdag 8 augustus 2015

Mijn... Bijbeltekst (7)

In het kader van 10 dagen een Bijbeltekst, vandaag een hoopvolle tekst:

Eens zal Hij uw mond vervullen met gelach
en uw lippen met gejuich! (Job 8:21)

Wie kent het verhaal van Job niet... Job, de zeer Godvrezende man die alles voor elkaar had. Vrouw, kinderen, rijkdom, gezondheid... het ontbrak hem werkelijk aan niets. Tot de dag dat hij getroffen wordt door een heleboel onheil tegelijk. Hij verliest op één dag al zijn bezittingen en al zijn kinderen. Een paar dagen later wordt hij ook nog getroffen door een ernstige ziekte.
Hoeveel kan een mens verdragen?
Ja, dat vraag ik me soms ook wel eens af. Het lijden lijkt soms oneerlijk verdeeld te zijn over de mensheid. Bij de één gaat ogenschijnlijk alles voor de wind, bij de ander zit alles tegen. In sommige landen heerst extreme armoede en lijken ziektes steeds verder om zich heen te grijpen terwijl medische zorg schaars of niet te betalen is, terwijl in andere landen wachtlijsten zijn voor behandelingen met botox of het laseren van ogen.

Job kreeg het in ieder geval zwaar voor z'n kiezen. En dan staat er ergens midden in dat verhaal een uitspraak die één van Jobs vrienden doet: Job, eens zal God je mond vervullen met gelach en je lippen met gejuich...
Ik denk persoonlijk niet dat Job heel vrolijk werd van deze opmerking. Ik denk niet dat het hem op dat moment hielp of dat het zijn enorme verlies dragelijk maakte.
Maar toch... wij kennen het einde van het verhaal van Job en weten hoe hij uiteindelijk genas van zijn ziekte en nog meer gezegend werd dan voor zijn ongeluk (hoewel... het krijgen van nieuwe kinderen neemt het verlies van de andere kinderen niet weg... het zal altijd wel een beurse plek in Jobs ziel zijn gebleven).

Ik gebruik deze tekst liever niet om er anderen mee om de oren te slaan, maar wel voor eigen gebruik. Op momenten dat het lachen mij vergaat, dat ik me afvraag waar we ooit aan begonnen zijn door pleegkinderen te nemen en een gezinshuis te worden. Als mijn eigen pijn over onze kinderloosheid opspeelt. Dan klinken ergens in mijn achterhoofd de woorden: Juut, eens... eens zal God je weer laten lachen en zul je kunnen juichen!
Juichen, dat doe je bij een overwinning! De overwinning komt! Het staat vast. Verdriet, vragen, lijden, twijfel, de dood... zij hebben niet het laatste woord. Er zal een dag komen dat dat allemaal voorbij is en dan zullen we lachen en juichen. En daarnaast ben ik er zeker van dat hoe het leven hier ook gaat, en waar je ook in zit, er ook in het hier en nu, het leven van alledag momenten van overwinning en geluk zullen zijn. Misschien maar eventjes, maar toch... zonnestralen die zomaar achter een donkere wolk vandaan komen.

Vandaag las ik een prikkelende vraag: Ben jij een loofboom of een treurwilg?
Ik moest er om grinniken omdat ik als beelddenker daar natuurlijk meteen een plaatje bij had. Ik wil een loofboom zijn! Soms vol in blad en soms kaal omdat alle energie gebruikt moet worden voor het nieuwe leven dat er aan komt.
Een lachende loofboom die zijn takken laat juichen! Is daar ook niet een opwekkingsliedje van?
"Gods volk wordt uitgeleid
Zij gaat met vreugde voort
En de bergen en de heuv'len juichen rondom haar
Alles zingt erbij.
Zelfs de bomen zijn blij
en zij klappen voor hun God."

Ik geef toe, niet het meest diepgaande lied aller tijden, maar voor vandaag wel passend :)

Knoop het in je oren lieve mensen als je ergens onder op de bodem van de put zit:
Eens zal Hij jouw mond vullen met gelach, jouw lippen met gejuich!!!

maandag 3 augustus 2015

Mijn... Bijbeltekst (3)


In het kader van mijn 10-daagse nominatie om iedere dag een Bijbeltekst te plaatsen vandaag deel ik vandaag met jullie: "Mijn meest waar geworden Bijbeltekst..."
"Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn... Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst (ingevoegd door mij: noch verleden), noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here!" (Uit Romeinen 8)
Natuurlijk, een gevaarlijke tekst. Een tekst waar je mensen geestelijk mee dood kunt slaan, als je hem op het verkeerde moment gebruikt. Waar je iemands verdriet, pijn, frustratie of twijfel zomaar mee van tafel kan vegen alsof dat geen bestaansrecht heeft. Deze tekst is (wat mij betreft) niet bedoeld als antwoord op het vraagstuk van het lijden. Maar wat maakt dit gedeelte dan zo bijzonder voor mij? Een jaar of 15 geleden zou ik deze tekst niet als mijn favoriet gekozen hebben, en zeker niet als tekst die op mij van toepassing zou zijn. Misschien is het voor mensen die mij niet altijd hebben meegemaakt niet voor te stellen, maar ik heb diep in de problemen gezeten. Ik was een wrak. Door wat ik mee had gemaakt in mijn verleden, door wat ik in de gereformeerde gemeente geleerd had over wie God was en hoe Hij naar ons keek, vond ik het leven zinloos. Ik zag mezelf als een blok aan het been van iedereen. Mijn enige bestaansrecht was mijn perfectionisme waardoor ik harder werkte dan ieder ander en ik dus vond dat ik er mocht zijn. Mijn gedachten draaiden vaak om zelfmoord, maar mijn ingeprente angst voor de hel belette mij die stap te nemen.
In mijn boek "Tranen in mijn koffie" schrijf ik uitgebreid over deze moeilijke periode in mijn leven.

Inmiddels zijn we jaren verder en kan ik terug kijken. Dat doe ik dan ook regelmatig. Niet zozeer naar de nare dingen die er gebeurd zijn, of naar hoe moeilijk het was, maar wel kijk ik terug naar waar ik vandaan gekomen ben en waar ik nu ben. Vaak lezen wij de Bijbel als een serie succesverhalen van mensen die het helemaal gemaakt hebben, maar als je echt eerlijk de verhalen in de Bijbel leest, dan zie je dat het helemaal niet één rechte weg van geboorte naar de hemel is! Jozef is één van mijn favorieten. We kennen de mooie verhalen over zijn dromen en de jas die hij als lievelingetje van zijn vader kreeg. We weten hoe goed hij dromen kon uitleggen, en hoe hij onderkoning werd. Maar staan we er ooit bij stil hoe Jozef zich in de jaren voor hij onderkoning werd gevoeld moet hebben? Je zou maar als jongen een droom van God krijgen waarin je je broers voor je ziet buigen, en vervolgens bijna door hen vermoord worden en uiteindelijk verkocht als slaaf naar een vreemd land.
Denk je echt dat Jozef op dat moment de zin daarvan heeft ingezien?
Misschien moeten we daar ook soms gewoon mee stoppen, met het vragen naar de zin van dingen. Misschien moeten we het leven ook maar eens gewoon nemen zoals het komt en accepteren dat er in de wereld van vandaag onrecht is en pijn, ziekte en lijden. Nee, ik bedoel niet dat je je maar moet laten misbruiken als jong meisje, of dat je maar mee moet doen aan het treiteren of negeren van anderen. Natuurlijk niet. Wat ik bedoel is dat er een moment mag komen in je leven dat je met alle brokstukken van je leven naar God gaat en zegt: "Heer... hier ben ik... alstublieft, de puinhoop van mijn leven... ik geef het aan U, en zie uit naar wat komen gaat..."

Dat is geen garantie voor een snel beter en gelukkiger leven, maar wel een goed begin! Het is ook geen excuus om dan maar achterover te gaan zitten en te wachten (stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw...). Integendeel. Jij moet ook aan het werk. Je mag afrekenen met oud zeer. Twijfels en teleurstelling mogen uitgesproken worden. Vragen gesteld. Pijn en verdriet mogen een plaats krijgen. Dat kost tijd... dat is een proces. Misschien moet je je verwachtingen over het leven wel bijstellen. Of kom je erachter dat je eigenlijk geen idee hebt wie je bent en wat jouw plekje is. Ik zou je willen uitdagen (zie ook mijn stukje van gister...): Ga op pad! Ontdek! Ruim de rommel op in je leven en kijk zo af en toe eens terug...

Weet je wat Jozef zei tegen zijn broers, helemaal aan het eind van zijn leven (ik geef toe... een happy end...): "Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft..."
Dat bedoel ik... misschien lijken tegenslagen, mislukkingen, pijn, ziekte of wat dan ook, op het moment zelf een groot mysterie. Maar houd het juiste perspectief voor ogen! God kan alle dingen laten meewerken ten goede! Misschien is het niet wat wij in eerste instantie als "goed" zouden bestempelen, maar God kennende, mogen we erop vertrouwen dat Hij echt weet wat goed voor ons is!

Ben ik daarom blij met wat ik heb meegemaakt? Ben ik blij met onze onvervulde kinderwens?
Nee, daar ben ik niet blij om. Maar waar ik wel helemaal van uit mijn dak ga, is als ik terug kijk en zie wat God in mijn (en ons) leven gedaan heeft... hoe ik anderen nu kan helpen, omdat ik er zelf doorheen ben gegaan, hoeveel kinderen er bij ons al een plekje hebben gevonden... Dat is waarom ik zo oneindig veel van God houd... omdat zelfs als er dingen in mijn leven fout lopen, mij overkomen, Hij zegt: "Relax Juut... Ik ben nog steeds Dezelfde... Ik zal er iets moois van maken!"

zondag 2 augustus 2015

Mijn... Bijbeltekst (2)

Door een medefacebooker ben ik genomineerd 10 dagen lang een Bijbeltekst op Facebook te plaatsen.
Vandaag kies ik voor: Mijn meest aansporende Bijbeltekst.

"Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt. Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God. Laat tot u doordringen hoe hij standhield toen de zondaars zich zo tegen hem verzetten, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft..." (Hebr. 12:1-4)

Voor de niet zo goed onderlegde bijbelkenners onder ons: In Hebreeën 11 wordt geschreven over een aantal zeer markante persoonlijkheden in de geschiedenis die door hun geloof in God een grote rol hebben gespeeld in de wereldgeschiedenis. Nee, ik bedoel niet die figuren op wiens leven niets aan te merken was of die een braaf leven leefden, op zondag naar de kerk gingen, baden voor elke maaltijd en een uur stille tijd per dag hielden (als ze dat fenomeen toen al kenden...). Nee, door het leven getekende mensen die bij tijd en wijle flinke misstappen maakten, er staat zelfs een hoer in het rijtje, maar door alles heen hun geloof in God behielden en hun vertrouwen op Hem stelden. 
Over die geloofsgetuigen gaat de tekst uit Hebreeën 12. Een tekst die voor mij als beelddenker enorm helpend is. Ik zie het voor me, ik in de arena van het leven, de wedstrijd van het leven lopend. Soms ga ik hard en ben ik onvermoeibaar, lijkt de energie niet op te raken en ren ik rechtstreeks op mijn doel af. Maar dan verslap ik, mijn benen voelen aan alsof er lood in zit, ik krijg steken in mijn zij, ik vertraag mijn pas, ga onderweg even zitten en verlies uit het oog waar ik eigenlijk mee bezig was. Ik stop dingen in mijn rugzak die er eigenlijk niet in horen, maar die ik toch mee wil nemen. Herinneringen waar ik maar niet van los kan komen omdat ik niet wil vergeven. Schuldgevoelens omdat ik tekort ben geschoten en ik me niet kan voorstellen dat een ander, of God, me nog zal zien staan. Bezorgdheid omdat mijn lichaam me soms in de steek laat en ik misschien wel een akelige ziekte onder de leden heb. Jaloersheid omdat al die anderen wel gekregen hebben wat ik zo graag wilde. Het is ballast, zware stenen, die het lopen moeilijker maken en die het zicht op mijn bestemming vertroebelen. In plaats van vooruit te kijken laat ik mijn hoofd hangen en sjok ik verder. Maar dan... wat hoor ik daar? Hoor ik mijn naam roepen?
"Judith, Judith, Judith!!!" Het lijkt van alle kanten te komen. Ik kijk om me heen maar zie niets met mijn natuurlijke ogen. Toch hoor ik het duidelijk... de roep om vol te houden en door te gaan! "Judith, Judith, Judith!!!" Er klinkt aanmoediging in door, aansporing, even een duwtje in de rug, of een schop onder m'n kont. "Judith, Judith, Judith!!!"
Opeens herinner ik me de oude woorden uit Hebreeën 12 "Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt..." Ik zie het voor me, ik hoor ze roepen: al die geloofshelden uit Hebreeën 11, en al die geloofshelden de daarna nog kwamen en die mij voorgingen: "Judith, Judith, Judith!!!" Ik neem even een ogenblik om uit te rusten. Even zitten, wat drinken en eten, op krachten komen en kijken waarom mijn rugzak toch zo zwaar op mijn rug drukt. Het blijkt vooral ballast te zijn. Bagage die je kunt missen. Onnodig gesleep met dingen die je uiteindelijk niets opleveren. Ik besluit ze achter te laten op de plek waar ik ben. Als ik voldoende op krachten ben gekomen doe ik mijn rugtas, waarin alleen nog de noodzakelijke dingen zitten weer om en ga verder. Niet te hard, want dat houd je niet lang vol, maar wel met een goed tempo. Ik kijk weer vooruit en weet wat mij te wachten staat straks... Eeuwige vreugde, nooit meer tranen, geen pijn meer, geen verdriet of gemis, altijd samen met Jezus en al die anderen die mij nu toejuichen om vol te houden...

Misschien ben jij halverwege de wedloop van het leven gestrand... logisch! De meeste van die geloofshelden waar ik het over had zijn verschillende keren plat op hun (...) gezicht gegaan. Dat hoort erbij! Het gaat er niet om hoe vaak je struikelt, maar het gaat erom hoe vaak je weer opstaat. Hoor je jouw naam roepen??? Gooi je ballast overboord en ga weer op pad! Houd het doel voor ogen! Misschien kunnen we een eindje samen op lopen... dat maakt het beter vol te houden... en mocht je toch een stuk alleen lopen, luister dan eens heel goed naar de roepstem die klinkt!

Mijn... Bijbeltekst (1)

Door een mede-facebooker werd ik uitgedaagd 10 dagen lang een Bijbeltekst op facebook te plaatsen en tevens ook iemand te nomineren. Nou, aan dat laatste doe ik niet mee, maar dat eerste prikkelde me wel.
Eerlijk gezegd heb ik er de hele dag al over nagedacht. Wat zijn er ontzettend veel teksten in de Bijbel die op één of andere manier voor mij belangrijk zijn geworden. Maar ook, wat worden veel teksten te pas en te onpas gebruikt om elkaar mee om te oren te slaan. Wist je trouwens dat er ook hele humoristische dingen in de Bijbel staan? En dat een aantal spreekwoorden die wij nu gebruiken, eigenlijk gewoon uit de Bijbel komen?

Ik neem de uitdaging aan en zal jullie 10 dagen lang vermoeien met een tekst uit het meest gelezen boek ter wereld!
Vandaag kies ik voor...
Mijn meest hoopvolle Bijbeltekst...

Het zal een jaar of 18 geleden zijn geweest. Pas getrouwd, maar doodongelukkig. In een diepe depressie terecht gekomen nadat mijn droom (met een nieuwe achternaam begin je ook een nieuw leven) in duigen was gevallen. Nachtmerries over mijn verleden, zwarte gedachten over mijn toekomst en sombere gevoelens over hoe iedereen tegen mij aan zou kijken. Werken lukte niet meer, de medicatie deed zijn werk nog niet optimaal en het idee om van mijn balkon (12 hoog) te springen leek me toe te juichen. Toen ging de voordeurbel. Geheel onverwacht stond Danielle en haar man op de stoep. Danielle was mijn schoolvriendin van het HBO. We hadden samen mooie jaren beleefd en de dag voor mijn trouwen was zij bij mij (in mijn ouderlijk huis) blijven slapen en hadden we 's avonds nog samen een kroket gegeten in de plaatselijke cafetaria (de kroket was het symbool van onze opleidingstijd en vriendschap). Ze kende mijn verhaal en wist hoe ik eraan toe was.
Ik weet niet waarom, maar daar stonden ze. In onze kamer. Oog in oog met mijn somberheid en hopeloosheid. Ik herinner me haar woorden nog als de dag van gister: "Juut, de duivel wil dat je er aan onder door gaat... maar als jij het wilt... kom dan naar ons, en de vrouw van onze voorganger wil met je bidden..."
Voor mij een geheel nieuwe kijk op de situatie waar ik in zat. Ik nam haar woorden serieus en ging op zoek. Hoe het precies is gegaan weet ik niet meer, maar ik kwam het boek "Zegen of vloek... aan jou de keus!" van Derek Prince tegen. Ik kocht het en begon erin te lezen. Wat was het herkenbaar!

Ergens in dat boek kwam een tekst voorbij. Een tekst die ik nog nooit eerder was tegengekomen in de Bijbel maar die er nu opeens leek uit te springen. Woorden van God voor mij persoonlijk op dat moment:

"Want Ik weet welke gedachten Ik over je koester: gedachten van vrede en niet van onheil! Om je een hoopvolle toekomst te geven..." (Jeremia 29:11)

Het was alsof er te midden van alle duisternis opeens een vlammetje op lichtte. Een hoopvolle toekomst... Wat klonk dat anders dan de somberheid waar ik in zat! De woorden leken in neonkleuren steeds weer in mijn hoofd op te lichtten. Ze zongen door mijn ziel: "Een hoopvolle toekomst... gedachten van vrede..."

Helaas... ik kan jullie niet vertellen dat het binnen toen en twee weken een stuk beter met me ging... het is een proces van jaren geworden. Jaren van pijn, verdriet, bevrijding, terugslag, teleurstelling, vertrouwen, blijdschap, boosheid, twijfel... Maar... nu, terugkijkend, weet ik dat die woorden van toen echt voor mij waren en zijn!
Gedachten van vrede.... ja, inderdaad! Dat is wat mij op de been houdt in tijden van moeite. Een hoopvolle toekomst... zonder tranen, lijden, dood, ziekte en andere ellende... Het komt! Ik ben er zeker van... Het beste komt nog!
Ik houd me vast aan deze tekst. Ik hoop jij ook... omdat deze tekst als geen ander zegt hoe God met jou begaan is!!!

vrijdag 1 mei 2015

Zorgen... wat doe je ermee?

Een Haarlemse therapeute
Masseerde een man zijn kuiten
Ze deed het heel hard
Hij riep toen vol smart
"Mijn darmen die komen naar buiten!"

Ik weet nog hoe trots ik was op deze zelfgeschreven limerick... ik zal een jaar of 14 zijn geweest en in de tweede klas van het HAVO hebben gezeten toen we voor Nederlands een limerick moesten schrijven.
Het gedichtje kwam terug in mijn gedachten toen ik van de week een keer wakker lag 's nachts en bedacht hoe bizar de situatie in mijn lijf op dit moment is. Mijn maag en een stuk van mijn darm zomaar omhoog gekomen door mijn middenrif en mijn long weggedrukt.
En dat terwijl ik (op twee keer na) eigenlijk nooit pijn of klachten heb gehad... Nu is mijn vermogen om pijn te negeren wel iets beter ontwikkeld dan bij de gemiddelde Nederlander en is mijn pijngrens behoorlijk aan de hoge kant, maar toch... het blijft een wonderlijk verhaal.
Nadat ik vorige week de boodschap van de dokter te horen kreeg stond mijn leven even flink op z'n kop. Ik was echt goed van de kaart. Het idee dat het er zo bij mij van binnen uitziet, de operatie die eraan komt, maar misschien nog wel het meest: de tijd erna... vloeibaar eten en... rust... twee maanden niet tillen, geen vaatwassers in-of uitruimen, geen wasmanden de trap op-en af sjouwen, geen bedden verschonen, niet stofzuigen, geen boodschappen doen die zwaar zijn, etc. etc.

Van alle kanten werd hulp aangeboden, maar ik voelde me vooral bezorgd en gespannen... Ik sliep er zelfs slecht van en mijn dromen waren chaotisch.
Afgelopen zondag gingen we naar de kerk. Het was een voor mij bemoedigende dienst waarin werd voortgeborduurd op het thema waar ik zelf eerder die week al mee bezig was geweest: Gods plaats in het lijden. Terwijl ik naar de woorden luisterde kwam er iets van rust over me heen: Het loopt God niet uit de hand! Hij heeft mijn leven, met alles erop en eraan, IN Zijn hand!
Aan het eind van de dienst kwamen de kinderen binnen om aan iedereen twee rozen te geven. Een om zelf te houden, één om weg te geven. Het was een mooi moment, ik zag de ontroering bij sommige mensen en zelf moest ik ook even iets wegslikken toen mijn lieve schat Damian als eerste zijn twee rozen aan mij gaf.
Na afloop van de dienst kwam iemand naar me toe en zij gaf mij één van haar rozen. "Deze is voor jou! En de tekst die op het kaartje staat ook!"
Ik las het kaartje:
"U mag al uw zorgen op God afwentelen, want U ligt Hem na aan het hart..." (1 Petrus 5:7)

Wow... een boodschap van God zelf aan mij! Aan mij! De roos kreeg een ereplekje op de kast en elke keer als ik er naar keek bracht ik me de tekst in herinnering. Ik dacht erover na. Wat stond er eigenlijk? Opeens viel me iets op.
"U mag al uw zorgen op God afwentelen..." Zorgen zijn dus een realiteit! Toen Petrus zijn brief schreef wist hij blijkbaar van de zorgen die er waren. Zorgen in de gemeente misschien, of ziekte, vervolging of andere problemen. Er waren zorgen, er zijn zorgen. Ik heb zorgen. Dat is niet vreemd of dat is geen gebrek aan vertrouwen of geloof, of zonde, nee, het is de realiteit waarin we nu leven. Er kunnen dingen zijn in je leven waar je je zorgen om maakt! Grote dingen, kleine dingen, dingen die een ander misschien wegwuift, maar die voor jou een enorme berg lijken.
Zorgen, die zijn er, maar... wat doe je ermee? Laat je je er helemaal door in beslag nemen? Krijg je er slapeloze nachten van? Neemt het al je energie weg? Heb je geen aandacht meer voor anderen om je heen? Kun je nergens meer van genieten?
Dat is niet de bedoeling! Lees het maar: "U mag al uw zorgen op God afwentelen..." 
Ik ben een beelddenker, en als ik het woord "afwentelen" lees dan zie ik in gedachten zo'n zware steen die in de weg staat en het pad versperd. Jan Willem had ooit eens van die grote stenen voor zijn aquarium gekocht. Loodzwaar waren die dingen, en degene die hij niet nodig had had hij in de tuin gezet. Toen ik op een mooie middag de tuin wilde opruimen stonden die dingen me in de weg. Ik wilde ze verplaatsen en probeerde ze op te tillen. Tevergeefs. Te zwaar. Ik dacht na wat ik zou doen: ze laten staan en me eraan ergeren, vragen of JW ze een keer weg wilde halen? Opeens wist ik het: als ik er nou eens tegenaan duwde, zou ik ze misschien naar een andere plek kunnen rollen. Het lukte. het begin was het lastigst, maar toen er eenmaal beweging in zat kon ik de steen stukje bij beetje door de tuin rollen naar een betere plek.

U mag al uw zorgen op God afwentelen... Inderdaad... die loodzware stenen zorgen moet je niet optillen, daar ga je aan onderdoor! Je moet ze niet zelf willen dragen. Je mag ze in beweging krijgen en de goede kant opduwen: naar God toe... Makkelijk? Niet echt, want zie maar eens die eerste beweging erin te krijgen... maar eenmaal aan het rollen, gaat het steeds beter!
En merk je dat je toch de neiging krijgt om de steen weer op te pakken? Doe je handen open en laat de steen vallen! Duw je zorgen maar letterlijk van je af, naar God toe. Jij ligt Hem na aan het hart! Denk maar eens aan de mensen om je heen die jou na aan het hart liggen. Wat wil je voor hen doen als je ziet dat ze moeite of zorgen hebben? Helpen!

In mijn gedachten zag ik God glimlachend naar me kijken: Wat doe jij Juud? Ga je die steen optillen, of ga je hem een flinke duw geven Mijn kant op! Ik sta al klaar om je te helpen!

Ik ben aan het duwen geslagen... heb een lijst gemaakt van dingen die nog moeten gebeuren en waar ik straks hulp bij nodig heb en ben vastbesloten om alle aangeboden hulp te accepteren. Zo zorgt God voor mij, als ik mijn zorgen aan Hem geef! Alleen maar met open handen kun je iets ontvangen. Niet als je je handen vol hebt aan de stenen die je met je mee zeult!
Heb jij zorgen, blokkeert een steen je misschien wel de weg of je hele uitzicht?
Wentel je zorgen af op God... je ligt Hem na aan het hart!

Gisteravond was het kringavond. Aan het eind van de avond sloot iemand af met de woorden: "Ik heb een tekst, kijk maar wat een ieder ermee doet... "U mag uw zorgen op God afwentelen, want u ligt Hem na aan het hart..."
Ik ging ontroerd naar huis.

dinsdag 21 april 2015

De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen...

Al dagen zit er een lied in mijn hoofd. Een lied waarvan ik vroeger dacht, als we het zongen tijdens de zondagse dienst: "Pas op mensen... weet wat je zingt! Het zingt zo makkelijk mee, maar wat als jou iets overkomt..." Vaak zweeg ik tijdens het laatste refrein en dacht na.

Misschien kennen jullie het wel, en zo niet, dan hier de tekst:

Blessed Be Your Name
In the land that is plentiful
Where Your streams of abundance flow
Blessed be Your name

Blessed Be Your name
When I'm found in the desert place
Though I walk through the wilderness
Blessed Be Your name

Every blessing You pour out
I'll turn back to praise
When the darkness closes in, Lord
Still I will say

Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your name
Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your glorious name

Blessed be Your name
When the sun's shining down on me
When the world's 'all as it should be'
Blessed be Your name

Blessed be Your name
On the road marked with suffering
Though there's pain in the offering
Blessed be Your name

Every blessing You pour out
I'll turn back to praise
When the darkness closes in, Lord
Still I will say

Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your name
Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your glorious name

You give and take away
You give and take away
My heart will choose to say
Lord, blessed be Your name


"You give and take away, my heart will choose to say, Lord, blessed be Your name..." 
"U geeft en neemt weg, mijn hart zal er voor kiezen om te zeggen: Heer, gezegend is Uw Naam!" 

Afgelopen zondag stond ik de afwas te doen. Mijn gedachten gingen alle kanten uit. Ik dacht terug aan de week die voorbij was. Dingen die gebeurd waren, ontmoetingen met mensen die me aan het denken hadden gezet. De confrontatie met persoonlijk lijden van mensen. Een schat van een vrouw met progressieve MS. Zoveel voor haar en door haar gebeden. Vast gelovend dat God de ziekte een halt zou kunnen toeroepen, maar nu gevangen in haar lichaam, alleen nog maar kunnen praten en denken. Dag in dag uit, van minuut tot minuut afhankelijk van de zorg van anderen. Zelfs voor de eenvoudigste dingen als het omslaan van de bladzij van een boek of het aanzetten van een cd, het snuiten van je neus, of een kriebel op je hoofd... 
Het was deze vrouw die in mijn gedachten was toen ik mijn vorige blog schreef ("De man die niet genas..."). 

Ik dacht terug aan mijn bezoekje aan Marije eerder die week. Nog een paar weekjes voor Levi echt geboren gaat worden en ze meteen ook weer afscheid van hem moeten nemen. Wat komt het dichtbij, maar ook: hoe bijzonder dat door het verhaal van Levi al zoveel mensen zijn bemoedigd, ontroerd en geraakt! (Meer over het verhaal van Levi kun je lezen in mijn blog: In verwachting...)
Terwijl ik de bekers afwas en ze op het aanrecht opstapel schiet opeens het refrein van het lied door mijn hoofd: "You give and take away... Lord blessed be Your name..." Ik schrik er zelf van. Zo mag ik toch niet denken? De woorden waar dit lied op gebaseerd is, van één van mijn favoriete personen uit de Bijbel, Job, klinken door mijn hoofd: "De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de Naam van de Here zij geprezen!" (Job 2:21)
Ik droog mijn handen af en pak mijn aantekeningenschrift erbij. Snel maak ik een paar notities. Dan ga ik verder met mijn klusje. Ik laat mijn gedachten gaan over de woorden van Job. 

De Here heeft gegeven... tel je zegeningen, wees blij in de Heer en zingt verheugd, 10.000 redenen tot dankbaarheid... ik denk dat we het allemaal wel kunnen nazeggen. Als we onze blik richten op zoveel goede dingen, momenten, vrienden, werk, gezondheid, het feit dat het weer lente wordt, dat we in een vrij land wonen, etc. etc., is het niet moeilijk om te zeggen: "De Here heeft gegeven." Het is wat we zien op geboortekaartjes: "Blij en dankbaar zijn we dat God ons een dochter of zoon heeft geschonken!" Ik las het de afgelopen maanden diverse malen op facebook: "Dankbaar dat ik mijn baan mocht houden..." Ik zei het zelf toen ik een paar weken geleden opeens doodziek was en geholpen werd door deskundige artsen en verpleegkundigen: "Dankbaar voor goede medische zorg, dankbaar dat de pijn weg is!" 
Ik zag de blijdschap en de dankbaarheid op de foto van Marije & Richard waar Eva en Boaz, hun twee kinderen maanden geleden het nieuws aan iedereen bekend maakten door de tekst op hun shirts: "Hoera, wij krijgen een broertje of zusje!" 
De Here heeft gegeven... ook aan Job, zolang geleden. Hij was een zeer gezegend mens. In Job 1 is te lezen: "Job had zeven zonen en drie dochters. Hij had ook veel vee: zevenduizend schapen en geiten, drieduizend kamelen, duizend koeien en vijfhonderd ezels. Verder had hij veel slaven en slavinnen. Hij was de rijkste man van het hele Oosten." 10.000 redenen tot dankbaarheid... Job zou het vol overgave gezongen kunnen hebben. En daarbij was hij ook nog eens gezond. Om jaloers op te worden, toch? 

Maar dan gaat het mis. Op één dag verliest Job alles. Het is een luguber verhaal waarvan we bijna niet geloven dat het zou kunnen gebeuren. Een zwarte dag in het leven van Job. Hij raakt alles kwijt, alles, zelfs zijn 10 kinderen! Hij blijft achter, met zijn vrouw. Beroofd, verslagen, in shock misschien, diep verdrietig. Wat ben ik blij dat Jobs reactie op dit alles in de Bijbel staat: 
"Toen Job dat hoorde, scheurde hij van verdriet zijn kleren kapot. Hij knipte zijn hoofd helemaal kaal, en liet zich van ellende op de grond vallen. Hij zei: ‘Ik had niets toen ik geboren werd. Ik zal ook niets hebben als ik begraven word. De Heer heeft mij alles gegeven, en de Heer heeft alles weer van mij afgenomen. Toch blijf ik de Heer danken!’ Job maakte veel ellende mee, maar toch deed hij geen slechte dingen. En hij gaf God nergens de schuld van..." (Job 1:20-22 BGT)
De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen... 
Het zijn geen goedkope, gemakkelijke woorden die over Jobs lippen kwamen. En wat zeker niet mag gebeuren is dat deze woorden als een dooddoener worden geroepen als iemand geconfronteerd wordt met diep verdriet. Ik denk dat als we dat doen, we niet goed lezen wat er staat. Er staat niet dat Job het nieuws hoorde van zijn 10 overleden kinderen en dat hij vervolgens opstond en jubelde: "De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geprezen!" Er staat dat Job in diep, diepe rouw en verdriet uitbarstte... ik stel me zo voor dat tot in de wijde omtrek het gehuil en schreeuwen van Job te horen is geweest. Hij scheurde zijn kleren, het teken van rouw, hij knipte zijn haren af en zakte van pure ellende in elkaar op de grond... Dat was ook een deel van zijn reactie! Dat hoorde er ook bij! Nergens in het verhaal van Job is te lezen dat God deze reactie veroordeelde of betreurde. God begrijpt dat verdriet. Kijk maar naar Jezus' reactie toen Zijn vriend Lazarus gestorven was: Hij huilde! Vroeger begreep ik dat niet, want Jezus wist toch allang dat Hij Lazarus weer zou opwekken uit de dood? Jezus, God Zelf, Hij huilde toen Hij getroffen werd door het verlies van een goede vriend. Hij voelde pijn, verdriet, gemis. Hij stopte dat verdriet niet weg achter een vrome muur of overschreeuwde het door te kijken naar alle goede dingen die er ook nog waren. 
Nee... Hij huilde... Job huilde.. 
Wij mogen huilen...

Er gebeuren dingen die vreselijk zijn. Geliefden overlijden. We krijgen een ongeneeslijke ziekte. Er wordt ons onrecht aangedaan. Misschien werden we seksueel misbruikt door iemand in wie we als kind vertrouwen hadden. Er stort een vliegtuig neer en je verliest je ouders of je broer of zus. En dan heb ik het nog niet eens over het lijden in de wereld dat vaak zover van ons bed staat... 
Job huilde, hij had diep verdriet. Maar in dat verdriet wist hij één ding heel zeker: "Ik blijf de Here danken!" 
Wat een keuze, wat een getuigenis, wat een vertrouwen klinkt daarin door! Om jaloers op te worden... 

Terwijl ik me de rest van de woorden van het lied probeer te herinneren denk ik terug aan mijn eigen leven. De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen... de Naam van de Here zij geprezen! Waar anderen een kindje kregen, bleef mijn buik leeg. Wat vond ik het moeilijk om te accepteren dat Gods weg met ons leven blijkbaar een andere was dan huisje, boompje, beestjes en kinderen. Wat waren we blij toen we toch voor kinderen mochten gaan zorgen omdat we pleegouder werden. 1, 2, 3... 10, 11 kinderen werden ons toevertrouwd door de jaren heen. De Here heeft gegeven... Wat was het moeilijk om te zien dat 10 jaar houden van en investeren toch niet genoeg waren om een zo ernstig beschadigd meisje door het leven te helpen. Na 10 jaar zorgen moesten we een kind dat weliswaar ons kind niet was, maar wel een plekje in ons hart heeft, loslaten en aan de zorg van anderen overlaten. De Here heeft genomen... 

Hoe reageer ik? Raak ik verbitterd, gefrustreerd? Ga ik een schuldige aanwijzen: Hadden ze nou maar geluisterd naar ons bij het GGZ! Hadden ze nou maar een behandeling aangeboden die wij voor ogen hadden!? Ga ik mezelf de grond intrappen: Ik ben ook gewoon geen goede moeder, ik ben niet geschikt voor deze kinderen. Of geef ik God de schuld? Heer, U heeft dit meisje toch op onze weg geplaatst? Waarom heeft U niet ingegrepen? U kon haar toch genezen en bevrijden? 
Ga ik me verstoppen achter vrome woorden: "God heeft alles in Zijn hand en Hij zal wel zorgen dat het goed komt!"? 

Het verhaal van Job houdt me opnieuw een spiegel voor. Voor mijn eigen leven, voor het lijden dat ik tegenkom in de levens van mensen, voor Lia die MS heeft, voor Marije en Richard die hun Levi niet zullen zien opgroeien. Voor diegenen die hun huwelijk op de klippen zien lopen, of hun kinderen een andere kant op zien gaan. Voor hen die chronisch ziek zijn zonder aanwijsbare of verklaarbare oorzaak. Voor al het lijden, ziekte en dood die er nu nog is in deze wereld. 
Het is niet goedkoop, of vroom. Het is de realiteit onder ogen zien en daar diep verdrietig over mogen zijn. Maar het is ook: "Toch blijf ik de Heer danken!" Danken voor al het goede dat Hij gaf. Danken voor wie Hij is en wat Hij voor mij over had! Danken voor mensen om ons heen, voor vriendschap. Danken voor mogelijkheden en voorziening. Dankend leven. Ook al is dat soms danken en huilen tegelijk... Job is mijn voorbeeld, Jezus is mijn voorbeeld. Zo wil ik zijn, zo wil ik omgaan met lijden en tegenslag. 

Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your name
Blessed be the name of the Lord
Blessed be Your glorious name


You give and take away
You give and take away
My heart will choose to say
Lord, blessed be Your name

(Luister hier naar het lied: Blessed be Your Name

vrijdag 17 april 2015

De man die niet genas...


Daarna was er een feest der Joden en Jezus ging op naar Jeruzalem. Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad, dat in het Hebreeuws de bijnaam Betesda draagt, met vijf zuilengangen. Daarin lag een menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden, die wachtten op de beweging van het water. Want van tijd tot tijd daalde een engel des Heren neder in het bad; dan bewoog het water; wie er dan het eerst in kwam na de beweging van het water, werd gezond, wat voor ziekte hij ook had. En daar was een man, die reeds achtendertig jaar lang ziek geweest was. Hem zag Jezus liggen en daar Hij wist, dat hij daar reeds lange tijd was, zeide Hij tot hem: Wilt gij gezond worden? De zieke antwoordde Hem: Here, ik heb geen mens om mij, zodra er beweging komt in het water, in het bad te werpen; en terwijl ik onderweg ben, daalt een ander vóór mij af. Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw matras op en wandel. En terstond werd de man gezond en nam zijn matras op en ging zijns weegs. (Uit Johannes 5)
Sabbat... voor hem een dag als alle anderen. Leunend tegen de ruwe stam van de boom achter hem sloot hij even zijn ogen. Hoeveel jaren waren er al voorbij gegaan? Hoe lang zat hij hier al? Hij herinnerde zich hoe hij als kind altijd al pijn had gehad. Als de andere kinderen speelden, hutten bouwden of wedstrijdjes deden haakte hij als eerste af. Langzaam maar zeker was de pijn erger geworden en toen was de dag gekomen dat zijn benen hem niet meer wilde dragen. De bezorgde blikken in de ogen van zijn moeder zou hij nooit meer vergeten. Er was iets ernstigs met hem aan de hand. Ze hadden artsen bezocht en hij had geneeskrachtige kruiden gebruikt. Niets had geholpen. De pijn bleef en naarmate de tijd vorderde lieten steeds meer delen van zijn lichaam  het afweten. Lopen kon hij al lang niet meer.
Zijn laatste hoop was het water dat vlak voor hem was. Niemand wist precies hoe het zat, maar steeds weer als je het niet verwachtte kwam een gedaante uit de hemel die het water aanraakte. Dan begon de grote wedstrijd, want wie het eerst met het water in contact kwam, werd genezen!
Het maakte niet uit wat je mankeerde. Of je blind was, doof, slecht ter been of verlamd, je een huidziekte had of vergroeid was... het water genas je!

De man deed zijn ogen open en richtte zijn blik weer op het water. Hij wilde het moment niet missen, wat al zo vaak gebeurd was omdat hij door de warmte van de zon en de pijn in zijn lichaam in slaap was gevallen.

Een eindje verderop staat een groepje mensen om een andere man heen. Hij kent hem wel. Misschien ligt hij nog wel langer dan hemzelf te wachten op een wonder. Het is kansloos, want waar hij zichzelf nog met hulp van stokken voort kan bewegen, is die man volledig verlamd.
Maar... ziet hij echt wat hij denkt te zien... of is hij bezig zijn verstand te verliezen? Hij gaat rechtop zitten en kijkt zo scherp als hij kan. Wat gebeurt daar? Vol ongeloof en verbazing ziet hij de man, die daar al zolang hij het zich kan herinneren gelegen heeft, opstaan! Zonder hulp, zonder horten en stoten. Hij bukt zich nog een keer, rolt zijn matras op en neemt hem mee onder zijn arm. Dan loopt hij weg. Ook het groepje mensen dat om hem heen stond vertrekt...
Verbouwereerd zakt hij terug tegen de boom. Het duizelt hem. Hoe is dat mogelijk? En waarom hij? Het water is toch niet in beweging geweest? Hoe kan hij genezen zijn? Wie waren die mensen om hem heen? Konden ze ook niet even langs hem komen? Hij tuurt langs het water of hij nog een glimp van het groepje kan opvangen, maar ze zijn verdwenen in de menigte.

De jaren verstrijken. De verlamde man die zo wonderlijk genezen is heeft hij nooit meer terug gezien. Wel heeft hij geruchten gehoord van voorbijgangers over Jezus die de meest wonderlijke dingen deed. Het schijnt dat hij zelfs een dode vriend van Hem weer tot leven heeft geroepen. Hij heeft dag in dag uit gekeken of hij die Jezus weer voorbij zag komen, maar hij heeft Hem niet meer gezien, of misschien wel niet herkend. Het water heeft nog vele malen bewogen maar hij was nooit de eerste. Hij voelt dat zijn krachten minder worden. Het zal niet lang meer duren. Dan zal hij sterven en zal zijn lijden hier voorbij zijn...

Strek je uit naar het wonder! Je bent al genezen in Jezus! Je moet in je genezing gaan staan! Geloof en je wordt genezen! Bid met gezag, bestraf de ziekte en ga op je benen staan! Heb je soms onbeleden zonden in je leven dat je maar ziek blijft? Bid je wel voor je genezing? Kreten die menig zieke om zijn oren heeft gekregen. In de evangelische kringen zijn we er over het algemeen erg goed in. Tenminste, zolang het onszelf niet betreft. Maar hebben we door wat we er een ander mee aandoen? Hebben we een idee wat onze woorden die we wellicht ook nog ondersteunen met allerlei teksten uit de bijbel, aanrichten? Wat een druk en schuldgevoel dat op een zieke legt? 
Jezus genas. Jezus geneest. Jezus zal genezen. Dat is een waarheid die ik erken. Maar er is ook een andere kant van de medaille. We leven in een gebroken wereld. Een wereld die zucht en steunt door de gevolgen van de zonden en de keuzes die wij maken. Een wereld waarin ziekte is, pijn, gebrokenheid, lijden, vervolging, oorlog, misbruik, honger, onrechtvaardigheid. Dat is de realiteit waarin we leven. God weet het! God kan er iets aan doen, Hij heeft alle macht. Alles is mogelijk. En... Hij doet het ook. Wonderen gebeuren. Maar... niet als vanzelfsprekend, of omdat wij zo goed bidden of zoveel gezag uitoefenen. Niet als methode. Lang niet altijd op onze manier of op onze tijd. En waar wij ons richten op het zichtbare, op genezing, op spectaculaire wonderen, ziet Gods wonder  voor iemand er misschien wel heel anders uit... Is een wonder van kracht om door een moeilijke tijd heen te gaan of om ondanks een ernstige ziekte blijdschap en vrede te ervaren misschien wel een veel groter wonder?!
Wij denken God te kennen, te begrijpen waarom Hij doet zoals Hij doet, worden boos of teleurgesteld als wij het niet op onze manier zien gebeuren en gebruiken God als een soort Sinterklaas. We zetten onze schoen met ons verlanglijstje, zingen een paar mooie liedjes voor Hem en kijken vol verwachting uit naar wat er voor cadeautje tevoorschijn zal komen. We zeggen "dank U wel" als het naar onze zin is, maar o wee als er in onze schoen een bittere chocoladeletter zit in plaats van die lekkere zoete met hazelnoten... 

Laten we stoppen om God de weg voor te schrijven! Laten we anderen die met ziekte en lijden te maken hebben tot steun zijn in plaats van hen te bekogelen met stenen. Mag God God zijn? Ook als het anders gaat dan jij voor ogen had? Durf te vertrouwen en te rusten in zijn oneindige liefde voor jou. Hij kent jou, Hij weet wat het beste voor je is! Ook als je ziek bent of door het leven bent gekwetst. Hij wil een wonder doen: Hij geeft vreugde en vrede. Hij geeft bloei!
Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten....
Want in vreugde zult gij uittrekken en in vrede geleid worden... Voor een doornstruik zal een cypres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de Here zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden... (uit Jesaja 55)


woensdag 8 april 2015

In verwachting...

"Eindelijk mogen we het vertellen! We verwachten ons derde kindje!"
Zomaar een blij berichtje op facebook een maand of vier geleden. Wonder van nieuw leven. Als je, net als wij, te maken hebt met de gevolgen voor baby's als ze geboren worden in onveilige of niet stabiele omstandigheden, besef je je des te meer wat een voorrecht het is voor zo'n kindje geboren te mogen worden in een warm en veilig nest. Ik ben blij voor die ouders, en blij voor het kindje: je zou maar in zo'n familie je plekje mogen hebben... Ik werp even een blik op de foto van de echo en voel me onervaren en een beetje blond: waar moet ik nou naar kijken? Kunnen ze niet even met lichtgevende lijntjes aangeven hoe ik dat piepkleine mensje dan moet terugvinden? Ik zie er van alles in, maar niet echt een kindje... Ik geef het op, het zal wel zo zijn, en waarschijnlijk kunnen de aanstaande ouders het precies aanwijzen. Ik scrol met mijn muis naar beneden op mijn tijdlijn.

Een paar berichtjes verder staat weer een foto van een echo. Een ander gezin, ook het derde kindje. Ook in verwachting maar in de wetenschap dat als het kindje geboren zal zijn, het na het doorknippen van de navelstreng heel spoedig zal terugkeren naar zijn Schepper. De moeder schrijft een liefdevolle en ontroerende brief aan haar nog ongeboren zoon, nu nog levend in haar buik, straks stervend in hun armen. Ik slik en zucht, mijn hart huilt. Wat gunde ik hen dit wonder van nieuw leven, wat vond ik het heerlijk om te horen dat zij hun derde kindje verwachten. Omdat ik kraambezoekjes meestal te moeilijk en te confronterend vind had ik na het het horen van het blije nieuws een muziekdoosje gegeven als cadeautje met het liedje:
"Ik ga slapen ik ben moe,
'k sluit mijn beide oogjes toe,
Here houdt ook deze nacht,
over mij getrouw de wacht"

Een paar weken later volgde dit onwerkelijke nieuws. Dit mannetje zál zijn oogjes sluiten, en de zekerheid dat hij mag opgroeien op de beste plek die je je kunt wensen is er, maar voor de ouders en het zusje en broertje zal het altijd een leeg, ongevuld plekje blijven in het gezin. Het is onvoorstelbaar en woorden schieten te kort.

De weken verstrijken en we volgen de gebeurtenissen van dit gezin vanaf de zijlijn. Het gaat om een gezin uit onze kerk, een stel dat bij onze kring hoort en zo zijn we betrokken. Ik lees de nieuwsberichtjes, de postjes van de moeder op facebook en ik bid. Soms zijn het alleen maar vragen en waaroms. Soms overheerst dankbaarheid omdat ik zie hoe God kracht geeft, in alles de leiding mag hebben, zorgt, voorziet en liefheeft. Ik ben verwonderd als ik de moed en nuchterheid van de moeder zie, blij omdat ik van dichtbij mag meemaken hoe een drama voor een mens zonder God (zonder hoop) kan veranderen in een getuigenis van hoop en liefde.
Het kleine ongeboren mensje krijgt een naam: Levi. Die naam betekent "hij die verbindt" of "de aanhankelijke".
Ik ben verstild... een naam geven aan een ongeboren kindje... Ik denk erover na. Meestal houden de ouders de naam geheim tot het kind geboren is, en dan is dat het eerste dat je vraagt als je het nieuws van de geboorte gehoord hebt. In deze situatie waarin het leven van dit kindje waarschijnlijk niet langer dan een paar uur of wellicht een paar dagen zal duren is het geven van een naam heel kostbaar. Met een naam krijgt dit mensje een gezicht, een betekenis. Bestaansrecht. Het is niet langer meer een ongeboren wezen, nee een mens met een naam. Levi, hij die verbindt, de aanhankelijke. Ja... dat is hij. Hij verbindt... hij verbindt op een bijzondere manier, die hij zelf waarschijnlijk nooit zal beseffen. De aanhankelijke... ook dat is zo waar. Dit jongetje zal niet zonder de navelstreng van zijn moeder kunnen. Zijn leven, zijn bestaan is afhankelijk van de verbinding met zijn moeder. Buiten haar is geen leven hier op aarde voor hem weggelegd.

Levi... nog nooit heb ik meegemaakt dat een kindje zo gekoesterd, zo gewenst was, zo bewust en intens geliefd al in de buik van zijn moeder. Het houdt me bezig. Wij zien vaak het tegenovergestelde. Een moeder die gewoon hardop zegt: "Joh, ik wist niet eens dat ik zwanger was tot je geboren werd..." Een moeder die voor haar lol drugs gebruikt in de zwangerschap, geen rekening houdend met de gevolgen voor het kindje. Een moeder die het ongeboren leven maar laat weghalen omdat het anders toch uit huis geplaatst wordt.

Lieve Levi... wat ben jij gewenst... wat ben jij geliefd... het kan niet anders dan dat je dat merkt en voelt. Jouw negen maanden zijn voor jou hemels en daarna mag je verder opgroeien op de veiligste plek die er is, in de veiligste handen die er zijn, behoedt voor alles waar je in dit leven tegenaan gelopen zou zijn...

Een paar weken geleden was ik op stilteweekend en tijdens één van de bezinningsmomenten rondom de psalmen ging het over psalm 139. De woorden raakten mij:

Want Gij hebt mijn nieren gevormd,
mij in de schoot van mijn moeder geweven.
Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid,
wonderbaar zijn uw werken;
mijn ziel weet dat zeer wel.
Mijn gebeente was voor U niet verholen,
toen ik in het verborgene gemaakt werd,
gewrocht in de diepten van het aardrijk;
uw ogen zagen mijn vormeloos begin;
in uw boek waren zij alle opgeschreven,
de dagen, die geformeerd zouden worden,
toen nog geen daarvan bestond.
Hoe kostelijk zijn mij uw gedachten, o God,
hoe overweldigend is haar getal.
Wilde ik ze tellen, zij zijn talrijker dan het zand;
als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U.

<photo id="1" />Ik schreef mijn gedachten die morgen op:
"Vandaag denk ik aan Levi.
Wonderlijk geweven in de buik van Marije. Nu nog veilig bij haar.
God kent de dagen van zijn leven! Hij vormde hem.
Waarom dan niet compleet?
Waarom dan niet levensvatbaar?
Is het U uit de hand gelopen? Maakte U een weeffout?

O God, ken mijn gedachten...
Leid mijn gedachten op de juiste manier.
Uw gedachten zijn niet mijn gedachten. Uw wegen zijn hoger dan mijn wegen.
Leid mij op de weg die eeuwig is.

Heer, omring Marije en Richard, Eva en Boaz met Uw liefde en bescherming..."

Nee, het is God niet uit de hand gelopen! Hij maakte geen weeffout... We worden geconfronteerd met de gebrokenheid van deze wereld. De gevolgen van de zondeval van zolang geleden. Maar wat een heerlijke wetenschap dat Hij hierbij is. Dat als Levi straks zijn oogjes sluit, en hij ze weer opent bij zijn Schepper, hij bij Hem mag zijn... "...als Levi ontwaakt, is hij bij U!" Wat een troost...

Nog een paar weken mag Levi zich koesteren bij zijn moeder, mogen zijn aardse vader, zijn broertje en zusje soms voelen dat hij leeft en beweegt. Nog een paar weken mag deze moeder intens genieten van haar zoon. Negen maanden die veel te snel gingen, die vol waren zoveel tegenstrijdige emoties, gedachten, gebeurtenissen. Levi, hij die verbindt, de aanhankelijke. Kostbaar mannetje... wat een leegte zul jij achterlaten! Een leegte die alleen maar gevuld kan worden door de Vader Zelf. En dat zal Hij doen... omdat Hij de Trooster is. De Levende, die de dood verslagen heeft. Uiteindelijk heeft Hij het laatste woord!

In verwachting... ja... inderdaad.
"En nu... wat verwacht ik... mijn hoop is op U!" (Psalm 39:8)