Posts tonen met het label pijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pijn. Alle posts tonen

vrijdag 7 april 2017

Mijn beste vriendin (?!)

‘Weet je dat je lichaam tegen je praat?’ Ik zit op de voorste rij van een zaal gevuld met vrouwen. Ik mag de vrouwendag aan elkaar praten en dus ben ik dicht bij het podium gaan zitten zodat ik snel kan schakelen. Ik luister aandachtig naar de spreekster die ons meeneemt in het thema: ‘Grenzen’.


Lichaamstaal

Je hart klopt in je keel, je hebt een knoop in je maag, je haalt je schouders op... onze taal staat bol van de uitdrukkingen die met ons lichaam te maken hebben. Ja, de spreekster heeft gelijk, mijn lichaam praat tegen me. Ik ben alleen niet zo’n hele goede luisteraar. De afgelopen weken zijn een voorbeeld van mijn Oost-Indische doofheid. Een week of 5 geleden merkte ik opeens dat ik eigenlijk al dagenlang een zeer bovenbeen had. Het zou wel spierpijn zijn. Niet zeuren, geen aandacht aan besteden en doorgaan. Genoeg te doen. Totdat ik een paar weken geleden bedacht dat spierpijn toch na een paar dagen wel over zou moeten zijn. Na wat aandringen van vrienden en kennissen toch maar naar de fysiotherapeut gegaan die een scheurtje in de spier van mijn bovenbeen constateerde.

‘Rust, een goede balans in belasten en ontspannen, niet roeien, fietsen of andere inspannende bezigheden, niet hurken en rustig aan doen!’, was het advies. Het lukte me aardig tot vorige week vrijdag. De avond voor de vrouwendag. Er moest opgebouwd worden, alles moest klaargezet, meubels moesten verplaatst worden, auto’s vol spullen uitgeladen, de zaal moest versierd en ga zo maar door. Ik deed teveel. Ik kon toch niet gaan zitten terwijl er zoveel moest gebeuren? Mijn been protesteerde maar ik stopte mijn oren dicht.


Je beste vriendin

‘Je lichaam is je beste vriendin’. Ik schudde maar eens met mijn hoofd en hoorde achter me een licht gegrinnik van een paar vrienden die mij maar al te goed kennen. De spreekster lijkt er echt van overtuigd te zijn. Ik parkeer de opmerking maar even en luister naar wat er nog meer komt. De dag gaat verder, ik geniet, doe mijn ding, praat de dag aan elkaar, ga af en toe even zitten om mijn been wat rust te geven maar zie dan meteen ook weer van alles om te doen. De waterkan met munt is leeg, die kan ik even vullen... De schaal met lekkere hapjes moet even een beetje opnieuw geschikt worden... Ik zie iemand alleen staan en wil toch even een praatje maken... oh, de enquêtes moeten nog op de stoelen worden gelegd...

Als we aan het eind van de dag nog een uurtje genieten van een optreden van Tim Zingt spreekt mijn been duidelijke taal. Mijn hart klopt in mijn been, zeg maar... Maar, wacht, dat kan niet! De dag is nog niet voorbij en straks moet er nog opgeruimd worden. Ik geniet van Tim, van de woordenspelletjes, van de scherpe boodschap hier en daar en krijg bijna de slappe lach als we elkaar heel pastoraal toezingen: ‘Het grootste probleem ben ikzelf...’ Ja! Precies!

Tranen

Dan is de dag voorbij. We krijgen als organisatoren van de dag bloemen en heel veel bedankjes. We delen goodiebags uit bij de deur en wensen de vrouwen een wel thuis. En dan is het tijd om op te ruimen. De zaal moet weer in dezelfde staat als 24 uur daarvoor worden teruggebracht. Er komen gelukkig mannen om ons te helpen, maar er blijft genoeg te doen. 190 vrouwen maken best een hoop rommel met elkaar . Alle spullen die over zijn moeten weer terug naar de auto, afval moet opgeruimd, de tafels en stoelen moeten klaargezet voor de zondag. Er moet worden geveegd en schoongemaakt. Mijn lichaam praat tegen me, maar ik kan nu echt niet luisteren! Toch?

Om 19.00 uur is het klaar. Ilona, Leila, Marije en ik gaan nog even aan een tafeltje zitten om te danken voor deze prachtige dag. En dan komen de tranen... ik heb echt pijn! Ik ben, ik weet... het is lachwekkend, over mijn grenzen gegaan, op een dag die nota bene gaat over grenzen!

Lief lijf

Je lichaam is je beste vriendin... het zinnetje komt terug als ik op zondag op de bank zit en geen poot meer verzetten kan. Hoe is dat bij mij? Ik app Pauline, een vriendin, dat het al wel beter is dan vroeger. ‘We zijn nu toch zeker al wel goede kennissen’, app ik. Nog geen seconde later krijg ik een smiley terug met de opmerking: ‘Kennissen vind ik wat overtrokken. Ik zou het eerder willen beschrijven als een relatie die je nu kan verdragen...’ Ai, oef... dat is een scherpe zeg! Maar ze heeft wel een punt. Kijk maar naar hoe ik met mezelf ben omgegaan de afgelopen weken en dagen!

Maandagochtend ga ik naar de fysiotherapeut. Hij vraagt hoe het is en kijkt me vragend aan als ik niet echt antwoord geef. ‘Wat heb je gedaan dit weekend?’ en ik biecht op hoe ik te ver ben gegaan. ‘Ja, dan durf ik nu met zekerheid te zeggen dat de scheur in je spier er nu weer goed in zit!’ Ik zucht en slik... mijn vriendin wordt in de tape gezet en ik krijg het advies om pijnstillers te gaan slikken en rust te nemen.
Lief lijf... een hoofdstuk uit mijn boek ‘Adem in, adem uit’. Mijn gevecht met mezelf, met m’n omhulsel, m’n lichaam dat ik toch echt nodig heb om hier en nu te leven! Mijn beste vriendin...

Brief

Beste vriendin,

Allereerst wil ik beginnen om je te bedanken voor je oneindige trouw. Als ik jou was, was ik allang afgehaakt als ik zo genegeerd zou worden. Maar jij bleef. Je bleef me dienen en je bleef roepen, ook al schilderde ik jou af als lastig en irritant. Soms hield je je een tijdje stil en dan opeens was je er weer. Jij bent mijn beste vriendin, zei de spreekster afgelopen zaterdag, en opeens realiseerde ik me dat ik je zo nooit behandeld heb. En dat is niet goed! Ik heb geleefd alsof ik het zonder jou ook wel zou redden. Maar dat is onmogelijk! 

Ik wil mijn excuses aanbieden dat ik zo met je ben omgegaan. Ik beloof niet dat het nooit meer zal gebeuren, maar ik wil mijn best doen om beter naar je te luisteren! Omdat ik denk dat je misschien wel slimmer bent dan ik, wijzer. Ergens staat er in de bijbel dat jij een tempel bent, en een tempel moet je onderhouden en in ere houden. Dat vergeet ik iedere keer weer! Foute boel... Ik wil je weer eren en luisteren als je tegen me praat! Misschien moet je dingen wel drie of vier keer zeggen of iets harder praten, maar ik nodig je uit dat te blijven doen! Ik wil dat we vrienden voor het leven zijn! En het is aan mij om de eerste stap te zetten! Bedankt voor je vriendschap en ik kijk uit naar wat het ons gaat brengen in de toekomst!


Judith

donderdag 6 oktober 2016

Volgens het boekje

Yes! Vandaag mijn laatste fysiotherapie gehad. Ruim 7 weken geleden strompelde ik met een zeer pijnlijke rug de fysiotherapie praktijk binnen. De dichtst bijzijnde want zowel fietsen als autorijden waren nagenoeg onmogelijk. ‘Reken maar op een week of acht’, zei de fysiotherapeut na een paar behandelingen. Het leek me een onoverkomelijke lange periode. Met hulp van tramadol en paracetamol kon ik de pijn enigszins dragelijk houden. Ik was ongedurig en vond het uitermate lastig dat ik van de fysiotherapeut maar een heel beperkt aantal oefeningen mee kreeg. Ik moest rust houden zei hij. Een tussenwervelschijf die van z’n plek was geweest, en het weefsel en de spieren erom heen hadden tijd nodig om te herstellen. 
 
Ik en rust. Het was niet de meest logische combinatie. Maar ik heb er weer veel van geleerd. Ik ben tegen mijn grenzen aangelopen en ben opnieuw geconfronteerd met het, best wel logische, feit dat mijn lichaam echt bij mij hoort. Ik kan wel net doen alsof het los van mij staat, maar daar gaat het niet mee akkoord! Ik besloot, na een behoorlijke terugslag omdat ik vond dat ik tijdens mijn revalidatie best wel even de tafel kon schuren en in de was zetten, te luisteren naar de adviezen van de fysio en de signalen van mijn lijf. Dat werkte. De pijn nam af, ik ontzag mijn rug door niet te tillen en geen zware dingen te doen, ik bouwde de pijnstilling af en de fysiotherapeut liet me na verloop van weken heel voorzichtig weer een paar minuten roeien. 
 
Vandaag was ik voor de laatste keer bij de fysio. De pijn is helemaal weg, ik heb geen beperkingen meer in het bewegen, ik voel me fit en ik kan alles weer doen wat ik hiervoor ook deed. We keken samen even terug naar de afgelopen tijd. Iets meer dan 7 weken heb ik over het herstel gedaan. ‘Er staat tussen de 6 en 8 weken voor deze klachten’, zei de therapeut. Ik heb het dus keurig volgens het boekje gedaan! Ik ben tevreden. Weer een ervaring rijker. Nu gedisciplineerd mijn oefeningen blijven doen en met enige regelmaat het roeiapparaat betreden. Die hebben ten slotte niet voor niets boven staan. 
 
De ultieme test voor mijn rug zal over een week plaatsvinden. Het euvel is begonnen tijdens onze vakantie en in de herfstvakantie gaan we het er nog een keer op wagen... Maar dit keer zijn mijn diepe buikspieren topfit en zie ik mezelf absoluut kampioen bowlen en golfen worden. En op de Piet Plezier ga ik dit keer op twee banden door de bocht. Let maar eens op!

zaterdag 10 september 2016

De appelbooom

Zie je die twee prachtige rode appels op de foto? Dat is de oogst aan onze appelboom! Ik ben er reuzetrots op. Drie jaar geleden kocht ik het boompje en zette hem in een pot. Het eerste jaar verwachtte ik er niks van. Het tweede jaar bloeide hij maar kwamen er geen appels. Mijn schoonmoeder, die toch behoorlijk wat van tuinieren weet, zei een beetje meewarig dat appelbomen niet in een pot horen en dat er echt geen appels aankomen. Maar ik gaf het nog niet op. In het voorjaar liep het boompje weer uit, weer bloeide hij en jawel... er groeiden twee appels aan. Nog een weekje en dan zijn ze rijp voor de oogst! 
 
Ik weet niet hoe het bij jou werkt, maar ik merk bij mezelf dat ik behoorlijk ongeduldig ben. Ik wil resultaat zien van wat ik doe. Ik start een praktijk en wil dan dat ik binnen een jaar een wachtlijst heb. Ik begin een studie en lees het liefst alle boeken al vooruit. Ik schrijf een boek en in gedachten ben ik al met de volgende bezig. 
 
De afgelopen maand heb ik nogal problemen gehad met mijn rug. De oorzaak is niet helemaal duidelijk maar er is een tussenwervelschijf verschoven en mijn SI-gewricht heeft een optater gehad. Met vreselijke pijn meldde ik me de ochtend nadat we terug kwamen van vakantie bij de huisarts. Met pijnstillers en een verwijzing voor de fysiotherapie stond ik een half uur later bij de fysiotherapeut in de kamer. Een paar dagen later kon ik starten. Ik vond dat het wel op mijn manier kon gaan: Snel! Behandelen, oefeningen mee, aan de slag! Helaas. De fysiotherapeut dacht er anders over. Hij legde me uit wat er aan de hand was en schreef me rust voor. Ik kreeg een minimaal aantal oefeningen mee, want eerst moest ik herstellen voor ik weer kon bouwen. 
 
Ik nam het niet zo serieus en bleef zo veel mogelijk alles doen. Nou ja, voor zover de pijn en Jan Willem dat toelieten. Twee keer in de week bezocht ik de fysio en ik voelde echt wel iets van verbetering. Afgelopen weekend was Jan Willem een weekend weg. Dat leek me een mooie gelegenheid om de tafel eens flink te schuren en weer in de olie te zetten. Het lukte best redelijk, mijn rug werkte mee, alleen had ik de volgende dag behoorlijke pijn in mijn been. Maandag mocht ik weer naar de fysio, die gewoontetrouw vroeg hoe het ging. Ik vertelde hem dat het met mijn rug best goed ging, maar dat ik pijn in mijn been had. Wat testjes, onderzoekjes en toen de vinger op de zere plek! Au! ‘Wat heb je gedaan dit weekend?’ vroeg de beste man. ‘De tafel geschuurd...’ Ik kreeg geen preek, maar ik zag met de ogen in mijn rug een hoofdschuddende fysiotherapeut staan, terwijl ik op mijn buik op de behandeltafel lag. Ik heb het geweten. Er volgde een diepgaande massage om mijn gewrichten en spieren weer los te krijgen, met als resultaat een blauwe plek van ruim 10 cm. op mijn bil. 
 
‘Je zit in een revalidatieproces!’ zei de fysiotherapeut. En daar zit ‘m bij mij de moeilijkheid. En misschien bij jou ook wel. Ik hou niet van processen. Ik hou alleen maar van het resultaat! En daarmee ontneem ik mezelf een heleboel en geef ik mezelf stress en onrust. Ik ben een wat koppige leerling, maar na de sessie van afgelopen maandag heb ik toch wel wat geleerd. Ik mag stoppen me te focussen op het resultaat en leven met hoe het nu is. Eigenlijk mag ik mezelf net zo behandelen als het appelboompje. Geen vruchten? Nou, en, het boompje is ook mooi genoeg om van te genieten! Misschien volgend jaar vrucht. 
 
Leven bij de dag en genieten van het moment. Dat scheelt een hoop frustratie. Als je gefocust bent op het doel (in mijn geval: alles weer pijnvrij kunnen doen), dan loop je frustratie op en kijk je voortdurend naar datgene dat nog niet lukt. Daardoor vergeet je te genieten van al die andere dingen die er wel zijn en waar je juist nu, nu dat andere niet lukt, tijd voor hebt. 
 
Gister mocht ik weer naar de fysio. Ik liet hem het resultaat zien van de behandeling van maandag. De blauwe plek die inmiddels bijna zwart is geworden. Ik kreeg een massage die dit keer niet pijnlijk was en ondertussen praatten we wat over dat wonderlijke lijf met al die spieren en gewrichten. Ik kreeg geen extra oefeningen mee. Gewoon doorgaan waar ik al mee bezig was. Niet forceren, geduld hebben, de tijd het werk laten doen. 
 
Ik bekijk de twee appeltjes nog een keer vanavond. Ze zijn mooi, maar één heeft aan de achterkant een bruine plek. Er heeft een worm ingezeten denk ik. Wat maakt het uit? Ik heb er maandenlang van kunnen genieten. Ik heb ze zien groeien en verkleuren. Ik heb het hele proces van bloem tot appel van dag tot dag gevolgd. Het resultaat is eigenlijk helemaal niet zo belangrijk! De weg ernaar toe is veel boeiender. Misschien is dat wel de betekenis van de plaat die bij ons aan de muur hangt:
“Happiness is not a destination, it’s a way of life”
Ik ga de komende tijd weer extra bewust genieten van de goede momenten in iedere dag! Doe je mee? Als we elkaar af en toe eens op de hoogte brengen van onze dankbare momenten dan stimuleren we elkaar om op een positieve manier in het leven te staan. Wie weet wat voor een appeltjes oogst we dan volgend jaar hebben!

zaterdag 21 mei 2016

Lief lijf

Een maand geleden. Ik word wakker met heftige buikpijn. Dezelfde pijn als waar ik een  jaar geleden drie dagen voor in het ziekenhuis heb gelegen. Ik herken hem uit duizenden. Diverticulitis, ontstoken darm.
Oef, dat is een lastige, want deze pijn kan ik niet negeren. Deze kan ik niet uitzetten.

Mijn lijf en ik. We zijn geen vrienden. We hebben een haat-liefde verhouding. We kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar. Of, misschien is dat eerlijker, ik kan niet zo goed met m'n lijf overweg. Ik duld hem omdat ik weet dat er zonder lijf geen leven is, maar ik zie het vooral als een noodzakelijk kwaad. Ik ben er in de loop van mijn leven een kei in geworden om hem te negeren. Ik kan hem zelfs bedienen, want ik kan hem tot op zekere hoogte uitzetten.

Een maand geleden. Ik bel Ilona, een bevriende verpleegkundige. Ik weet dat ze een nuchtere, no nonsense type is. Ik bel haar omdat ik hoop dat ze gaat zeggen dat ik wat moet innemen en me verder niet druk moet maken. Ze hoort mijn verhaal aan en vraagt welk cijfer ik aan de pijn geef. Toch wel een 7. Ik heb erger meegemaakt, maar deze is een 7 waard.
Ze zegt dat ik tramadol in kan nemen en rust moet nemen. Maar als de pijn door de tramadol heen komt moet ik naar de huisarts. Braaf doe ik wat ze zegt. Ik val in een diepe slaap en wordt twee uur later gewekt door de telefoon. Het is Ilona die bezorgd is hoe het gaat.
De pijn is niet weg. Ik besluit de huisarts te informeren. Ja, je leest het goed, informeren... Natuurlijk hoeft zij er niets mee, maar dan heb ik gedaan wat ik moest doen.
Twintig minuten later zit ik in de spreekkamer van de huisarts. Ik moest meteen komen. Ze maakte zich zorgen.

Wat is dat toch, dat iedereen zo bezorgd is over dat lijf? Wat een drukte om niks! Kan het lijf zich misschien even gaan gedragen en meewerken aan mijn ambitieuze plannen en wilde ideeën?

Ik lig twee dagen in bed. Onder schooltijd, want niemand hoeft rekening met mij te houden, of last van mij te hebben. De pijn zakt. Ik krijg de controle weer terug.

Een week later zit ik weer bij de huisarts omdat ik na 5 maanden de pijn die ik heb op de plek waar drie keer een cyste is verwijderd niet meer kon negeren. Twee dagen zitten tijdens het studieweekend gevolgd door een kerkdienst en een fietstocht waren teveel.
Jan Willem vraagt wat er is en waarom ik zo kortaf ben. Ik heb pijn. De volgende dag zit ik bij de huisarts.
Niets bijzonders te zien, dus maar een pijnstillende zalf mee gekregen in de hoop dat het niet iets is wat dieper gelegen en dus voor het oog onzichtbaar is.

Afgelopen week zat ik weer bij de huisarts. Overprikkelde luchtwegen, weinig lucht, pijn bij het hoesten. Dat is dus drie keer in vier weken. Wat een poeha om zo'n lijf!

Ik voel me gefrustreerd en als ik tijdens het rondje van het studieweekend, gisterochtend, mijn zegje mag doen gooi ik het eruit. Ik voel een enorme boosheid in mezelf en schrik van mijn eigen felheid. Ik krijg opmerkingen vanuit de groep. Ze raken me. Mensen constateren dat er weinig verbinding is tussen mijn lichaam en mijn verstand. Ik weet dat wel, maar het van een ander horen is toch confronterend. Tijd voor een inbreng dit weekend! Die volgt in de middag. Ik heb een gesprek met een medestudent, Willeke, die voor dat moment mijn therapeut is.

Al pratend wordt het helderder. Ik ben boos. Boos op mijn lijf. En het is een hele oude boosheid. Een diep gewortelde. Ik ben misbruikt en mijn lijf reageerde daarop. Waar mijn geest schreeuwde: 'Nee, ik wil dit niet!', riep mijn lijf: 'Ja, lekker!' En dat is waarom ik het haat. Waarom ik er ook niet naar wil luisteren. Het vertelt me toch de waarheid niet. Ik kan er niet op vertrouwen. Ik gedoog het, maar ik wil er geen last van hebben.

Willeke wil dichtbij komen, maar ik houd het tegen. Ze respecteert mij. De trainer komt erbij en zegt: 'Ik denk dat ze een knuffel nodig heeft.'
'Ja!' Roept mijn lijf.
'Nee!' Zeg ik zeer beslist.
'Een klein knuffeltje dan?' zegt de trainer.
'Ja!' Roept mijn lijf.
Ik mompel wat. De trainer legt zijn hand op mijn hand. Ik huil heel hard... en ik voel...
Ik voel de warmte en ik voel liefde. Voor mij, voor mijn lijf.

Ik krijg een knuffel van Willeke. Het voelt goed. En veilig, warm.
Grappig, ik ben alle woorden kwijt die gezegd zijn behalve twee: 'Lief lijf'.
Lief lijf... dat zei Willeke. Lief lijf? Hmm.... Zou ze gelijk hebben?
Eigenlijk heb ik alleen nog maar zin om te huilen. Maar we gaan verder met de dag. De tranen blijven hoog zitten. Ik besluit om naar mijn hotelkamer te gaan. Ik zoek contact met Henry. Henry die mijn hele verhaal kent en die zo vaak gezegd heeft: 'Je lichaam verdient geen straf, alleen maar liefde.' Dat waren helende woorden die ik vaak maar moeilijk kon horen en waar ik me nu alweer jaren voor afgesloten heb.
Ik reageer mezelf even af via de app en Henry moedigt me aan om kwetsbaar te zijn. Waar ik me eigenlijk had voorgenomen me de rest van het weekend terug te trekken besluit ik toch te gaan eten en contact te maken met m'n studiegenoten.
'Zo ken ik je weer, ga maar gauw naar je maatjes. Je bent een sterke en soms domme vrouw. Dikke knuffel voor jullie!' Appt Henry.
Ik moet erom lachen. 'Dikke knuffel voor jullie.' Natuurlijk weet ik best wat hij ermee bedoelt, maar voor nu is het wel heel toepasselijk. 'Vooruit', zeg ik tegen mezelf, 'een knuffel voor mij en één voor mijn lijf!'

Lief lijf, jij kon er ook niets aan doen! Ik weet dat wel, maar ik vind het zo moeilijk te accepteren. En toch wil ik een brug slaan. Een voorzichtig begin van vriendschap. Als we dan toch met elkaar opgescheept zitten, moeten we er samen maar wat moois van maken. Wie weet hoe goed we het samen krijgen!

Ik ga naar het diner en daarna hebben we intervisie. Het is fijn om met m'n studiegenoten de dingen te delen. Het mag er zijn en ik word niet veroordeeld. Het voelt eigenlijk wel oké. Natuurlijk blijf ik veel te lang in de bar hangen met een paar trouwe nacht-EPH-ers, en dan ga ik naar bed. Ik heb kleine, zere ogen maar val als een blok in slaap. Om 6.00 uur ben ik klaar wakker en schrijf ik het eerste gedeelte van deze blog. Op m'n gemak ga ik douchen en voel heel bewust het warme water op mijn lijf. Lief lijf...
Na het ontbijt starten we met dag twee. Ik besluit de groep deelgenoot te maken van mijn overpeinzingen en lees m'n blog voor. We hoeven er verder niet meer over te praten. Gek is dat, soms voegen woorden niets toe. Ik voel gewoon dat het zo prima is. Het is ook fijn om zo open en eerlijk mijn dingen te kunnen delen. De dag gaat van start. Het voelt als een wereld van verschil met gister. Mijn frustraties zijn weg. Ik neem af en toe wat tegen de pijn of tegen de hoest. Een lieve studiegenoot heeft 'thee voor mijn luchtwegen' meegenomen. Die drink ik het hele weekend.
Lief lijf, ik zal wat meer respect voor je hebben en je met meer zorg behandelen. Je verdient het, ik verdien het!

Tevreden, trots, dankbaar, moe maar vooral ook opgelucht rij ik naar huis. Wat een weekend, wat een opleiding! Blij dat dit op mijn pad gekomen is. Thuisgekomen check ik even mijn facebook. Mijn oog valt op de uitspraak die ik gistermorgen postte:


Hoe toepasselijk!
Lief lijf, we gaan ervoor! Jij en ik samen!

vrijdag 18 maart 2016

Uit m'n mantel gescheurd...

Wie kent ‘m niet... de mantel der liefde...
Volgens het spreekwoordenboek:  Iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren).
Waarschijnlijk verwijst deze gezegde naar een oud verhaal uit de Bijbel waarbij Noach stomdronken in z'n nakie in zijn tent in slaap is gevallen. Zijn zoon Cham bespot zijn vader als hij hem zo aantreft, maar zijn andere zonen lopen achteruit de tent in en bedekken hun vader met een kleed.

"Ach, het is gebeurd en voorbij. We kunnen er niets meer aan doen. We moeten het maar met de mantel der liefde bedekken...", zo klonken de woorden van de ouderling van onze kerk met wie ik, als 15-jarige, een gesprek had over het seksueel misbruik wat mij als jong meisje overkomen was door een oudere broer. Het was aan het licht gekomen nadat ik een docent op de middelbare school in vertrouwen had genomen. Omdat ik de toch wel wat dwarse puber was die niet goed in haar vel zat en opstandig was, moest er maar eens een gesprek plaatsvinden met de ouderling van de kerk.

Het was me duidelijk: er mocht niet meer over gesproken worden. Van mijn moeder had ik al gehoord dat ik de vuile was over ons gezin niet mocht buiten hangen en de ouderling deed er nog een schepje bovenop door te zeggen dat ik het maar vergeven en vergeten moest.
Ik trok de mantel flink strak om me heen en zweeg.
Misschien hadden ze gelijk en moest ik er ook niet meer aan denken. Misschien was dat wel wat we dag in, dag uit baden: "Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren...". Ik kende de verhalen uit de Bijbel en is wist dat vergeving een belangrijk thema was.

De mantel der liefde... een paar maanden geleden ben ik eruit gescheurd! Het was tijdens het opleidingsweekend van november 2015 (ik volg een vierjarige studie aan het Kempler Instituut). Tijdens de studiedagen zijn wij gewend om dingen waar we tegen aan lopen in de groep in te brengen als casus zodat een ander dan met je daarover in gesprek kan en zo kan oefenen als therapeut. Er speelde van alles bij mij dat weekend. Gebeurtenissen die rechtstreeks raakten aan wat ik als kind had meegemaakt. Die bij mij van alles opriepen en zorgden voor chaos in mijn hoofd. Een opmerking van de trainer ging rechtstreeks mijn hart in en trok de stop van een fles met zwarte herinneringen op sterk water. Ik kon er niet omheen: tijd voor een inbreng!

Ik koos iemand uit de groep als therapeut en deed mijn verhaal. Dat was fijn en luchtte op. Het hielp om stoom af te blazen en om te ervaren dat degene tegenover mij één en al oor was en meeleefde. Op een gegeven moment kwam het gesprek op hoe ik me als kind gevoeld had en hoe ik de bescherming van de belangrijke volwassenen om mij heen gemist had. "Ieder kind heeft recht op bescherming van zijn ouders, ook jij!", zei de trainer terwijl ze zich wat met het gesprek bemoeide. Die woorden sloegen in als een bom en ik verzette me ertegen. Ik wist, met mijn 41 jaar, toch inmiddels dat mijn moeder zelf ook een beladen verleden heeft waardoor ze waarschijnlijk niet anders kon dan dat ze toen deed? Het was toch te verklaren dat het zo gegaan was? Maar de trainster en de therapeut hielden voet bij stuk. Er was mij onrecht overkomen en ik had het allemaal onder de mantel der liefde bedekt gehouden. Verstikkend. Al pratend viel het kwartje en aan het eind van het gesprek wist ik wat me te doen stond. Ik schreef een lange brief over alles wat er gebeurd was en wat ik daarin gemist had aan mijn moeder. Niet als verwijt of vanuit bitterheid. Maar om mijn verhaal bestaansrecht te geven en te laten horen. Ik hoorde bij iedere zin de naadjes van de mantel knappen en voelde me groeien. Van zwijgend kind naar sprekende, gelijkwaardige, volwassene. Een dag later stond ik bij de brievenbus. En mét de plof waarmee de brief op de bodem van de brievenbus viel, viel de mantel van mijn schouders.

Afgelopen weken lees ik een bijzonder boek over het thema "vergeving". Ik heb in mijn (christelijk) leven al heel wat gelezen en gehoord over dit onderwerp. De meeste keren resulteerde dat in kromme tenen en rechtopstaande haren. Ik kon er nooit precies de vinger opleggen waar dat aan lag. Zoals ik dat altijd gewend was geweest stak ik dan de hand in eigen boezem en dacht ik dat het aan mij lag, en dat ik wel weer onvergevingsgezind zou zijn. Totdat ik in "Het boek van vergeving" (Desmond en Mpho Tutu) las wat vergeving eigenlijk is en hoe dat in z'n werk gaat. En deze schrijvers hebben recht van spreken wat mij betreft. Ze weten uit ervaring waar ze het over hebben als het gaat om onrecht en pijn.
In het boek wordt gesproken over het pad van vergeving. Iedereen maakt onrecht mee in zijn leven. Groter of kleiner, op jonge of late leeftijd, ernstige en minder ernstige dingen, gebeurtenissen met tijdelijke of blijvende gevolgen. Iedereen krijgt ermee te maken. En dan kun je kiezen voor twee wegen: De weg van vergelding of de weg van vergeving. De Tutu's beschrijven dat het pad van vergeving vier stappen kent:
1. Je verhaal vertellen
2. Je pijn benoemen
3. Vergeving schenken
4. Je relatie vernieuwen of loslaten

Al meteen bij het lezen van de eerste hoofdstukken wist ik waar mijn irritaties rondom vergeving al die jaren vandaan waren gekomen. Ik had de eerste twee stappen gemist in vrijwel alle toespraken en artikelen over vergeving. Er werd te snel heen gewalst over de gebeurtenissen. Ik zal wat uitspraken uit (de eerste hoofdstukken) van het boek citeren die voor mij helend waren om te lezen en die mij inzicht gaven:

- Vergeven is de reis die we ondernemen om de kapotte delen te genezen. Het is de manier om weer heel te worden.
- Vergeving betekent ook dat je jezelf bevrijdt van traumatische ervaringen en lijden en dat je je leven weer in eigen hand kunt nemen.
- Vergeven is niet net doen alsof het gebeurde niet is gebeurd. Heling versluiert de kwetsuur niet. Als we echte heling willen, moeten we de kwetsuur onder ogen zien. Gedrag dat pijnlijk, beschamend, misdadig of verachtelijk is moet door het volle licht van de waarheid beschenen worden.
- Vergeving ontslaat niemand van de verantwoordelijkheid voor wat hij of zij heeft gedaan. Vergeving wist de aansprakelijkheid niet uit.
- We maken een begin met vergeving door de waarheid in haar meest rauwe vorm, in al haar lelijkheid en smerigheid te laten horen. Dat is een riskante onderneming want het risico bestaat dat je opnieuw gekwetst wordt, niet geloofd wordt en geen bevestiging krijgt. Maar als we onze verhalen opkroppen, verergert de oorspronkelijke kwetsuur.
- Wanneer we ons verhaal vertellen zeggen we: "Dit vreselijks is er gebeurd. Ik kan niet teruggaan om het te veranderen, maar ik kan wel weigeren om voor altijd aan het verleden vastgeketend te blijven.
- De enige manier om gekwetstheid te helen is een stem geven aan wat ons pijn doet. Daarmee kom je in een proces van rouw. Rouwen is de manier om tot acceptatie te komen van het lijden dat ons is overkomen.
- We aanvaarden onze pijn, onze wanhoop, ons verdriet, onze schaamte. De enige manier om dat te doen is door deze te benoemen en het hierdoor volledig te voelen. Wanneer je je gevoelens omarmt, omarm je jezelf en laat je toe dat ook anderen jou omhelzen.
- Wanneer we een stem geven aan onze pijn, verliest die zijn wurggreep op ons leven en onze identiteit.

Al deze woorden horen bij de eerste twee stappen van vergeven: Je verhaal vertellen en de pijn benoemen. En deze dingen gaan vooraf aan het daadwerkelijke vergeven. Heb je het goed tot je door laten dringen? Dit gaat lijnrecht in tegen het principe van dingen met de mantel der liefde bedekken!
Dit gaat niet over toedekken, maar dit gaat over ont-dekken! Dit was waar die ouderling mij bij had moeten helpen destijds.
Tijdens één van de opleidingsweekenden zei Ferdinand (één van de trainers): "Ieder mens heeft het recht om zijn verdriet in de ogen van een ander weerspiegeld te zien." Ik vond dat zo'n treffende uitspraak! Als je komt met een verhaal van onrecht dat jou is overkomen, met pijn en schaamte waar je ongevraagd mee bent opgezadeld dan mag dat verhaal er zijn. In zijn volle omvang. Met de feiten en gevoelens, hoe heftig ook. Dat hoeft niet bedekt te worden met een mantel van liefde. Dat mag juist in het licht gebracht worden zodat de waarheid je kan bevrijden! Je mag het zo vaak vertellen als nodig is en zoveel tranen huilen of boos zijn totdat er acceptatie en vrede komt. Dat is een proces, niet een eenmalig iets.

Ik heb ooit eens een operatiewond gehad die na de operatie gehecht was maar ging ontsteken. De pijn was ondragelijk door de spanning die er op de hechtingen kwam te staan en ik ging terug naar het ziekenhuis. Daar werd de wond opengemaakt zodat de rommel eruit kon. Een zeer pijnlijke gebeurtenis die echter wel noodzakelijk was om te helen. De arts die mij behandelde vertelde dat hij de wond niet opnieuw zou sluiten maar open zou laten. Dan kon mijn lichaam alle troep die er nog zat eruit drijven en uiteindelijk zou er dan van binnenuit nieuw weefsel ontstaan en zou de wond zich op een natuurlijke manier langzaam sluiten. Het werd inderdaad een langdurig proces. Elke week ging ik terug naar het ziekenhuis om de wond te laten spoelen en te laten nakijken. Heel langzaam heelde het. Drie maanden later kwam ik voor een laatste controle in het ziekenhuis en was de wond zo goed als dicht.

Ik kijk terug op mijn leven tot nu toe. Ik durf te zeggen dat de wonden in mijn leven grotendeels geheeld zijn. Van binnenuit, langzaam en via een pijnlijk proces. In de mantel der liefde geloof ik niet meer, wel in de waarheid, hoe pijnlijk die ook is. Ik geloof ook in vergeving. Absoluut. Niet als goedmakertje of verontschuldiging. Niet als hechtpleister, om het verleden onbespreekbaar te maken. Maar als verzorgende balsem op een open wond waar de troep eerst uit moet.
Ik hoop dat dit schrijven jouw kijk op vergeving verheldert. Dat het je helpt om eerlijk naar je eigen levensverhaal te kijken. Ook als daar dingen in zaten waar die eigenlijk niet genoemd mochten worden. Die je misschien al een leven lang bij je draagt omdat je er niet over mag spreken. Of waar je niet over durft te spreken omdat je een ander niet in een kwaad daglicht wil stellen.
Vergeven doe je niet voor die ander, maar voor jezelf, om je los te maken van banden die je binden aan mensen die jou onrecht aandeden. Hiermee bedoel ik niet dat je het contact moet verbreken, maar daar kom ik in een andere blog later op terug (als ik het tweede deel van het boek gelezen heb).

Ik eindig met een citaat uit het boek en wens een ieder toe dat hij het pad van vergeving durft op te gaan!

Je hebt eerder op deze splitsing gestaan
Je zult nog vaker bij deze splitsing staan
En terwijl je stilstaat, kun je jezelf vragen
Welke kant je op zult gaan
Je kunt je afwenden van je eigen verdriet
En de race lopen die wraak heet
Je zult keer op keer hollen over dat uitgesleten pad
Of je kunt je eigen smart erkennen 
En het pad bewandelen dat eindigt
Deze richting voert naar de vrijheid, mijn vriend, vriendin
Ik kan je tonen waar hoop en heelheid hun thuis inrichten
Maar je kunt op je weg daarheen niet om je lijden heen
Om het pad naar vrede te vinden
Zul je je pijn onder ogen moeten zien
En die benoemen
(Pag. 65 Boek van vergeving)


maandag 28 december 2015

After kerst...

We hebben het weer gehad... kerst 2015... Vreten op aarde, zoveel dat je je allerminst welbehaaglijk voelt. Als ik alle foto’s, plaatjes, status-updates, reclames en de drukte in de supermarkt moet geloven heeft de overgrote meerderheid de ideale familie, een uitgebreide groep vrienden en zijn twee dagen eigenlijk te kort om al die gezelligheid in te stoppen. Gaan we straks met oud en nieuw nog even door om dan vervolgens in januari te worden doodgegooid met goede voornemens, gezonde recepten, aanbiedingen van de sportschool om de gevolgen van onze december-levensstijl weer snel te niet te doen.

Kerst. Het meest eenzame feest op aarde, denk ik. Misschien vergis ik me, en is dit pure projectie van mijn kant. Ik herinner me mijn eigen kerstfeesten maar al te goed. Als kind, als tiener, als getrouwde vrouw, als pleegmoeder. Kerst was voor mij altijd een feest met een randje. Een scherp randje. Kerst, het feest van families en gezelligheid. Ik voelde me er altijd buiten staan. Kerst confronteerde mij met pijn en verdriet. Mijn eigen pijn, omdat het gezin waar ik uit kom uit elkaar gevallen is. Ieder is zijn eigen weg gegaan en er is nauwelijks een onderlinge band. We hebben op diverse plekken kerst gevierd, maar waar we ook waren, en met welk gezelschap ook, het kon de pijn niet wegnemen. Jarenlang was ik het liefst begin december in bed gekropen voor een winterslaap tot eind januari. Maar helaas was er niemand die mij een winterslaapmiddel verstrekte.
We kregen pleegkinderen in huis en voor hen wilde ik kerst toch onvergetelijk maken. Gezellig, mét inhoud, maar ook met lekker eten. Ook dat voelde dubbel. Want ergens in het land zouden de vaders en moeders van deze kinderen ook wakker worden en kerst vieren. Alleen. Misschien wel denkend aan de gezellige gezinnen waar hun kinderen geplaatst zijn. Een paar jaar geleden besloten we het anders te doen. Dat werden mijn ultieme kerstfeesten. We nodigden de ouders van de kinderen met kerst bij ons thuis uit. Het was een gepuzzel, maar vooruit, er zijn twee kerstdagen, dus met een beetje geschuif is van alles mogelijk. Het was kostbaar. Ik vergeet het niet snel meer. De drie zoenen van een dankbare moeder en het plaatje van haar samen met haar zoon kluivend aan een kip. Kerst met een stralend randje. Kerst waarbij het samen brengen van mensen die bij elkaar horen mijn eigen pijn deed vervagen.

Dit jaar hadden we een heerlijk rustige kerst. Met een inmiddels traditioneel kerstontbijt mét kerstverhaal en een burgerlijke gourmet. Natuurlijk een paar bordspelletjes om het af te maken. Tweede kerstdag (ik vier mijn verjaardag ook geen twee dagen) met z’n allen naar de woonboulevard geweest en op tv het kerstcircus gekeken. De kerstviering had ik donderdag al gehad met de kinderen van de basisschool. Dus even geen kerkdiensten en lekker lang in pyjama rondhangen. Ik vond het prima zo, en de kinderen ook.

Kerst wordt door de media opgeklopt tot een waar familiegebeuren. En daar zit hem volgens mij meteen ook het probleem. Want waar vinden we tegenwoordig nog gezinnen die nog compleet zijn én het goed met elkaar hebben? Eén op de drie huwelijken eindigt in een echtscheiding en een groot deel daarvan loopt uit op een vechtscheiding. De kinderen zijn de dupe, en twee volwassenen zijn beschadigd voor het leven. Vertrouwen, zelfbeeld en mensbeeld hebben (soms onherstelbare) deuken gekregen.
Als ik kijk naar de mensen die in mijn praktijk komen, of naar mijn studiegenoten dan zie ik van heel dichtbij het leed dat familie heet. Niemand is volmaakt, ook ouders niet. Zij zijn ook weer het product van hún opvoeding. Maar de gevolgen zijn vaak groot en slepen lang door. En dan komt kerst. De blaadjes staan vol prachtig gedekte tafels, blije gezichten, ouders, grootouders en kinderen die elkaar omhelzen en liefdevol aankijken. Het verlangen van iedereen. Maar helaas voor velen een illusie. Pijnlijk maar waar.

En toch... kerst is meer! Meer dan gezellig samenzijn met familie of vrienden. Ik geloof dat je kerst kunt vieren in je eentje zonder eenzaam te zijn. Ik schreef in een stukje op de pagina van mijn praktijk: “Eenzaamheid heeft te maken met verbinding.” Bij verbinding denken we meteen aan de verbinding met een ander. We zijn tenslotte gemaakt voor relaties! Maar voordat we ons op een gezonde manier kunnen verbinden aan een ander, mogen we ons eerst verbonden weten met onszelf. Dat klinkt bepaald niet christelijk, maar toch geloof ik dat het zo is. Je verbonden weten met jezelf betekent voor mij: Ik weet wie ik ben en heb mezelf geaccepteerd zoals ik ben. Met al mijn mooie kanten, maar ook met mijn donkere kanten. Zoals er tijdens het laatste weekend van de opleiding werd gezegd: “Ik ben wie ik ben, en dat is best oké!” Als je dat echt kunt zeggen, dan heb je die ander niet in de eerste plaats nodig om gelukkig te zijn, of om je gewaardeerd te voelen. Dan weet je dat je bestaansrecht hebt. Gewoon, omdat je er bent, omdat je ademt. Niet omdat je zo hard werkt of het lekkerste kerstmenu op tafel zet, of de gezelligste moeder bent, of de beste pianist of de grappigste lolbroek. Dan kijk je niet meer naar anderen die het gat in jouw binnenste toch niet kunnen vullen, of naar dat gelukkige gezin (voor de buitenwereld) wat ver buiten jouw bereik ligt omdat je net afgedankt bent en je partner er met een ander vandoor is gegaan. Dan kijk je jezelf ‘s morgens in de spiegel aan en glimlach je. Ik ben wie ik ben... en dat is best oké... Ik ben niet alleen maar leuk, lief en aardig. Ik heb ook pijn en verdriet, kan soms ongenuanceerd uit de hoek komen, twijfel of ben onzeker. Maar over het geheel genomen is er goed met mij te leven.
“Jij en ik, wij redden het wel vandaag!”, zeg ik ‘s morgens wel eens tegen m’n grijnzende spiegelbeeld. Dan is een dag alleen toch niet eenzaam!

Vandaar uit, vanuit de verbinding met jezelf, kun je verder. Mag je jezelf verbinden aan een ander. Mag een ander jou leren kennen en mag jij die ander leren kennen. Mag je geven en ontvangen, in balans. Dat dan weer wel... Mag jij wellicht een keer iemand een onvergetelijke kerst bezorgen of durf je weer te genieten van een gezellig samenzijn, ondanks dat je weet dat daarmee jouw gezin of familie niet verandert.

Eenzaamheid zit niet in de aanwezigheid of afwezigheid van mensen, maar  in je eigen hart. Maar ook het tegenovergestelde is waar. Nu kun je je afvragen wat het tegenovergestelde is van eenzaamheid. Ik denk dat dat niet zozeer gezelschap is, maar wat dan wel? Misschien komt “bestaansrecht” wel het dichtst in de buurt. Er mogen zijn, gewoon om wie jij bent (niet om wat je doet). Ook dat zit vooral in je eigen hart. En ja, het is fijn als dat door anderen bevestigd wordt, maar daar hoef je niet van afhankelijk te zijn.

Kerst is voorbij. De eenzaamheid bij velen nog niet. Alleen is die wat makkelijker te verbergen omdat het leven weer doorgaat. Misschien iets om de komende tijd eens over na te denken, of over in gesprek te gaan met iemand met wie jij je verbonden weet. Ik hoop en wens je toe dat je net als ik op het punt komt dat kerst gewoon een feestdag is, die je op jouw manier mag invullen. Een dag met een randje, omdat het feest is. Een gouden randje omdat kerst de verjaardag is van Jezus, mijn vriend met wie ik mij verbonden weet als met geen ander!

vrijdag 2 oktober 2015

Puur leven...

Het gebeurde in een onbewaakt ogenblik. Eigenlijk zou ik deze ochtend besteden aan het bijwerken van de administratie. Niet echt mijn grootste hobby en meestal vind ik wel een reden om het niet te doen. Ik schonk een stevige mok koffie in, zette een cd op en ging aan de slag. Het vlotte redelijk en na een uurtje vond ik dat ik wel een pauze verdiend had. Ik bekeek mijn boekenkast eens en mijn oog viel op een boekje dat ik jaren geleden eens gekocht had: “Je mag huilen...” Een boek over de worsteling die je kunt hebben met onvruchtbaarheid of miskramen. Als vanzelf pakte ik het boek uit de rij en bladerde er door heen. Vaag herinnerde ik me de inhoud. Mijn ogen bleven hangen op een bladzij met schuingedrukte woorden. Een lied van Tim Hughes.

I've had questions without answers
I've known sorrow, I have known pain
But there's one thing that I cling to
You are faithful, Jesus You're true

When hope is lost, I call You Saviour
When pain surrounds, I call You Healer
When silence falls, You'll be the song 
within my heart

In the lone hour of my sorrow
Through the darkest night of my soul
You surround me, You sustain me
My defender for ever more

And I will praise You, I will Praise You
When the tears fall, still I will sing to You
I will praise You, Jesus praise You
Through the suffering, still I will sing to You

When the laughter fails to comfort
When my heart aches, Lord You'll be there
When confusion is all around me
And the darkness is my closest friend
Still I'll praise You, Jesus I’ll praise You 

Through the suffering, still I will sing to You... Lijden, pijn, eenzaamheid, ziekte, verdriet, rouw, teleurstelling, trauma’s... wie heeft er niet mee te maken? Vorige week startte ik mijn studie in een groep van 22 studenten. Iedereen met zijn eigen verhaal, waarvan we slechts een heel klein stukje met elkaar konden delen. Maar achter elk gezicht een leven met meer of minder sporen én krassen.
Wie komt er uit een harmonieus gezin of heeft nog nooit iets ingrijpends meegemaakt? Ze zijn denk ik op één hand te tellen. De meesten van ons dragen wel iets van de gebrokenheid van deze wereld met zich mee. Maar, mag dat er ook zijn? Of spelen we mooi weer met elkaar? Laten we ons vrolijkste gezicht zijn en zeggen we dat het allemaal prima gaat terwijl we van binnen eenzame tranen huilen, of misschien wel een ijsberg aan pijn hebben opgeslagen.

Ik wil het leren: puur leven, echt zijn! Me niet verbergen achter van alles en nog wat, maar laten zien wie ik echt ben. Ik hoor nu in gedachten mensen de vraag stellen: “Maar dat doe jij toch al?” Nou, ten dele... Ja, ik ben een open boek, ik heb door het uitbrengen van mijn levensverhaal een kijkje gegeven in mijn pijn en worstelingen. Ik schrijf regelmatig over dingen die mij echt aan het hart gaan, maar toch... kan ik ook zeggen dat het even niet gaat? Dat ik lamgeslagen ben na het horen van een verdrietig verhaal? Dat ik het moeilijk vind als ik foto’s langs zie komen van schijnbaar gelukkige broertjes en zusjes en ik ons eigen gezin van herkomst daar als gebroken naast leg?

Ik merk dat met name christenen er moeite mee hebben om eerlijk en puur te leven. We hebben met elkaar een soort standaard gecreëerd van: als je gelovig bent, sta je positief in het leven, ben je altijd blij en optimistisch en twijfel je nooit. Als je daar niet aan kunt voldoen laat je dat in ieder geval niet merken... en zegt het ook wel iets over jouw geestelijke toestand en je relatie met God. Zo leggen we elkaar een last op en dwingen we elkaar een rol te spelen in de poppenkast (zoals mijn niet-gelovige vader de kerk altijd noemde).

Ik ben van mening dat we, of we het leuk vinden of niet, te maken hebben met de gebrokenheid van de wereld. De gevolgen van die allereerste zonde in het paradijs waardoor het volmaakt en eeuwige leven opeens veranderde in onvolmaakt en tijdelijk. We hebben te maken met ziekte, soms chronisch of acuut, of progressief tot de dood erop volgt. We hebben te maken met onvruchtbaarheid, miskramen, kindjes die sterven tijdens of na de geboorte. We kunnen niet onder de dood uit van onze geliefden. We zien haat en oorlog, vluchtelingen. We maken van dichtbij mee dat kinderen seksueel misbruikt worden of emotioneel verwaarloosd. We zien het om ons heen gebeuren dat één op de drie huwelijken strandt met alle gevolgen van dien (nog niet eens meegenomen wat er vaak aan vooraf gaat).

Lijden is er, soms heel dichtbij in ons eigen leven, of in het leven van onze vrienden of familie, of verder weg in de wereld. De vraag is wat we ermee doen. Verstoppen we het of komen we ermee voor de dag. Mag de pijn er evengoed zijn als de blijde dingen? Geven we de ander de kans om samen met ons even stil te staan bij het verdriet of de twijfels? Niet om er eindeloos in te blijven hangen of als een zielepiet door het leven te gaan, maar omdat pijn net zo goed bij het leven hoort als blijdschap! Misschien is dat wel wat mij zo raakte in het lied van Tim Hughes. De eerlijkheid over dat er pijn is, dat er onbeantwoorde vragen zijn. Dat er twijfels zijn en donkere nachten. Maar dat ondanks dat er hoop is! Geen goedkope antwoorden of surrogaatoplossingen maar een echte, levende hoop: Jezus! Jezus die Zelf heeft meegemaakt wat lijden is, wat afwijzing is, wat mensen je aan kunnen doen... Weet je wat er in Hebreeën 4 staat:
Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat Hij niet vervallen is tot zonde.  Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden. 
Mooi hè? We hebben altijd iemand om naar toe te gaan...
We hoeven ons niet groter voor te doen dan we zijn!
Alleen dat al maakt een lied in mij wakker... “Through the suffering I will sing to You!” Het zal soms een lied zijn met een gebroken stem... nou én? Een lied met tranen, maar ook met hoop en blijdschap.

Dát is puur leven! Dat alles er mag zijn. Niet alleen de goede dingen, maar ook de moeilijke, de scherpe kantjes. Zo wil ik steeds meer worden. In alle facetten van het leven: als hulpverlener, als mens, als vriendin, als echtgenoot, als collega, als medestudent... puur, oprecht, open: een levend(ig) voorbeeld!

zaterdag 16 mei 2015

Als het leven soms pijn doet...

Nog een allerlaatste keer lees ik de aantekeningen door die ik de afgelopen dagen aan het papier heb toevertrouwd. Ik bid dat de woorden door God gebruikt zullen worden om te troosten en moed te geven. Het verdriet is zo groot. Dinsdag ben ik even bij Richard en Marije langs geweest en mocht ik de kleine Levi zien. Wat was hij klein, maar ook zo mooi. Wat lag hij er vredig bij. Maar ook... wat vreselijk verdrietig dat het alleen zijn lichaampje nog maar was. Levi is na 33 kostbare uren terug gekeerd naar Zijn Schepper. Een wonder dat hij er nog zo lang mocht zijn, dat Richard en Marije hun zoon konden koesteren, dat Eva en Boaz hun broertje konden knuffelen en vasthouden. 33 uur... toen kwam het onvermijdelijke moment en moesten Richard en Marije Levi laten gaan. Zijn lichaam mocht nog een paar dagen bij hen blijven en vandaag is de dag gekomen dat we ook daarvan afscheid moeten nemen.

We rijden naar de zaal toe waar de afscheidsdienst gehouden zal worden. Het muziekteam is nog aan het soundchecken en de heldere stem van de zangeres klinkt door de zaal:
"Deze vrede leeft in mij,
ook wanneer mijn afscheid komt,
als een anker voor mijn ziel,
want ik weet: het is goed..."
Ik zucht even en we zoeken een plekje om straks te zitten.

De mensen komen binnen en de zaal loopt langzaam maar zeker vol. Ik zie de ouders van Richard en Marije, familie, veel mensen uit de kerk, wat onbekenden voor mij. Op de achtergrond draait een prachtige film over de afgelopen 9 maanden en de 33 uur dat Levi er mocht zijn. Ik probeer er niet te goed naar te kijken want ik wil mijn emoties nu nog beheersen.
Dan wordt het stil. De begrafenisondernemer, ook een gemeentelid van onze kerk, vraagt ons op te staan. Het muziekteam zet in en terwijl de woorden uit psalm 23 klinken komen Richard, Marije, Eva & Boaz binnen. Boaz zwaait vrolijk naar opa en oma die hij meteen ziet. Een klein wit kistje, met liefde gemaakt door Marije's broers, wordt gedragen door Richard. Een vader die zijn zoon naar zijn laatste rustplaats moet dragen. Er rollen toch tranen over mijn gezicht. Zoveel gedachten, zoveel emoties.

De dienst wordt geopend, er klinken woorden en we bidden.
We zingen met elkaar "Groot is Uw trouw...", het lied dat voor Richard en Marije als een rode draad door hun leven loopt. Gezongen in hun trouwdienst, bij hun doop en vandaag weer. Het is ook zo, Gods trouw was er, is er en zal er zijn. Hij is erbij, ook vandaag op deze moeilijke dag. De kleine Boaz zingt het lied "Ik zag een kuikentje...". Ontroerend klinkt zijn stemmetje door de microfoon: "In de schaduw van Uw vleugels wil ik schuilen o Heer..." Ja, een betere plek is er ook niet te vinden. We hebben het allemaal nodig om zo'n veilige schuilplaats te hebben, om even troost te zoeken en weg te kruipen.

Dan zingt Judith, een gemeentelid, een lied. Haar stem klinkt warm en vol passie en ik laat de woorden met kippenvel op mijn armen op me inwerken:

Als het leven soms pijn doet
en de storm gaat tekeer
in een tijd van moeite en verdriet,
alsof de zon niet meer opkomt
en het altijd donker blijft,
en de ochtend het daglicht nooit meer ziet.

Als ik kom met al m’n vragen,
met m’n twijfels en m’n pijn,
met m’n angst en onveiligheid,
dan lijkt de hemel soms van koper,
geen gebed komt er doorheen
en ik verstik in onzekerheid

Juist op die momenten,
als het echt niet meer gaat
laat me merken, laat me voelen
dat U werkelijk bestaat,
dat uw armen om mij heen zijn
en uw liefde mij omgeeft,
dat ik zal zien, als ik terug kijk,
dat U mij gedragen heeft.

Ik bedenk me hoe wonderlijk de dingen lopen. Hoe God Zijn hand heeft gehad in de afgelopen maanden, maar ook in de dienst van vandaag. Er is geen onderling overleg geweest, ik heb geen liturgie gezien, ik heb Judith niet gevraagd welk lied ze ging zingen en zij mij niet gevraagd welke tekst ik zou gebruiken. Maar alles sluit zo bijzonder mooi op elkaar aan. Dit lied verwoord zo mooi wat er vandaag speelt. De pijn, het verdriet, de vragen... ze mogen er zijn. Maar ook de zekerheid dat God erbij is. Dat Hij draagt, de afgelopen maanden, vandaag en ook hierna. Misschien niet altijd voelbaar of zichtbaar, maar terugkijkend zo duidelijk aanwezig.
We zingen er nog meer liederen over en dan mag ik delen wat ik heb voorbereid.

Geprezen zij de Here.
Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil.
Die God is ons een God van uitreddingen,
bij de Here Here zijn uitkomsten tegen de dood. (Ps. 68:20-21)

Het is aangrijpend om de vele huilende mensen voor me te zien. Ik realiseer me zo goed dat een dienst als vandaag veel verder gaat dan alleen het verdriet om Levi. Iedereen die hier is heeft zijn eigen verhaal, draagt zijn eigen pijn of leegte, zijn eigen verlies, met zich mee. Maar midden in het verdriet, in het afscheid dat vandaag genomen moet worden mogen hoopvolle woorden klinken. Woorden van troost, van leven, van hoop! Dat neemt het verdriet niet weg, maar het maakt wel dat het geen wanhopig, uitzichtloos verdriet is. Ik ben dankbaar dat ik dit vandaag mag doen voor Richard en Marije. Dankbaar dat ik mag afsluiten met de woorden van Jezus Zelf: "Ik ben de Opstanding en het Leven, wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven. En wie in Mij gelooft en leeft zal in eeuwigheid niet sterven..." (Johannes 11:25-26)

Ik ga terug naar mijn plaats en de begrafenisondernemer geeft het woord aan Marije. Die lieve, moedige, krachtige en kwetsbare Marije... wat een getuigenis geeft ze. Daar, zittend naast haar rots in de branding, vertelt ze over de afgelopen maanden, over Levi, over hoe God de weg voor hen gebaand heeft, hoe de naam Levi (hij die verbindt) zo'n enorme werkelijkheid is geworden. In de gemeente, in de familie, zelfs onbekenden die door het verhaal van Levi herstel vonden voor leed in hun eigen leven. Maar misschien nog wel het grootste wonder, hoe Levi Richard en Marije weer opnieuw aan elkaar verbonden heeft.
De tranen stromen over mijn gezicht. Wat houd ik veel van deze mensen. Wat hou ik van die openheid, die kwetsbaarheid, het delen van de dingen van je hart. Wat een verdriet, maar ook, wat een troost en hoop.

De dienst gaat naar een einde en als Richard & Marije met hun familie de zaal verlaten om Levi naar zijn laatste rustplaats te brengen speelt op de achtergrond het filmpje over het leven van Levi weer. Ontroerend, verdrietig, blij, kwetsbaar, vol verlangen maar ook hoopvol en troostend. Als laatste komen de woorden in beeld die we in gedachten mogen houden voor we allemaal ons weegs weer gaan:
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
(Openbaring 21)

Vol verlangen kijk ik uit naar die dag... die dag dat het leven geen pijn meer doet!