Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen

woensdag 29 november 2017

Plaatsvervangend excuus

Open brief

Precies een maand geleden schreef ik een open brief aan voorgangers en predikanten en andere mensen met een leidinggevende positie. Ik riep hen op om het taboe op seksueel misbruik te doorbreken en voor slachtoffers op de bres te gaan staan.

Er kwamen talloze reacties, soms openbaar, maar vooral in privéberichten van mensen die zich herkenden in mijn verhaal. Het verhaal van misbruik en het gebrek aan reactie en erkenning. Eenzame en verdrietige verhalen van onrecht en niet gehoord worden. De brief werd zo’n 4500 keer gelezen, wat veel lijkt, maar eigenlijk niet zo heel veel is als je bedenkt hoeveel christenen ons land telt.

Een stem zijn

Door de reacties van zoveel mensen te lezen werd ik geraakt en kwam mijn verlangen om een stem te zijn voor hen die niet durven of kunnen spreken weer boven. Om erkenning te geven aan anderen, om anderen te stimuleren ook met hun verhaal naar buiten te komen en om iedereen te laten zien dat het mogelijk is om ondanks een heftig verleden nu te kunnen genieten van het leven.

Een paar weken geleden werd ik benaderd door ‘Vrouw.nl’ met de vraag of ik mijn verhaal wilde doen. Ik kende Vrouw niet, maar het bleek een onderdeel te zijn van een krant met daarnaast ook allerlei nieuwsberichten. Vorige week had ik een interview met hen en gister stond het artikel online.

Weer kwamen er allerlei reacties. Vooral reacties van mensen die me moedig, sterk en krachtig vonden. Ook reacties vol afschuw. Waarom had niemand het voor mij opgenomen? Waarom hadden mijn ouders en de kerk destijds gezwegen in plaats van mij te steunen en mij te helpen aangifte te doen?

Kintsukoroi 

Vanmorgen plaatste ik een berichtje op mijn facebook tijdlijn. Ik had er behoefte aan om te relativeren. Mensen noemen mij sterk en moedig. Misschien is dat zo, maar ik ben me er ook zo van bewust dat het niet alleen dankzij mezelf is dat ik nu als een krachtige (en ook kwetsbare) vrouw in het leven sta. Het is ook dankzij de genade van God die keer op keer mensen op mijn weg bracht die me verder hielpen.

Ik zie mezelf als een voorbeeld van Kintsukoroi. Gebroken door het leven, door onrecht, door wat mensen deden of nalieten. Maar met gouden randjes gelijmd tot een prachtig en bruikbaar mens. De liefde en trouw van God zijn die gouden randjes in mijn leven. Zichtbaar geworden door velen die onvoorwaardelijk van mij hielden en houden en met mij begaan waren.

Ik weet zeker dat dit niet alleen voor mij is weggelegd, maar dat iedereen die met de brokstukken van zijn leven bij God komt kan herstellen tot iets prachtigs.

Excuus namens de kerk

Vanmiddag was ik aan het werk in mijn praktijk. Nadat mijn laatste bezoeker was vertrokken checkte ik even mijn mail. Er was een mailtje van een voor mij onbekend iemand met als titel: ‘Bericht op internet’. Ik opende het bericht en scande even snel het bericht. Mijn hart sloeg even over en ik begon overnieuw met lezen. Er liepen tranen over mijn wangen.

Geachte mevrouw Stoker, Mijn naam is ... en ik ben missionair predikant.... Uw verhaal op internet over misbruik door uw broer met alle gevolgen van dien heb ik gelezen. Aangrijpend en onvoorstelbaar hoe mensen op u en uw verhaal gereageerd hebben. Bijzonder hoe u uiteindelijk door alle dingen heen gegaan bent en wat het u nu gebracht heeft.

Dat wilde ik graag even tegen u zeggen en hoewel ik niets met die reactie vanuit de kerk te maken heb, zou ik u toch namens de kerk excuus willen aanbieden. (ik voel een soort plaatsvervangende schaamte). Ik weet niet of uzelf nog iets hebt met de kerk en met het geloof in God, maar ik wens u van harte Zijn zegen toe, voor u en uw man en ook voor het werk dat u doet.

Erkenning

In al die jaren is mij dit nog nooit overkomen. Het raakt me diep. Dat iemand de moed heeft om als predikant namens de kerk excuus aanbiedt. Dat iemand de woorden spreekt die nooit geklonken hebben. Wat bijzonder en wat ben ik daar dankbaar voor. Het voelt voor mij als erkenning van mijn verhaal. Eindelijk, na zoveel jaren komt er een reactie vanuit de kerk. Nee, niet de kerk waar het plaatsvond, maar dat doet er voor mij niet toe. Ik mailde de predikant terug. Een stuk uit mijn mail:

Beste dominee,

Heel hartelijk bedankt voor uw mail. Ik was op mijn werk en las daar het bericht nadat mijn laatste cliënt vandaag vertrokken was. Ik ben er enorm door geraakt en heb achter mijn bureautje wel even gehuild. Dank u wel voor uw woorden en uw excuus namens de kerk. Nog nooit eerder is er iemand geweest die daarop terug gekomen is en die (ook al is het plaatsvervangend) gezegd heeft hoe het hem spijt wat er gebeurd is. Dit nu te lezen is helend en voelt voor mij als een erkenning die er nooit geweest is.

Het geloof in God ben ik nooit kwijtgeraakt. Sterker nog, ik heb in mijn leven ervaren dat God ten goede kan keren wat door mensen beschadigd is. Hij heeft steeds mensen op mijn pad gebracht die mij hielpen in mijn herstel en die mij erop wezen dat God mij kon en wilde helen. Ik ben dankbaar dat ik nog leef, want ik ben door ernstige depressies gegaan, en het is nu mijn passie om datgene wat ik zelf ontvangen heb weer door te geven. Ik wil graag een stem zijn voor hen die nog niet durven of kunnen spreken...

Het is mijn verlangen dat ik door mijn verhaal te delen, maar vooral te delen van het herstel en de mogelijkheid om je verleden te boven te komen, anderen hoop kan geven zodat ze in hun levens ook zullen ervaren dat God zo anders is dan wat Zijn grondpersoneel soms laat zien. Ik wens u ook zegen op uw werk. Hartelijk dank dat u deze mail wilde sturen. Balsem op een gevoelige plek in mijn leven.

Hartelijke groet,
Judith Stoker

Nogmaals een oproep

Ik ben ontroerd en geraakt door deze mail en geef hem graag door aan iedereen die zich herkent in mijn verhaal, op welke manier dan ook. Het is zo mooi dat na zoveel ‘doofpot affaires’ en ‘mantels der liefde’ nu een predikant de moed heeft om te erkennen dat dit nooit had mogen gebeuren. Het is mijn wens en hoop dat dit het begin is. Dat er meerdere predikanten en voorgangers dit voorbeeld zullen volgen en erkenning zullen geven aan het onrecht dat er in hun gemeenten plaats vond. Dat ze excuses zullen aanbieden aan de slachtoffers, ook al is het al jaren geleden. Goed voorbeeld doet goed volgen!

Mijn vraag aan jullie is om deze blog te delen, met je vrienden, met de leiding van je gemeente, met je voorganger of predikant. Ook als je niet misbruikt bent, juist dan, want daarmee sta je op de bres voor hen die dit overkwam.

Als predikanten en voorgangers erkenning geven aan slachtoffers en excuus aanbieden help je slachtoffers om verder te komen in hun herstelproces. Krijgen ze ruimte om met hun verhaal te komen en wordt er verzorgende, helende olie gegoten in een wond die zo vaak nog open ligt.

Bedankt dominee voor uw moed!

dinsdag 21 november 2017

What's in a word?

Mensen met een homoseksuele relatie mogen binnen de Protestantse Kerk Nederland trouwen. Maar nog steeds is er een verschil tussen het homo- en heterohuwelijk: het homohuwelijk wordt gezegend in plaats van ingezegend.

Inzegenen-zegenen-uitzegenen 

Ik kan er niets aan doen, maar de hele dag spoken deze woorden al door mijn hoofd: Zegenen, inzegenen, zegenen, inzegenen, zegenen… Hetero’s mag je inzegenen als ze trouwen, homo’s mag je zegenen als ze trouwen. En als ik in een openbaar postje ga vertellen hoe ik er over denk word ik misschien wel uitgezegend door de kerk waar ik bij ingeschreven sta, denk ik er op een goed moment achteraan.

Kwetsbaar

Gisterochtend kwam ik het eerlijke en kwetsbare artikel tegen van dominee Anne-Marie van Briemen. Een dominee uit één plaatsje verderop. Ik ken haar niet maar had het afgelopen jaar in de wandelgangen al geruchten gehoord: ‘Die dominee uit Boskoop, die blijkt lesbisch te zijn…’ Nu las ik het artikel in de krant. Een inkijkje in haar leven en worsteling met haar lesbisch zijn in combinatie met haar predikant zijn. Het bevestigde mijn kijk op homoseksualiteit en geloof. Die is na het lezen van diverse boeken over dit onderwerp heel wat genuanceerder geworden. En na het lezen van het artikel kijk ik uit naar meer predikanten, voorgangers, maar vooral mensen (met wat voor titel dan ook) die zichzelf niet langer hoeven te verbergen.

Synode 


Goed, de synode van de PKN (ik moet bij het woord synode altijd aan het woord ‘sanhedrin’ denken, maar dat terzijde), toch wel één van de grootste protestantse groeperingen in ons land, heeft zich gebogen over het vraagstuk: ‘Wat te doen als homoseksuele stellen in de kerk willen trouwen?’ Ze hebben zich verdiept in het onderwerp en hebben zich ingeleefd door te luisteren naar de verhalen van twee homoseksuele predikanten. Eén die een celibatair leven heeft, en één die inmiddels getrouwd is met iemand van het zelfde geslacht. Dominee Anne-Marie dus. En nee, zij is niet over één nacht ijs gegaan. Ze heeft zich niet uitgeleefd op het moment dat ze ontdekte dat ze anders geaard was dan heteroseksueel. Ze is met voorzichtigheid, respect, in afhankelijkheid van God haar weg gegaan.

De synode heeft ingezoomd op de levens van deze twee predikanten, overlegd, gewikt, gewogen, gebeden, geaarzeld, gediscussieerd en heeft toen weer uitgezoomd naar de gewone kerkganger, de gelovige van nu. Echt nieuwe inzichten hebben ze niet gekregen, als ik het interview met ds. de Reuver beluister, wel wat meer zicht op hoe het er in de praktijk van een homoseksueel predikant aan toe kan gaan (en wat voor gevolgen dat dan kan hebben voor de gemeenten die ze dienen). Maar uitzicht op een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar is, is er niet.

Goochelen met woorden 


Dus goochelt de synode wat met woorden. Politiek theologisch correcte praat noemt mijn lieftallige echtgenoot dat. De synode neemt een standpunt in: Heteroseksuele stellen worden ingezegend. Homoseksuele stellen worden gezegend. Wat het verschil is wordt niet duidelijk. In andere talen zijn daar ook geen verschillende worden voor zegt Reuver in zijn interview met Groot Nieuws Radio.

Mijn gedachten slaan op hol. Wat een woordenspel weer. Een onderdeel van de tale Kanaäns, zoals we die in de loop van de eeuwen hebben bedacht. Zegenen, inzegenen, uitzegenen. We gaan gemakshalve gewoon voorbij aan de betekenis van zegenen. We bedenken een woord waardoor het nog nét acceptabel is dat homoseksuele stellen in de kerk een zegen mogen ontvangen. ’t Zijn wel net iets minder letters dan heteroseksuele stellen, maar die zegen heb je dan toch te pakken. En hopelijk ben je daarmee dan ook van de klachten van gemeenteleden af die dit niet goedkeuren. Er is immers verschil? Het gaat niet om dezelfde zegen…

In mijn hoofd rollen allerlei woorden over elkaar heen. Je kunt bijvoorbeeld inademen, ademen en uitademen. Daar heb ik vorig jaar nog een boek over geschreven. Adem in, Adem uit. In dezelfde categorie zit inblazen-blazen-uitblazen. Hoewel ik bij inblazen meer denk aan mond op mond beademing, bij blazen aan mijn bladblazer die als ik de schakelaar omzet ook een vernietigend effect kan hebben, en bij uitblazen zie ik een plaatje voor me van iemand die halfdood over de eindstreep van de marathon valt.

Tussen bakeren en inbakeren zit ook niet echt verschil. Ik stel voor dat we dan inbakeren voortaan gebruiken als het duidelijk een jongetje of een meisje is, en bakeren als het geslacht onduidelijk is. Indalen gaat duidelijk over de balletjes van het opgroeiende kind en dalen heeft diverse betekenissen. Uitdalen bestaat niet, maar vandalen zijn dan wel weer een bekend fenomeen.

Insnijden-snijden-uitsnijden hebben snijden gemeen maar de betekenissen zijn erg divers. Willen we er ook nog een religieus sausje overheen gieten zou je besnijden nog aan het rijtje kunnen toevoegen.

En wat te denken van:
www.walterdijkshoorn.nl
  • Inbellen-bellen-opbellen
  • Inbinden-binden-ontbinden
  • Inbouwen-bouwen-uitbouwen
  • Inbreken-breken-uitbreken
  • Inchecken-checken-uitchecken
  • Indenken-denken-uitdenken
  • Indelen-delen-uitdelen
  • Indeuken-deuken-uitdeuken
  • Indraaien-draaien-uitdraaien
  • Indrukken-drukken-uitdrukken
  • Indrogen-drogen-uitdrogen
  • Inslapen-slapen-uitslapen
  • Inspreken-spreken-uitspreken
  • Ingang-gang-uitgang-rotgang

Ik kan nog veel meer bedenken en zit hardop te grinniken als ik sommige woorden op me in laat werken. Vorige week was ik even bij mijn schoonmoeder die een verhaal vertelde van iemand die zich had laten overdopen. Ja, bingo! Daar heb je er weer één! Indopen-dopen-overdopen... Ze bedoelde natuurlijk dat een kind ooit als baby besprenkeld was, en nu als volwassene koppie onder was gegaan. Hij komt in de buurt van zegenen en inzegenen.

Als we onderwerpen als ‘dopen’ gaan nemen kom je al gauw met een ander fenomeen in aanraking: Scheuren. Het zal beginnen met inscheuren en uiteindelijk uitscheuren. En dan heb je een scheuring. Overigens zou zo’n scheuring ook zomaar kunnen ontstaan als we als gelovigen denken de waarheid in pacht te hebben en te mogen oordelen over onderwerpen als homoseksualiteit. Misschien moeten we met elkaar ontdekken dat je je als gelovige niet hoeft in te dekken als je niet precies weet hoe God naar situaties kijkt.

What’s in a word?


Laat eens op je inwerken wat woordgebruik kan uitwerken. Door een woord als ‘zegenen’ te gebruiken voor de ene doelgroep en ‘inzegenen’ voor de andere doelgroep, geef je eigenlijk al een oordeel, een mening. Je maakt onderscheid.

Ik vind dat we als christenen, als volgelingen van Jezus, als gelovigen die God vertegenwoordigen op aarde voorzichtig moeten zijn in ons oordelen. Dat is namelijk niet aan ons. Wij zijn God niet, wij hebben maar zo’n beperkte kijk op hoe Hij alles bedoeld heeft. Ja, natuurlijk moeten er regels zijn en onze behoefte aan duidelijkheid speelt ons parten.

We zijn in goed en fout gaan denken terwijl God denkt in liefde. Liefde voor de hele wereld, voor de hele schepping, voor jou en mij, voor homo’s en hetero’s (en ja zelfs voor biseksuelen, transgenders, polyamoreuzen, prostituees, geheelonthouders, geslachtslozen en alles wat je nog meer kunt bedenken). Ik hoop en wens dat we als gelovigen weer een eenheid zullen vormen met als basis Gods liefde. Jezus was er duidelijk over. Hij maakte korte metten met de religieuzen van die tijd en gaf een heldere opdracht over hoe wij in het leven mogen staan (Matt. 22:37-39 BGT):

De eerste en belangrijkste regel is deze: De Heer is je God. Je moet van Hem houden met je hele hart, met je hele ziel, en met je hele verstand. Maar de tweede regel is net zo belangrijk: Van de mensen om je heen moet je evenveel houden als van jezelf.

zondag 19 november 2017

's Zondags gaan we naar de kerk... Toch? (3)

Uit

Ik heb hem uit. Het boek ‘Zo zijn onze manieren’ van Frank Viola en George Barna. In twee eerdere blogs heb ik wat punten uit het boek aangestipt. Je kunt ze teruglezen op:
http://judithstoker.blogspot.nl/201...

http://judithstoker.blogspot.nl/201...

Onderwerpen


Het boek gaat in op tal van onderwerpen die voor ons, protestantse christenen, veelal vanzelfsprekend en traditie zijn geworden. We hebben ons aangesloten bij een kerk of gemeente en zonder er verder bij na te denken gaan we mee in alle gewoonten en gebruiken. In het boek wordt grondig onderzocht hoe dingen ontstaan zijn, welke invloeden hierbij van belang waren en wordt er ook gekeken of zaken ook terug te vinden zijn in de bijbel.

Ik zou het boek tekort doen, én ik zou onnodige discussies uitlokken, als ik op ieder onderwerp zou ingaan. Maar ik wil toch wat punten noemen die mij aan het denken hebben gezet, of die mijn soms wat vage gevoel van ‘klopt dit eigenlijk wel’ bevestigden.
  • Het kerkgebouw (hierover schreef ik in de eerste blog)
  • De liturgie (hierover schreef ik in de tweede blog)
  • De preek: De heiligste koe van het protestantisme. In onze diensten is de preek centraal komen te staan. Dat het woord van God verkondigt moet worden, is absoluut een bijbels gegeven. Maar de hedendaagse ‘kanselpreek’ is niet hetzelfde als de verkondiging en het onderwijs dat we in de bijbel tegenkomen. De preek is een voortvloeisel van de Griekse retoriek en de gemeente wordt door het centraal stellen van de preek gereduceerd tot een groep zwijgende toeschouwers. De preek brengt het functioneren van het lichaam van Christus tot stilstand en maakt mensen passief. Waar we in o.a. 1 Korinthe 12-14 worden aangemoedigd om onze mond open te doen legt de preek de gelovigen het zwijgen op. Bovendien maakt de preek van een dominee of spreker een geloofsspecialist en worden de ‘gewone gemeenteleden’ als tweederangs gelovigen afgeschilderd.
  • De voorganger/dominee. Een merkwaardig verschijnsel dat vanaf de tweede eeuw ontstaan is. De eerste-eeuwse kerken waren godsdienstige groepen zonder priester, tempel of offers. De christenen zelf leidden de kerk onder het directe leiderschap van Christus. Er waren weliswaar oudsten (herders of opzieners). Deze mannen waren allemaal gelijk. Er bestond geen hiërarchie onder hen.
  • Zondagse kleding/kleding voor predikanten. Ik wil er niet teveel over zeggen, maar slechts een stukje uit het boek citeren: ‘De Heer Jezus en zijn discipelen gaven niets om speciale kleding om indruk te maken op God of zich te onderscheiden van het (gewone) volk van God. Het dragen van speciale kleding uit godsdienstige overwegingen was eerder een kenmerk van de schriftgeleerden en farizeeën. Jezus zei hierover: ‘Pas op voor de schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en op het marktplein eerbiedig begroet willen worden, en een ereplaats verlangen in de synagogen en bij feestmaaltijden’ (Lucas 20:46)’
  • Muziekleiders: Geestelijken met een muzikale missie. Overigens... nogmaals wil ik benadrukken dat muzikanten, aanbiddingsleiders, koren, zangers en noem maar op, niet fout zijn! Zeker niet, God eren met zang en muziek, met dans, met ons hele lichaam, dat is waar we toe opgeroepen worden al vroeg in het oude testament! Waar het in de context van dit boek over gaat is wederom het éénrichtingsverkeer. De schrijvers van het boek zeggen treffend: ‘Wanneer aanbiddingsliederen alleen aangekondigd, ingezet en geleid kunnen worden door degenen die daar talent voor hebben, wordt dit onderdeel van de dienst meer een kwestie van vermaak dan van gezamenlijke aanbidding.’ Nu zou je kunnen aanvoeren dat er in het oude testament toch ook al Levieten waren die de aanbidding leidden. Dat klopt inderdaad, maar wij leven in de periode van het nieuwe testament waarin wij allen priesters zijn en Christus onze Hogepriester is. (Hebr. 5-7 en 1 Petrus 2:5 en 9).
  • Tienden en het salaris van geestelijken. Ook over dit onderwerp is veel te zeggen en mijn advies is om eens te lezen wat de schrijvers van dit boek daarover hebben uitgezocht. Ik zal slechts een paar zinnen citeren: ‘Het geven van tienden is bijbels, maar niet christelijk. Jezus Christus heeft het Zijn discipelen niet geleerd. Het geven van tienden wordt in het nieuwe testament vier keer genoemd, maar in geen van die gevallen betreft het christenen. Wat niet wel zeggen dat de nieuwtestamentische gelovigen niet vrijgevig waren! Integendeel.’
  • De doop en het Avondmaal. Geen discussie over kinder- of volwassendoop in dit boek, maar wel een nadenkertje over het ‘tijdstip’ van dopen. Geen lange aanloop naar de doop, maar de doop als bevestiging van een openbare geloofsbelijdenis. Waar wij het ‘zondaarsgebed’ in sommige kringen kennen, was het in de eerste eeuwen gebruikelijk om na het belijden van je geloof ook direct gedoopt te worden. Een mooi getuigenis. Over het Avondmaal worden ook mooie dingen gezegd. Als ik het lees dan zou ik willen dat ik even terug kon in de tijd en eens zo’n Avondmaal van die eerste christenen zou mogen mee beleven. Want een belevenis, dat was het! Een zin uit het boek (die van mij had kunnen zijn, want dit denk ik zo vaak als we Avondmaal vieren): ‘De traditie heeft het Avondmaal teruggebracht tot een tongstrelend vingerhoedje druivensap en een klein, smakeloos stukje matse. De sfeer waarin we dit ‘vieren’ is vaak plechtig.’ Tja, ik kan er niets aan doen maar ik toch een heel ander beeld bij ‘vieren’.
  • Christelijk onderwijs. Dit hoofdstuk gaat over theologische studies, bijbelscholen, zondagsscholen en allerhande christelijke opleidingen. Er is niets mis met zulk onderwijs mits je de mensen die het gevolgd hebben maar geen bijzondere geestelijke status toebedeelt. ‘Mensen met veel bijbelkennis, een hoge intelligentie en een messcherp denkvermogen zijn niet automatisch geestelijke mensen die Jezus Christus werkelijk kennen en aan anderen een levensveranderende openbaring van Hem kunnen doorgeven.’

Moet dit nu echt...


Er staan nog twee hoofdstukken in het boek die een goede uitleg geven over hoe we het nieuwe testament kunnen lezen (in plaats van het betere knip- en plakwerk wat we nu vaak doen, teksten zoeken bij een onderwerp en de context vergeten), en over Jezus, de revolutionair.

Ik snap dat mijn blogs over dit boek irritatie en misschien wel boosheid oproepen. ‘Waarom moet het allemaal weer anders?’ zei iemand die mijn blog gelezen had. Ik weet niet of het per se anders moet. Als de zondagse samenkomst voor jou het hoogtepunt van kerk-zijn is en je ervaart dat je erdoor opgebouwd wordt, dat je relatie met God zich verdiept en dat je samen met je medegelovigen het lichaam van Christus op aarde bent, dan weet ik niet of dit boek aan jou besteed is.

Als je, net als ik, onvrede ervaart met de huidige vorm van kerk zijn, waarbij het hoogtepunt de zondagse dienst is, dan zou dit boek een aansporing kunnen zijn om op zoek te gaan naar hoe gemeente zijn bedoeld is. Iemand anders schreef onder mijn vorige blog heel treffend dat het niet per se gaat om de zondagse diensten, maar veel meer de vorm van gemeente zijn door de hele week heen. Daar ben ik het mee eens. Als we de zondagse samenkomsten zouden aanpassen maar er verder niets zou veranderen in onze manier van christen zijn, zou het zinloos zijn.

De kerk, dat ben jij, dat ben ik. Allemaal vertegenwoordigen we een stukje van het lichaam van Christus. Dat zit hem niet in de genootschap waarbij je op de lijst staat als lid of vriend of deelnemer. Dat zit hem er alleen maar in dat we Christus volgen en dat we Zijn alles overtreffende en alles omvattende liefde mogen doorgeven aan een wereld die liefde tekort komt.

Tenslotte


Ik sluit af met een laatste citaat uit het boek. Ik daag jullie uit dit boek te lezen, erover na te denken en er misschien eens met anderen van gedachten over te wisselen. Laten we met elkaar zoeken naar een manier van kerk zijn die Christus recht doet!

‘Aan het eind van dit boek is onze hoop drieledig: In de eerste plaats hopen we dat je vraagtekens zult zetten bij de kerk zoals je die op dit moment kent. In hoeverre is ze werkelijk bijbels? In hoeverre geeft ze uiting aan het absolute leiderschap van Jezus Christus? In hoeverre laat ze de leden van haar lichaam vrij om te functioneren? In de tweede plaats hopen we dat je dit boek zult delen met elke christen die je kent, zodat ook zij door deze boodschap kunnen worden uitgedaagd. En in de derde plaats hopen we dat je ernstig zult bidden over de vraag hoe je op deze boodschap zou moeten reageren.’

'Ga op de kruispunten staan, denk na, kijk naar de oude wegen. Welke weg leidt naar het goede? Sla die in, en vind rust.' (Jeremia 6:16)

zondag 12 november 2017

's Zondags gaan we naar de kerk... Toch? (2)

Reacties

Mijn vorige blog n.a.v. het boek 'Zo zijn onze manieren' riep best wel wat reacties op. Reacties van herkenning. Mensen die dezelfde vragen hebben als ik, die een bepaalde onvrede ervaren als het gaat om de manier waarop de kerk zich gevormd heeft.  Die zich afvragen waarom we doen wat we doen tijdens de zondagse samenkomst.
Er waren ook mensen die hier en daar wat kritische kanttekeningen plaatsten. Onder de blog of in privé berichtjes. Fijn, want ook die reacties helpen mij in mijn zoektocht.

Wat ik, voordat ik verder schrijf, voorop wil stellen is dat mijn blogs niet bedoeld zijn als aanklacht tegen de kerken en gemeenten zoals wij die kennen. Het feit dat we op zondag naar een samenkomst kunnen gaan, of zelfs naar meerdere, dat we in vrijheid samen mogen komen, is een zegen en een voorrecht. En zeker ook een goede gewoonte. Deze blogs zijn veel meer een wikken en wegen van mijn kant om erachter te komen hoe ik mijn leven als christen vorm wil geven en wat het dan betekent dat ik onderdeel ben van een grote groep gelovigen wereldwijd, ook wel 'kerk' genoemd.

De zondagse samenkomst

Afgelopen week ben ik verder gegaan in het boek 'Zo zijn onze manieren'. In hoofdstuk drie wordt aandacht besteed aan hoe de zondagse eredienst of samenkomst er in de meeste gevallen uitziet en hoe deze door de tijd heen zijn vorm heeft gekregen.

In de meeste kerken en gemeenten (van oud gereformeerde gemeenten tot pinkstergemeenten) zijn er een aantal onderdelen die in de zondagse dienst terugkomen (soms in een andere volgorde):
  • Begroeting
  • De zangdienst (in één blok of verdeeld over de dienst)
  • De mededelingen
  • De collecte
  • De preek gevolgd door een activiteit (bijvoorbeeld het avondmaal, gebed, oproep, zingen van een lied)
  • Zegen
Deze wat statische vorm van samenkomen is langzaam maar zeker ontstaan en haar voornaamste wortels liggen in de middeleeuwse, katholieke mis die door Gregorius de Grote (540-604) zijn vorm heeft gekregen.

Het bizarre is dat de mis een mengeling was van heidense en Joodse rituelen en dat hij doordrenkt was van het heidens-magisch denken en vol invloeden uit het Griekse denken. De latere katholieke mis die in de zestiende eeuw ontstond was ten diepste heidens. Kledij van heidense priesters, het gebruik van wierook en wijwater bij reinigingsrituelen, het branden van kaarsen tijden de dienst, kerkgebouwen volgens de architectuur van de Romeinse basilieken, de Romeinse wetgeving als basis voor het 'canoniek recht' (Pag. 100).

Toen de protestantse kerken ontstonden kwam de kansel, niet het altaar zoals in de katholieke kerk, centraal te staan. De preek werd het hoogtepunt van de protestantse dienst. Het boek beschrijft de invloeden van de diverse reformators en bewegingen. Daar wil ik verder hier niet op in gaan.

Wat ik mooi vind in het boek is dat de schrijver op pagina 129 zegt:
'Het is duidelijk dat het protestantse verloop van de eredienst niet bij de Heer Jezus, de apostelen of de geschriften van het Nieuwe Testament vandaan komt. Op zich maakt dat de liturgie nog niet verkeerd. Het betekent alleen dat een Bijbelse basis ontbreekt. Het is een feit dat we in onze cultuur veel dingen doen die een heidense oorsprong hebben. Denk aan de kalender die we gebruiken. De dagen van de week en de maanden van het jaar zijn naar heidense goden vernoemd. Maar door het gebruik van deze algemeen aanvaarde kalender zijn we nog geen heidenen.'

Er zijn echter wel een paar dingen de moeite waard om over na te denken als we kijken naar de huidige vorm van onze samenkomst. Ik vat ze hier samen (Pag. 130-132):
  • De protestantse liturgie beperkt de wederzijdse participatie en de groei van de christelijke gemeenschap. Het lichaam van Christus wordt bekneld doordat de gemeenteleden moeten zwijgen. Je kunt niet door andere leden van het lichaam worden verrijkt en je kunt anderen ook niet verrijken. Dit in tegenstelling tot de 'ieder heeft iets' bijeenkomsten waar we van lezen in de brieven van Paulus. 
  • De protestantse liturgie ondermijnt het leiderschap van Jezus Christus. De hele dienst wordt door één persoon geleid. Waar is de vrijheid die de Heer Jezus heeft om naar eigen believen door Zijn lichaam te spreken? Waar in de liturgie kan God een broeder of zuster een woord geven om dit te delen met de hele gemeente?  Jezus Christus heeft geen vrijheid om Zichzelf door Zijn lichaam te uiten wanneer en hoe Hij dat wil. Ook Hij is tot een passieve toeschouwer gereduceerd. Het lichaam van Christus wordt lamgelegd door de protestantse liturgie. Het wordt één grote tong (soms twee of drie) met een heleboel kleine oren. 
  • De zondagse eredienst is voor veel christenen saai, voorspelbaar, plichtmatig en routinematig. Ook in meer evangelische gemeenten waar een breed arsenaal van moderne media en drama is is er nog steeds sprake van een dienst die onder controle is van de voorganger, is er nog steeds sprake van een liedsandwich en zijn de gemeenteleden zwijgzame toeschouwers. 
  • De protestantse liturgie bevordert passiviteit, belemmert het functioneren van het lichaam van Christus en is zo een belemmering voor geestelijke groei. We groeien namelijk door te functioneren, niet door passief toe te kijken en te luisteren.

Hoe dan wel? 

Het is eenvoudig om te kijken naar wat er allemaal niet Bijbels verantwoord is en wat er aan heidense gebruiken is ingeslopen in de loop van de tijd. Maar hoe zou je een zondagse samenkomst dan wel vorm kunnen geven? Het boek geeft daar geen uitgebreid antwoord op. Ik heb me laten vertellen dat Frank Viola daar in een ander boek verder op in gaat. Toch geeft hij wel een voorbeeld van een levendige samenkomst onder het leiderschap van Christus die Frank zelf bezocht heeft. Een bijeenkomst waarin een dertigtal mensen bij elkaar komt en waarin er door verschillende gemeenteleden een bijdrage wordt geleverd zonder dat daar vooraf een structuur in is aangebracht.

Passiviteit

Hoewel het voor mij nog niet helder is hoe je dat dan organiseert en hoe je een groep gemeenteleden dan bij elkaar krijgt zonder weer te verzanden in alweer een nieuwe beweging of kerk, is voor mij in dit hoofdstuk wel duidelijk geworden dat het 'passieve' deelnemen aan, of beter gezegd: toeschouwen van de dienst niet bijdraagt tot een verfrissend, bloeiend geestelijk leven. En dat herken ik wel bij mezelf. Dat ik soms naar de dienst ga en zo graag een lied zou willen zingen omdat mijn hart daar al dagen vol van is, en dat we dan liederen zingen die ook prima zijn, maar niet aansluiten bij waar ik op dat moment zit.

Een ander voorbeeld waarin de passiviteit mij enorm stoorde was een dienst een paar jaar geleden. De spreker had het over 'vergeving'. Aan de hand van een bijbelgedeelte riep hij op om vooral te vergeven als een ander je iets had aangedaan. Het was een kort-door-de-bocht preek en wat mij betreft een halve waarheid. Ik luisterde met pijn in mijn hart voor al die mensen die met heftige trauma's in de dienst zaten en aan wie nog nooit om vergeving gevraagd was door de dader. Mensen misschien nog midden in hun verwerkingsproces. De spreker beëindigde zijn preek, sloot af met een gebed en daarna was er avondmaal. Ik zag een vrouw opstaan en huilend de zaal verlaten. Ik kende haar en wist dat deze preek haar pijn had gedaan. Het had haar niet dichter naar Jezus gebracht. En ik kon er niets aan doen. Ik kon het niet nuanceren. Degene die het avondmaal leidde bedankte de spreker voor zijn mooie en ware woorden. Mijn maag draaide zich om.

Levende stenen

Het effect van de protestantse liturgie. Wil ik daar echt aan mee doen? Ik denk aan de tekst uit 1 Petrus 2:4-5 en12 waar staat:

Voeg u bij Hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn....
Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken.


Dat is zo mijn verlangen dat ik, midden in een wereld die God niet meer kent, een levende steen kan zijn. Een steen waar mensen op kunnen bouwen en waar ze Gods liefde doorheen kunnen zien. Natuurlijk is het dan goed om ook de andere stenen van die geestelijke tempel te ontmoeten, maar de vraag is of de zondagse dienst in zijn huidige vorm daar de meest ideale plek voor is. 

Ik ga verder met lezen en ben benieuwd naar het vervolg. 

zondag 5 november 2017

's Zondags gaan we naar de kerk... toch? (1)

Naar welke kerk ga je?

Jarenlang was 'Kerk aan de keukentafel' mijn favoriete boek over gemeente-zijn met elkaar. Hans Groeneboer, de auteur van dit boek, beschrijft in dit boek dat kerk zijn niet gaat over een systeem of een gebouw maar over relaties. Dat sluit aan bij wat ik in Handelingen lees over hoe de volgelingen van Jezus met elkaar gemeente zijn. 

En toch... in de praktijk zie ik dat christen zijn vooral gekoppeld is aan deze vragen: 
  • Naar welke kerk ga je? 
  • Ben je actief in de gemeente? (Welke taak heb je in de gemeente?)
Die eerste vraag is de standaard vraag als mensen erachter komen dat je gelovig bent. De tweede vraag wordt vooral gesteld door christenen die elkaar bevragen. Let maar eens op de komende tijd. Als je een onbekende ontmoet en je komt er toevallig achter dat diegene ook christelijk is (je ziet een kruisje om iemands nek, je vangt een gesprekje op, je hoort een moeder tegen haar zoontje zeggen dat hij zondag niet mag afspreken, iemand bidt voor het eten), is het een super voor de hand liggende vraag om te stellen: 'Hé, ben je ook gelovig? Dat wist ik niet. Naar welke kerk ga je?'

Die tweede vraag, daar betrap ik mezelf vaak op. Als ik mensen in mijn praktijk ontmoet, dan vraag ik wat hun overtuiging is en of ze bij een kerk of gemeenschap horen. Bijna standaard vraag ik daarna: 'Hoe betrokken ben je, doe je er ook iets?'

Belachelijke vraag, al zeg ik het zelf. Ik ga hem schrappen. Ik kan beter vragen: 'Heb je steun aan je geloof en je geloofsgenoten?'

Uit mijn dagboek...


Sinds een paar maanden houd ik digitaal een dagboek bij. Gewoon voor mezelf en ook als bron om uit te putten voor blogs en boeken die ik nog wil schrijven. Ik zal wat zondagse stukjes citeren: 

Zondag 13 augustus

Ben ik wel een goed christen? Soms vraag ik me dat af. Het is zondag, en op zondag hoor je naar de kerk te gaan. Maar ik kan mezelf er niet toe zetten. Ik ben al een paar weken niet geweest en ik mis het ook niet. Ligt dat aan mij, of aan de kerk? Ik heb niet het idee dat mijn relatie met God lijdt onder mijn zondagse verzuim. Juist de afgelopen weken, waarin ik alle tijd had omdat ik vakantie had, heeft mijn geloofsleven nieuwe impulsen gekregen. Ik heb het Lucas evangelie gelezen en ben opnieuw onder de indruk van het doen en laten van Jezus geraakt. Ik heb me verdiept in de Psalmen en kijk er dagelijks naar uit om verder te lezen. In mijn vakantieboekje ‘Vier de zomer’ heb ik negen dagen lang gewerkt, gekleurd, gebedspunten opgeschreven en daar gedurende de volgende dag steeds voor gebeden. 


Wat is dat toch met de kerk? Waarom staat het me zo tegen? Over Jezus las ik dat Hij het liefst iedere dag in de Synagoge was om te onderwijzen. Tja, misschien is dat het wel. Het passieve, het consumeren, het zingen van liederen die net niet helemaal zeggen wat ik tegen God zou willen zeggen, het zondag in, zondag uit luisteren naar een preek waar ik lang niet altijd handen en voeten aan kan geven de rest van de week. Maar als christen zou ik toch juist warm moeten lopen voor dit soort samenkomsten? Misschien ben ik verwend omdat ik in Nederland woon. Er is geen nood aan de man, we hebben elkaar niet echt nodig als kerk, er is geen vervolging, ik lijd geen armoede, kan als ik zou willen duizenden online preken beluisteren, de hele dag aanbiddingsmuziek draaien en bidden doe ik het liefst alleen. 


Kom je iets tekort als je kerkloos bent? Ik betwijfel het. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat we als gelovigen aan elkaar gegeven zijn om elkaar te bemoedigen, scherp te houden, te steunen.

Misschien is mijn vraag wel in welke vorm je dat moet gieten. En, hoe je dat kunt doen, midden in een samenleving die steeds meer God-loos wordt. Ik wil graag een verschil maken. Laten zien wat het betekent en hoeveel meerwaarde het heeft als je gelovig bent. Dat verschil wordt beter zichtbaar in een omgeving waarin gelovigen en ongelovigen samen leven. In je buurt, op de sportvereniging (waar ik overigens geen lid van ben), op de opleiding, met collega’s. Dat verschil wordt niet zichtbaar in een samenkomst met gelijkgestemden (aan de buitenkant dan, want binnen de kerk is maar al te veel ruzie over zaken die er niet toe doen). 


Blijf ik toch zitten met het fenomeen kerk. Wil ik me er niet te makkelijk vanaf maken? Heb ik niet gewoon bindingsangst? Wil ik niet onder gezag staan? Genoeg stof tot nadenken en mezelf kritisch onder handen nemen.

Zondag 20 augustus
Tijd is een raar fenomeen. Opeens is het alweer zondag. Weer de afweging wel of niet naar de kerk. Makkelijke keus vandaag, we hebben een logé en meer dan de helft van het gezin ligt om half tien nog te slapen. Ook geen livestream vandaag, want mijn hoofd is meer dan verzadigd met prikkels. Gewoon een rustdag dus vandaag. Precies zoals het bedoeld is. Zes dagen bezig zijn, één dag rust. Welke dag dat dan ook is. 


Ik ben nog altijd blij dat het scheppingsverhaal stopte na zeven dagen. Ik denk dat het me meer hoofdbrekens had gekost als er had gestaan: ‘God zag dat de mensen behoefte hadden om wekelijks samen te komen. Dus schiep Hij de kerk. Het was avond geweest, de achtste dag.’ De kerk, en al helemaal hoe wij hem vormgeven, is pas later ontstaan. 

Zondag 10 september

Weer zondag, geen geldige excuses, iedereen thuis, dus… we gaan naar de kerk. Met z’n allen. De jongste pleegzoon moppert even en probeert nog een pleidooi te houden over dat twee uur te lang is. Of ik wel weet dat hij een uur in de auto onderweg naar vakantie al bijna niet volhoudt. Ja, dat weet ik, maar ergens klopt er iets niet. Want twee uur achter de computer mine craft spelen is geen enkel punt. Volgens pleegzoon komt dat omdat hij dan op zijn knieën kan zitten. Ik ben niet overtuigd, dus om vijf over half tien zitten we in de auto. 

....(Het relaas van de kerkdienst bespaar ik jullie.)...

Ik ben licht chagrijnig. Wat is de toegevoegde waarde van deze twee uur kerkbezoek? Ik kom er niet uit met mezelf. Is het dan puur de gewoonte die je naar de kerk laat gaan? Net zoals je drie keer op een dag moet eten? Maar dat heeft een functie, want door de voedingsstoffen die je binnen krijgt blijf je energiek. Bepaald energiek of enthousiast heeft de dienst me niet gemaakt. Moet ik misschien met een andere insteek naar de kerk gaan? Niet om er iets te halen, maar om er iets te brengen? Maar wat dan? Ik parkeer mijn gedachten over de kerk. Vanmiddag ga ik lekker in m’n boek lezen en hier en daar wat opruimen. Er komen vast nog genoeg zondagen om er verder over na te denken.

Zo zijn onze manieren


En dan kom ik op facebook een boek tegen: 'Zo zijn onze manieren' (Frank Viola). De omschrijving van het boek trekt me wel: 

Heb jij je wel eens afgevraagd waarom we op zondag in de kerk doen wat we doen? Waarom trekken we zondagse kleren aan? Waarom is die preek zo belangrijk? Waar komen kerktorens, kerkbanken, kansels en koren vandaan? Waar in de Bijbel heeft God ons bevolen op deze wijze bij elkaar te komen?

Het lijkt me een leuk boek om op de huiskring van de kerk te bespreken. Maar helaas... er wordt een andere keus gemaakt. Geen probleem, ik schaf het zelf aan en ga het lezen. Al tijdens de inleiding ben ik meteen nieuwsgierig naar het vervolg van het boek, namelijk hoe gemeente zijn dan wel bedoeld is en hoe je dat kan vormgeven. Maar voor nu ben ik vooral nieuwsgierig naar wat de auteur te zeggen heeft over hoe we onze hedendaagse kerk vorm hebben gegeven. 

Ik lees de eerste twee hoofdstukken in één adem uit. Ik ga geen samenvatting geven van het boek (daar zou ik het tekort mee doen) maar een paar dingen die ik opvallend vind wil ik noemen: 

  • Het oude Jodendom draaide om drie elementen: de tempel, het priesterschap en het offer. Toen Jezus kwam, maakte Hij aan alle drie een einde, omdat Hij van alle drie de vervulling was. Hij is de tempel die tot uitdrukking komt in een nieuw en levend huis dat 'zonder handen' is gemaakt van levende stenen. Hij is de priester die een nieuw priesterschap heeft ingesteld. En Hij is het volmaakte en voltooide offer. (Pag. 50)
  • Nergens in het Nieuwe Testament vinden we de termen 'kerk (ekklesia), tempel of huis van God' met betrekking tot een gebouw. In elk van de 114 gevallen dat het woord ekklesia wordt gebruikt, heeft het betrekking op een verzameling mensen. (Pag. 52)
  • Sinds Christus is opgestaan, zijn wij - de christenen- de tempel van God. (Pag. 54)
  • Tot het jaar 300 (ongeveer) kwamen christen samen in huizen. Naarmate de gemeenschappen groeiden werden hun huizen aangepast. Er werden grotere woonkamers gecreëerd waardoor ongeveer 70 mensen in huis terecht konden. (Pag. 56)
  • Een kerkgebouw is niet ontworpen voor vertrouwde omgang of gemeenschap met elkaar... De banken of stoelen staan zo dat ze naar de kansel opkijken...Het maakt functionerende christenen tot tribuneklanten die alleen zitten en consumeren...De architectuur benadrukt de gemeenschap tussen God en Zijn volk via de voorganger! (Pag. 86)
  • Er bestaat geen greintje Bijbelse onderbouwing voor het kerkgebouw. Toch betalen veel christenen elk jaar veel geld om hun stenen en beton te heiligen. Daarmee houden ze een kunstmatige setting in stand die hen passief maakt en hen belemmert om op een natuurlijke en persoonlijke manier met andere gelovigen om te gaan. (Pag. 88)

Kritiek


De komende tijd hoop ik verder te lezen in het boek en een serie blogs te schrijven waarvan deze de eerste is. Niet om de bestaande kerken af te branden of om ongezouten kritiek te leveren. Dat is te makkelijk en breekt alleen maar af. Ik wil graag antwoorden krijgen op mijn vragen en hoop dat ik in mijn leven een echt onderdeel mag zijn van de kerk. Een deel van het lichaam van Christus dat Hem vertegenwoordigt op aarde. 

Het menselijk lichaam is één geheel, maar het bestaat uit veel delen. 
En al die verschillende delen vormen samen dat ene lichaam. 
Net zo vormen wij samen één lichaam, want we horen allemaal bij Christus.... 
Zo is het ook met jullie. 
Jullie vormen samen één kerk, ieder van jullie hoort erbij. 
Want jullie horen allemaal bij Christus
(1 Kor. 12:12 en 27)

zondag 29 oktober 2017

Brief

Aan alle predikanten, voorgangers en hen die op welke manier dan ook leiding geven aan (een deel van) een christelijke gemeenschap,

Afgelopen week kwam er weer eens een misbruikzaak openbaar. Dit keer in een evangelische gemeente. De reactie van de gemeenteleiding choqueerde mij. Allerlei emoties gingen door mij heen. Verdriet, boosheid, medelijden, onbegrip, machteloosheid en afkeer wisselden elkaar af. Ik las de artikelen die op internet en in de kranten verschenen en de reacties daarop. Natuurlijk realiseer ik me dat er aan alle verhalen die in de media komen kanten zitten die niet genoemd worden, dat er geen compleet beeld wordt gegeven. Maar dat weerhoudt mij er niet van om deze brief te schrijven.


De doofpot



Het zal ongeveer 1988 zijn geweest toen ik, destijds zo’n 14 jaar jong, mijn verhaal durfde te vertellen aan de conrector van de middelbare school. Ik had regelmatig gesprekken met hem omdat het niet goed ging met me. Hij was een doortastende man die al snel door had dat er meer aan de hand was dan de gebruikelijke puberteitsperikelen. Op een dag kwam het hoge woord eruit: ‘Mijn broer heeft me seksueel misbruikt’. Het misbruik was inmiddels gestopt maar ik droeg het als een geheim en last met me mee.


Mijn ouders werden ingelicht en een aantal maanden daarna moest ik bij een ouderling van de Gereformeerde Gemeente (mijn moeder en wij als kinderen waren lid van deze kerk) langs komen voor een gesprek. Ik kan me de tafel waar we aan zaten, bij hem in de woonkamer, het kleed dat op tafel lag, de kopjes op tafel en een aantal dingen die de ouderling tegen me zei nog herinneren alsof het gister was.


De man vroeg niet aan mij wat er gebeurd was, hoe lang het geduurd had, hoe ver het gegaan was, hoe het nu met mij ging en hoe ik kon leven met zulke heftige gebeurtenissen. Ik kreeg geen compliment dat ik de moed had gehad om met mijn verhaal naar buiten te komen. De man somde de informatie op die hij van mijn moeder had gekregen. Ik kreeg te horen dat ik geen makkelijk kind was en dat ik het mijn ouders wel heel lastig maakte. Er was dan ook wel veel gebeurd, zo zei hij. Maar, als hij het goed begrepen had, op dit moment was er geen sprake meer van nare gebeurtenissen tussen mij en mijn broer? Ik beaamde dat. Het woord ‘seksueel misbruik’ werd niet genoemd. Toen klonken de woorden die ik mijn leven lang niet meer zal vergeten:


‘Het is voor iedereen het beste dat we het dan vergeven en vergeten. Laten we het met de mantel der liefde bedekken.’


Met die woorden ging het deksel op de doofpot. Pas vele jaren later durfde ik weer met mijn verhaal in de openbaarheid te komen. Toen ik dat deed kreeg ik vanuit het hele land reacties van mannen en vrouwen die ook misbruik mee hadden gemaakt, in de kerk, in gemeenten, tijdens kinderkampen, thuis of in de familie waarbij op zondag trouw ter kerke werd gegaan. Er waren er maar heel weinig die op een goede manier door hun kerkelijke gemeente waren opgevangen en ondersteund.


Seksueel misbruik ook bij christenen



En nu, deze week weer zo’n verhaal. Een verhaal waarbij het slachtoffer niet onvoorwaardelijk gesteund wordt en waarbij de leiding van de gemeente er alles aan doet om hun straatje schoon te vegen. Een paar maanden geleden zag ik een documentaire over seksueel misbruik in de katholieke kerk. Ook daar gebeurde hetzelfde. Het verhaal van het slachtoffer werd door de geestelijke die nu verantwoordelijkheid droeg, in twijfel getrokken. De dader ging vrijuit.


Seksueel misbruik is van alle tijden. Ook vandaag de dag vindt misbruik plaats. Bij hele jonge kinderen, bij opgroeiende kinderen, bij tieners, pubers, jongvolwassenen. Het gebeurt ook, hoe pijnlijk en dieptriest het ook is, onder mensen die zich christen noemen. Mensen die op zondag uw samenkomst bezoeken en door de week misschien wel uitermate actief zijn in uw kerk of gemeente, kunnen in het verborgene minderjarigen die op welke manier dan ook aan hun zorgen zijn toevertrouwd seksueel misbruiken, manipuleren en onder druk zetten om te zwijgen en mee te werken.


Oproep



Ik zou een oproep willen doen aan iedereen die op wat voor manier dan ook leiding geeft in kerk of gemeente. Allereerst een oproep om alert te zijn en uw ogen niet langer te sluiten voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Train uw medewerkers zodat ze signalen herkennen. Creëer een veilige sfeer en cultuur waarin mensen durven komen met hun verhaal. Ook als het misbruik al voorbij is. En als er zo’n zaak aan het licht komt, alstublieft, wees er dan in eerste plaats voor de volle honderd procent voor het slachtoffer!


Ja, ook als u twijfels heeft. Ik werk in de jeugdzorg en als er door een jongere melding wordt gemaakt van seksueel misbruik, wordt de desbetreffende pleegouder of groepsleider direct geschorst (of het kind daar weggehaald). Veiligheid boven alles. Luister naar wat iemand vertelt en neem maatregelen. Maatregelen die veiligheid waarborgen voor het slachtoffer en die de dader beperken in zijn mogelijkheden om verder te gaan met zijn of haar vernietigende gedrag.


Probeer deze dingen niet binnen de gemeente op te lossen, daar zijn ze te groot voor. Schakel politie en professionele hulp in. En als het al zo is dat er een kerkelijk werker, een ouderling of diaken of andere leidinggevende beschuldigd wordt van misbruik, wees dan in vredesnaam transparant en open naar de rest van de gemeente en naar de buitenwereld. Probeer geen feiten te verdoezelen of mooier te maken. Zeg alstublieft niet dat een slachtoffer het in de hand heeft gewerkt of heeft uitgelokt. Daarmee zadelt u het slachtoffer met een nieuw trauma op.


Schuld belijden, toegeven dat er fouten zijn gemaakt, zeggen dat er dingen over het hoofd zijn gezien, is moeilijk en soms uitermate pijnlijk maar uiteindelijk minder schadelijk voor het slachtoffer en voor uw gemeente.


Steun het slachtoffer en moedig hem of haar aan om aangifte te doen. Niet vanuit wraak of genoegdoening, maar ter bescherming van het slachtoffer en om de kans op herhaling te verkleinen. Zorg dat er een netwerk om het slachtoffer heen komt te staan waar het terecht kan, zich veilig voelt en gesteund weet. Kijk samen met het slachtoffer waar behoefte aan is.


Open de doofpot



Mijn ervaring, als therapeut, is dat mensen vaak jarenlang wachten voor ze met het verhaal van seksueel misbruik naar buiten komen. Daarom is mijn oproep ook om oog te hebben voor diegenen die misschien al jarenlang een geheim met zich meedragen. Die daar nauwelijks mee durven te komen omdat de dader misschien zo goed bekend stond. Open de doofpot, ook al komen daarmee pijnlijke gebeurtenissen of schaamtevolle zaken aan het licht!


Ook in deze zaken zou ik u willen aanmoedigen om met elkaar als geestelijk leiders van de kerken en gemeenten in Nederland, open te staan voor verhalen van slachtoffers. Steun hen en sta voor hen klaar als ze hortend en stotend met hun pijnlijke geschiedenis tevoorschijn komen. Kijk met hen wat er nog mogelijk is en wat er nodig is. Zaken kunnen verjaard zijn en civielrechtelijk kan er dan niets meer gedaan worden, maar dan nog mag er openheid komen over wat er gebeurd is.


Slachtoffers van seksueel misbruik hebben over het algemeen professionele hulp nodig. Natuurlijk is het fijn als er ook pastorale hulp vanuit de gemeente kan worden geboden, maar zorg daarnaast ook voor goede professionele hulp.


Te snel aandringen op vergeving kan traumatiserend werken. Wees daar voorzichtig mee. Als slachtoffers al aan vergeving toekomen is dat meestal veel later in het traject. Eerst mag het verhaal verteld worden en de pijn benoemd worden.


Medeverantwoordelijk



In mijn situatie, met mijn broer, is het misbruik met de mantel der liefde bedekt. Ik bouwde met veel moeite mijn leven op, ging een heftige weg van herstel (zie mijn boek: ‘Tranen in mijn koffie’) en in mijn familie werd er nooit meer over gesproken. Totdat ik op een dag gebeld werd door een rechercheur. Of ik wilde getuigen tegen mijn broer. Er liep een zaak tegen hem. Zijn pleegdochter had aangifte gedaan van seksueel misbruik. Ik getuigde, mijn eigen zaak bleek verjaard te zijn, dus zelf kon ik geen aangifte meer doen.


Ik heb mezelf heel vaak afgevraagd of dit meisje ook misbruikt zou zijn geworden als die ouderling (en mijn ouders en de mensen om ons heen) mij destijds geholpen hadden om aangifte te doen. Ik voelde me medeverantwoordelijk voor haar misbruik. En ergens vind ik dat die ouderling ook medeverantwoordelijk is. Natuurlijk kun je je verschuilen achter het feit dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Hoewel... sprak God Adam in de hof van Eden niet aan, terwijl Hij wist dat Eva de vrucht geplukt had? Dat terzijde.


Beste geestelijk leiders van Nederland, van welke denominatie dan ook, laat u niet regeren door angst en schaamte, maar door de waarheid. Jezus, ons grote voorbeeld, stelde zonden aan de kaak en was wars van mooie buitenkanten. Hij was bewogen met hen die door het leven geraakt waren en sloot zijn ogen niet voor datgene wat niet klopte. Hij bracht het in het licht en rekende ermee af.


Ik wens u moed toe om voor de waarheid uit te komen, daadkracht om op te treden tegen onrecht, een bewogen hart voor hen die lijden door wat hen is aangedaan en wijsheid om in Jezus’ voetspoor christelijk Nederland te leiden.


Hartelijke groet,
Judith Stoker 

Meldpunt misbruik binnen kerken: klik hier 
Protocol misbruik binnen kerken en gemeenten: klik hier 
Meldpunt bij vermoeden van misbruik: klik hier
Maak je (vrijwilligers)organisatie veiliger: https://www.inveiligehanden.nl/

donderdag 15 juni 2017

Interview CIP 'Doofpotcultuur'

Onlangs werden Jan Willem en ik geïnterviewd door Jeffrey Schipper van het CIP. Onderwerp van gesprek was 'de doofpotcultuur'. Hoe kan het dat seksueel misbruik binnen de kerken wordt verzwegen en toegedekt?
Ik hoop dat door dit interview iemand de moed krijgt het stilzwijgen te doorbreken en de doofpot te openen!

Lees hier het interview.


maandag 5 december 2016

Verloren in de kerk

Meer christen, minder kerkmens

‘Ik voelde me altijd verloren na afloop van de kerkdienst’
Zomaar een zin uit Adem in Adem uit, mijn nieuwe boek dat bijna uitkomt. Toen ik het manuscript voor de allerlaatste keer doornam sprong dit zinnetje eruit. Ik moest erom grinniken en liet het lezen aan de uitgever. Theo reageerde: ‘Mooie titel voor een boek’. Laat ik beginnen met een blog.
 
Vanmorgen hadden we een fantastische preek (vond ik). De eerste zin was dan ook meesterlijk gevonden: ‘Christenen zijn hypocriet!’, zo opende de spreker zijn betoog. Ja, dan heb je mijn aandacht. Ik ken heel veel mensen die teleurgesteld zijn geraakt in de kerk, of misschien is het eerlijker om te zeggen: in de christenen die de kerken bezoeken of leiden. Aan het eind van 2015 schreef ik in één van mijn blogs dat ik meer christen en minder kerkmens was geworden. Dit proces zet zich nog steeds door. Ik ben zeker wel lid van een gemeente en ik kom er ook wel, al is het niet iedere zondag. Toch is de kerk wat mij betreft niet de plek waar ik mijn ongelovige vrienden of bekenden mee naar toe zou vragen. 

(Ver)oordelen

Vandaag ging de preek over Matteüs 23, het hoofdstuk waarin Jezus met scherpe, maar zeker ook humoristische opmerkingen, de farizeeën van die tijd (de geestelijk leiders) de les leest. Met voorbeelden uit de praktijk legt Jezus de vinger op de zere plek als Hij zegt:
Wacht maar, schriftgeleerden en Farizeeën! Huichelaars! Want u geeft aan God het tiende deel van kruiden als munt, dille en komijn, maar de belangrijkste voorschriften in de wet verwaarloost u, zoals recht, barmhartigheid en trouw. Juist deze dingen moet u doen zonder die andere te laten. (Matt. 23:23)
 
Wat is Jezus toch vlijmscherp en recht door zee! Je kunt je aan alle regeltjes houden, maar dan nog niet laten zien waar het om gaat: Recht, barmhartigheid en trouw! De afgelopen tijd ben ik, door mijn kloosterweekend en door mijn studie, stilgezet bij het thema ‘(ver)oordelen’. Ik ben me bewust geworden, pijnlijk bewust, dat dit is waar ik zo vaak de mist mee ben in gegaan en nog wel ga. En waar ook de kerk (en dan heb ik het over de hele grote algemene kerk... in al zijn diversiteit) regelmatig de plank misslaat. Er gebeuren dingen die we niet begrijpen, of die niet in ons straatje passen en we hebben er direct een mening en oordeel over. 

Regels of liefde?

Ik denk aan thema’s als: echtscheiding (en hertrouwen), samenwonen, homoseksualiteit, genderproblematiek, vreemdgaan, vrouwen in het ambt (of juist niet), werken of winkelen op zondag en ga zo maar door. Zodra iets in tegenspraak is met ‘onze waarheid’ schieten we in de verdediging en proberen we (het liefst door met zoveel mogelijk bijbelteksten elkaar om te oren te slaan) ons gelijk te halen en de ander daarmee te veroordelen. Het gaat ons opeens om de regels, om hoe het hoort en hoe we het altijd geleerd hebben, en niet meer om de mens tegenover ons. Veilig voor ons, pijnlijk voor de ander. 
 
Ik wil het niet meer. Ik wil niet meer veroordelen. Wie ben ik dat ik het allemaal zou weten? Hoezo zou ik gelijk hebben en die ander niet? Heb ik in de schoenen van die ander gestaan? Heb ik een stukje van zijn weg gelopen? Ik vind Jezus’ woorden geweldig: Het gaat om recht, barmhartigheid en trouw! Of, zoals de spreker vanmorgen zei: ‘De geest van de wet is liefde!’ Het gaat niet om de regels maar waar ze voor bedoeld zijn: elkaar liefhebben. Zoals Jezus het ooit samenvatte: Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. 
 
Verloren in of na de kerkdienst. Bij mij had het te maken met mijn gebrek aan zelfvertrouwen en mijn gebroken zelfbeeld. Ik vond geen aansluiting bij de rest en voelde me er buiten staan. Veel mensen voelen zich verloren in de kerk omdat hun verhaal er niet mag zijn, of zij niet geaccepteerd worden in wie ze zijn. Wat intriest... en wat zou Jezus daarvan zeggen? 
 
Er zijn uitzonderingen... gelukkig... er zijn warme, betrokken, niet-veroordelende gemeenschappen waar de liefde van Jezus, barmhartigheid, recht en trouw hoog in het vaandel staan. Ik wil niet iedere kerk of gemeente over één kam scheren. Ik wil het vooral bij mezelf houden en mezelf de spiegel van Jezus voorhouden: gaat het mij om de regeltjes naleven, of gaat het me om de geest van de wet? Recht, barmhartigheid en trouw... samengevat in het woord ‘Liefde’. 

Spiegel jezelf!

Voor de christenen onder de lezers: Lees Matteüs 23 eens en leg het naast je eigen leven!
Voor de niet-christenen onder de lezers:
Kijk niet teveel naar ‘de kerk’, maar kijk vooral naar diegenen die christen zijn en die iets (Iemand) hebben waar jij jaloers op bent!
 
 

vrijdag 4 november 2016

Kloosterleven (4) - Eenheid

Laat alle gelovigen samen één zijn. Net zoals wij samen één zijn, Vader. En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. (Johannes 17:21)

Eén van de belangrijke waarden van de gemeenschap Chemin-Neuf, die in de Sint Paulus abdij is gevestigd, is eenheid. Eenheid onder alle gelovigen, van welke denominatie ook. Dagelijks wordt in de diensten ook gebeden voor die eenheid.

Het is vrijdagavond als we met elkaar kennismaken. We zitten in een grote kring en iedereen stelt zich voor. Wie ben je, waar kom je vandaan, wat is je kerkelijke achtergrond en wat is je verlangen voor dit weekend, zijn de vragen waar we antwoord op geven. Het blijkt een zeer gemengde groep te zijn waarin diverse stromingen vertegenwoordigd zijn en sommigen ook geen lid zijn van een kerk. Ik word geraakt bij het horen van de verhalen over de kerkelijke achtergrond. Volgens mij is er in deze groep van ruim 20 mensen geen één die nog in dezelfde kerk zit als waarin ze geboren zijn. Ik zelf ook niet. Afkomstig uit de gereformeerde gemeente, via de hervormde kerk en daarna de charismatische hoek uiteindelijk beland in een baptistengemeente. Wat een zoektocht zit er achter ieder verhaal. Wat een verdriet en frustratie waarschijnlijk ook. Misschien wel teleurstelling. En nu zitten we met z’n allen hier in het klooster. Allemaal zo verschillend, maar dit weekend aan elkaar verbonden.

Tijdens de rondleiding door het klooster valt mijn oog op een schilderij. Er staan een heleboel kerken op, middenin staat een kruis en een vredesduif vliegt omhoog. ‘De scheidingsmuren reiken niet tot aan de hemel.’, staat eronder geschreven. Ik vergeet te luisteren naar zuster Ruth en ben vooral onder de indruk. Ik denk terug aan de verhalen van even daarvoor. Al die verschillende kerken, al die opvattingen, die hokjes en vakjes waar we elkaar in stoppen... hoe zou God daar tegenaan kijken? Ik denk aan de woorden uit het gebed dat Jezus bad vlak voordat Hij aan zijn weg naar het kruis zou beginnen. Een hartstochtelijk gebed voor Zijn kinderen, een gebed om éénheid: Laat alle gelovigen samen één zijn. Net zoals wij samen één zijn, Vader. En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. (Johannes 17:21)

Ik ben ook wel mensen tegen gekomen die zeiden: ‘Al die verschillende kerken laten zien hoe veelkleurig God is.’ Wat een kletskoek, nu ik erover nadenk! Het zou natuurlijk kunnen, maar dan alleen als we elkaar ook in ieders waarde zouden laten. De muren van de kerk nu lijken soms eerder op vestingsmuren waarachter christenen zich met elkaar veilig voelen. Iedere denominatie heeft zo zijn eigen opvatting over dingen en ergens denken we allemaal dat wij toch wel het dichtst bij de waarheid zitten. Daarmee veroordelen we automatisch al die anderen. Laat alle gelovigen samen één zijn! Dat is wat ik in het klooster ervaren heb. Van Rooms-Katholiek tot Vrolijk Evangelisch, allemaal zoeken we dezelfde God, eren we Hem en bemoedigen we elkaar op de weg door het leven. We praten niet over verschillen of over wie er gelijk heeft, maar we focussen ons op de dingen die we gemeenschappelijk hebben én die er ook toe doen. Mij treffen de woorden uit het gebed van Jezus iedere keer weer: En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. Verdeeldheid is nooit het verlangen van Jezus geweest. Anders had Hij een ander gebed uitgesproken: ‘Laat alle gelovigen zich zoveel mogelijk opsplitsen zodat de veelkleurigheid van Mijn Vader zichtbaar wordt.’

De scheidingsmuren reiken niet tot in de hemel. Wat een heerlijk idee is dat! Deze verdeeldheid houdt op. En, dat is hoe ik het probeer te zien, God kijkt niet naar de kerk waar je in zit (of niet). Hij kijkt of Hij Zijn Zoon in jou terugziet. Of ik één ben met Hem, en daarmee ook met alle andere broers en zussen hier op aarde. In welke kerk of gemeente ze ook zitten. Het is zo mijn verlangen dat ik één kan zijn met iedereen die gelooft. Niet dat iedereen hetzelfde denkt, want verschil in uitleg en opvatting zal er altijd blijven, maar dat mag bestaan. Zolang er maar geen oordeel aanhangt. Ik kan alleen maar voor mezelf spreken, maar ik hoop dat mijn manier van in het leven staan en omgaan met anderen iets weergeeft van de Liefde waar het allemaal om draait.

Dit weekend ervaar ik er iets van. En, het voelt hemels. Opdat zij allen één zijn... we bidden ervoor tijdens de eucharistie. Ik vind het ontroerend dat de namen van kerken en genootschappen genoemd worden in het gebed om eenheid dat wordt uitgesproken. Tegelijk ervaar ik de scheiding als ik als protestant geen deel mag nemen aan de viering van de mis. Die scheidingsmuur is er nog. Dat is jammer, maar niet onoverkomelijk. Ik focus me vooral op de dingen waar we wel één in kunnen zijn. Ik neem me voor om voortaan, als mensen vragen welke kerkelijke achtergrond ik heb, te zeggen dat ik christen ben. Dat ben ik, in welk register van welke club ik ook sta ingeschreven. Ik hoop dat dat aanstekelijk werkt!

Dit is het vierde deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en wellicht volgend jaar ook weer een kloosterweekend. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl .

zondag 28 februari 2016

Schijn-heilige!

Ik heb me altijd in een redelijk veilig christelijk wereldje begeven. Ik zat op een christelijke basisschool, een reformatorische middelbare school gevolgd door de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Mijn vrienden waren allemaal christen en in mijn vrije tijd deed ik ook vooral dingen die  met het geloof of met de kerk te maken hadden. Mijn kerkelijke loopbaan was zo ongeveer van het ene uiterste (gereformeerde gemeente, zwarte kousen en hoeden) naar het andere uiterste (evangelische gemeente, tongentaal en vallen in de geest) met op dit moment een ietwat gematigde periode (baptisten, van Johan de Heer tot Hillsong). Ergens ben ik opgegroeid met de gedachte dat je als gelovige toch wel een beter mens ben dan die ongelovige wereldse rakkers. Ik had mijn oordeel over allerlei onderwerpen klaar en als het zo uit kwam wilde ik iemand daar best wel even lekker mee om de oren slaan.

De laatste jaren zijn er heel wat scheuren en barsten gekomen in mijn beeld van de kerk. Niet speciaal van de kerk waar ik in zit, maar in het algemeen. De verschillende clubjes christenen die op zondag samenscholen, daar hun ding doen met elkaar of luisteren naar een one-man-schow, maar die elkaar ondertussen pijn doen, kwetsen en veroordelen. Nu is het natuurlijk ontzettend makkelijk om te wijzen naar het instituut kerk en net te doen alsof ik daar zelf geen deel van uit maak. Ik sta ook op een ledenlijst en ik hoor er ook bij. Maar ik voel me er best wel ongemakkelijk onder.

In september vorig jaar startte ik met een vierjarige studie. Ik zal jullie opbiechten dat ik voordat ik mijn definitieve keus maakte eerst alle “veilige” routes bekeken heb. Op de CHE zag ik een interessante opleiding tot contextueel therapeut. Bekend terrein en gegarandeerd christelijk. Ik bekeek de opleiding van Vrij Zijn om dienstbaar te kunnen worden in het bevrijdingspastoraat. Een gat in de markt  als ik om me heen kijk en hoor van zelfs een wachtlijst bij ons plaatselijke “bevrijdingsteam”.  Ik struinde het internet af op zoek naar iets passends maar had nergens echt een goed gevoel over. Tot ik de opleiding aan het Kempler Instituut zag voor Ervaringsgerichte Psychosociale Therapie en Gestalt Gezinstherapie. Ik hakte de knoop door en schreef me in. Het Kempler Instituut is een openbare opleiding. Ik kwam in een groep van ruim 20 studenten terecht waarvan zo’n beetje een derde christen is en de rest niet. In de intervisiegroep (een kleinere groep studenten die tussen de weekenden door ook bij elkaar komen) was ik de enige christen.
Inmiddels heb ik er zes studieweekenden opzitten. Weekenden waarin we ontzettend openhartig zijn geweest, waarin we een kijkje namen in elkaars levens en waarin soms zeer pijnlijke dingen die we meemaakten op tafel kwamen. Weekenden waarin ik me, als christen, soms schaam om wat we als kerk hebben gedaan. Ik voel me plaatsvervangend schuldig als ik hoor hoe mensen zijn afgewezen en afgedankt door medechristenen omdat ze homo of lesbisch zijn. Mijn hart doet pijn als ik hoor hoe er onder het mom van Bijbelteksten en soms zelfs met de dreiging van hel en verdoemenis kinderen gebroken zijn voor het leven. En in mijn praktijk, waar ik natuurlijk juist de verhalen hoor van kapotte levens, kom ik hetzelfde tegen. Afwijzing of stilzwijgen als er dingen gebeuren waar we geen antwoord op hebben. Echtscheiding, verslaving, pornografie, overspel, misbruik (ook in de kerk)... dat het niet goed is is makkelijk gezegd, maar hoe dan verder?

Ik ben me heel bewust van mijn christen-zijn op dit moment. In mijn terugblik op het jaar 2015 schreef ik dat ik meer christen ben geworden en minder kerkmens. En dat is ook mijn verlangen. Dat mensen mij zien als christen, een volgeling van Christus, en niet als een vertegenwoordiger van de kerk. Ik heb er de laatste maanden veel over nagedacht. Hoe zou Jezus het gedaan hebben als Hij in mijn plaats daar tussen mijn studiegenoten had gezeten?  Zou Hij opspringen en veroordelen als Hij hoorde dat een vrouw een relatie met een vrouw heeft? Zou Hij komen met woorden van dreiging en afwijzing? Hoe zou Hij het vinden als Hij hoorde dat Zijn volgelingen zo onbarmhartig zijn tegenover de ongelovigen?  Of dat Zijn woorden gebruikt zijn om kinderen angst aan te jagen en te breken? Ik denk dat Hij inderdaad tekeer zou gaan. Maar niet tegen de lesbische of gescheiden vrouw, niet tegen het gekwetste mens, of tegen de misbruikte jongen. Hij zou tekeer gaan tegen Zijn volgelingen: “Jullie maken Mijn naam te schande! Jullie zouden lief moeten hebben zoals Ik!” Ik weet niet of het jullie wel eens is opgevallen bij het lezen van de verhalen over Jezus, maar vooral de geestelijken van die tijd, de schriftgeleerden en religieuzen krijgen er met enige regelmaat van langs. Woorden als “huichelaars, schijnheiligen, witgepleisterde graven en adderengebroed” kun je nu niet bepaald complimenteus noemen. Terwijl als je kijkt naar hoe Jezus omging met hen die gezondigd hadden, er een verkeerde levensstijl op na hielden, overspelig waren of ziek, bezeten of niet horend bij het Joodse volk (vreemdelingen dus), dan is dat vol liefde, bewogen, van harte, vergevend en mild. Dat is hoe het zou moeten zijn. Zo moeten de christenen met elkaar maar zeker ook met mensen die er een andere mening op na houden omgaan! Als Christus.

Wat ben jij? Een schijn-heilige of een heilige die schijnt? Een interessante vraag die wellicht confronterend is als je er in alle eerlijkheid over na denkt. Ik hoop dat ik, op de plekken waar ik ben, zal schijnen. Dat als mensen met mij omgaan ze iets merken van Christus liefde voor hen door mij heen. Dat het me steeds beter zal lukken om mijn ingesleten en vastgeroeste oordelen over dingen waar ik me nog nooit goed in verdiept heb, maar die ik gewoon heb geslikt als zoete koek, aan de kant te zetten en met Jezus ogen kan kijken en met Zijn oren kan horen naar het verhaal achter die ander.
Dat ik er voor die ander kan zijn als vriend, als mens, als naaste, betrokken en oprecht. Misschien wel dat ene straaltje zon dat schijnt in een donker leven.

De kerk? Ach, dat is een verzameling mensen met ieder z’n streken en fouten en met ook heus wel goede en fijne dingen. De kerk, dat ben ik vooral zelf, omdat ik een christen ben en daarmee een onderdeel ben van die grote wereldwijde en de eeuwen doorgaande club volgers van Christus.
Tijdens het vorige studieweekend moesten we een zogenaamde onwillige vader overhalen om naar een hulpverleningsgesprek te komen. Hij zei: “Ik kom niet, ik heb niks met hulpverleners en ik geloof niet meer in hulpverlening.” Hierop zei de trainer: “U heeft niks met hulpverleners, maar u heeft mij nog nooit ontmoet! Ik ben (...naam...) en ik wil graag uw kant van het verhaal horen.”
Ik bedacht me dat het zo ook vaak gaat met mensen. Ze hebben niks met de kerk, ze hebben er teveel narigheid mee meegemaakt, ze geloven er niet meer in. Maar hebben ze jou, mij, al ontmoet? Wij kunnen het verschil maken.
Schijn-heilig blijven of schijnen als heilige?!

Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht
Dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht
En Hij wenst dat ieder tot Zijn ere schijnt
Jij in jouw klein hoekje, en ik in ‘t mijn