Posts tonen met het label pleegzorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pleegzorg. Alle posts tonen

vrijdag 22 december 2017

Gewoon...

Kerstfeest van de basisschool 


‘Wat fijn dat jullie er allemaal zijn! En wat mooi om te zien dat jullie papa’s en mama’s en opa’s en oma’s er ook bij zijn vanavond...’

De directeur van de basisschool opent de kerstviering van de basisschool. We zitten in een sfeervolle, prachtig versierde kerk waar kinderen zojuist met lichtjes binnen zijn gekomen. We zijn welkom geheten door ‘de verteller’, een klasgenootje van Damian, die samen met een meisje uit groep 7 steeds een stuk verhaal vertelt. En nu mag de directeur, zelf ook nog maar een half jaar op onze school, de avond openen.

Ik gluur even naar rechts. Alicja, die nog maar twee maanden bij ons woont, lijkt het niet gehoord te hebben. Gelukkig. Ze zit stralend, letterlijk schitterend door het glinsterende vestje dat al een week aan de kast hing, in het midden van de rij. Vanavond is haar avond. Wat heeft ze er naar uitgekeken. Eindelijk die feestjurk aan, eindelijk het lied zingen waar ze zo hard voor geoefend heeft met haar klas.

Gewoon 


Het programma gaat verder. Ik luister naar het lied dat de meesters en juffen zingen. Ieder jaar weer prachtig. Het leukst is om de koppies van de kinderen te zien die vol ontzag naar hun juf of meester kijken.

Dan klinkt de stem van de tweede verteller:
‘Gewoon’, hoe vaak hoor je dit woord niet? Heel vaak!Misschien wel als antwoord op de vraag: ‘Waarom deed je dat?’ ‘Nou, gewoon...’ Wat is er dan zo gewoon? Ga eens na wat je vandaag allemaal hebt gedaan. Je bent vanochtend opgestaan: gewoon? Je hebt gegeten: gewoon? Is dit allemaal wel zo gewoon?

We zingen, luisteren naar proclamaties en teksten uit de Bijbel en natuurlijk naar de liederen die de groepen hebben ingestudeerd. Ik verlies mezelf eventjes in het kerstverhaal dat door één van de juffen verteld wordt. Even laat ik me meenemen naar toen... naar Jozef en Maria en naar de stal waar hun bijzondere kindje geboren werd.

Langzaam maar zeker komen we aan het eind van het programma. Een bestuurslid bedankt iedereen en weer klinken de woorden: ‘Fijn dat jullie papa’s en mama’s er waren...’

Ik voel even een soort van plaatsvervangende pijn. Ik denk aan onze gezinshuiskinderen. Soms is er nog contact met ouders, dat vinden wij belangrijk en eigenlijk noodzakelijk, maar soms kan dat niet. Zijn ouders niet meer in beeld, door wat voor redenen dan ook. Ik heb daar geen oordeel over. Maar vanavond voel ik de pijn.

Mijn ogen gaan door de rijen met kinderen. Ik ken er best veel. Bij de meesten is het gelukkig ‘gewoon’. Gewoon een vader, en een moeder, soms ook nog broertjes of zusjes. Maar, ik ken ook kinderen bij wie het niet gewoon is dat papa en mama er vanavond zijn. Papa en mama zijn gescheiden en ze zijn allebei verder gegaan met hun eigen leven. Ik ken andere pleegkinderen. Natuurlijk zijn hun pleegouders er, maar papa en mama? Er zijn kinderen van wie een ouder in het ziekenhuis ligt of een ernstige ziekte heeft.

Zo gewoon is het niet...


Zo gewoon is het niet om als kind op te groeien bij je vader en moeder...
Zo gewoon is het niet om op het kerstfeest je papa, mama, opa of oma mee te nemen...
Zo gewoon is het niet om straks kerst te vieren met je familie...
Zo gewoon is het niet om ‘gelukkig nieuwjaar’ te zeggen terwijl je misschien wel onzeker bent wat dit jaar gaat brengen...

We staan op om het laatste lied te zingen. Uit de monden van de kinderen, de papa’s en mama’s, de opa’s en oma’s, de pleegvaders en moeders, de meesters en juffen klinkt het vol overgave:

Ere zij God in de hoge. 
Vrede op aarde. 
In de mensen een welbehagen.

Gewoon bijzonder


Ik kijk nog een keer opzij. Onze glitterende Alicja zingt uit volle borst mee. En als het lied uit is zie ik hoe haar klasgenootjes haar jasje bewonderen en er even aan moeten zitten. Ze straalt van trots. Haar avond is geslaagd. Ik ben vooral dankbaar. Dankbaar dat ze zo welkom is geheten op deze school, in deze klas, met deze leerkrachten. Ze hoort er gewoon
helemaal bij... gewoon?

Een oud kinderliedje plopt in mijn gedachten op:
Gewoon bijzonder, dat klinkt wat ongewoon 
maar de Here God die heeft voor jou een plekje in Zijn hart. 
Je bent voor Hem belangrijk, je mag altijd bij Hem komen, 
Hij heeft nog nooit genoeg van jou gehad.

Dat is het... gewoon bijzonder. Gewoon helemaal welkom, bij ons, op school, maar vooral ook bij de Here God. Dat is pas thuiskomen. Dan heb je gewoon een bijzondere kerst. Laten we zorgzaam zijn voor hen voor wie de gewone dingen niet zo gewoon zijn...

donderdag 24 augustus 2017

De schakel

Afscheid


Vandaag hebben we afscheid genomen van Sabrina, het pleegkind dat het langst van alle pleegkinderen tot nu toe bij ons gewoond heeft. 4 september 2002 kwam ze bij ons wonen. Een klein meisje met blonde krullen en een enorme grote beer. De beer is vandaag mee verhuisd naar het kamertrainingscentrum. 

Sabrina was ons tweede pleegkind. Ik herinner me nog als de dag van gister dat we gebeld werden met de vraag of we een plekje hadden voor een meisje van twee. We waren op dat moment net een paar maanden gestart met pleegzorg en hadden een elfjarige knul in huis die tijdelijk zou blijven. We hadden aangegeven dat we best meerdere pleegkinderen in huis wilden. Tussen de vier en de twaalf jaar was onze voorkeur. Dan kon ik nog blijven werken. 

Ons hart zei meteen ja toen de vraag voor een plekje voor Sabrina kwam. We overlegden, rekenden, keken rond in huis, dachten na en hakten de knoop door: ik zou stoppen met werken en fulltime pleegmoeder worden. Een forse beslissing want ik deed mijn werk met plezier en daarnaast hadden we net een huis gekocht dat wel betaald zou moeten worden. Maar we vertrouwden erop dat het goed kwam. En het kwam goed. 

Vijftien jaar lang hebben we van alles meegemaakt met elkaar. Mooie, moeilijke, vrolijke, verdrietige, hoopvolle en teleurstellende dingen. Precies zoals dat gaat in een gezin. Nu is er een lege plek, in huis en in ons leven. Want pleegzorg doe je als baan maar vanuit je hart. 

Roze wolk

Toen we als kersverse pleegouders begonnen gingen we ervan uit dat als je maar goed genoeg je best doet, genoeg liefde geeft en hier en daar wat opvoedkundige trucs uithaalt, het met ieder kind wel goed komt. De roze wolk van pleegzorg noem ik het wel eens. We zijn zo’n zestien jaar verder en hebben inmiddels aan twaalf kinderen een plekje in ons gezin kunnen aanbieden. We hebben kinderen zien komen en weer zien gaan. De roze wolk van pleegzorg is allang een wolkbreuk geworden. (Gelukkig komt na regen altijd weer zonneschijn )

Er zijn zoveel factoren die meespelen bij pleegzorg. De band met de familie, de problematiek van het kind, de geschiedenis, het netwerk, het pleeggezin of gezinshuis zelf. 

De ketting van het leven

In ons gezinshuis hebben we al heel wat keren afscheid moeten nemen van kinderen. Sommige kinderen konden terug naar ouders. Soms konden kinderen niet blijven omdat ze meer of intensievere zorg nodig hadden. We hebben kinderen gehad die zulke heftige gedragsproblemen hadden dat de veiligheid van henzelf of ons in gevaar kwam. Dan moet je, hoe moeilijk ook, een grens trekken. Er waren kinderen die zo ernstig beschadigd waren in hun voorgeschiedenis dat de nabijheid van een gezin te dichtbij kwam. Hoe bizar het ook klinkt, ze hadden meer afstand nodig en vonden een plek op een (behandel)groep. En nu hebben we voor het eerst iemand die aan de volgende fase van haar leven begint: een kamertraining, op weg naar volledige zelfstandigheid. 

Als gezinshuisouder moet je loslaten. Soms vragen mensen of dat niet moeilijk is. Ja, natuurlijk is dat moeilijk. Vooral als een plaatsing op een andere manier eindigt als jij voor ogen had. Maar door de jaren heen ben ik anders naar pleegzorg gaan kijken. Ik zie ons, als gezinshuis(ouders) als een schakel. Een schakel in de ketting van het leven van een kind. Vaak haken wij in zwakke, niet goed sluitende, of zelfs gebroken schakels. Op deze schakels kun je niet veel kracht zetten want dan valt de ketting uit elkaar. 

Ik hoop, en weet eigenlijk zeker, dat de schakel die de kinderen die bij ons wonen vormen gedurende de tijd die ze bij ons zijn, een stevige en solide schakel is. Een schakel die de ketting sterker maakt en waar een volgende schakel met een gerust hart aan kan sjorren. 

Die schakel raakt een kind niet meer kwijt. Of hij korter of langer hier gewoond heeft, we hebben iets mogen meegeven van hoe het ook kan gaan. Van rust, structuur, regelmaat, zorg, betrokkenheid, liefde en vooral ook van de prachtige boodschap van Gods liefde. 

Want waar wij loslaten, houdt God vast. Hij overziet het hele leven. Hij heeft alle tijden in Zijn hand, en voor Hem komt niets als verrassing, te vroeg of te laat. Hij is trouw en blijft altijd Dezelfde.

Afscheid nemen blijft pijnlijk, maar eigenlijk zegt dat alleen maar iets over hoeveel je van iemand houdt... De keerzijde van liefde... 

15 jaar herinneringen die we koesteren in ons hart. En tegelijk kijken we vooruit en zijn we benieuwd wie de lege kamer nieuw leven komt inblazen! Gezinshuisouder zijn... het is in ieder geval nooit saai!

maandag 17 juli 2017

Vakantie soap (1) Proost!

Inpakken en wegwezen

Kwart voor 7 vanmorgen... Damian klaar wakker, ik ook. ‘Vandaag gaan we op vakantie!’ Eerst koffie schat... en opstarten... en nog inpakken, boodschappen doen, de huurauto halen en schoonmaken... Ik begin de dag rustig. We hebben alle tijd. Vertrekken pas na de lunch en ik heb al heel veel ingepakt. 
 
Nog snel even een paar mails versturen, een afspraak voor mijn praktijk na de vakantie, een mail naar een voogd over een mogelijke bijplaatsing. Een mail naar het instroomloket van Driestroom met onze wensen voor een nieuwe plaatsing, want terwijl wij even in de schijnwereld die vakantie heet verblijven, gaat op de achtergrond het normale leven verder. En dat betekent een aanstaand afscheid van onze bijna 17-jarige pleegdochter die naar kamertraining zal vertrekken eind augustus en daarmee een leeg plekje in ons huis. 
 
We worden wekelijks gebeld door verschillende voogden dat ze een plekje zoeken voor een kind... Schrijnend eigenlijk. 
 
Mails verzonden, computer dicht, auto ingeladen en nog snel even de woonkamer stofzuigen. Ondertussen wordt onze gast voor deze vakantie door zijn moeder gebracht. Gijs, een vriend van Damian, zal ons deze periode vergezellen. Leuk voor Damian, een leeftijdgenootje, fijn voor mij, heb ik ook af en toe ff een momentje voor mezelf, en gewoon gezellig, want hoe meer zielen, hoe meer vreugd. 
 
Even voor tweeën stappen we in de auto. JW en Mike in het huurautootje waarmee JW morgen weer terug zal gaan en Damian, Gijs en ik in onze eigen auto. 
 

Uitpakken en zwemmen!

De autorit is gezellig. Ik heb Gijs naast me, die honderduit praat. Af en toe moet ik moeite doen om niet hardop te lachen om zijn geweldige uitspraken. Na een kwartier zegt hij: ‘Ik heb geen gek gevoel meer in mijn maag. De zenuwen zijn weg.’ Goed zo. En nu genieten. We hebben het met z’n drieën over van alles en nog wat. Damian leest achterin de auto een Donald Duck en gooit er af en toe een mop of een raadsel doorheen. 
 
‘t Is best een eind weg, Roggel, maar we redden het in één keer, zonder noodstops of files. Natuurlijk sta ik voor de verkeerde slagboom: ‘Dit is de camping, mevrouw... U wilt vast naar die luxe woningen verderop!’ Goed gezien, vakantie op stand natuurlijk. 
 
We rijden door het park naar ons huisje. Een prachtige 7-persoons vakantieboerderij. ‘Eerst het huis bekijken!’ roepen de jongens. Natuurlijk. Het ziet er ruim en mooi uit. Hier ga ik het wel redden. Met vereende krachten laden we de auto uit. Jan Willem en Mike installeren de playstation en zorgen dat de WIFI werkt. Damian en Gijs verdelen de bedden en duiken dan op de bank met een Donald Duck pocket. Ik ga uitpakken en het huis gezellig maken. 
 
Om half 5 slenteren we naar het zwembad. Daar gaat het allemaal om. Volgens Damian dan. Ik heb daar zo mijn eigen ideeën over, maar in de vakantie offer ik me op. Het is er rustig en ik moet zeggen dat een duik in het koele water aangenaam is. 
 

Proost

In de hoek van het zwembad is een glijbaan. Mike is er al vanaf geweest. Damian wil ook wel. Ik hou niet van glijbanen en ik heb vernomen dat Gijs er ook niet goed vanaf durft. Hij heeft ooit eens vast gezeten in zo’n gevaarte, vertelt hij in geuren en kleuren, en hij blijft liever beneden. Ik kijk eens naar de glijbaan en zeg tegen Gijs: ‘Weet je... ik hou eigenlijk niet van glijbanen, maar deze ga ik denk ik toch proberen... en moet je kijken... deze is zo breed, daar kun je gewoon niet eens in vast komen te zitten!’ Gijs kijkt nog even bedenkelijk maar dan ben ik ‘m kwijt. Een paar tellen later staat hij bovenaan de glijbaan en hij zoeft naar beneden! Nu kan ik niet achterblijven... ik hijs me uit het water en klim ook naar boven. Het gaat natuurlijk onbeschoft hard (vind ik), maar ik heb het er voor over.
‘Zullen we nu die andere glijbaan doen?’ zegt Gijs. Prima, doen we... en daar gaan we... Leuk om te zien hoe Gijs in één keer over z’n glijbaanvrees heen is en eraf blijft gaan. 
 
We eten een patatje in het zwembad en de jongens genieten zichtbaar. Eindelijk vakantie! Terug in het huisje wordt de sauna uitgeprobeerd door de mannen. Mij niet gezien... ik ga met JW op het terras zitten. Even genieten van een lekker glas rosé. 
 
Proost! En ach... die bedden die nog opgemaakt moeten worden... dat komt straks wel...

woensdag 21 juni 2017

Zo gewoon mogelijk...

Een gewoon gezin

Laatst waren we in Avifauna met twee van onze gezinshuiskinderen. Het was een gezellige middag. We bekeken vogels, genoten van een patatje, de jongens hadden lol in de speeltuin. Het zag er heel gewoon uit, vader, moeder, twee jongens. 
 
Dat is precies wat wij met ons gezinshuis willen zijn: Zo gewoon mogelijk. Op de website van De Vlerken, ons gezinshuis, staat het zo omschreven: 
 
Een gezinshuis combineert het vanzelfsprekende van een gezin met professionele zorg op kleine, persoonlijke schaal. Het is een gewoon huis in een gewone woonwijk, waar zo goed mogelijk wordt samengeleefd als een gewoon gezin.
 

Met wie?

‘Damian, je kunt vanmiddag uit school vandaan niet spelen, want Nienke komt je ophalen voor je identiteitskaart!’ Ik herinner Damian aan de afspraak die hij heeft als hij tussen de middag thuis is om te lunchen en hij op het punt staat om samen met zijn vriendje weer naar school te vertrekken. ‘Wíe komt er???’ hoor ik het vriendje vragen. ‘Oh, Nienke, m’n voogd.’, zegt Damian alsof het de normaalste zaak van de wereld is. 
 
Het korte gesprekje treft me opeens. Voor Damian, en onze andere gezinshuiskinderen zijn er veel meer belangrijke volwassenen die een rol spelen in hun leven dan bij ‘gewone’ kinderen. Alle belangrijke beslissingen, alle acties waar een handtekening voor vereist is, alles wat (juridische) gevolgen heeft, wordt besloten en geregeld door een voogd. 
 
Het openen van een bankrekening of het aanvragen van een id-bewijs bijvoorbeeld. Dat kunnen wij niet doen, dat moet de voogd van het kind doen. Nu boffen wij met een drietal bevlogen en betrokken voogden. Dat hebben we ook anders meegemaakt, maar deze voogden gaan voor hun pupillen en doen er alles aan om in hun belang mee te denken en te beslissen. 
 

Een gewoon huis, een gewone buurt, een gewoon gezin

Gewoon, een hoekwoning in een kindvriendelijke, rustige buurt. Hoewel... met 7 slaapkamers, twee badkamers en een uitgebouwde woonkamer is het niet helemaal een doorsnee huis te noemen. 
 
De buurt is inmiddels aan ons gewend. Maar dat heeft best wat tijd gekost. Want hoe graag we ook een gewoon gezin willen zijn, we hebben regelmatig kinderen in huis gehad die allesbehalve gewoon gedrag vertoonden. En waar het voor kinderen van een jaar of 6 best mogelijk is om een poosje alleen in de speeltuin te spelen, moesten wij regelmatig ingrijpen omdat ‘gewoon spelen’ al snel ontaardde in ruzie. 
 
We zijn een zo gewoon mogelijk gezin. We staan op, de kinderen gaan naar school, we eten met elkaar, doen boodschappen, gaan op vakantie, naar de kerk, doen af en toe een spelletje of gaan uit eten (hoewel we selectief zijn waar we naar toe gaan), krijgen visite en vriendjes en vriendinnen zijn altijd welkom bij ons thuis. O ja, en we hebben huisdieren!
 

Niet vanzelfsprekend

Toch gaat niet alles vanzelfsprekend. Meer dan gemiddeld brengen we structuur aan in ons leven, in de dagen. Daar varen de kinderen wel bij. Ze hebben houvast aan duidelijke afspraken, consequent zijn en betrouwbaar zijn. Plotselinge veranderingen zorgen voor teveel onrust. Het leven moet zo voorspelbaar mogelijk zijn. 
 
We hebben geen handjevol tieners die op onze kids mogen passen. In principe is er altijd één van ons thuis, of zo heel af en toe als we samen weg zijn, past een volwassene of een bevriend stel op waarvan we weten dat zij onze kids kunnen geven wat ze nodig hebben. 
 
We gaan niet vaak naar gelegenheden toe met teveel prikkels of teveel mensen. Bruiloften, feesten, verjaardagen... ze zijn tot de zeldzaamheden gaan horen. En als we gaan, dan is het met duidelijke afspraken. 
 
Feestdagen zijn op z’n minst afwijkend en soms ook pijnlijk dubbel. Bij het ene kind komt de hele familie op z’n verjaardag en het andere kind heeft nauwelijks iemand. Met kerst of oud en nieuw kan de één naar familie, maar de ander niet. En wat dacht je van Moederdag of Vaderdag? 
 
Onze kalender ziet er anders uit dan in een doorsnee gezin. Want ieder kind gaat als het even kan regelmatig op bezoek bij zijn of haar familie. Of, als dat niet kan, komt de familie bij ons. Familie, ouders, broertjes en zusjes, opa’s en oma’s, ze zijn welkom bij ons thuis. Ze horen erbij! 
 

Gewoon bijzonder!

We zijn een gewoon bijzonder gezin. Met gewone bijzondere kinderen. In 2001 kregen Jan Willem en ik te horen dat kinderen van onszelf er niet in zouden zitten. Voor mij viel een droom in duigen. Ik was zo benieuwd hoe een kindje van JW en mij eruit zou zien, wat voor karakter het zou hebben, op wie het zou lijken, of we ons erin zouden herkennen. Maar onze weg liep anders. 
 
En toch, als ik nu, 16 jaar later, terug kijk, ben ik vooral dankbaar. Dankbaar voor alle kinderen die kortere of langere tijd bij ons mochten wonen en die er nu nog zijn. Wat is het gaaf om te zien hoe ze allemaal stappen gemaakt hebben, kleiner of groter. Hoe ze zich ontwikkelen en hoe ze groeien. Allemaal met hun eigen bagage en gebruiksaanwijzing, maar allemaal komen ze vooruit! Soms kleine stappen, soms reuzensprongen. 
 
Gezinshuis zijn is gewoon bijzonder tof!

zondag 14 mei 2017

Moeder

Moederdag

Een jaarlijks terugkerende confronterende dag. Moederdag. Een dag met een randje. Een dag waarop mijn buik leeg voelt en mijn leven niet compleet. Een dag waarop ik de pijn voel van de gebrokenheid van onze familie. Een dag waarop ik de enorme leegte en het verdriet besef van de moeders van de kinderen waar wij voor mogen zorgen. Een dag waarop ik me realiseer dat de kinderen die bij ons wonen zich verscheurd moeten voelen. 
 
Niet alleen voor mij is moederdag een pijnlijke dag. Sommigen hebben geen moeder meer, korter of langer geleden overleden. Anderen hebben wel een moeder maar de relatie is verstoord of verbroken. Er zijn er die net als ik nooit moeder zijn geworden. Of die wel moeder mochten worden maar die hun kindje ook weer moesten loslaten omdat het stierf. Er zijn moeders die niet meer voor hun kinderen kunnen of mogen zorgen. Moeders die hun kind moesten afstaan, soms gedwongen door de omstandigheden. 
 

Mama

Ik zocht de betekenis van het woord ‘moeder’ eens op in de Van Dale en las er het volgende: 
 
moe·der (de; v; meervoud: moeders) 
1 vrouw die één of meer kinderen heeft 
2 vrouw die als een moeder zorgt: Moeder Aarde, Moeder Natuur de aarde, de natuur (gezien als moeder) 
3 oorsprong, bron: de angst is de moeder van de nervositeit 
 
Mooi, die betekenissen zo op een rij gezet. Ik herken me wel in de tweede betekenis. Het is wat ik soms zeg als ik spreek over ons gezinshuisouderschap en mensen vragen of de kinderen ons ‘papa en mama’ noemen. Dan leg ik uit dat dat geen verplichting is maar dat kinderen, als ze op jonge leeftijd komen, dat vanzelf gaan zeggen. Het is een titel die hoort bij de rol die je vervult. Iemand die voor de klas staat noem je juf. Iemand die voor je zorgt noem je mama. Dat kan confronterend zijn voor de biologische ouders en daarom hebben wij er altijd voor gekozen om daar in alle openheid met ouders én kinderen over te praten. Er is maar één echte mama, en dat is de moeder bij wie je geboren bent.
 
Ooit was ik met één van de pleegkinderen, toen een jaar of 3 oud, en haar moeder bij de kinderboerderij. Toen het grietje een verzorger van de dieren zag zei ze tegen hem: ‘Kijk eens wie ik heb meegenomen? Mijn echte moeder én mijn nepmoeder!’ Wij, als moeders, keken elkaar trots en blij aan! Moeder, een prachtige titel. 
 

Nalatenschap

De derde betekenis van het woord moeder vind ik eigenlijk nog de mooiste: Oorsprong, bron. Het zet mij stil bij het leven in z’n hele omvang. Ik heb niet het leven mogen (door) geven aan een kindje. Maar dat wil niet zeggen dat mijn leven betekenisloos is. Ik mag de bron zijn van andere dingen die van betekenis zijn. Ik mag anderen hoop geven. Ik mag zorgen voor kinderen die niet thuis kunnen opgroeien. Ik mag schrijven en spreken en zo doorgeven wat ik zelf geleerd heb in dit leven. 
 
Misschien ben je net als ik geen moeder geworden in de eerste betekenis. Maar jouw leven is zeker wel de oorsprong van iets prachtigs! Jij bent van waarde. Als mijn bestaan hier op aarde ophoudt laat ik iets achter. Daar ben ik van overtuigd. Ik investeer in mensenlevens. Door gezinshuisouder te zijn, door therapeut te zijn, door te schrijven, te spreken, door vriendin te zijn... 
 

Bron

Ik ben een bron door er te zijn. Meer is niet nodig. De vraag is wel wat er uit mijn bron voortkomt. Is het helder stromend, fris water, of is het troebel of bitter zelfs? Lang geleden kwam ik tot geloof door de woorden die Jezus ooit heeft uitgesproken: 
 
En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (Johannes 7:37-38)
 
Als dat mijn bron is en blijft, zit het wel goed met mijn nalatenschap! Dat is water dat nooit opraakt omdat het komt uit De Bron van het leven. 
 

Een dag met een randje

Moederdag zal niet mijn favoriete dag worden denk ik. En dat hoeft ook niet. Het leven hier op aarde is nu eenmaal gebroken en niet perfect. Daar heb ook ik mee te maken. Het is niet erg om verdriet te voelen of gemis. Het zal altijd een dag zijn met een randje. Het leven is soms pijnlijk, frustrerend, onrechtvaardig of leeg. Daar mag je wat bij voelen. Dat hoef je niet te verstoppen. Je hoeft geen toneel te spelen of over jezelf heen te schreeuwen. Wees mild voor jezelf op dagen die lastig zijn voor jou. Sta stil bij je gemis en de leegte. Kijk terug op je leven en haal herinneringen op als die er zijn. En daarna, kijk je om je heen, naar zoveel goeds om dankbaar voor te zijn. Ook dat is er, en staat naast de pijn. Als je durft, kijk dan ook eens vooruit... wat laat jij na straks? 
 
Jij bent een vrouw, jij bent een moeder! Een bron, een oorsprong, gewoon door er te zijn. En in die zin vind ik dat jij vandaag alle verwennerij van de wereld waard bent op moederdag! 
 

zaterdag 18 februari 2017

Het omgekeerde magneetje

Hechting

Een paar dagen geleden schreef ik een blog over hechting. Hoe hechting verstoord kan raken omdat opvoeders/ouders niet betrouwbaar blijken te zijn. Maar ook, hoe nieuwe relaties weer helend kunnen werken. Het thema hechting werd ingegeven door m’n studieweekend waar dat het onderwerp was. En juist in dat weekend mochten Pauline en ik een referaat houden. Dat we het samen wilden doen stond al meteen vast, en het onderwerp was voor ons beiden boeiend.

Aantrekken en afstoten

Zoekend naar een juiste vorm voor ons referaat, en omdat ik zelf erg houd van beeldende verhalen of anekdotes, kwam ik op een prentenboek met de titel: ‘Het meisje met het omgekeerde magneetje’. Een boek, geschreven door een pleegmoeder, dat in hele eenvoudige en begrijpelijke woorden uitlegt wat er gebeurt bij kinderen met een hechtingsstoornis.

Ik was meteen geboeid. Ik dacht aan de grote aquariummagneet die we vroeger gebruikten om de ramen van de bak van onze schildpadden schoon te maken. Als je de magneet op de juiste manier vasthield zoog hij zich door het glas heen vast en kon je vanaf de buitenkant de magneet over het raam heentrekken waardoor het vuil losliet. Ik vond het altijd leuk om te proberen wat er gebeurde als je de ene helft van de magneet omdraaide en dan probeerde de magneet weer naar elkaar toe te brengen. Er ontstond weerstand en met geen mogelijkheid waren de twee helften op elkaar te krijgen.

Aantrekken en afstoten, beiden gaan gepaard met heel veel kracht. In ieder mens zit zo’n magneet. Meteen al bij de geboorte. Als hij goed werkt, en ook de magneet bij de ouders op de juist manier functioneert dan zie je de aantrekkingskracht. Een baby vraagt om hulp, troost, nabijheid en de ouder reageert daarop met liefde, aandacht en zorg. De magneet werkt!

Er kunnen echter allerlei redenen zijn waardoor de magneet zich omdraait. Denk aan situaties waarin kinderen verwaarloosd of mishandeld worden. Of waarin ouders niet in staat zijn om te reageren op de vraag van hun kind. Misschien omdat zij zelf een omgekeerd magneetje hebben, of omdat er sprake is van (psychische) ziekte of verslaving. Ouders zijn niet beschikbaar voor hun kindje. Een baby is echter wel afhankelijk van hun zorg om te overleven. En al heel snel zal het magneetje van het kind gaan reageren. Het draait zich om.

Lastige kinderen




Denk nog eens aan wat er gebeurt als je twee magneten tegen elkaar probeert te duwen met gelijke polen. Er ontstaat weerstand en in plaats van aantrekkingskracht komt er een tegenreactie: afstoten. Dat is precies wat we zien bij kinderen met een onveilige of verstoorde hechting. Ieder kind heeft behoefte aan veiligheid, liefde en aandacht, maar als de verkeerde pool vooraan staat komt er een tegengestelde reactie: verzet, woede, onaangepast gedrag of juist een extreem terugtrekken in zichzelf. Het zijn de kinderen die wij in onze carrière als gezinshuisouder tegenkomen. Of de kinderen die ouders en leerkrachten tot wanhoop drijven met hun gedrag en worden aangemeld bij de kinderpsychiatrie in de hoop dat er een etiketje aan kan worden gehangen en iemand of iets (een pilletje misschien) dit kind kan veranderen.

De aanhouder wint

Kinderen met hechtingsproblemen zijn pittige kinderen. Ik zeg wel eens dat deze kinderen het uiterste van jou als ouder vragen en het slechtste in je naar boven halen. Het vraagt alles van je om met het extreme en heftige gedrag van je kind om te gaan. Je bent geneigd om met eenzelfde soort reactie te komen, je pakt het kind nog strenger aan, bestraft het slechte gedrag en misschien kom je er tot je schrik zelfs wel achter dat het kind je tegen gaat staan.

Maar wat het kind nodig heeft is hetzelfde als ieder ander kind: liefde, aandacht en nabijheid. En juist deze kinderen hebben daar nog een veel grotere portie van nodig dan kinderen bij wie het magneetje naar behoren werkt. Kinderen met een omgekeerd magneetje mogen gaan ervaren dat wat ze ook doen, de ouder zich niet laat afstoten maar beschikbaar blijft, onvoorwaardelijk aanwezig. Het gaat niet in één keer, en sommige kinderen komen er misschien nooit, maar ik ben er van overtuigd dat als wij als ouders en opvoeders vanuit onze ‘gezonde pool’ blijven reageren op een kind, het magneetje ook weer kan terugdraaien! Maar dat vraagt een lange adem en uithoudingsvermogen.

Misschien helpt het om als je een kind in je gezin, klas, buurt, zondagsschool, sportclub of groep hebt nog eens te denken aan het omgekeerde magneetje. Bedenk dat ieder kind verlangt naar onvoorwaardelijke liefde en nabijheid en misschien mag jij wel die sterke kracht zijn die hun magneetje weer een stukje doet omdraaien!





Het boek is te downloaden of in te zien op internet

donderdag 21 juli 2016

Woondag

Vier het leven!

Je hebt allerlei dagen tegenwoordig. Van de internationale dag voor vrouwen tot de plaatselijke dag voor de groen gestippelde reetkever. En alles wat daartussen zit. Ik vind het een goed principe, want ik ben van mening dat je alles moet vieren dat er te vieren valt! Mijn motto is: Vier het leven! Een andere uitspraak die daarmee te maken heeft is: Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen. Helemaal mee eens.
Wij hebben in ons gezin naast kerst, verjaardagen, sinterklaas, dierendag en weer naar school dag (ik hang de vlag uit na de vakantie, en het liefst ook iedere maandag), een extra dag om te vieren in het leven geroepen: De woondag.

Dubbel

Ik geef toe het is een beetje dubbel, want als een kind bij ons komt wonen is dat nooit zomaar. Meestal is er een tragedie aan vooraf gegaan, of een hele periode van verhuizingen en instabiliteit. En hoewel een kind van harte welkom is in ons gezin laat hij ook iets achter. In het slechtste geval zijn ouders, of anders een pleeggezin of een groep. Een kind kiest er niet voor om bij ons te komen wonen. Een kind wil gewoon thuis bij zijn eigen ouders opgroeien. En ouders willen voor hun kinderen zorgen. Toch zijn er situaties waarin dat niet lukt. Ik heb daar geen oordeel over. Ik vind het alleen maar in en in verdrietig voor iedereen. Na zo’n 14 jaar pleegzorg weet ik dat er maar weinig voor nodig is om in de knoop te komen met jezelf en met het leven. Ouders van kinderen die bij ons wonen komen zelf ook vaak uit ongezonde en niet stabiele situaties en hebben nooit geleerd hoe ze het moeten doen als er een kind komt. Kinderen kunnen zware problematiek hebben waardoor het niet meer te hanteren is thuis. Natuurlijk is ook dat een wisselwerking maar ik pas ervoor om een schuldige aan te wijzen.
Wij willen door een plekje te geven aan een kind niet zeggen dat wij betere ouders of opvoeders zijn. We hopen dat het kind, samen met iedereen die bij hem hoort, zich bij ons thuis gaat voelen en dat we, samen met ouders en grootouders, dit kunnen kunnen helpen naar een zo stabiel mogelijk leven.

Woondag

Ooit stond er in de mobiel (een tijdschrift voor pleegzorg) een stukje van een pleeggezin dat een kind op de dag dat hij bij hen was komen wonen het toetje voor het avondeten mocht uitkiezen. Ik vond het leuk idee, even een speciaal momentje, even terugblikken waar je vandaan gekomen bent, en vooruitkijken waar je naar toe gaat. Maar ik dacht: Dat kan veel beter! Wat is nou een toetje? Zo besloten we dat we woondagen in het leven zouden roepen en dat het kind op de dag dat hij bij ons is komen wonen, mag kiezen wat hij eet of waar hij eet. Het is een geweldig idee al zeg ik het zelf. De eerste jaren bleven beperkt tot de McDonalds, maar toen kwam de variatie: Onbeperkt spareribs eten, de Gouden Wok, Pannekoekenboerderij, sushi, buffetrestaurants, de pannenkoekenboot en ga zo maar door. Soms krabden we wel even achter onze oren, want de kinderen werden groter en ons gezin groeide, maar de pret won het toch altijd wel weer van de portemonnee.
Het record staat inmiddels op 13, die is van Sabrina die al bijna 14 jaar in ons gezin woont. Gevolgd door 10, van Damian. Die vieren we vandaag. Officieel is het morgen zijn 10e woondag, maar dan is de helft van het gezin uit logeren en Damian gaat voor gezelligheid. Vanavond mogen we dus weer en het restaurant is met zorg uitgezocht: Eten en zo, een buffetrestaurant waar je ook smoothies en gelukskoekjes kunt eten. Die gelukskoekjes, daar is het Damian om te doen, en wat mij betreft mag hij de hele schaal leeg eten.

Dankbaar

Op zo’n dag als vandaag voel ik me dankbaar. Dankbaar dat wij een steentje mogen bijdragen in de levens van deze kinderen. Dankbaar dat we zulke mooie ontwikkelingen zien en dat kinderen opgroeien naar jongeren en straks naar volwassenen. Dankbaar dat we een stukje van de zorg die ouders niet (meer) kunnen geven mogen geven.
Juist vandaag kreeg ik een berichtje van iemand die meer informatie wilde over ongewenste kinderloosheid. Ik dacht er even over na en groef in mijn herinneringen naar de periode dat we nog samen waren en dat we wisten dat we geen eigen kinderen zouden gaan krijgen. Tegelijk dacht ik aan aan onze 10-jarige pleegzoon die zo klein als hij was 10 jaar geleden, het zo goed doet. Misschien waren we wel nooit aan pleegzorg begonnen als we zelf een gezin hadden gekregen. Er zijn al zo’n 15 kinderen in ons gezin gekomen (en soms ook weer gegaan). Ik had er geen één van willen missen! Al was het maar om de woondagen! Het maakt me dankbaar voor hoe mijn leven gegaan is. Het is misschien niet zoals ik het van te voren bedacht had, maar het is meer dan goed zo! Vanavond vier ik het leven, samen met Jan Willem en onze bijzondere vlerken!

zondag 29 mei 2016

Status: Boventallig

5 september 1996. Jan Willem en ik geven elkaar het ja-woord. We gaan ervoor, in ziekte en gezondheid, in goede en slechte dagen, tot de dood ons scheidt. We vragen een zegen over ons huwelijk in de mooie dorpskerk en beginnen aan ons leven samen. Het loopt anders dan we gedacht hadden. Huisje, boompje, beestje gaat ons prima af, maar kinderen komen er niet. Na een traject in het ziekenhuis horen we het nieuws: 'Tenzij er een wonder gebeurt, zullen jullie samen geen kinderen krijgen...' Het is een donderslag bij heldere hemel. We laten er wat tijd overheen gaan en beginnen ons dan te buigen over alternatieven. We komen uit bij pleegzorg en na het screeningstraject zetten we in de winter van 2001 onze deuren open voor kinderen die door omstandigheden niet bij hun eigen ouders kunnen opgroeien.

Van het één komt het ander. We krijgen een knul in huis die na een half jaar weer terug naar zijn moeder mag, we krijgen een peuter van 2 jaar die ons leven in alle opzichten kleur geeft, en waarvoor ik mijn baan opzeg. Twee jaar later komt haar twee jaar oudere zusje ook bij ons wonen. We worden therapeutisch pleeggezin omdat de kinderen extra zorg nodig hebben.
We verhuizen naar grotere woning waar we meer slaapkamers kunnen realiseren en er komt een baby in ons gezin erbij.

Dan worden we gebeld door onze organisatie of we mee willen werken aan een nieuwe vorm van hulpverlening: Projectgezinnen. Het is anders dan pleegzorg omdat de kinderen die in een projectgezin geplaatst worden eigenlijk niet meer in een pleeggezin kunnen wonen door ernstige en complexe gedragsproblematiek. Het is een baan in loondienst met verantwoordelijkheden. We zullen zelf de rapportages schrijven, een behandelplan uitzetten en met een team achter ons de kinderen op een professionele manier opvoeden. We zijn enthousiast en gaan in gesprek. In oktober 2007 starten we met ons projectgezin.  Het jaar dat volgt is een mooi en spannend jaar. We mogen uitbreiden naar 5 plaatsen en ons huis ondergaat een grondige verbouwing. We worden aan alle kanten geholpen door bedrijven en particulieren. De organisatie betaalt niet mee aan de verbouwing omdat het ons eigen huis is. Maar wij zien het als een waardevolle investering voor onszelf maar vooral voor de kinderen die bij ons zullen wonen. Na een forse verbouwing telt ons huis 7 slaapkamers, 2 badkamers en een uitgebouwde woonkamer en dan is het zover. Jan Willem zegt zijn baan op, een goede baan als leidinggevende bij een opleidingsbedrijf, en we springen in het diepe. We worden beiden projectgezinouder in loondienst. In totaal voor 5 kinderen, dus dat is 1,25 FTE. We doen een flinke stap terug in inkomen, maar we kunnen gewoon prima rondkomen.
Er zijn goede voorzieningen zoals een huishoudelijke hulp en een pedagogisch medewerker waar we gebruik van kunnen maken om ons te ontlasten. Ook wordt er een voorziening gestart waar de kinderen af en toe een weekend of vakantie naar toe kunnen zodat wij even op adem kunnen komen.

Er worden kinderen geplaatst. Sommigen blijven lange tijd, anderen stromen toch door naar een groep omdat de problematiek te complex en niet hanteerbaar in een gezinssetting is. We krijgen niet alleen de kinderen in huis, maar zetten onze deuren ook open voor hun ouders. Met regelmaat zitten vaders of moeders, broertjes, zusjes, oma's of opa's, bij ons aan de keukentafel of op de bank. Ze zijn van harte welkom, want we willen graag voor de kinderen zorgen, maar we kunnen echte familie nooit vervangen!
24 uur per dag, 7 dagen per week zijn we in touw. Het is prachtig om te doen, soms moeilijk of frustrerend, soms pijnlijk en verdrietig, maar we zien het als een way-of-life. Dit is wat we willen en we genieten ervan. We hebben er geen minuut spijt van dat we ons leven hebben omgegooid en Jan Willem zijn carrière vaarwel heeft gezegd.

In de loop van de jaren ontwikkelt de afdeling en komen er steeds meer projectgezinnen. We zijn een gewilde vorm van opvang, omdat de vraag naar een plek in een gezinssetting voor kinderen met complexere problemen groot is. We merken dat de kinderen die bij ons komen steeds heftiger gedrag laten zien. Vaak hebben ze al jaren behandeling achter de rug in een psychiatrische setting. We kunnen heel goed begrijpen dat deze kinderen niet in een gewoon pleeggezin kunnen opgroeien. Ze hebben een bijzondere mix van afstand en nabijheid nodig.

Dan begint het te rommelen. De overheid kondigt bezuinigingen aan en de organisatie moet daar iets mee doen. De pedagogisch medewerker wordt afgeschaft. Een jaartje later de huishoudelijke hulp. Nog wat later sluit de logeervoorziening en de dagvergoeding die we voor de kinderen krijgen gaat drastisch naar beneden. Het is ongelofelijk, maar de vergoeding is zelfs nog lager dan de dagvergoeding van pleegzorg terwijl de kosten hoger zijn. Maar, we doen het niet voor het geld. We doen het voor de kinderen waar we van houden en die ons nodig hebben. We mopperen even en gaan weer door.

We zijn wel genoodzaakt om door de bezuinigingen wat aanpassingen te doen. We doen een auto weg en Jan Willem zoekt een part time baantje als chauffeur. Ik vul zelf de uren van de huishoudelijke hulp op. Omdat onze pedagogisch medewerker er niet meer is, en ook de logeervoorziening is gesloten staat ons sociale leven op een laag pitje. De kinderen die wij in huis hebben neem je nu eenmaal niet zomaar mee naar een verjaardag of bruiloft. Jammer, maar we hebben het ervoor over. We zien ook mooie dingen. De kinderen ontwikkelen zich, doen soms hele kleine stapjes die wij zien als reuzensprongen en daar doen we het voor!

En dan gaat het goed mis. De transitie in de jeugdzorg is een feit. De gemeenten moeten de zorg inkopen en onze organisatie is één van de velen die in de rij staat met hun producten. Projectgezinnen is daar één van. Het loopt niet goed. Er moet steeds meer bezuinigd worden. Keer op keer krijgen we als afdeling te horen dat we meer geld kosten dan dat we opleveren, hoewel de cijfers voor ons vaag blijven. Iedere keer raakt het me diep dat het uiteindelijk allemaal om geld draait. Er wordt zo hard mogelijk geroepen dat het om het belang van de kinderen gaat, maar als het erop aan komt is het een centenkwestie.

Het is mei 2016. We zijn inmiddels 13 kinderen verder vanaf onze start in 2001. Op dit moment wonen er drie kinderen bij ons. Eén is er al bijna 14 jaar, één is er 10 jaar en één woont ruim 4 jaar bij ons. Eén plek is leeg gebleven na het vertrek van een ander kind dat het bij ons niet redde omdat de beschadiging te groot was. Twee jaar geleden zijn we (onder druk van de bezuinigingen) terug gegaan naar vier plaatsen, samen een fulltime arbeidscontract.
Er komt een mailtje met een uitnodiging voor een afdelingsoverleg. Gezien het gewicht van deze vergadering worden onze partners ook uitgenodigd om de bijeenkomst bij te wonen. Nu is dat voor ons niet zo bijzonder omdat we alweer zo'n 9 jaar naast echtgenoten ook collega's zijn. Toch klinkt het verontrustend.

Afgelopen dinsdag zitten we om 9.00 uur paraat. Alle collega's en de meeste van hun partners zijn er. De spanning is groot. De directeur is er, onze leidinggevende, twee mensen van de OR en een medewerker van personeelszaken. Dat belooft niet veel goeds.
Een inleidend praatje om de schok nog wat te dempen en dan de boodschap: We sluiten de afdeling. Er is geen geld genoeg meer, we zijn niet rendabel en we kunnen de kwaliteit op deze manier niet waarborgen. Uiterlijk 1 december bestaan er geen projectgezinnen meer...
Natuurlijk staat iedereen op zijn achterste benen. We zijn allemaal met ons hart aan dit werk begonnen, sommigen pas een jaar geleden! Kinderen herplaatsen? Natuurlijk niet! De kinderen hebben, soms na jaren omzwerven, eindelijk een stabiele plek waar ze kunnen ontwikkelen! De emoties lopen hoog op. Vanuit de directie komt de boodschap dat er natuurlijk ook met ons gekeken gaat worden naar de mogelijkheden als we wel voor de kinderen willen blijven zorgen. Misschien kunnen we wel pleegouder worden voor hen...
Ik luister en zeg niets. Mijn hoofd draait overuren. Deze kinderen hebben veel meer nodig dan 'pleegzorg'. Dit zijn kinderen met dubbele diagnoses en een indicatie voor een gezinshuis!
Na een verhitte vergadering, en nog wat napraten met ontdane collega's, gaan we naar huis. Overdonderd. Stil. Het is niet te bevatten.

Thuisgekomen vallen er twee brieven op de mat. Eén voor mij en één voor Jan Willem. De inhoud van de brief wil niet tot me doordringen. Slechts één woord treft me. Het onderwerp van de brief:

BOVENTALLIGHEIDSSTATUS

Wat? Lees ik het goed? Dit lijkt op een verlate 1 april grap. Maar dat is het geenszins. Het is bittere ernst. Per 1 juni zijn wij boventallig. Een beroerder woord hadden ze niet kunnen kiezen. Het zal wel juridisch acceptabel zijn.
Boventallig. Het voelt als: Overbodig, niet meer nodig, ballast.
Ik laat het tot me door dringen. Het duurt even, maar hoe meer uren er verstrijken, des te bozer ik word. Ik voel me gebruikt. Waarom? Omdat we met zoveel hart en passie voor deze kinderen gaan. Voor ons is het geen keuze om hen te laten herplaatsen. Dat zou kindermishandeling zijn! Maar dan zal geen signaal uitgaan naar de maatschappij, naar de politiek of de overheid, want ieder zal voor zich een oplossing gaan zoeken om door te gaan met het werk. Misschien als pleegouder, misschien bij een andere organisatie, misschien zelfstandig...

Ik praat erover met vrienden en kennissen. Iedereen is verbijsterd. De standaard reactie is: 'Dat kan toch niet?' Dat kan dus wel! Het is gebeurd! Iemand zegt heel treffend: 'En, wat voor brief hebben de kinderen gekregen? 'Sorry kids, jullie projectgezinouders moeten stoppen... zeg maar doei! We zoeken een andere plek waar het vast ook gezellig is...'

De adrenaline giert door mijn lijf. We mogen niks tegen de kinderen zeggen... dat is niet in hun belang, zo is ons meegedeeld. Dat begrijp ik ook wel, maar weet je, als een kind 10 jaar bij je woont dan merkt het het direct op als jij spanning hebt! We zeggen niks tegen de kinderen, professioneel als we zijn. We doen net alsof er niets aan de hand is. Het is wel even draaien als één van de kinderen vraagt: 'En, was het een leuke vergadering? Waar ging het eigenlijk over?'.
We wachten af. Volgende week komt er een vervolg. Een voorstel over 'hoe verder'. 

We zijn boventallig.
En deze kwetsbare kinderen dan? Kinderen voor wie de toekomst nu even heel onzeker is... laten we dat gebeuren in Nederland? Kan dat? In het hele land worden groepen gesloten en is de tendens om kinderen zoveel mogelijk met ambulante begeleiding thuis te laten wonen. De kinderen voor wie dit echt niet kan moeten als het even kan in pleeggezinnen en gezinshuizen worden grootgebracht. En onze organisatie? Die moet, onder druk van de overheidsbezuinigingen, een hele afdeling sluiten met een capaciteit van ruim 40 plaatsen. In mijn achterhoofd zitten ook nog de kinderen die op de wachtlijst staan, thuis zitten in een ongezonde of onveilige situatie, of op een groep zitten terwijl ze recht hebben om in een gezin op te groeien. Zij kunnen niet de pleegzorg in omdat ze meer nodig hebben dan alleen de dagelijkse zorg en een warme familie. Ik weet hoe voogden met hun handen in het haar zitten als er een kind uit een pleeggezin klapt omdat het echt niet meer gaat. Er zijn geen plekken met professionele begeleiding genoeg om hen te plaatsen. Soms loopt het zo hoog op dat kinderen uiteindelijk gesloten moeten worden geplaatst. Dat had voorkomen kunnen worden als er alternatieven waren geweest. Een projectgezin is zo'n alternatief. Nee, ik zeg het verkeerd. Een projectgezin was zo'n alternatief.

Ik twijfel om dit stuk te plaatsen. Het schrijven heeft me wel opgelucht. Al schrijvend krijg ik de dingen beter op een rij. Ik hou van transparantie en openheid die we nu eigenlijk niet mogen geven uit angst voor de onrust en de paniek die zou kunnen ontstaan bij kinderen en bij hun ouders. Of misschien is het de angst voor wat de samenleving en de politiek ervan zal gaan vinden.
Ik laat me niet graag leiden door angst maar zie liever onder ogen hoe de feiten zijn om vervolgens actie te ondernemen om de schade zo beperkt mogelijk te houden. De schade voor onszelf, maar vooral de schade voor de kinderen.
Ik wil een signaal afgeven. Een signaal naar de samenleving, een signaal naar de politiek, naar de gemeentes, de overheid. Is dit hoe we de jeugdzorg willen inrichten? Is dit hoe we met deze uitermate kwetsbare kinderen willen omgaan? Beseffen we met elkaar wat we aan het doen zijn en dat deze kinderen straks volwassenen worden die de maatschappij in moeten?

S.O.S. - kinderen in nood - dreiging kwijtraken veilige plek - opvoeders/hulpverleners boventallig - reëel gevaar uithuisplaatsing - doe iets - help hen - help ons - S.O.S.
-N.B. Soms doe je wel eens wat, zonder te bedenken wat het effect zou kunnen zijn.... Het blog over de toekomst van onze afdeling is massaal gedeeld. We hadden redelijkerwijs niet kunnen vermoeden dat dit bericht zo’n groot bereik zou hebben en dat ook onze werkgever is bedolven onder de aandacht vanuit de politiek en de media. Overigens willen we vermelden dat het gaat om een voorgenomen besluit, in afwachting van het advies van onze OR. Wij wachten dit besluit nu af.
 
Ons doel is het onder de aandacht brengen van de effecten van de overheidsbezuinigingen, die direct invloed hebben op de kinderen. Helaas hebben inmiddels ook mensen het blog gelezen die het nieuws via onze werkgever hadden moeten vernemen en dat was absoluut niet onze bedoeling. Voor diegenen die dit aangaat: onze oprechte excuses. Het is niet onze bedoeling geweest om mensen in verwarring te brengen. We blijven blij met het feit dat er zoveel mensen een warm hart hebben voor de zwaksten in onze samenleving! Blijkbaar is het een onderwerp dat ons allemaal aan het hart gaat. -


vrijdag 13 mei 2016

Het gouden oor

Terwijl ik mijn telefoontje probeer af te ronden komt Damian samen met zijn vriend uit school. Ik gebaar dat ik zo drinken inschenk en zie Damian vanuit mijn ooghoek met zijn schooltas op schoot zitten. Nadat de verbinding is verbroken vraag ik de jongens wat ze willen drinken. Ik krijg geen antwoord op mijn vraag.
'Mam, kijk 'ns wat ik heb?' zegt Damian terwijl hij een wit kartonnen doosje uit zijn tas haalt en voorzichtig op zijn schoot zet. Even gaat er van alles door mijn hoofd... Een wandelende tak? Een muis of een hamster? Kikkervisjes in een potje? Een kuikentje? Maar dan gaat de doos open en haalt hij een ware trofee tevoorschijn. Een glimmend zilveren opgestoken duim met een gouden bordje: 'Het gouden oor'. Hij glimt van trots. 'Gekregen omdat ik zo goed geluisterd heb en zo ijverig ben geweest deze week!'
Zijn vriendje vertelt glunderend dat hij hem vorige week verdiend had. Waarmee wist hij niet meer precies. Hij dacht omdat hij hard gewerkt had.

De basisschool. Het zit 'm in het woord... basis... ik denk dat het de belangrijkste periode uit je leven is, naast natuurlijk de basis van je ouderlijk huis. Damian zit op de Rehoboth, een niet al te grote, christelijke, school hier in de wijk. Als het even kon hebben wij onze pleegkinderen naar deze school gebracht. En niet zonder reden.
Een aantal jaar geleden heeft de school naast de naam ook nog een missie toegevoegd en werd de slogan: Rehoboth, ruimte voor iedereen. Dat is wat wij ervaren hebben en nog steeds merken. Wij brachten geen doorsnee kinderen naar school. De kinderen die bij ons wonen hebben meestal een rugzak vol bagage bij zich die van invloed is op hun dagelijks functioneren. We hadden een kind dat echt niet op haar stoeltje kon blijven zitten. Ze kreeg een wiebelkussen. Ze wiebelde niet voor niets, want ze had veel meegemaakt. Toen door een misser van Jeugdzorg de kinderrechter besloot dat ze terug moest naar waar ze vandaan kwam, schreef de directeur van de school eigenhandig een brief om zijn zorgen om haar te uiten. Helaas tevergeefs.

Een ander kind stopte halverwege groep 3 opeens met ontwikkelen. Er werd geen nieuwe informatie meer opgenomen. Binnen een jaar had ze een leerachterstand van 6 maanden opgelopen. Het was maar de vraag of ze naar groep 4 kon. Er werd extern onderzoek gedaan en er kwam een diagnose: NLD. Een niet verbale leerstoornis waardoor de informatie die door de ogen naar binnen komt niet goed wordt opgenomen. Laat nu juist het hele leerstelsel gebaseerd zijn op het lezen van teksten... De leerkracht die haar in groep 4 zou krijgen wilde het, met wat hulp van de schoolbegeleidingsdienst wel proberen, en las zich in de zomervakantie in over de stoornis. Vol enthousiasme en positieve energie ging ze aan de slag en ze maakte een inhaalslag! Iedere zes weken zat ik om tafel met de zeer betrokken intern begeleidster en de leerkracht en maakten we afspraken en zorgden we dat thuis en school zoveel mogelijk op elkaar waren afgestemd. Ze werd van jaar tot jaar door haar schoolwerk heen geholpen en gaat komende week starten met haar MAVO-examen!

We hadden een kind dat zich met enige regelmaat spullen van school toe-eigende en hoe fijn was het dat de directeur meewerkte aan een ontmoeting met de wijkagent in uniform! Dat maakte indruk. Veel meer dan strafwerk of nablijven.

Damian kwam op school, alweer 6 jaar geleden. Het mannetje waar we zoveel zorg om hadden gehad in zijn eerste jaren en die nauwelijks verstaanbaar was door zijn verbale ontwikkelingsdyspraxie. Wat een geduldige en liefdevolle leerkrachten trof hij! Groep 0, 1 en 2 bracht hij met twee vaste leerkrachten door en toen hij naar groep drie moest, vroeg hij zich af of de juffen niet met hem mee konden.

We realiseren ons dat de kinderen die wij op school afleveren niet standaard zijn. Maar, bestaan standaard kinderen eigenlijk wel? De achtergrond van onze kids is geen christelijke en de milieus waar ze uit komen en ook regelmatig weer midden in zitten door bezoekafspraken en omgangsregelingen is tegenovergesteld aan dat van de meeste klasgenoten. Maar wij merken steeds dat het niet uitmaakt. Rehoboth, ruimte voor iedereen! Het zat 'm vaak in kleine dingen. De kinderen kwamen met twee moederdagcadeautjes thuis. Eén voor mij als pleegouder, en één voor hun echte mama! En dat was niet omdat ik daarom vroeg, dat bedachten de leerkrachten zelf. Attent! En op de afscheidsavond van groep 8 waren we allemaal welkom. Eigen ouders en wij, pleegouders. Vorig jaar lag ik tot twee keer toe in het ziekenhuis en kreeg ik kaarten van diverse groepen, en zelfs van het hele team. En hoe bijzonder was het dat toen ik terug was op zaal na een ingrijpende operatie, er een kaartje lag dat Damian samen met de rekenjuf via de computer verstuurd had. Gewoon onder schooltijd, omdat het toch een spannende dag was!

Damian heeft dit jaar twee leerkrachten die wij nog niet eerder meemaakten bij onze andere kids. Maar ook dit jaar merk ik zorg en aandacht. Betrokkenheid bij het wel en wee van ons bijzondere gezin. Ik heb al een hoop verhalen gehoord van Damian en was al op de hoogte van 'het gouden oor'. Ik vond het een grappig idee en het paste wel bij wat ik gehoord had over een gratis cursusaanbod van de juf aan het begin van het jaar. 'Mam, de juf geeft gratis cursussen stilzitten en luisteren!'

Het gouden oor. Ik gloei natuurlijk zelf ook van trots dat mijn kanjer deze gekregen heeft! Het is wonderlijk hoe Damian zich ontwikkeld heeft en hoe enorm goed hij het doet. Het maakt me dankbaar en ontroerd als ik terugdenk aan de onrustige, krijsende baby die hij ooit was. Ik ben blij dat we hem als gezin een basis kunnen bieden. En wat is het mooi dat hij op deze basisschool zit waar er ruimte is voor hem en waar hij mag groeien en ontwikkelen.
Wat mij betreft verdient de school zelf ook een gouden oor!


woensdag 10 februari 2016

Testers gezocht...

Je kent ze wel, de reclames op facebook of via de mail: Testers gezocht... Voor allerlei producten en gebruiksartikelen die we natuurlijk allemaal wel willen hebben. Een nieuwe i-phone, een robotstofzuiger of het nieuwste merk afslankpil, voer voor uw huisdier, een nieuwe tandpasta die u een stralend witte glimlach geeft en ga zo maar door...
Zo af en toe trap ik erin. Dan vul ik toch weer mijn gegevens in, krijg ik nooit een testproduct toegestuurd maar word ik wel bedolven onder een lading spam in mijn mailbox.

Testers gezocht... soms voel ik me als gezinshuisouder ook zo. Alleen dan gaat het niet over producten maar over kinderen. Er zijn er in ons gezin al heel wat gekomen en gegaan. Anders dan in een gewoon pleeggezin worden er bij ons kinderen geplaatst die het op een andere plek niet gered hebben. Kinderen die al vier of vijf woonplaatsen gehad hebben en elke keer weer weg moesten omdat hun gedrag niet acceptabel was. Kinderen die een aantal jaren in de kinderpsychiatrie hebben gezeten op een behandelgroep en waar twijfels over zijn of ze in een “gewoon” pleeggezin nog wel gaan aarden. Ze komen bij ons binnen. Het is een test. Kunnen deze kinderen nog wennen aan een gezinssysteem met twee vaste opvoeders, regels, (sociale) verwachtingen en afspraken waar je je aan moet houden? Is een kind nog niet té beschadigd in zijn vertrouwen in volwassenen? Zal er nog iets van hechting kunnen ontstaan in een kinderziel die in de basis aan gruzelementen ligt?

Toen we begonnen als pleegouder waren we best optimistisch over de kansen van een pleegkind. Je neemt een kind in huis, die zich natuurlijk bij jou heel welkom voelt en zich daarom ook wel snel thuis zal voelen, je geeft het voldoende aandacht, liefde en zorg, je zorgt voor rust, regelmaat en reinheid (aangevuld met ritalin) en je zult zien dat het onder jouw handen zal opgroeien tot een gelukkig en stabiel kind dat op z’n 18e klaar is om zelfstandig te gaan wonen.

Een utopie. Van bovenstaand plaatje is na 13 jaar pleegzorg, therapeutische pleegzorg en gezinshuisouder zijn, weinig meer over. We weten inmiddels alles van hechtingsstoornissen (ontremde, geremde, vermijdende, angstige en van alles wat) en de gevolgen die dat heeft voor het gedrag van kinderen. We hebben een huisapotheek aan medicatie en hebben de antispychotica, adhd-onderdrukkers, slaapmedicatie, angstremmers, stemmingsstabilisators, allergiemiddelen, pufs, laxerende middelen en natuurlijk de paracetamol op voorraad. We hebben een ruime ervaring op het gebied van ADHD, Autisme in allerlei varianten, angststoornissen en de noem nog maar een dotje diagnoses op.
We kijken nergens meer gek van op. Dat doe je alleen de eerste keer als een kind zijn kamer onder de poep smeert of zijn prullenbak vol plast of... ach, ik kan een boek schrijven over wat we hebben meegemaakt.

Testers gezocht... ik vind het eigenlijk best wel verdrietig. Want achter het testgedrag van deze kinderen gaat een wereld vol drama en trauma schuil. Gebroken en verscheurde families. Onmacht, afwijzing, verlating en pijn die door de generaties heen gaat. De schuld van de ouders? Nee! Want zij deden naar hun beste kunnen en hadden vaak ook het voorbeeld niet. De schuld van de kinderen? Nee! Zij vroegen niet om deze ellende in hun levens. Zij hadden recht op een veilig en warm plekje om in alle liefde en geborgenheid te kunnen opgroeien.

“We plaatsen dit kind in een gezinshuis omdat we willen kijken of het nog in een gezinssysteem kan functioneren.” Zo komt het dan bij ons. Een testgezin dus... En we worden getest. Bij de één duurt het een week, bij de ander een half jaar, maar de fase van aangepast gedrag gaat echt voorbij en dan komt het erop aan. Kun je door het gedrag van het kind heen prikken en hem aanspreken op wat je écht ziet: een angstig, gekwetst en in de steek gelaten mensje? Een kind dat aan het overleven is en wel móet vechten omdat dat het enige is dat nog is overgebleven voor hem?
Helaas is dit niet het enige waar je als gezinshuisouder rekening mee hebt te houden. De andere kinderen zijn er ook nog, de veiligheid en de structuur, de basis de we met elkaar hebben. Kunnen we de balans in het gezin en de zorg voor de andere kinderen combineren met een kind dat alles aan extreem of dwars gedrag uit de kast trekt? Of zijn er ook grenzen?
Die grenzen hebben wij heel lang niet gezien, of willen zien. Daardoor liepen dingen soms uit de hand. Werd gedrag té extreem of zelfs gevaarlijk. Omdat je zo graag wilt dat een plaatsing lukt, dat een kind gaat aarden en kan gaan ontwikkelen, ga je over je grenzen heen. We hebben ervan geleerd. En soms doen we het nog steeds, omdat een kind niet alleen in je huis woont maar ook in je hart.
Testers gezocht... we zitten er op dit moment weer middenin, nu we een nieuwe plaatsing hebben gekregen in december. Een pittige tijd voor ons allemaal. We weten niet hoe het zal eindigen en wat het resultaat dan is.

Wat mij geholpen heeft is om de lat, het doel, veel lager te leggen voor mezelf. Ik ben geen geslaagde gezinshuisouder als een kind het bij mij uithoudt tot z’n 18e. We zijn een schakel in het leven van een kind. Voor de één een dikke, stevige schakel waar hij later veel stevigheid uit zal halen. Voor de ander een klein, dun schakeltje. Een schakel waarvan we hopen dat een volgende schakel er weer in kan haken zodat het al met al toch een stevige ketting wordt. Wij lopen een klein stukje, of een groter stuk mee in het leven van een kind. Het is niet bij ons geboren maar wel in ons leven geplaatst. En voor zolang het bij ons is, is het goed. En daarna mogen anderen verder zorgen, in de wetenschap dat we een Vader hebben die het hele leven overziet en als wij een kind moeten loslaten, Hij het vasthoudt!

Testers gezocht... kom maar op! Als we een open plek hebben schrijf ik me toch gewoon weer in!