Posts tonen met het label klooster. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klooster. Alle posts tonen

maandag 16 oktober 2017

Zelfcompassie


‘Wees jezelf, er zijn al genoeg anderen’ Een tegeltje in ons toilet en jarenlang de uitspraak die achterop mijn visitekaartje stond. Maar, wat betekent dat eigenlijk, jezelf zijn? Weet je wel wie je bent? En, mag je jezelf wel zijn als dat inhoudt dat je een ander teleur stelt? Is het niet beter om voor de lieve vrede soms een betere (ook al is het een surrogaat) versie van jezelf te laten zien?

Afgelopen weekend bezocht ik een kloosterweekend. Een weekend van vaart minderen, stil worden en thuiskomen bij God én mezelf. Heel bewust had ik gekozen om er alleen naar toe te gaan. Ik kende een paar mensen van gezicht, maar verder niet. Even geen verwachtingen van anderen, geen mensen voor wie ik iets moet betekenen of voor wie ik wil zorgen.

Omarm jezelf


In de zaal waar onze gezamenlijke activiteiten plaatsvinden staat een tafel met wat boeken. Sommige ken ik van naam of heb ik gelezen. Andere boeken spreken me niet aan of blader ik snel even door. Dan valt mijn oog op een klein boekje: ‘Omarm jezelf, de weg naar zelfcompassie’ (Gijs Jansen). Gedurende het weekend lees ik het boek uit. Er staat veel in om over na te denken en het sluit aan bij het thema waar ik de afgelopen tijd mee bezig ben: Grenzen stellen, van mezelf houden net zoveel als ik van die ander houdt, nee zeggen, ruimte innemen.

Op zaterdagmiddag doen we een beeldmeditatie bij het prachtige schilderij van de barmhartige vader, of ook wel de verloren zoon genoemd. Terwijl Lenie op de achtergrond vertelt over het schilderij en over Henri Nouwen die er jaren over gemediteerd heeft, laat ik het beeld opnieuw op me inwerken. Vorig jaar heb ik deze meditatie ook gedaan. Maar ach, zo denk ik, als Henri Nouwen er een paar jaar naar heeft gekeken en over nagedacht heeft, kan ik er best twee keer een half uur naar kijken.

Handen en voeten



Er treffen mij een paar dingen in het schilderij. Gek genoeg zijn dat weer andere dingen dan vorig jaar. Als eerste valt mijn oog op de handen van de Vader die op de rug van zijn zoon liggen. Zijn zoon, thuisgekomen nadat hij zijn deel van de erfenis heeft uitgegeven aan feesten en partijen. De handen van de Vader troosten hem, koesteren hem, hij omarmt zijn zoon en kalmeert hem. Misschien heeft hij wel over zijn rug gewreven.

Als ik mijn ogen verder over het schilderij laat gaan word ik geraakt door de voeten van de verloren zijn. Zijn schoenen zijn zo goed als stukgelopen. Stukgelopen door zichzelf... omdat hij zelf zo goed wist wat hij wilde met zijn leven. Hij ging zijn eigen verlangen achterna en was ervan overtuigd dat hij het zou gaan maken. Als je geld hebt, heb je alles. Zo was hij op pad gegaan. Hij had er ruimschoots van geleefd en plezier mee gemaakt. Hij heeft vast veel vrienden gehad die allemaal wel wat van hem wilden. Ze profiteerden van hem. Tot het geld op was en hij niemand meer over hield. Hij kwam terecht in een varkensstal en was zelfs jaloers op het voer van de beesten. Dan komt hij tot zichzelf en krijgt berouw. Hij keert vol berouw terug naar huis. Naar huis, waar vader al op de uitkijk staat...

De vader wil de woorden van berouw niet eens horen. Hij heeft geen behoefte om hem te straffen, hij wil slechts vieren dat zijn zoon weer thuis is! En als zijn zoon voor hem neerknielt legt hij zijn handen op zijn rug. Kom maar kind, je bent welkom.

Zelfcompassie


Ik denk na over het schilderij, en over mezelf. Ergens durf ik misschien nog wel te geloven dat God mij ziet en aanvaardt en liefheeft zoals ik ben (ook al heb ik zwakke momenten, maak ik fouten en is zitten er best wat scherpe kantjes aan mijn karakter). Maar kan ik zo ook naar mezelf kijken? Zo mild, met ogen vol genade? In het boekje ‘omarm jezelf’ staat: ‘De strengste baas die we ooit zullen hebben zit in ons hoofd’. Ik herken het. Die innerlijke kritische, veroordelende stem die altijd om de hoek komt om mij af te straffen. Het tegenovergestelde van zelfcompassie. Herken jij dat? Dat je dingen denkt zoals:

  • Dat gaat mij nooit lukken!
  • Stommeling, waarom zeg ik dat nou ook?
  • Ik ben niet goed, leuk, aardig, vriendelijk genoeg.
  • Waarom heb ik niet beter mijn best gedaan?
  • Ik schiet tekort.
  • Ik had veel meer moeten doen.
  • Ze zien me aankomen...
  • Niemand zit op mij te wachten.
  • Ik ben lelijk.
  • Ik ben niet geestelijk genoeg.

Schuldgevoel


Het resultaat van een stevige innerlijke kritische stem is schuldgevoel. En je gaat nog beter je best doen om je beter voor te doen (ofwel: om je anders voor te doen dan je bent). Het gevolg daarvan is dat je gegarandeerd weer ergens faalt en je je nog schuldiger voelt. We hebben een strenge verwachting van onszelf waar we nooit aan gaan voldoen. We gaan gebukt onder onze eigen gemaakte hoge lat. We bedenken wat anderen van ons verwachten en proberen daar aan te voldoen. Je hebt geen last van wie je bent, maar van wie je van jezelf moet zijn.

Een tijdje terug las ik een verhaaltje:
‘Een boer gaat elke maand met zijn ezeltje naar de markt in de grote stad. Op een dag vraagt zijn zoon van tien of hij mee mag. De boer stemt toe, met enige twijfel, want het is best ver lopen. Hij pakt zijn ezel vol graan en gaat op weg. Eenmaal onderweg komt hij een vreemde tegen die hem aanspreekt: ‘Laat jij je zoon de lange weg naar de markt te voet afleggen? Waar heb jij een ezel voor?’ De boer trekt zich de kritiek aan en zet zijn zoon op de ezel. Een tijdje later komt er een vrouw op hen afgestormd: ‘Jij dierenbeul! Zo’n gewicht kan die ezel toch nooit dragen!’ De boer haalt zijn zoon van de ezel, zet hem op zijn schouders en vervolgt zijn weg. Als ze vlakbij de stad zijn komen ze een collega-boer tegen. Die zegt: ‘Hoe wil jij dat je zoon je voetsporen volgt? Als je hem zo verwent, leert hij nooit op eigen benen te staan.’ Nu is de boer boos. Hij zet zijn zoon weer naast hem op het pad en denkt: wat ben ik toch dom als ik denk iedereen tevreden te kunnen stellen.’

Vijand


Als je veel last hebt van die kritische innerlijke stem (waar ik niet je geweten mee bedoel overigens), dan kom je weinig aan zelfcompassie toe. Eigenlijk ben je een vijand van jezelf. Je slaat en straft jezelf steeds weer.

Nu is er een hele mooie manier om te voorkomen dat de vijand je slaat... Omarm hem! Als je je vijand omarmt kan hij je niet slaan!

Dat is het begin van zelfcompassie. Dat je jezelf omarmt met alles wat je doet en bent. De mooie en minder mooie kanten. De prachtige eigenschappen en alles wat je niet kunt uitstaan van jezelf. De mooie delen van je lichaam, maar ook die delen die je verfoeit.

Het is zoals het is. Het hoort er allemaal bij. In plaats van de te hoge irreële verwachtingen, de realiteit onder ogen zien. Het begint met een keuze. Een keus om te accepteren dat we niet perfect zijn in alle opzichten. Dat we goede en mindere kanten hebben. Dat we niet altijd en voor iedereen kunnen klaarstaan. Dat we grenzen hebben en beperkingen. Ofwel, maak een begin met jezelf te zijn, en niet de opgepoetste versie van jezelf.

Arrogant?

Ja, maar is het niet arrogant om zo naar jezelf te kijken en over jezelf te praten? Arrogantie is iets heel anders. Dan zet je jezelf boven die ander en vind je jezelf beter. Als jij met meer zelfcompassie met jezelf omgaat, zal dat ook compassie voor anderen bewerken. Want als jij jezelf kunt zien met fouten en gebreken, kun je die van een ander ook een stuk makkelijker accepteren.

Heb je naaste lief... als jezelf...

Omarm jezelf zoals God jou omarmt. Zoals de vader zijn thuisgekomen zoon omarmde. Je hoeft je niet te verantwoorden, je mag thuiskomen. Bij God en bij jezelf.


Wil je ook een kloosterweekend bijwonen? In het voorjaar van 2018 is er weer één. Kijk voor meer informatie op www.aandachtigleven.nu/weekenden
Het boek waar ik over schrijf is: 'Omarm jezelf' (Gijs Jansen). Het is een praktisch boek met opdrachten waardoor je zelf met het thema aan de slag kan.

zondag 6 november 2016

Kloosterleven (slot) - Vrede

‘We wensen elkaar nu de vrede van Christus toe’. De woorden van de geestelijke die de eucharistie leidt klinken uitnodigend. Er komt beweging in de kerk. Mensen komen uit hun banken en schudden elkaar de hand. Niet alleen je buurman of buurvrouw, maar gewoon iedereen. ‘De vrede van Christus met jou’, zegt de oudere man die aan het begin van de eucharistie naast me is komen zitten, terwijl hij mij een stevige hand geeft. Hij is één van de leden van de gemeenschap Chemin-Neuf. Ik heb hem de afgelopen dagen steeds gezien tijdens de samenkomsten. 
 
Het is zondagochtend en we vieren met elkaar, en met mensen uit de omgeving, de eucharistie. Wij zijn als groep ‘Zin in (klooster)leven’ bij elkaar gaan zitten omdat we tijdens de eucharistie de gister aangeleerde liederen zullen zingen. Naast mij is een plaatsje over en de oudere man in zijn sobere crème gewaad vraagt of hij naast mij mag zitten. Natuurlijk! Ik vind het stiekem een ultiem mooie ervaring om naast iemand te zitten die zo anders is dan ik terwijl we ook zoveel gemeenschappelijk hebben. 
 
We beginnen de dienst met het zingen van één van de liederen die we hebben ingestudeerd. De man pakt het blaadje van de liturgie erbij, ik ken hem uit m’n hoofd. Het is het voor mij overbekende ‘Mijn Jezus, mijn Redder.’ Het klinkt schitterend in de oude kerk met de mooie akoestiek. Ik zing vol overgave mee. Naast mij zingt de man ook mee en bij het ‘U wil ik prijzen voor dat wat U schiep, mijn leven lang loven, want U heb ik lief’, zie ik de man zijn handen opheffen in aanbidding. Wat mooi en ontroerend... wat puur. God eren, ook met je lichaam, ook als je katholiek bent. Dan gaan we verder en de dienst verloopt volgens de liturgie. Ik probeer het goed te volgen. We zingen een lied dat duidelijk bij de traditie van de katholieke kerk hoort. Nu is het de beurt aan de oudere man. Hij zingt vol overgave mee, en wijst mij aan waar op de liturgie we gebleven zijn. Het is niet ingewikkeld en ik kan al snel mee zingen. 
 
Er wordt uit de Bijbel gelezen, een overdenking gehouden, we wensen elkaar de vrede van Christus toe, zingen ons tweede lied, en dan is het tijd voor de communie. Ik vind het een bijzondere belevenis. We hebben het zaterdag ook al meegemaakt, dus ik weet een beetje wat me te wachten staat. We zingen het prachtige lied, een bijna letterlijke tekst uit de Bijbel, van Sela:
Lam van God, Lam van God dat de zonden der wereld draagt. 
Heer, ontferm U, Heer, ontferm U over ons. 
Heer geef vrede, Heer geeft vrede overal!
 
Het is een gebed, een diep verlangen en tegelijk ook een proclamatie. Van mij zouden we het wel tien minuten achter elkaar mogen zingen, maar zuster Ruth, die ons op de piano begeleid, stopt echt na een paar herhalingen. De mensen gaan in de rij om de communie te ontvangen, en ook wij, als protestanten schuiven aan. We mogen geen brood en wijn gebruiken, maar we ontvangen wel de zegen. De priester legt een hand op mijn hoofd en spreekt: ‘De vrede van de Here Jezus Christus zij met jou!’ Ik loop naar mijn plaats terug en ben geraakt. Onze trouwtekst is: ‘Want Hij (Jezus) is onze vrede...’ en deze tekst loopt als een rode draad door mijn leven. Ik ga zitten en bid in stilte dat die vrede, die hier zo duidelijk aanwezig is dit weekend tastbaar aanwezig zal blijven, ook als ik vanmiddag naar huis ga. Dat ik ook iets van die vrede mag doorgeven aan anderen bij wie onrust misschien overheerst. 
 
We danken God en dan is de dienst afgelopen. Buiten schijnt het zonnetje en omdat het buiten inmiddels warmer is dan binnen, drinken we koffie voor de ingang van de kerk. Ik zie een paar wat oudere mensen staan en knoop even een praatje aan. Zij komen al jaren in deze kerk, zelfs toen de Benedictijner monniken er nog waren. ‘Toen was het wel anders hoor, we zongen nog gregoriaans, en nu swingt het de pan uit!’ zegt één van de dames lachend. Ze kunnen de veranderingen wel waarderen. We praten even over vroeger en nu en over mijn ‘protestants’ zijn. Ik voel geen afstand. We hebben ook heel veel gemeenschappelijk. 
 
We lunchen met elkaar, ruimen daarna onze kamers op en hebben nog een stiltewandeling. Dan zit het weekend er bijna op. We zijn begonnen in een kring met het uitspreken van verwachtingen en we sluiten af met het delen van onze ervaringen dit weekend. Het is bijzonder hoe iedereen weer iets anders ontvangen heeft en mee neemt uit dit weekend naar huis. Zo is God. Hij geeft iedereen wat hij nodig heeft. Geen eenheidsworst, maar unieke, speciale, met zorg uitgezochte cadeaus waar je nog lang van kunt genieten. 
 
Het voelt raar om afscheid te nemen. Eigenlijk zou ik nog wel willen blijven. Zou ik sommigen nog zoveel beter willen leren kennen en zou ik nog wel een paar dagen willen genieten van het kloosterritme. Maar het zit erop. Ik stap in mijn auto en verwissel de CD. Hillsong maakt plaats voor ‘Herademen met de psalmen’. Ik rijd op mijn gemak naar huis. Wat een kostbaar weekend, wat een ervaring! Ik had het niet willen missen. 
 
Ik heb jullie de afgelopen dagen meegenomen in mijn kloosteravontuur. Ik hoop dat jullie door mijn schrijven een indruk hebben gekregen van mijn weekend. Misschien heb je door het lezen zelf ook wel zin gekregen om zo’n weekend mee te maken. Dat kan! Aandachtig leven heeft voor volgend jaar oktober weer een weekend op de planning staan. Ik vind het leuk om van jullie te horen wat jullie van deze ‘Kloosterserie’ vonden. Dus voel je vrij een reactie achter te laten. 
 
Dit is het laatste deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en volgend jaar oktober zal er ook weer een kloosterweekend georganiseerd worden. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl.

zaterdag 5 november 2016

Kloosterleven (5) - Het lichaam

Je zou het bijna vergeten met al die gebedsmomenten en diensten die je in het klooster hebt. We hebben ook nog een lichaam! De focus in het kloosterleven lijkt vooral te liggen op geestelijk welzijn. Je relatie met God, het zuiver houden van je hart en ziel, bidden, zingen, mediteren... Met aandacht voor de geest zit het wel goed. 
 
‘Ora et labora’, leerde ik vroeger al tijdens de (kerk)geschiedenisles. Bid en werk! Ook in het klooster wordt er gewerkt! Op zaterdagmiddag na de lunch staat er op het programma: Labroa 14.30-15.30 uur. Ik bedenk van tevoren dat dat wel een uurtje stevig aanpoten zal worden. Met z’n allen als een malle door het klooster gewapend met emmers sop, stofdoeken en bezems. Alles schoon voor de zondag! Maar, niets is minder waar. Labora in het klooster betekent een uur werken. Niet meer en niet minder. Je begint met een klus en dat doe je tot het klaar is, dan kun je nog aan iets anders beginnen. Of je stopt als het uur om is. Ook als het nog niet klaar is. En, hoe mooi is dat, terwijl je bezig bent probeer je God te ontdekken in je dagelijkse bezigheden. Want, God is overal en altijd aanwezig, een ontmoeting met Hem kan altijd! Daar hoef je niet per se voor in gebed te zijn.
 
Wat een verschil met hoe ik in mijn huis met honderd dingen tegelijk bezig ben. Waarbij ik even snel een klusje tussendoor doe, ondertussen nog wat opruim, en uiteindelijk dan maar aanpak wat er het meest rommelig uitziet. Ik ben inmiddels bijna een week thuis uit het klooster en afgelopen week heb ik het principe van een uur werken per dag uitgeprobeerd. Wat was dat fijn! Om 13.15 uur, als de jongens weer naar school zijn, een uur achter elkaar werken in huis. Gewoon ergens beginnen en aan de slag gaan. Kamer voor kamer en is het uur om, stoppen en bedenken dat er morgen weer een dag is. Ik merkte dat ik al zingend door het huis liep. Geen stress of gevoel dat ik het niet af krijg, maar genieten van datgene wat klaar is. Het is lekker om een uur achter elkaar lichamelijke arbeid te doen. Je voelt je daarna voldaan. 
 
Ik doe in het klooster niet mee met het uur Labora omdat mijn lichaam eerst rust nodig heeft. De buikpijn die ik inmiddels drie dagen heb neemt veel van mijn energie weg en hoewel het gelukkig steeds minder wordt, lijkt het verstandig om een paar uur te rusten. Ik kruip in mijn bed, lees even in mijn boek en val in een diepe slaap. Om 15.45 uur word ik wakker van mijn wekker. Er staan twee workshops op het programma. De eerste is een beeldmeditatie waarbij we aan de hand van het schilderij van de verloren zoon worden meegenomen in het verhaal. Het is een mooie ervaring. Daarna is het tijd voor lichaamswerk. Oké, die workshop is vast speciaal voor mij in het leven geroepen. Het is een thema geworden het afgelopen jaar: mijn lijf. Het negeren van de signalen van mijn lichaam, het gevecht dat ik met regelmaat voer omdat mijn lichaam niet wil wat mijn hoofd bedacht heeft, en de frustratie die dat oplevert. 
 
Tineke, één van de organisatoren van dit weekend die tevens oefentherapeut is, neemt ons mee op reis door ons lichaam. Aan de hand van hele gerichte opdrachten helpt ze ons om ons bewust te worden van alle onderdelen van ons lichaam. Het is niet eenvoudig voor mij. Als Tineke zegt: ‘Voel je onderbenen’, krijg ik een plaatje in mijn hoofd van hoe dat er dan uitziet maar er lijkt niet echt een lijntje te lopen naar mijn onderbenen zelf. Ik moet ze eerst bewegen voor ik ook echt kan voelen. Ik trek mijn spieren samen en ontspan ze weer. Ja, dat zijn mijn onderbenen. We lopen het hele lichaam langs. Ik heb mijn ogen gesloten want anders wordt het helemaal niks, dan ben ik afgeleid door wat ik zie en weet ik zeker dat er iets op mijn lachspieren gaat werken. Ik hoor af en toe een enorme gaap van andere deelnemers. Blijkbaar werkt dit heel ontspannend. 
 
We bespreken de oefening na en gaan dan door naar de volgende oefening. Dat is een oefening met ademhalen. Ik vind het mooi, vooral door de woorden waarmee Tineke de oefening begeleid. Adem in, Adem uit... ik moet natuurlijk wel even grinniken... deze woorden komen me heel bekend voor! De afgelopen periode heb ik ze dagelijks voorbij zien komen als ik aan het werk was met mijn nieuwe boek ‘Adem in, Adem uit’. Adem, het eerste cadeau dat God aan de mens gaf. Leven-gevend. Gods adem die ons adem geeft. We mogen met iedere ademtocht beseffen dat we door God gewild en geliefd zijn. Ik mag op adem komen. De drukte van het bestaan loslaten en alleen maar ademen. Ik geniet van dit onderdeel. Ademen gaat vanzelf, je hoeft er niets voor te doen, maar het is wel noodzakelijk om in leven te blijven. Wat zit ons lichaam toch bijzonder in elkaar.
Ik begin het wat koud te krijgen en het is tijd voor de laatste oefening. Die doen we met tweetallen. We gaan op een matje, toch nog een yogamatje, met de ruggen tegen elkaar zitten. Ik ken niemand echt goed, dus ik kijk wie er overblijft en ik vraag of ik met haar een matje mag delen. We zitten met de ruggen tegen elkaar. Dat geeft warmte. En het helpt mij te voelen, want ik heb contact, mijn lichaam maakt contact. We krijgen een kaartje met een tekst erop en worden stil. We focussen ons op onze ademhaling en hartslag en worden stil. Dan mogen we op het kaartje een woord schrijven dat in onze gedachten komt waar we naar verlangen. Ik laat de dag de revue passeren en het woord ‘geborgenheid’ komt in mijn gedachten. Ik schrijf het op het kaartje. 
 
We blijven stil en gericht op ons hart. We kijken weer naar binnen, ik voel de rug van mijn achterbuurvrouw warm tegen mijn rug aan. Ze leunt een beetje tegen mij en ik merk dat ik haar graag wil steunen. Lenie vraagt ons of we willen luisteren of er in onze gedachten, ons hart, ook een woord voor de ander komt. En als je dat wilt, mag je dat woord op het kaartje van die ander erbij schrijven. Terwijl ik me concentreer op de warme rug van de vrouw achter me komt een woord in mijn gedachten. Ik pak haar kaartje en schrijf het op. 
 
Naast mij is mijn kaartje ook even weg geweest en weer terug gekomen. We mogen de kaartjes pakken en lezen. Ik pak mijn kaartje en zie onder het woord ‘Geborgenheid’ het woord ‘Liefde’ geschreven. Ik schiet vol. Het past zo bij de rest van dit weekend, bij de meditaties die ik gehad heb, bij de beeldmeditatie van de verloren zoon. De oefening is afgelopen en we mogen nog even samen nabespreken wat we ervaren hebben. Ik draai me om terwijl de tranen nog in mijn ogen staan. Tot mijn verbazing heeft de vrouw ook tranen in haar ogen staan. Blijkbaar was het woord dat ik in gedachten kreeg het passende! We praten er even over met elkaar en zijn beiden verwonderd én ontroerd over de bijzondere ervaring. Woorden die kloppend zijn, op het juiste moment. Een cadeau van God aan ons. 
 
Op zaterdagavond gaan we op een andere manier met ons lichaam aan de slag. We hebben een zangworkshop en Gerja, die speciaal hiervoor naar het klooster is gekomen, gaat ons drie liederen aanleren die we morgen tijdens de eucharistie zullen zingen. Wat een enthousiasme, wat een passie en gedrevenheid zit er in deze prachtige vrouw! Ze maakt me helemaal enthousiast en de liederen die we leren komen tot leven! We oefenen en zingen, vertrekken zelfs even naar de kloostergangen omdat het daar zo prachtig klinkt, en na anderhalf uur hebben we drie liederen onder de knie! Meerstemmig zelfs! Wow, wat is dit heerlijk. Zingen met je hele lichaam en geest! De woorden van de liederen blijven doorklinken, nog dagen nadat ik alweer thuis gekomen ben.  
 
Dank U mijn Vader voor al uw genade, die U liefdevol geeft.
Genade die heiligt, mijn hart heeft gereinigd, door Hem die in mij leeft.
U heeft mij in liefde aanvaard,
die mijn hart veranderd heeft.
U heeft mij rechtvaardig verklaard,
wat mij rust en vrede geeft.


Al wat ik ben,
dank ik aan Hem:
aan Jezus’ liefde voor mij.
Zolang ik besta,
volg ik Hem na;
krijgt Hij gestalte in mij.


Laat mij verder groeien, laat vruchten opbloeien van uw heilige Geest.
Maak mij overvloedig, standvastig en moedig, geef mij wat nog ontbreekt.
Heer, werk met genade in mij:
dat mijn hart U niet bedroeft.
Heer, maak mij gehoorzaam en vrij:
uw genade is mij genoeg.


Niets houdt mij tegen mij over te geven, aan U: Jezus alleen.
U leidt mij door diepten; met krachtige liefde draagt U, mij erdoorheen.
U heeft mij de liefde verklaard,
die mijn hart veroverd heeft.
U bent mijn bewondering waard:
U bent alles waar ik voor leef!

(Sela)
 
Dit is het vijfde deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en wellicht volgend jaar ook weer een kloosterweekend. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl.

vrijdag 4 november 2016

Kloosterleven (4) - Eenheid

Laat alle gelovigen samen één zijn. Net zoals wij samen één zijn, Vader. En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. (Johannes 17:21)

Eén van de belangrijke waarden van de gemeenschap Chemin-Neuf, die in de Sint Paulus abdij is gevestigd, is eenheid. Eenheid onder alle gelovigen, van welke denominatie ook. Dagelijks wordt in de diensten ook gebeden voor die eenheid.

Het is vrijdagavond als we met elkaar kennismaken. We zitten in een grote kring en iedereen stelt zich voor. Wie ben je, waar kom je vandaan, wat is je kerkelijke achtergrond en wat is je verlangen voor dit weekend, zijn de vragen waar we antwoord op geven. Het blijkt een zeer gemengde groep te zijn waarin diverse stromingen vertegenwoordigd zijn en sommigen ook geen lid zijn van een kerk. Ik word geraakt bij het horen van de verhalen over de kerkelijke achtergrond. Volgens mij is er in deze groep van ruim 20 mensen geen één die nog in dezelfde kerk zit als waarin ze geboren zijn. Ik zelf ook niet. Afkomstig uit de gereformeerde gemeente, via de hervormde kerk en daarna de charismatische hoek uiteindelijk beland in een baptistengemeente. Wat een zoektocht zit er achter ieder verhaal. Wat een verdriet en frustratie waarschijnlijk ook. Misschien wel teleurstelling. En nu zitten we met z’n allen hier in het klooster. Allemaal zo verschillend, maar dit weekend aan elkaar verbonden.

Tijdens de rondleiding door het klooster valt mijn oog op een schilderij. Er staan een heleboel kerken op, middenin staat een kruis en een vredesduif vliegt omhoog. ‘De scheidingsmuren reiken niet tot aan de hemel.’, staat eronder geschreven. Ik vergeet te luisteren naar zuster Ruth en ben vooral onder de indruk. Ik denk terug aan de verhalen van even daarvoor. Al die verschillende kerken, al die opvattingen, die hokjes en vakjes waar we elkaar in stoppen... hoe zou God daar tegenaan kijken? Ik denk aan de woorden uit het gebed dat Jezus bad vlak voordat Hij aan zijn weg naar het kruis zou beginnen. Een hartstochtelijk gebed voor Zijn kinderen, een gebed om éénheid: Laat alle gelovigen samen één zijn. Net zoals wij samen één zijn, Vader. En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. (Johannes 17:21)

Ik ben ook wel mensen tegen gekomen die zeiden: ‘Al die verschillende kerken laten zien hoe veelkleurig God is.’ Wat een kletskoek, nu ik erover nadenk! Het zou natuurlijk kunnen, maar dan alleen als we elkaar ook in ieders waarde zouden laten. De muren van de kerk nu lijken soms eerder op vestingsmuren waarachter christenen zich met elkaar veilig voelen. Iedere denominatie heeft zo zijn eigen opvatting over dingen en ergens denken we allemaal dat wij toch wel het dichtst bij de waarheid zitten. Daarmee veroordelen we automatisch al die anderen. Laat alle gelovigen samen één zijn! Dat is wat ik in het klooster ervaren heb. Van Rooms-Katholiek tot Vrolijk Evangelisch, allemaal zoeken we dezelfde God, eren we Hem en bemoedigen we elkaar op de weg door het leven. We praten niet over verschillen of over wie er gelijk heeft, maar we focussen ons op de dingen die we gemeenschappelijk hebben én die er ook toe doen. Mij treffen de woorden uit het gebed van Jezus iedere keer weer: En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. Verdeeldheid is nooit het verlangen van Jezus geweest. Anders had Hij een ander gebed uitgesproken: ‘Laat alle gelovigen zich zoveel mogelijk opsplitsen zodat de veelkleurigheid van Mijn Vader zichtbaar wordt.’

De scheidingsmuren reiken niet tot in de hemel. Wat een heerlijk idee is dat! Deze verdeeldheid houdt op. En, dat is hoe ik het probeer te zien, God kijkt niet naar de kerk waar je in zit (of niet). Hij kijkt of Hij Zijn Zoon in jou terugziet. Of ik één ben met Hem, en daarmee ook met alle andere broers en zussen hier op aarde. In welke kerk of gemeente ze ook zitten. Het is zo mijn verlangen dat ik één kan zijn met iedereen die gelooft. Niet dat iedereen hetzelfde denkt, want verschil in uitleg en opvatting zal er altijd blijven, maar dat mag bestaan. Zolang er maar geen oordeel aanhangt. Ik kan alleen maar voor mezelf spreken, maar ik hoop dat mijn manier van in het leven staan en omgaan met anderen iets weergeeft van de Liefde waar het allemaal om draait.

Dit weekend ervaar ik er iets van. En, het voelt hemels. Opdat zij allen één zijn... we bidden ervoor tijdens de eucharistie. Ik vind het ontroerend dat de namen van kerken en genootschappen genoemd worden in het gebed om eenheid dat wordt uitgesproken. Tegelijk ervaar ik de scheiding als ik als protestant geen deel mag nemen aan de viering van de mis. Die scheidingsmuur is er nog. Dat is jammer, maar niet onoverkomelijk. Ik focus me vooral op de dingen waar we wel één in kunnen zijn. Ik neem me voor om voortaan, als mensen vragen welke kerkelijke achtergrond ik heb, te zeggen dat ik christen ben. Dat ben ik, in welk register van welke club ik ook sta ingeschreven. Ik hoop dat dat aanstekelijk werkt!

Dit is het vierde deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en wellicht volgend jaar ook weer een kloosterweekend. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl .

donderdag 3 november 2016

Kloosterleven (3) - Mediteren kun je leren

Een paar weken voor het weekend ‘Zin in (klooster)leven!’ begon, kreeg ik een mail met het programma. Ik opende hem meteen, nieuwsgierig als ik was naar wat me te wachten stond. Waar ik tijdens mijn studie gewend ben aan een intensief programma met veel actiemomenten, stond dit programma vooral in het teken van gebed, diensten en meditatie. Meditatie... alleen het woord al bracht een zekere onrust in mijn lijf. Mijn beeld van meditatie is dan ook niet gevormd door de praktijk, maar meer door waarschuwingen van (angstige) christenen. ‘Kijk uit waar je je geest voor open stelt!’, heb ik vaak gehoord.

Het is zaterdagochtend en na de bijzondere start van de dag in de kerk, een lekkere bak koffie en een inleiding van zuster Ruth over de Ignitiaanse Spiritualiteit is het zover. ‘Ignitiaanse meditatie’, staat er op het programma. En dat een uur lang. Ik heb nog nergens yogamatjes ontdekt en kan me niet voorstellen dat we een uur lang in kleermakerszit op de koude vloer van het klooster gaan zitten met z’n allen. We krijgen een A-4tje met daarop een tekst uit de Bijbel en een uitleg, of misschien is handleiding een beter woord, over hoe je kunt mediteren volgens de traditie van Ignatius. De tekst wordt twee keer voorgelezen. Daarna mag je een plek opzoeken om in alle rust te kunnen bidden en mediteren.


Voorzichtig duw ik de deur van een zaal open. Gisteravond bij de rondleiding had ik me al voorgenomen hier terug te komen. Voor in de zaal staat een kruis en een tafel met een Bijbel. Aan de muur hangt een enorm schilderij met daarop de afbeelding van de verloren zoon die teruggekeerd is naar zijn vader en met open armen ontvangen wordt. Op de vloer ligt een groot, warm, wollen, rood kleed en het licht van buiten dat door de glas in lood ramen naar binnen valt, geeft de zaal een bijzondere sfeer. Ik steek de kaarsen aan die naast de Bijbel staan en ga op één van de banken zitten die een beetje aan de zijkant staat. Zo heb ik goed zicht op het kruis en het schilderij. Ik lees de tekst uit Johannes 6 nog één keer door.

Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea, dat ook wel het Meer van Tiberias genoemd wordt. Een grote groep mensen ging Jezus achterna. Want ze hadden gezien dat hij met zijn wonderen zieke mensen beter maakte. Toen ging Jezus een berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen. Het was vlak voor het Joodse Paasfeest. Jezus keek om zich heen. Toen hij zag dat er een grote groep mensen aan kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we eten kopen voor al deze mensen?’ Jezus vroeg dat omdat hij wilde zien hoe Filippus zou reageren. Hij wist zelf al wat hij zou gaan doen. Filippus zei tegen Jezus: ‘Dat kan echt niet! We hebben veel te weinig geld om voor al deze mensen eten te kopen!’ Er kwam een andere leerling bij. Het was Andreas, de broer van Simon Petrus. Andreas zei: ‘Er is hier een jongen met vijf broden en twee vissen. Maar daar hebben we niets aan voor zo veel mensen.’ Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Laat alle mensen gaan zitten.’ Er was veel gras op die plaats. Iedereen ging zitten, het waren meer dan vijfduizend mensen. Jezus pakte het brood dat de jongen bij zich had, en dankte God voor het voedsel. Daarna begon hij het brood uit te delen. Met de vis deed hij hetzelfde. En de mensen konden zo veel eten als ze wilden. Toen iedereen genoeg gegeten had, zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Haal het eten op dat over is. Er mag niets achterblijven.’ De leerlingen haalden alles op wat over was van de vijf broden. Het waren twaalf manden vol met brood. De mensen zagen dat Jezus een wonder gedaan had, en ze zeiden: ‘Ja, hij is de profeet die naar de wereld zou komen!’ Ze wilden hem meenemen om hem koning te maken. Jezus wist dat, en daarom liep hij weg. Hij ging de berg weer op, alleen. (Johannes 6:1-15)

Ik neem het blad erbij en begin ik met de eerste stap. ‘Voorbereidend gebed’. Het is een mooi, maar wat onwennig begin voor mij. Waar ik gewend ben om God eerst, toch wel het liefst zo uitgebreid mogelijk, te bedanken voor alles wat ik maar kan verzinnen, begint het Ignitiaanse gebed met een vraag. Je vraagt aan God of Hij je vandaag een cadeau wil geven waar je naar verlangt (ook wel een genadegave genoemd). Niet zomaar in het algemeen, maar zo specifiek mogelijk. ‘Zeg het zoals het is’, staat er op het blad. Ik kijk naar het schilderij en naar de tekst en dan weet ik welk cadeau ik wil: ‘Een ontmoeting met God zodat ik weet en ervaar hoe geliefd ik ben.’ In gedachten probeer ik me voor te stellen dat ik leefde in de tijd van Jezus, in de tijd van het verhaal. Het tweede deel van de meditatie. ‘Met al je zintuigen betrokken raken in het verhaal.’

‘Jezus is weer in de buurt! Het is ongelofelijk maar waar... weet je die lamme vrouw die al haar leven lang op bed ligt? Ze loopt weer! En die ouwe, kwijlende dorpsgek? Echt! Hij is opeens normaal. Ik wist niet eens dat hij kon praten, want ik hoorde altijd alleen maar van die oerkreten, maar nu was hij in gesprek met Jezus! Kom op, ga mee, we gaan Hem achterna!’ Ik twijfel. Ik heb al meer van dit soort verhalen gehoord. Ik geef toe, ze zijn spectaculair en ergens kan het niet anders dan dat deze Jezus op z’n minst een profeet moet zijn, maar misschien is het de Messias zelf wel... Maar toch... wie ben ik? Ik heb ook zo m’n ongemakken waar ik best van af zou willen. Neem die buikpijn bijvoorbeeld die me het afgelopen jaar verschillende keren plat heeft gelegd. Die ben ik liever kwijt dan rijk. Maar ja, zal Jezus daar tijd voor hebben? Het is altijd superdruk in Zijn buurt en hoezo zou Hij mij genezen? Er zijn vast anderen die veel heftiger kwalen hebben. Kijk maar naar wie Hij vandaag genezen heeft... die waren er een stuk beroerder aan toe. Toch zou ik Hem wel willen ontmoeten, Hem een keer van dichtbij willen zien. Misschien kan ik meegaan en dan gewoon zonder verdere verwachting? Laat die genezing maar zitten, ik red me wel, maar dan kan ik Hem toch een keer met mijn eigen ogen zien...

Ik zie mezelf meelopen met de rest, richting de berg waar Jezus inmiddels is gaan zitten met Zijn discipelen. We proberen zo dicht mogelijk bij Hem te komen. Dat valt niet mee want het is gigantisch druk en de discipelen houden de mensen op afstand zodat hun Meester niet helemaal onder de voet wordt gelopen. Ik ga op een steen zitten, bij een groepje andere vrouwen. Als ik goed luister kan ik het grootste deel van de gesprekken opvangen. Wat?! Hoor ik Jezus zeggen dat zijn discipelen eten moeten regelen voor deze hele mensenmassa? Ik grinnik hardop. Ha ha... de plaatselijke bakker zou een week bezig zijn om brood te bakken voor zoveel! Benieuwd hoe dit gaat aflopen zie ik één van de discipelen een jongetje bij Jezus brengen: hij heeft een mand met 5 broden bij zich, oh en kijk, er komen ook nog twee vissen tevoorschijn. Dat schiet lekker op. Nou ja, Jezus zelf heeft in ieder geval iets te eten dan. Er wordt wat heen en weer gepraat en dan begeven de discipelen zich onder de mensen. Iedereen moet gaan zitten. Het wordt stil. Wat zal er gaan gebeuren? Jezus staat op, houdt een brood omhoog en spreekt een dankgebed uit. Eet smakelijk dan maar... allemaal een kruimeltje. Maar wat is dat? Het brood wordt gebroken en er worden stukken vanaf gehaald, maar het lijkt niet kleiner te worden! Nee joh, dit is onmogelijk, dit moet gezichtsbedrog zijn. Maar dat is het niet. De discipelen delen het brood uit. Ze gaan met manden langs de groepjes die zijn gaan zitten en iedereen kan nemen waar hij trek in heeft. Ik kijk een beetje ongelovig in de mand en haal er een groot stuk brood uit. Het smaakt niet anders dan anders, het is echt brood. Ik ben verbaasd. Ik kijk naar Jezus die zelf ook zit te genieten van brood en vis. Ik heb Hem onderschat. Hij is echt bijzonder! En wat is Hij zorgzaam. Hij hoefde geen eten te regelen, maar Hij deed het wel. Waarom? Ik zie hoe de discipelen de manden met het overgebleven brood bij Jezus terug brengen. Het is bizar. Met vijf broden begonnen en nu staan er wel 12 manden vol brood! Ik denk aan mijn twijfels van eerder op die dag. Mijn wantrouwen dat Jezus mij wel niet zal willen genezen omdat ik niet belangrijk genoeg ben. Ik heb me vergist. Ik schaam me voor mijn eigen gedachten. En net op dat moment kijkt Jezus over de mensenmassa heen. Zijn blik blijft bij mij hangen. Hij kijkt mij aan en verbeeld ik het me of zie ik een vriendelijk knikje en een glimlach om zijn mond? Hij ziet mij! Het voelt als een uitnodiging.

Ik zucht eens diep en mijn oog valt op het schilderij van de verloren zoon die geknield voor zijn vader zit. Ik ben terug in 2016, in het klooster. Ik lees op het blad wat de volgende stap is: ‘Praat met Jezus (God) zoals je dat zou doen met een goede vriend.’, en ga in gesprek. De vragen op het blad, die bedoeld zijn om je te helpen na te denken over de tekst sla ik over. Het is goed zo. Ik kom bij het laatste gedeelte waarin je eindigt met een dankgebed en waarna je een moment neemt om te reflecteren op je gebedstijd. Ik pak mijn aantekeningenschrift erbij en geef al schrijvend antwoord op de vragen: 
  • Wat was het meest belangrijk voor mij tijdens mijn tijd van gebed? 
  • Waar werd ik het meest geraakt? Wat voelde ik? Wat dacht ik? 
  • Wat denk ik dat het is wat God mij wil vertellen? 
  • Waar herkende ik iets van God in? 
  • Is er een actie die ik wil of zou moeten nemen?

Dan hoor ik de klok luiden. Het is vijf voor twaalf, over vijf minuten begint de eucharistie. Ik blaas de kaars uit en begeef me richting de kerk. Ik heb gemediteerd en het was een intieme en goede ervaring. Mediteren kun je leren!



Dit is het derde deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en wellicht volgend jaar ook weer een kloosterweekend. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl .

woensdag 2 november 2016

Kloosterleven (2) - De eerste woorden

Het is stil in het klooster. Ik lig in bed, een beetje tussen waken en slapen in, en luister naar de geluiden. Iemand loopt over de gang naar het toilet, dan is het weer stil. Het is midden in de nacht. Ik heb buikpijn en weet niet goed hoe ik moet liggen maar uiteindelijk val ik toch in slaap. Ik word wakker van geluiden op de gang en in de kamers naast me. Voetstappen, deuren die open en dicht gaan. Verder is het stil. 
 
We hebben met elkaar afgesproken om, net zoals de mensen van de gemeenschap dat gewend zijn, in stilte te ontbijten. Ik heb geen kamergenoot dus ook geen verleiding om te praten. Toch merk ik dat ik meteen op zoek ga naar afleiding, prikkels van buitenaf. Even m’n facebook checken, waar ik natuurlijk standjes krijg van mensen die het not done vinden dat ik in een klooster van social media gebruik maak. Ergens hebben ze natuurlijk wel gelijk. Ik doe m’n laptop weer dicht en lees de kaartjes nog eens op het tafeltje staan. Er zit een mooie tekst bij:

Ik laat de woorden tot me doordringen en denk erover na. ‘Geloof, vreugde, vrede, hoop en kracht’, de ingrediënten voor een vervuld leven. Bijzonder eigenlijk dat vreugde zo’n grote plaats in de Bijbel inneemt. Er zijn veel teksten die daarover gaan. Ik vind vreugde een mooi woord. Het gaat verder dan plezier en lol. Het is een diepe innerlijke blijdschap. Die hoef je niet te halen uit slappe grappen of (leed)vermaak, maar die wil God geven. Zomaar, gratis, omdat Hij er Zelf zo vol van is dat Hij er van uit kan delen zonder er Zelf minder van te worden. 
 
Ik was me bij het fonteintje. Ze hebben hier ook douches, maar ik vind het wel een grappige gedachte om me, net als de nonnen vroeger, gewoon met koud water te wassen. Bovendien kan ik wel iets gebruiken waar ik goed wakker van word. Ik trek een paar lagen kleding over elkaar heen aan, want ik heb gisteravond gevoeld hoe fris het is in de diverse ruimtes van het klooster. Even mijn bed recht trekken en dan ben ik klaar voor het ontbijt. Het lukt me zowaar om de ontbijtzaal te vinden en ik zoek een plekje aan een van de ronde tafels. Er heerst een weldadige rust in de ruimte. Een aantal mensen zijn aan het eten, we begroeten elkaar met een blik en een knikje en eten ons ontbijt in stilte. Op de achtergrond staat zacht muziek aan. De woorden kan ik niet verstaan. Misschien is het Latijns, maar de klanken zijn harmonieus en passen perfect bij deze gelegenheid. 
 
Ik geniet van een eenvoudige boterham met kaas en een cracker. Er staat verse sinaansappelsap en geheel tegen mijn gewoonte in neem ik thee in plaats van koffie. Ik vertrouw mijn buik niet zo en zal hem wat ontzien. Wat is het heerlijk om even niet te hoeven praten. Geen verplichte gesprekken waarbij je je focust op een ander of waarin je alweer bezig bent met de drukte van het bestaan of de zorgen van het leven. Na het ontbijt wast iedereen zelf zijn spullen af in de bakken met sop die al klaar staan. Het klinkt gek, maar hoewel er niet gesproken wordt is het toch gezellig. Het voelt verbonden. 
 
Aansluitend op het ontbijt zal de ‘Lauden’ zijn in de kerk. Het woord lauden is een vernederlandsing van het Latijnse ‘laudes’ het meervoud van ‘laus’ wat lof of lofprijzing betekent. Hoe mooi is het dat de eerste woorden die klinken in de ochtend woorden van lof aan God zullen zijn! Woorden van dank en eer aan onze Schepper die ons door de nacht heen gedragen heeft naar het licht van een nieuwe dag. Ik probeer me te herinneren hoe ik bij de kerkzaal kan komen, maar wat ik ook probeer, ik kom steeds weer bij de eetzaal uit. Echt wat voor mij, ik heb absoluut geen gevoel voor richting en loop zelfs als ik een winkel uitkom nog de verkeerde kant op. Als ik voor de derde keer weer bij de eetzaal ben beland, zie ik zuster Ruth staan. Goed, ik weet het, ik moet stil zijn, maar nood breekt wet... ‘Ik ben helemaal de weg kwijt... ik probeer de kerk te vinden!’, zeg ik. Zuster Ruth moet lachen en zegt me de weg wel even te wijzen. We lopen de gang in. ‘Kijk, als je Maria in de gaten houdt, komt het goed!’, zegt ze, wijzend op een beeld van Maria dat in de gang hangt. Natuurlijk, ik had het kunnen weten. Ik zal Maria goed in de gaten houden deze dagen. Ik weet nu de weg en loop door de lange gang naar de kerk. Voor mij, aan het eind van de gang hangt een kruis. Daar mag ik mijn blik op richten deze morgen. 
 
Ik neem een boekje met de liturgie mee en een los blaadje met de psalm voor deze dag en zoek een plaatsje. Wat een prachtige kerk en wat is er veel te zien. Ik kijk rond en laat alles op me inwerken. Er druppelen steeds meer mensen binnen. Mensen van onze groep, mensen van de gemeenschap. Dan klinken de eerste woorden. Woorden van dank aan God. We zingen met elkaar, we bidden, we luisteren naar woorden uit de Bijbel. Sommige dingen zijn nieuw en hier en daar mis ik een zinnetje of ken ik een lied niet, maar het wijst zich vanzelf. 
 
Na de Lauden wordt er weer gewoon gesproken. De dag is begonnen. Hoe begin jij je dag? Wat zijn de eerste woorden die je ‘s morgens zegt? Ik heb deze dagen genoten van de stilte in de morgen. Ik hoop het vast te houden. In stilte ontbijten zal bij ons niet lukken, maar ik wil heel bewust omgaan met mijn eerste gedachten en woorden waarmee ik de dag start.
De zon komt op, maakt de morgen wakker.
Mijn dag begint met een lied voor U.
Heer, wat er ook gebeurt en wat mij zal overkomen.
Laat mij nog zingen als de avond valt.
Dit is het tweede deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en wellicht volgend jaar ook weer een kloosterweekend. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl .

dinsdag 1 november 2016

Kloosterleven (1) - Verlangen

Met mijn nieuwe cd van Hillsong in de cd-speler rijd ik richting Oosterhout. Het is vrijdagavond en ik heb tot het laatste moment getwijfeld of ik naar het weekend ‘Zin in Kloosterleven’ zou gaan. Sinds donderdag heb ik last van diverticulitus, een ontsteking in mijn darmen, en heb ik behoorlijke pijn. Maar toch, ik heb er naar uit gekeken om te gaan en wellicht is een weekendje Klooster wel heilzaam. Voorzien van voldoende pijnstillers en warme kleding vertrek ik toch maar. Het is even zoeken, maar dan rijd ik het terrein op van de Sint Paulusabdij in Oosterhout. Ik pak mijn koffer uit de auto en loop richting de ingang. 
 
De zware deur gaat al open voor ik er ben en ik word welkom geheten door Lenie, één van de organisatoren van dit weekend. ‘Jij bent vast Judith’, begroet ze me. We kennen elkaar niet, maar ze is me waarschijnlijk ergens op facebook tegen gekomen. Ze wijst me de weg naar mijn kamer en helpt mijn koffer de trap op tillen. Ik heb de tijd om me te installeren en kan dan beneden in de zaal koffie komen drinken.
Op m’n gemak kijk ik rond. Een klein kamertje met een bed, een tafel en een stoel, een wasbak met koud stromend water en een kast. Op tafel ligt een Bijbel en twee kaartjes die mij welkom heten. Eén van de gemeenschap Chemin Neuf, de gemeenschap die in deze abdij woont en werkt, en één van ‘Aandachtig Leven’, die dit weekend verzorgt. Er liggen chocolaatjes en snoepjes bij. Daar moet ik nu maar niet aan beginnen. Dat vind mijn buik vast niet goed. Ik maak mijn bed op, het meegenomen dekbedovertrek is niet helemaal in het thema ‘Klooster’, maar vooruit... Damian heeft nog een knuffel in mijn tas gestopt, waarschijnlijk om niet al te alleen te zijn dit weekend. Ik zet ‘m in het hoekje van mijn bed en ga naar beneden. 
 
In de recreatiezaal zijn al behoorlijk wat deelnemers aan dit weekend gearriveerd. Ik schud handen en stel me voor, neem een kop koffie, sla de appeltaart die er zeer aantrekkelijk uit ziet af, en maak een praatje. Dan gaan we beginnen. We zitten in een kring en worden hartelijk welkom geheten. Het weekend wordt geopend door een treffend stuk uit ‘Alles loslaten omdat Hij mij niet loslaat.’ van Anselm Grün. Het raakt me. Het haasten, het altijd maar bezig zijn, niet tot rust kunnen komen, me gek laten maken door de verwachtingen van anderen, dat is waar ik de laatste tijd elke keer mee geconfronteerd word. Ik ben er moe van en voel me onrustig en opgejaagd. Het is ook zo frustrerend, want wat ik ook doe, hoe hard ik ook werk, altijd is er het gevoel dat er best nog een schepje bovenop had gekund. Ik wil zo niet leven, maar hoe is dat er dan ingeslopen? 
 
We stellen ons aan elkaar voor en spreken ons verlangen voor dit weekend uit. Het voelt bijna als een rondje tijdens een studieweekend... ik moet er om grinniken. Het sluit ook wel aan op waar ik dit jaar met mijn studie mijn leerdoel van gemaakt heb: ‘Ik wil van binnen naar buiten leven’. Bij mezelf stilstaan, naar binnen kijken, ervaren, voelen en vandaar uit naar de ander toe gaan. Dit weekend is een goede oefening voor mij. Mijn verlangen is dan ook dat ik dit weekend een ontmoeting zal hebben met God en met mezelf. Of misschien moet ik zeggen: ik wil thuiskomen bij God en mezelf. Het is gemakkelijk uitgesproken, maar het vraagt wel om een keuze van mij. De keuze om vaart te minderen. Daar waar ik het gevoel heb dat ik zoveel vaart heb dat ik zo af en toe de bocht dreig uit te vliegen, mag ik nu het gas loslaten. Is dat ergens ook niet waar mijn lichaam om vraagt, al maanden lang? Waar ik een begin mee gemaakt heb door mijn agenda onder de loep te nemen en flink te strepen? Dit weekend is een vervolg. Nog een beetje snelheid minderen. Op adem komen. Ik luister naar de anderen en kijk rond. In de kring zit ook zuster Ruth, één van de zusters uit de gemeenschap. Ze straalt rust uit, iets vredigs, ook iets bijna guitigs. Ik zie hoe ze kijkt en luistert en bewogen is. Haar gezicht is zacht en haar blik open. En haar verlangen voor dit weekend? ‘Dat jullie het warm genoeg zullen hebben!’ Ha ha... geweldig... niks geen hoge verheven spirituele wens. Gewoon genoeg warmte omdat het klooster in deze tijd van het jaar begint af te koelen en de verwarming nog niet goed aanslaat. 
 
Zuster Ruth geeft ons een rondleiding door het klooster. Vol enthousiasme vertelt ze. Ze heeft over ieder beeld of schilderij wel een anekdote. Wat een heerlijk mens. Ze houdt van het leven en ze geniet duidelijk van haar leven in deze gemeenschap. Ik kijk mijn ogen uit en weet dat ik de komende dagen nog wat plekjes waar we nu geweest zijn ga opzoeken. Dan zijn we weer terug in de recreatiezaal en genieten we na met een hapje en een drankje. Een prachtig eerste begin van het weekend.
 
Dit is het eerste deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en wellicht volgend jaar ook weer een kloosterweekend. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl .