Posts tonen met het label incest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label incest. Alle posts tonen

zondag 29 oktober 2017

Brief

Aan alle predikanten, voorgangers en hen die op welke manier dan ook leiding geven aan (een deel van) een christelijke gemeenschap,

Afgelopen week kwam er weer eens een misbruikzaak openbaar. Dit keer in een evangelische gemeente. De reactie van de gemeenteleiding choqueerde mij. Allerlei emoties gingen door mij heen. Verdriet, boosheid, medelijden, onbegrip, machteloosheid en afkeer wisselden elkaar af. Ik las de artikelen die op internet en in de kranten verschenen en de reacties daarop. Natuurlijk realiseer ik me dat er aan alle verhalen die in de media komen kanten zitten die niet genoemd worden, dat er geen compleet beeld wordt gegeven. Maar dat weerhoudt mij er niet van om deze brief te schrijven.


De doofpot



Het zal ongeveer 1988 zijn geweest toen ik, destijds zo’n 14 jaar jong, mijn verhaal durfde te vertellen aan de conrector van de middelbare school. Ik had regelmatig gesprekken met hem omdat het niet goed ging met me. Hij was een doortastende man die al snel door had dat er meer aan de hand was dan de gebruikelijke puberteitsperikelen. Op een dag kwam het hoge woord eruit: ‘Mijn broer heeft me seksueel misbruikt’. Het misbruik was inmiddels gestopt maar ik droeg het als een geheim en last met me mee.


Mijn ouders werden ingelicht en een aantal maanden daarna moest ik bij een ouderling van de Gereformeerde Gemeente (mijn moeder en wij als kinderen waren lid van deze kerk) langs komen voor een gesprek. Ik kan me de tafel waar we aan zaten, bij hem in de woonkamer, het kleed dat op tafel lag, de kopjes op tafel en een aantal dingen die de ouderling tegen me zei nog herinneren alsof het gister was.


De man vroeg niet aan mij wat er gebeurd was, hoe lang het geduurd had, hoe ver het gegaan was, hoe het nu met mij ging en hoe ik kon leven met zulke heftige gebeurtenissen. Ik kreeg geen compliment dat ik de moed had gehad om met mijn verhaal naar buiten te komen. De man somde de informatie op die hij van mijn moeder had gekregen. Ik kreeg te horen dat ik geen makkelijk kind was en dat ik het mijn ouders wel heel lastig maakte. Er was dan ook wel veel gebeurd, zo zei hij. Maar, als hij het goed begrepen had, op dit moment was er geen sprake meer van nare gebeurtenissen tussen mij en mijn broer? Ik beaamde dat. Het woord ‘seksueel misbruik’ werd niet genoemd. Toen klonken de woorden die ik mijn leven lang niet meer zal vergeten:


‘Het is voor iedereen het beste dat we het dan vergeven en vergeten. Laten we het met de mantel der liefde bedekken.’


Met die woorden ging het deksel op de doofpot. Pas vele jaren later durfde ik weer met mijn verhaal in de openbaarheid te komen. Toen ik dat deed kreeg ik vanuit het hele land reacties van mannen en vrouwen die ook misbruik mee hadden gemaakt, in de kerk, in gemeenten, tijdens kinderkampen, thuis of in de familie waarbij op zondag trouw ter kerke werd gegaan. Er waren er maar heel weinig die op een goede manier door hun kerkelijke gemeente waren opgevangen en ondersteund.


Seksueel misbruik ook bij christenen



En nu, deze week weer zo’n verhaal. Een verhaal waarbij het slachtoffer niet onvoorwaardelijk gesteund wordt en waarbij de leiding van de gemeente er alles aan doet om hun straatje schoon te vegen. Een paar maanden geleden zag ik een documentaire over seksueel misbruik in de katholieke kerk. Ook daar gebeurde hetzelfde. Het verhaal van het slachtoffer werd door de geestelijke die nu verantwoordelijkheid droeg, in twijfel getrokken. De dader ging vrijuit.


Seksueel misbruik is van alle tijden. Ook vandaag de dag vindt misbruik plaats. Bij hele jonge kinderen, bij opgroeiende kinderen, bij tieners, pubers, jongvolwassenen. Het gebeurt ook, hoe pijnlijk en dieptriest het ook is, onder mensen die zich christen noemen. Mensen die op zondag uw samenkomst bezoeken en door de week misschien wel uitermate actief zijn in uw kerk of gemeente, kunnen in het verborgene minderjarigen die op welke manier dan ook aan hun zorgen zijn toevertrouwd seksueel misbruiken, manipuleren en onder druk zetten om te zwijgen en mee te werken.


Oproep



Ik zou een oproep willen doen aan iedereen die op wat voor manier dan ook leiding geeft in kerk of gemeente. Allereerst een oproep om alert te zijn en uw ogen niet langer te sluiten voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Train uw medewerkers zodat ze signalen herkennen. Creëer een veilige sfeer en cultuur waarin mensen durven komen met hun verhaal. Ook als het misbruik al voorbij is. En als er zo’n zaak aan het licht komt, alstublieft, wees er dan in eerste plaats voor de volle honderd procent voor het slachtoffer!


Ja, ook als u twijfels heeft. Ik werk in de jeugdzorg en als er door een jongere melding wordt gemaakt van seksueel misbruik, wordt de desbetreffende pleegouder of groepsleider direct geschorst (of het kind daar weggehaald). Veiligheid boven alles. Luister naar wat iemand vertelt en neem maatregelen. Maatregelen die veiligheid waarborgen voor het slachtoffer en die de dader beperken in zijn mogelijkheden om verder te gaan met zijn of haar vernietigende gedrag.


Probeer deze dingen niet binnen de gemeente op te lossen, daar zijn ze te groot voor. Schakel politie en professionele hulp in. En als het al zo is dat er een kerkelijk werker, een ouderling of diaken of andere leidinggevende beschuldigd wordt van misbruik, wees dan in vredesnaam transparant en open naar de rest van de gemeente en naar de buitenwereld. Probeer geen feiten te verdoezelen of mooier te maken. Zeg alstublieft niet dat een slachtoffer het in de hand heeft gewerkt of heeft uitgelokt. Daarmee zadelt u het slachtoffer met een nieuw trauma op.


Schuld belijden, toegeven dat er fouten zijn gemaakt, zeggen dat er dingen over het hoofd zijn gezien, is moeilijk en soms uitermate pijnlijk maar uiteindelijk minder schadelijk voor het slachtoffer en voor uw gemeente.


Steun het slachtoffer en moedig hem of haar aan om aangifte te doen. Niet vanuit wraak of genoegdoening, maar ter bescherming van het slachtoffer en om de kans op herhaling te verkleinen. Zorg dat er een netwerk om het slachtoffer heen komt te staan waar het terecht kan, zich veilig voelt en gesteund weet. Kijk samen met het slachtoffer waar behoefte aan is.


Open de doofpot



Mijn ervaring, als therapeut, is dat mensen vaak jarenlang wachten voor ze met het verhaal van seksueel misbruik naar buiten komen. Daarom is mijn oproep ook om oog te hebben voor diegenen die misschien al jarenlang een geheim met zich meedragen. Die daar nauwelijks mee durven te komen omdat de dader misschien zo goed bekend stond. Open de doofpot, ook al komen daarmee pijnlijke gebeurtenissen of schaamtevolle zaken aan het licht!


Ook in deze zaken zou ik u willen aanmoedigen om met elkaar als geestelijk leiders van de kerken en gemeenten in Nederland, open te staan voor verhalen van slachtoffers. Steun hen en sta voor hen klaar als ze hortend en stotend met hun pijnlijke geschiedenis tevoorschijn komen. Kijk met hen wat er nog mogelijk is en wat er nodig is. Zaken kunnen verjaard zijn en civielrechtelijk kan er dan niets meer gedaan worden, maar dan nog mag er openheid komen over wat er gebeurd is.


Slachtoffers van seksueel misbruik hebben over het algemeen professionele hulp nodig. Natuurlijk is het fijn als er ook pastorale hulp vanuit de gemeente kan worden geboden, maar zorg daarnaast ook voor goede professionele hulp.


Te snel aandringen op vergeving kan traumatiserend werken. Wees daar voorzichtig mee. Als slachtoffers al aan vergeving toekomen is dat meestal veel later in het traject. Eerst mag het verhaal verteld worden en de pijn benoemd worden.


Medeverantwoordelijk



In mijn situatie, met mijn broer, is het misbruik met de mantel der liefde bedekt. Ik bouwde met veel moeite mijn leven op, ging een heftige weg van herstel (zie mijn boek: ‘Tranen in mijn koffie’) en in mijn familie werd er nooit meer over gesproken. Totdat ik op een dag gebeld werd door een rechercheur. Of ik wilde getuigen tegen mijn broer. Er liep een zaak tegen hem. Zijn pleegdochter had aangifte gedaan van seksueel misbruik. Ik getuigde, mijn eigen zaak bleek verjaard te zijn, dus zelf kon ik geen aangifte meer doen.


Ik heb mezelf heel vaak afgevraagd of dit meisje ook misbruikt zou zijn geworden als die ouderling (en mijn ouders en de mensen om ons heen) mij destijds geholpen hadden om aangifte te doen. Ik voelde me medeverantwoordelijk voor haar misbruik. En ergens vind ik dat die ouderling ook medeverantwoordelijk is. Natuurlijk kun je je verschuilen achter het feit dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Hoewel... sprak God Adam in de hof van Eden niet aan, terwijl Hij wist dat Eva de vrucht geplukt had? Dat terzijde.


Beste geestelijk leiders van Nederland, van welke denominatie dan ook, laat u niet regeren door angst en schaamte, maar door de waarheid. Jezus, ons grote voorbeeld, stelde zonden aan de kaak en was wars van mooie buitenkanten. Hij was bewogen met hen die door het leven geraakt waren en sloot zijn ogen niet voor datgene wat niet klopte. Hij bracht het in het licht en rekende ermee af.


Ik wens u moed toe om voor de waarheid uit te komen, daadkracht om op te treden tegen onrecht, een bewogen hart voor hen die lijden door wat hen is aangedaan en wijsheid om in Jezus’ voetspoor christelijk Nederland te leiden.


Hartelijke groet,
Judith Stoker 

Meldpunt misbruik binnen kerken: klik hier 
Protocol misbruik binnen kerken en gemeenten: klik hier 
Meldpunt bij vermoeden van misbruik: klik hier
Maak je (vrijwilligers)organisatie veiliger: https://www.inveiligehanden.nl/

donderdag 15 juni 2017

Interview CIP 'Doofpotcultuur'

Onlangs werden Jan Willem en ik geïnterviewd door Jeffrey Schipper van het CIP. Onderwerp van gesprek was 'de doofpotcultuur'. Hoe kan het dat seksueel misbruik binnen de kerken wordt verzwegen en toegedekt?
Ik hoop dat door dit interview iemand de moed krijgt het stilzwijgen te doorbreken en de doofpot te openen!

Lees hier het interview.


zondag 30 april 2017

'Het' mag er zijn

'Het' mag er zijn

Een paar dagen geleden schreef ik een blog over de doofpot. De glimmende pot waar alle gebeurtenissen die het daglicht niet kunnen verdragen worden ingestopt, in de hoop dat ze er nooit meer uitkomen. In mijn doofpot ging seksueel misbruik. Het deksel werd stevig vergrendeld door mijn moeder en de op de hoogte gebrachte ouderling van de kerk.

Trauma op trauma

De afgelopen week heb ik heel veel mails en berichten gekregen van mensen die allemaal met seksueel misbruik te maken hebben gekregen. De cijfers over seksueel geweld, die regelmatig verschijnen, liegen er ook niet om. Toch zijn het niet de cijfers die me bezighouden. Ik ben veel meer verbaasd over de manier waarop er met slachtoffers van seksueel misbruik wordt omgegaan. Het onbegrip, ongeloof, de verwijten die er zijn richting het slachtoffer. In plaats van onvoorwaardelijke steun en bescherming te bieden gebeurt het maar al te vaak dat als mensen de moed hebben om met hun verhaal naar buiten te komen, ze opnieuw getraumatiseerd worden door de reactie van de omgeving.

Slachtoffer of dader?

Door een kennis werd ik gewezen op een ted-talk van Jackson Katz. Het ging over o.a. seksueel geweld en hoe we daar als samenleving mee omgaan. Aan de hand van een eenvoudig voorbeeld legde hij uit dat het al mis gaat in onze taal. In hoe we spreken over het misbruik. Ik zal het voorbeeld een beetje aangepast weergeven.

Het begint met de feitelijke situatie te benoemen: ‘John misbruikt Maria.’ Duidelijk verhaal lijkt me. Dader en slachtoffer. Wat we vervolgens zeggen is: ‘Maria is misbruikt door John.’ De dader verdwijnt al naar achter in de zin. Dan komt: ‘Maria is misbruikt.’ De dader is inmiddels uit het verhaal verdwenen. Het verhaal wordt steeds algemener: ‘Maria is getraumatiseerd geraakt.’ En na verloop van tijd wordt er gezegd: ‘Maria is een getraumatiseerde vrouw’.

De dader is uit het verhaal verdwenen en het probleem wordt bij het slachtoffer gelegd. Daar ligt de focus. De dader gaat vrijuit en wordt nergens meer op aangesproken.

Blaming the victim

Tijdens het interview dat Jan van den Bosch met mij had stelde hij de vraag: ‘Je werd seksueel misbruikt. Mag ik vragen waarom je dat toeliet?’ Een typisch voorbeeld van een vraag die we stellen aan slachtoffers. Neem een willekeurig nieuwsbericht in de krant over een verkrachting van een 15-jarig meisje in een café in een grote stad. Ik betrap mezelf er meteen op dat ik denk: ‘Waarom is zo’n meisje daar ook?’ ‘Ze had vast ook gedronken...’ Eigenlijk doe ik dan precies hetzelfde!

‘Blaming the victim’, zoals we dat met een mooi woord noemen. Het slachtoffer de schuld geven. ‘Waarom ben je er niet mee gekomen?’ ‘Waarom heb je het niet eerder verteld?’ ‘Mag ik vragen waarom je dat toeliet?’ 



Met al dat soort vragen insinueren we dat slachtoffers van seksueel misbruik een keus hadden. Ik kon die vraag van Jan wel hebben, omdat ik niet meer midden in het verwerkingsproces zit. Ik weet dat ik geen keus had. Maar anders zijn zulke vragen traumatiserend, en bevestigen ze waar het bij het slachtoffer in de meeste gevallen al enorm door de war ligt: Was het mijn schuld? Het lag zeker aan mij. Ik heb het vast uitgelokt... Maar al te vaak komen slachtoffers niet aan verwerken toe omdat ze zichzelf de schuld geven van het gebeurde. Ik herinner me hoe ik jarenlang vooral boos was op mezelf. Alsof ik iets anders had kunnen doen... Het was een overlevingsmechanisme, dat zie ik nu, om de pijn niet te hoeven voelen. Want als het aan mij zou liggen, dan zou ik geen slachtoffer zijn (en dat woord haatte ik), en hoefde ik ook niet naar de pijn te kijken die onder mijn boosheid lag. Ik strafte mezelf. Soms letterlijk door mezelf te beschadigen. Ik paste het blaming the victim principe toe op mezelf.

Stilte

Ik snap ook wel dat het heel ingrijpend is als seksueel misbruik naar buiten komt. Dat is niet wat je over je familie of over vrienden of bekenden wilt vertellen. Dat is niet waar een kerk mee te maken wil hebben. Het is ingewikkeld en we weten niet hoe we ermee om moeten gaan als het toch naar buiten komt. Dat is wat ik lees in de mails van andere mensen en wat ik zelf heb meegemaakt. Het blijft stil na het uitkomen van het nieuws. Er wordt wel onderling over gesproken maar niet met de dader of met het slachtoffer. De eerder genoemde taal-vervaging treedt in werking en men hoopt dat het slachtoffer snel therapie krijgt of weer ‘normaal’ gaat doen. Dat is het makkelijkst. En de daders? Soms wordt er aangifte gedaan, maar vaak ook niet. De daders leven door, maken nog meer schade misschien, en kunnen alsof er niets gebeurd is zich gewoon blijven bewegen in de christelijke wereld, soms zelfs in de kerk waar het misbruik heeft plaatsgevonden... In mijn geval was ik degene die de kerk verliet en zo snel mogelijk op kamers ging wonen om maar weg te zijn van alles wat gebeurd was.

Voor de omgeving het makkelijkst. Voor de kerk het makkelijkst. Het slachtoffer, degene die er maar op terug blijft komen, die niet kan vergeven, die een trauma heeft, die zorg en aandacht nodig heeft, voor wie opgekomen zou moeten worden, is weg. Eigenlijk de omgekeerde wereld, toch?

Open de doofpot!

In de ted-talk haalde Jackson een uitspraak aan van M.L. King jr en hij paste hem iets aan:

What hurt the most are not the words of our enemies, but the silence of our friends.


Een slachtoffer van seksueel misbruik zei heel treffend tegen mij: ‘Die stilte voelt als wegkijken en dan mag het er niet meer zijn...’ 
Wat doen we als we horen van seksueel misbruik? Wat doen we als kerk, als gemeente? Wat doen we met de zaken van de afgelopen jaren waarvan de slachtoffers inmiddels uit de kerk zijn vertrokken? Laten we die in de doofpot zitten? Wat doen we als we weten dat we een dader in onze kerk hebben? Durven we hem (of haar) aan te spreken, ter verantwoording te roepen, vragen te stellen? Als we het niet doen, ik zeg het even heel zwart wit, zijn we medeplichtig als een dader weer de fout in gaat!

Ik doe nogmaals de oproep, nu niet alleen aan slachtoffers, maar juist ook aan de omstanders. De familie, de sportvereniging, de scouting, de club, de kerken, de scholen... Open de doofpot! Bied onvoorwaardelijke steun en hulp aan de slachtoffers en spreek daders aan op hun gedrag. Laat hen de consequenties zien en voelen van wat zij deden. Laat hen niet wegkomen met goedkope smoezen en verontschuldigingen. Met elkaar zijn we verantwoordelijk dat het niet opnieuw gebeurt.

Open de doofpot en kiep hem leeg! Het geeft veel zooi, maar er kan iets waardevols uit tevoorschijn komen. ‘Het’ mag er zijn. De waarheid maakt vrij!




dinsdag 25 april 2017

Open de doofpot!

‘De ouderling, die wist wat er gebeurd was, zei tegen mij: ‘Het is gestopt, je moet het maar vergeven en vergeten. Laten we het maar met de mantel der liefde bedekken.’ Het mocht er niet zijn. Het.’


Interview

Zomaar een fragment uit het interview van afgelopen zondag dat Jan van den Bosch een tijdje geleden met mij gehouden had. Een interview waarin ik vertelde over het misbruik dat ik meemaakte en de lange weg van herstel die daarna volgde. Mijn weg van rups naar vlinder. Een fragment uit mijn leven. Maar wel één met grote gevolgen. Eerder had mijn moeder al tegen mij gezegd: ‘Wil je nooit meer de vuile was over ons gezin buiten hangen?’ Dat was nadat ik met horten en stoten de directeur van de Havo waar ik destijds op zat in vertrouwen had genomen en hij op een avond bij ons op de bank had gezeten om zijn zorgen te uiten. En nu kwam de ouderling er nog eens overheen. Het was me duidelijk. ‘Het’ mocht er niet zijn. Het moest de doofpot in.


Doofpot

De afgelopen dagen heb ik tientallen reacties gehad van mensen die zich herkenden in mijn verhaal. Ik ben geschokt. Wat zijn er veel mannen en vrouwen die met een geheim rondlopen. Die een deel van hun levensgeschiedenis verborgen moeten houden omdat er ergens in de tijd een zware deksel op de doofpot is gelegd. Heel veel van die mensen komen uit gezinnen die zich christelijk noemden. Wat afschuwelijk. Terwijl er voor de buitenwereld niets zichtbaar was, werden jongens en meisjes, soms nog heel jong, kapot gemaakt. Hun zijn, hun identiteit werd geweld aangedaan, beschadigd, soms blijvend verminkt. Misschien werd de doofpot wel glimmend opgepoetst om toonbaar te blijven, maar de inhoud bleef verborgen.


Open kaart

Alsof het nooit ophield kwamen er in de loop van mijn kinder- en jeugdjaren steeds meer gebeurtenissen bij die ook de doofpot in moesten. Ik werd misbruikt op een jeugdkamp, en door een bekende die alle grenzen van zijn beroepscode overtrad. Het zou wel aan mij liggen. Ik riep dat zeker op in mensen. Ik kwam in mijn leven steeds mensen tegen die zich bezorgd afvroegen wat er toch met mij was. Zij waren wél benieuwd naar wat er in mijn doofpot zat. Maar ik praatte er niet makkelijk over, want het mocht immers niet...




Toch heb ik er langzaam maar zeker voor kunnen kiezen om open kaart te spelen. Om het deksel van de doofpot te verwijderen en de inhoud eruit te halen en aan alle kanten te bekijken. Samen met mensen die veilig voelden en die er voor mij waren. Ik leerde mezelf kennen en begrijpen. Ik ging heel voorzichtig geloven dat het niet aan mij had gelegen, maar dat het onrecht was dat mij was aangedaan. Het was een lang proces waar ik over schrijf in mijn boek ‘Tranen in mijn koffie’.


Winst en verlies

Als jij je herkent in mijn verhaal, op wat voor manier dan ook, dat wil ik je aanmoedigen om jouw doofpot te openen! Maar ik wil je ook waarschuwen, want het is geen makkelijke weg. Het gaat je heel veel opleveren, daar ben ik van overtuigd, dat heb ik zelf ervaren. Het gaat je vrijheid opleveren, leven, weer kunnen genieten, je kunt je ontwikkelen, de nachtmerries zullen stoppen, angsten zullen plaatsmaken voor moed, en verdriet en pijn mogen eindelijk geuit worden en kunnen daardoor tot rust komen. Er zit echter ook een keerzijde aan het openen van de doofpot. Het zal je ook tegenstand opleveren. Onbegrip, vragen, ongeloof en misschien wel verlies van contact met sommige mensen in je leven. Dat is pijnlijk. Ik zou wensen dat dat voor jou niet zo is, maar het is wel mijn ervaring.


En toch... het is het waard! Misschien moet ik het anders zeggen: Jij bent het waard! Jij mag er zijn, helemaal, met de goede tijden in je leven en met de meest traumatische gebeurtenissen. Met alles wat jij in de doofpot hebt moeten stoppen.


Bruikbaar

Ik zocht op waar een doofpot eigenlijk voor dient en las de volgende uitleg:
Een doofpot is oorspronkelijk een pot waar in woningen met kachelverwarming de nog niet uitgebrande brandstof in werd gestopt. Doordat de pot luchtdicht gesloten kan worden, stopt de verbranding al gauw, wegens gebrek aan zuurstof. De overgebleven resten brandstof kunnen opnieuw worden gebruikt.


Ik werd echt heel erg blij van deze uitleg! Zo heb ik er nog nooit naar gekeken. ‘De overgebleven resten brandstof kunnen opnieuw gebruikt worden’. Wow, dat is precies wat er in mijn leven gebeurd is, en waar het interview afgelopen zondag over ging. Ik heb mijn doofpot leeggehaald. De verbrande, onbruikbare resten, de as, de verkoolde stukken heb ik opgeruimd en weggedaan. Ik heb afgerekend met woede, pijn, verdriet, vragen, twijfels en herinneringen. Natuurlijk zijn die er soms nog steeds, want ik blijf een mens met gevoel. En herinneringen raak je niet kwijt. Maar ze overheersen me niet meer. Ze bepalen niet meer mijn leven van alledag. Onder al dat verbrande, verkoolde spul, kwam echter ook heel bruikbaar materiaal uit mijn doofpot. Ik ontdekte mijn sterke kanten. Mijn enorme doorzettingsvermogen, talenten die nooit echt ontwikkeld waren en die nu tevoorschijn kwamen, een drang om te leven en te vechten. Jarenlang heb ik me waardeloos gevoeld en leek mijn bestaan zinloos en vooral tot last voor anderen, maar niets bleek minder waar te zijn toen ik de doofpot leeghaalde en de bodem in zicht kwam.


Van rups naar vlinder

Ik ben mijn weg gegaan van rups naar vlinder. Ik heb jarenlang in een cocon gezeten, denkend dat het leven donker en benauwd was. Maar de dag kwam dat er barsten in de cocon kwamen en er licht naar binnen kon komen. Het ging niet snel, het was pijnlijk, maar het resultaat is het allemaal waard! Drie jaar geleden startte ik met mijn eigen praktijk: Voltooid Verleden Tijd (individuele- en relatietherapie). De naam spreekt voor zich. Mijn logo werd een vlinder!
Als ik niet de moed had gehad om het deksel van de doofpot te halen, dan had ik nu nog in mijn cocon gezeten. Of misschien was ik er wel niet meer geweest omdat ik het leven niet zag zitten. Maar nu mag ik vrij rondvliegen door het leven en genieten van elke dag.


Ook voor jou!

Ik ken jou niet, ik weet niet wat je hebt meegemaakt. Maar één ding weet ik zeker... jouw doofpot mag geopend worden. Alle rotzooi mag eruit komen zodat je zult ontdekken dat er ook nog heel veel bruikbaars overgebleven is! De mantel der liefde is allang uitgescheurd en de waarheid maakt vrij! Raap al je moed bij elkaar en kom tevoorschijn. Laat je niet gevangen houden door het verleden. Kijk ernaar terug, verwerk het en ga stap voor stap ontdekken dat het vandaag écht anders is. Doe dat niet alleen, maar zoek mensen of hulpverleners die jou helpen met schoonmaken! Die kunnen onderscheiden wat afval is en wat bruikbaar is, en die jou kunnen aanmoedigen als het even niet lukt.


Ik hoop dat mijn verhaal jullie zal helpen te blijven geloven in herstel. Jij mag leven in plaats van overleven!