Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen

maandag 16 april 2018

Ik (b)en mijn lijf

Een nieuwe blog op mijn website:
Ik (b)en mijn lijf

Mijn gevecht met mezelf. Maar ook stapjes vooruit...


woensdag 29 november 2017

Plaatsvervangend excuus

Open brief

Precies een maand geleden schreef ik een open brief aan voorgangers en predikanten en andere mensen met een leidinggevende positie. Ik riep hen op om het taboe op seksueel misbruik te doorbreken en voor slachtoffers op de bres te gaan staan.

Er kwamen talloze reacties, soms openbaar, maar vooral in privéberichten van mensen die zich herkenden in mijn verhaal. Het verhaal van misbruik en het gebrek aan reactie en erkenning. Eenzame en verdrietige verhalen van onrecht en niet gehoord worden. De brief werd zo’n 4500 keer gelezen, wat veel lijkt, maar eigenlijk niet zo heel veel is als je bedenkt hoeveel christenen ons land telt.

Een stem zijn

Door de reacties van zoveel mensen te lezen werd ik geraakt en kwam mijn verlangen om een stem te zijn voor hen die niet durven of kunnen spreken weer boven. Om erkenning te geven aan anderen, om anderen te stimuleren ook met hun verhaal naar buiten te komen en om iedereen te laten zien dat het mogelijk is om ondanks een heftig verleden nu te kunnen genieten van het leven.

Een paar weken geleden werd ik benaderd door ‘Vrouw.nl’ met de vraag of ik mijn verhaal wilde doen. Ik kende Vrouw niet, maar het bleek een onderdeel te zijn van een krant met daarnaast ook allerlei nieuwsberichten. Vorige week had ik een interview met hen en gister stond het artikel online.

Weer kwamen er allerlei reacties. Vooral reacties van mensen die me moedig, sterk en krachtig vonden. Ook reacties vol afschuw. Waarom had niemand het voor mij opgenomen? Waarom hadden mijn ouders en de kerk destijds gezwegen in plaats van mij te steunen en mij te helpen aangifte te doen?

Kintsukoroi 

Vanmorgen plaatste ik een berichtje op mijn facebook tijdlijn. Ik had er behoefte aan om te relativeren. Mensen noemen mij sterk en moedig. Misschien is dat zo, maar ik ben me er ook zo van bewust dat het niet alleen dankzij mezelf is dat ik nu als een krachtige (en ook kwetsbare) vrouw in het leven sta. Het is ook dankzij de genade van God die keer op keer mensen op mijn weg bracht die me verder hielpen.

Ik zie mezelf als een voorbeeld van Kintsukoroi. Gebroken door het leven, door onrecht, door wat mensen deden of nalieten. Maar met gouden randjes gelijmd tot een prachtig en bruikbaar mens. De liefde en trouw van God zijn die gouden randjes in mijn leven. Zichtbaar geworden door velen die onvoorwaardelijk van mij hielden en houden en met mij begaan waren.

Ik weet zeker dat dit niet alleen voor mij is weggelegd, maar dat iedereen die met de brokstukken van zijn leven bij God komt kan herstellen tot iets prachtigs.

Excuus namens de kerk

Vanmiddag was ik aan het werk in mijn praktijk. Nadat mijn laatste bezoeker was vertrokken checkte ik even mijn mail. Er was een mailtje van een voor mij onbekend iemand met als titel: ‘Bericht op internet’. Ik opende het bericht en scande even snel het bericht. Mijn hart sloeg even over en ik begon overnieuw met lezen. Er liepen tranen over mijn wangen.

Geachte mevrouw Stoker, Mijn naam is ... en ik ben missionair predikant.... Uw verhaal op internet over misbruik door uw broer met alle gevolgen van dien heb ik gelezen. Aangrijpend en onvoorstelbaar hoe mensen op u en uw verhaal gereageerd hebben. Bijzonder hoe u uiteindelijk door alle dingen heen gegaan bent en wat het u nu gebracht heeft.

Dat wilde ik graag even tegen u zeggen en hoewel ik niets met die reactie vanuit de kerk te maken heb, zou ik u toch namens de kerk excuus willen aanbieden. (ik voel een soort plaatsvervangende schaamte). Ik weet niet of uzelf nog iets hebt met de kerk en met het geloof in God, maar ik wens u van harte Zijn zegen toe, voor u en uw man en ook voor het werk dat u doet.

Erkenning

In al die jaren is mij dit nog nooit overkomen. Het raakt me diep. Dat iemand de moed heeft om als predikant namens de kerk excuus aanbiedt. Dat iemand de woorden spreekt die nooit geklonken hebben. Wat bijzonder en wat ben ik daar dankbaar voor. Het voelt voor mij als erkenning van mijn verhaal. Eindelijk, na zoveel jaren komt er een reactie vanuit de kerk. Nee, niet de kerk waar het plaatsvond, maar dat doet er voor mij niet toe. Ik mailde de predikant terug. Een stuk uit mijn mail:

Beste dominee,

Heel hartelijk bedankt voor uw mail. Ik was op mijn werk en las daar het bericht nadat mijn laatste cliënt vandaag vertrokken was. Ik ben er enorm door geraakt en heb achter mijn bureautje wel even gehuild. Dank u wel voor uw woorden en uw excuus namens de kerk. Nog nooit eerder is er iemand geweest die daarop terug gekomen is en die (ook al is het plaatsvervangend) gezegd heeft hoe het hem spijt wat er gebeurd is. Dit nu te lezen is helend en voelt voor mij als een erkenning die er nooit geweest is.

Het geloof in God ben ik nooit kwijtgeraakt. Sterker nog, ik heb in mijn leven ervaren dat God ten goede kan keren wat door mensen beschadigd is. Hij heeft steeds mensen op mijn pad gebracht die mij hielpen in mijn herstel en die mij erop wezen dat God mij kon en wilde helen. Ik ben dankbaar dat ik nog leef, want ik ben door ernstige depressies gegaan, en het is nu mijn passie om datgene wat ik zelf ontvangen heb weer door te geven. Ik wil graag een stem zijn voor hen die nog niet durven of kunnen spreken...

Het is mijn verlangen dat ik door mijn verhaal te delen, maar vooral te delen van het herstel en de mogelijkheid om je verleden te boven te komen, anderen hoop kan geven zodat ze in hun levens ook zullen ervaren dat God zo anders is dan wat Zijn grondpersoneel soms laat zien. Ik wens u ook zegen op uw werk. Hartelijk dank dat u deze mail wilde sturen. Balsem op een gevoelige plek in mijn leven.

Hartelijke groet,
Judith Stoker

Nogmaals een oproep

Ik ben ontroerd en geraakt door deze mail en geef hem graag door aan iedereen die zich herkent in mijn verhaal, op welke manier dan ook. Het is zo mooi dat na zoveel ‘doofpot affaires’ en ‘mantels der liefde’ nu een predikant de moed heeft om te erkennen dat dit nooit had mogen gebeuren. Het is mijn wens en hoop dat dit het begin is. Dat er meerdere predikanten en voorgangers dit voorbeeld zullen volgen en erkenning zullen geven aan het onrecht dat er in hun gemeenten plaats vond. Dat ze excuses zullen aanbieden aan de slachtoffers, ook al is het al jaren geleden. Goed voorbeeld doet goed volgen!

Mijn vraag aan jullie is om deze blog te delen, met je vrienden, met de leiding van je gemeente, met je voorganger of predikant. Ook als je niet misbruikt bent, juist dan, want daarmee sta je op de bres voor hen die dit overkwam.

Als predikanten en voorgangers erkenning geven aan slachtoffers en excuus aanbieden help je slachtoffers om verder te komen in hun herstelproces. Krijgen ze ruimte om met hun verhaal te komen en wordt er verzorgende, helende olie gegoten in een wond die zo vaak nog open ligt.

Bedankt dominee voor uw moed!

woensdag 15 november 2017

Moed nodig?

Ben je een knecht van je angst of een koning van je verlangen? Een zinnetje uit het boekje ‘Durf te leven’ van Mirjam van der Vegt. Toen Mirjam een paar jaar geleden tijdens een conferentie waar ik mocht spreken dit boek presenteerde sprak ze deze woorden uit. Ik noteerde ze in mijn schrift. Onnodig, want op de één of andere manier werd dit zinnetje opgeslagen op de harde schijf van mijn hart.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik ben regelmatig een knecht van mijn angst. Als je mij volgt op facebook dan lijk ik misschien heel wat. Altijd in voor een grap, meestal opgewekt en positief gestemd, bemoedigend, gelovig, kritisch, bevlogen en enthousiast. En nee, dat is geen schone schijn, want dat is helemaal zoals ik ben. Maar, soms, of af en toe, misschien wel regelmatig, is er ook een andere kant. Een angstige kant, een ‘ik’ die bang is om te falen, om niet aardig gevonden te worden, om gezichtsverlies te lijden, om anderen teleur te stellen.

‘Dat kind’


Een voorbeeld uit mijn eigen leven. Ik heb intervisie met een groepje medestudenten. Eén van hen is een paar weken geleden vader geworden. Hij en zijn vrouw volgen beiden de opleiding en we zitten bij elkaar in de groep. ‘Volgend weekend nemen we de baby mee. Een experiment, kijken of dat bevalt.’ Ik zeg niks maar voel van alles. Ik bouw mijn leven zorgvuldig om baby’s heen. Ga alleen in de hoogst noodzakelijke gevallen op kraamvisite, vermijd gelegenheden waar ik wat met baby’s moet, zal me nooit beschikbaar stellen als crèchemedewerker en dat soort dingen. Heel soms vind ik het fijn om even met zo’n klein, kwetsbaar mensje te knuffelen, de vingertjes te bewonderen, het lekkere babyluchtje te ruiken en te genieten van het bijzondere contact zonder woorden met zo’n mini-mensje. Maar dan wil ik er zelf voor kunnen kiezen.

Ik rijd naar huis en denk erover na. Wat vind ik ervan dat ze de baby meenemen naar het studieweekend? Ik vind het niet fijn geloof ik. Ik heb plaatjes in mijn hoofd van een voedende moeder in de kring, een aandacht trekkende baby, iedereen die vol bewondering boven de kinderwagen hangt, de ‘aaaaahhhs en ooohhhhhhs’ omdat de schattigheid eraf straalt en ik voel me nu al leeg. Zij wel, ik niet.

‘Maar dat is egoïstisch’, spreek ik mezelf streng toe. ‘Je moet blij voor hen zijn en ze hun geluk gunnen. Je moet je niet zo aanstellen dame, kom op, je bent 43 jaar en je hebt genoeg gehuild om je ongewenste kinderloosheid. Dat moet nu wel eens klaar zijn.’ Ik schud alle gedachten van me af, zet de muziek harder en rijd naar huis.

Het weekend erna is het studieweekend. Ik ben vroeg en heb al een plekje in de kring opgezocht. Ik zit met m’n beker koffie te kijken naar iedereen die binnenkomt. ‘Hé, wat leuk! Freek en Willeke hebben de baby bij zich!’ hoor ik een medestudent zeggen. ‘Ik weet niet of ik dat leuk vind’, zeg ik hardop. Ik zet me schrap. Ik zit vastgeplakt aan mijn stoel en terwijl een aantal groepsgenoten hen feliciteren en een blik in de kinderwagen werpen voel ik me ongemakkelijk.

Als we een openingsrondje doen, ben ik vrijwel meteen aan de beurt. Ik twijfel nog een fractie van een seconde en dan gooi ik het er toch maar uit. ‘Ik vind het gewoon super ingewikkeld dat jullie ‘dat kind’ mee genomen hebben!’ zeg ik al huilend, en mijn hele verhaal, alle afwegingen en gedachten komen eruit. Doodsbang wat iedereen ervan vindt en denkt en ergens ook bang om Freek en Willeke te kwetsen. Het lucht echter vooral op, we kunnen er daarna gewoon over praten, niemand wordt boos of is teleurgesteld in mij en sterker nog: mensen zeggen dat ze blij zijn dat ik het deel, zodat ze weten hoe het voor mij is. Ik krijg later op de dag van iemand een compliment als hij zegt dat ik een voorbeeld ben in het bespreekbaar maken van wat er in je leeft.

De lading van de aanwezigheid van ‘dat kind’ is er voor mij meteen af en ik heb er verder helemaal geen last van dat het kleine mannetje erbij is. Af en toe wordt er gegrapt over ‘dat kind’. Ik kan het prima hebben.

Angst belemmert


Mijn angst voor wat anderen van mij zullen vinden, mijn angst om afgewezen, voor gek verklaard of buitengesloten te worden, angst om een meningsverschil te hebben, heeft mij jarenlang in een bepaalde rol geduwd. De rol van behulpzame, meelevende, empathische, snelle, ijverige, gelovige en enthousiaste vrouw. Dat ben ik ook, zeker wel. Ik ben echter in de loop van mijn leven gaan geloven dat mensen mij alleen maar accepteren als ik dat deel van mezelf laat zien. Als die andere kant tevoorschijn komt, dan raak ik vast mensen kwijt.

Angst voor relatieverlies, zoals we dat zo mooi noemen. Die angst belemmert mij om mezelf te zijn. Om echt, transparant, puur te zijn. Want als mensen toch eens zouden weten wat ik écht denk en voel... dan zouden ze van me wegrennen.

Zolang ik me laat leiden door angst voor relatieverlies zit ik gevangen in mezelf. Moet ik altijd afwegingen maken in wat ik wel en niet zeg, is het moeilijk om grenzen aan te geven en nee te zeggen en moet ik het iedereen vooral maar naar de zin maken. Ik word geremd om voluit te leven en... ik laat me niet kennen!

(En nee, ik bedoel niet dat je alles altijd maar ongenuanceerd en ongezouten over anderen heen moet gieten en je mening moet geven. Natuurlijk mag je afwegen en rekening houden met anderen en hun gevoelens.)

Verlangen


De belangrijkste waarden in mijn leven zijn openheid, puur zijn en kwetsbaar zijn. Ik verlang ernaar een vrouw te zijn waar mensen van op aan kunnen. Waar mensen op kunnen leunen, maar die hen ook aanspoort op eigen benen te gaan staan. Een krachtige vrouw die ook pijn kan voelen en verdragen. Een vrouw die opkomt voor hen die onrecht is aangedaan of lijden aan dit leven, maar ook een vrouw die kan ontvangen omdat ik ook troost en begrip nodig heb als ik het moeilijk heb. Een vrouw die grenzeloos enthousiast is, maar die ook nee kan zeggen en grenzen heeft. Een vrouw die net zoveel van zichzelf houdt als van anderen. 

Als ik me me laat leiden door mijn angst voor wat mensen over mij zouden kunnen denken, dan zal ik de vrouw van mijn verlangen niet worden. Dus de vraag is wat het zwaarst weegt: Mijn verlangen of de angst.

Hoe groter mijn verlangen is om die vrouw-uit-één-stuk te worden, des te minder mijn angst te vertellen heeft. Hij is er nog wel, want het is een oude vriend die me in vroeger tijden ook geholpen heeft. Maar hij heeft minder te zeggen. Pas geleden hoorde ik een mooie uitspraak: Als je moed nodig hebt, kijk dan naar je verlangen, in plaats van naar je angst.

Moed


Ik weet niet waar jij naar verlangt en waar je door tegengehouden wordt, wat jouw angsten zijn. Misschien wil je een andere baan of een studie gaan volgen maar laat je je belemmeren door de angst dat het je toch niet gaat lukken. Wil je een reis maken maar durf je niet te vliegen. Wil je een boek schrijven maar laat je je weerhouden door de angst dat je geen uitgever kunt vinden. Wil je een vrouwen- of moedergroep beginnen, of een lotgenotengroep, maar durf je niet, want wie ben jij? Wil je een bedrijf beginnen, of een project opzetten, of wil je van je hobby je werk maken, maar blijf je steken bij de leeuwen en beren.

Ben jij een koning van je verlangen of een knecht van je angst?

Wil je iets écht anders gaan doen in je leven dan heb je moed nodig. En moed krijg je als je je verlangen de baas laat zijn over je angst.

Jozua


Van de week deed ik een testje op internet. Aan de hand van een aantal vragen kwam eruit dat ik het meest op ‘Jozua’ uit de Bijbel lijk. Ik vond het een prachtige vergelijking want Jozua is wat mij betreft één van de meest moedige mensen uit de Bijbel.

Als Mozes twaalf verspieders naar Kanaän stuurt om te kijken of het land kan worden ingenomen is Jozua één van de twee die niet kijkt naar de reuzen die er in het land wonen. Hij kijkt niet naar hoe sterk de mensen zijn, hoe ommuurd de steden zijn en wat voor onmogelijke missie het is. Hij laat zich leiden door het verlangen naar het beloofde land. Het verlangen dat overeen kwam met Gods belofte. Hij zegt:


‘Het land waar wij geweest zijn, is een prachtig land. Er is genoeg te eten voor iedereen, meer dan genoeg. Als de Heer goed voor ons is, zal hij ons erheen brengen en het land aan ons geven. Maar dan moeten jullie je niet tegen de Heer verzetten. Jullie moeten niet bang zijn voor de inwoners van Kanaän. We kunnen hen makkelijk verslaan. Want zij hebben niemand die hen beschermt, en wij wel. De Heer zal ons helpen. Wees dus niet bang.’ (Numeri 14:7-9 BGT)

De houding van Jozua werd beloond. Hij mocht het volk Israël het land Kanaän binnenbrengen. Hij werd als leider aangesteld over het volk. En weet je wat ik zo gaaf vind? Dat God zelf Jozua bemoedigt. Hij zegt tot drie keer toe tegen hem als hij aan het begin staat van zijn carrière als leider:

‘Wees (zeer) sterk en moedig!’ (Jozua 1:6,7 en 18)

Als jouw verlangens oprecht zijn en overeenkomstig Gods hart, dan mag je de baas worden over je angsten en de woorden die God tot Jozua sprak tot je nemen: Wees sterk en moedig! Zoals ook in spreuken 29:25 staat:

Je hoeft niet bang te zijn voor andere mensen. Vertrouw op de Heer, dan ben je veilig.

Ben jij een koning van je verlangen of een knecht van je angst? Ik wens je veel moed toe!

zondag 29 oktober 2017

Brief

Aan alle predikanten, voorgangers en hen die op welke manier dan ook leiding geven aan (een deel van) een christelijke gemeenschap,

Afgelopen week kwam er weer eens een misbruikzaak openbaar. Dit keer in een evangelische gemeente. De reactie van de gemeenteleiding choqueerde mij. Allerlei emoties gingen door mij heen. Verdriet, boosheid, medelijden, onbegrip, machteloosheid en afkeer wisselden elkaar af. Ik las de artikelen die op internet en in de kranten verschenen en de reacties daarop. Natuurlijk realiseer ik me dat er aan alle verhalen die in de media komen kanten zitten die niet genoemd worden, dat er geen compleet beeld wordt gegeven. Maar dat weerhoudt mij er niet van om deze brief te schrijven.


De doofpot



Het zal ongeveer 1988 zijn geweest toen ik, destijds zo’n 14 jaar jong, mijn verhaal durfde te vertellen aan de conrector van de middelbare school. Ik had regelmatig gesprekken met hem omdat het niet goed ging met me. Hij was een doortastende man die al snel door had dat er meer aan de hand was dan de gebruikelijke puberteitsperikelen. Op een dag kwam het hoge woord eruit: ‘Mijn broer heeft me seksueel misbruikt’. Het misbruik was inmiddels gestopt maar ik droeg het als een geheim en last met me mee.


Mijn ouders werden ingelicht en een aantal maanden daarna moest ik bij een ouderling van de Gereformeerde Gemeente (mijn moeder en wij als kinderen waren lid van deze kerk) langs komen voor een gesprek. Ik kan me de tafel waar we aan zaten, bij hem in de woonkamer, het kleed dat op tafel lag, de kopjes op tafel en een aantal dingen die de ouderling tegen me zei nog herinneren alsof het gister was.


De man vroeg niet aan mij wat er gebeurd was, hoe lang het geduurd had, hoe ver het gegaan was, hoe het nu met mij ging en hoe ik kon leven met zulke heftige gebeurtenissen. Ik kreeg geen compliment dat ik de moed had gehad om met mijn verhaal naar buiten te komen. De man somde de informatie op die hij van mijn moeder had gekregen. Ik kreeg te horen dat ik geen makkelijk kind was en dat ik het mijn ouders wel heel lastig maakte. Er was dan ook wel veel gebeurd, zo zei hij. Maar, als hij het goed begrepen had, op dit moment was er geen sprake meer van nare gebeurtenissen tussen mij en mijn broer? Ik beaamde dat. Het woord ‘seksueel misbruik’ werd niet genoemd. Toen klonken de woorden die ik mijn leven lang niet meer zal vergeten:


‘Het is voor iedereen het beste dat we het dan vergeven en vergeten. Laten we het met de mantel der liefde bedekken.’


Met die woorden ging het deksel op de doofpot. Pas vele jaren later durfde ik weer met mijn verhaal in de openbaarheid te komen. Toen ik dat deed kreeg ik vanuit het hele land reacties van mannen en vrouwen die ook misbruik mee hadden gemaakt, in de kerk, in gemeenten, tijdens kinderkampen, thuis of in de familie waarbij op zondag trouw ter kerke werd gegaan. Er waren er maar heel weinig die op een goede manier door hun kerkelijke gemeente waren opgevangen en ondersteund.


Seksueel misbruik ook bij christenen



En nu, deze week weer zo’n verhaal. Een verhaal waarbij het slachtoffer niet onvoorwaardelijk gesteund wordt en waarbij de leiding van de gemeente er alles aan doet om hun straatje schoon te vegen. Een paar maanden geleden zag ik een documentaire over seksueel misbruik in de katholieke kerk. Ook daar gebeurde hetzelfde. Het verhaal van het slachtoffer werd door de geestelijke die nu verantwoordelijkheid droeg, in twijfel getrokken. De dader ging vrijuit.


Seksueel misbruik is van alle tijden. Ook vandaag de dag vindt misbruik plaats. Bij hele jonge kinderen, bij opgroeiende kinderen, bij tieners, pubers, jongvolwassenen. Het gebeurt ook, hoe pijnlijk en dieptriest het ook is, onder mensen die zich christen noemen. Mensen die op zondag uw samenkomst bezoeken en door de week misschien wel uitermate actief zijn in uw kerk of gemeente, kunnen in het verborgene minderjarigen die op welke manier dan ook aan hun zorgen zijn toevertrouwd seksueel misbruiken, manipuleren en onder druk zetten om te zwijgen en mee te werken.


Oproep



Ik zou een oproep willen doen aan iedereen die op wat voor manier dan ook leiding geeft in kerk of gemeente. Allereerst een oproep om alert te zijn en uw ogen niet langer te sluiten voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Train uw medewerkers zodat ze signalen herkennen. Creëer een veilige sfeer en cultuur waarin mensen durven komen met hun verhaal. Ook als het misbruik al voorbij is. En als er zo’n zaak aan het licht komt, alstublieft, wees er dan in eerste plaats voor de volle honderd procent voor het slachtoffer!


Ja, ook als u twijfels heeft. Ik werk in de jeugdzorg en als er door een jongere melding wordt gemaakt van seksueel misbruik, wordt de desbetreffende pleegouder of groepsleider direct geschorst (of het kind daar weggehaald). Veiligheid boven alles. Luister naar wat iemand vertelt en neem maatregelen. Maatregelen die veiligheid waarborgen voor het slachtoffer en die de dader beperken in zijn mogelijkheden om verder te gaan met zijn of haar vernietigende gedrag.


Probeer deze dingen niet binnen de gemeente op te lossen, daar zijn ze te groot voor. Schakel politie en professionele hulp in. En als het al zo is dat er een kerkelijk werker, een ouderling of diaken of andere leidinggevende beschuldigd wordt van misbruik, wees dan in vredesnaam transparant en open naar de rest van de gemeente en naar de buitenwereld. Probeer geen feiten te verdoezelen of mooier te maken. Zeg alstublieft niet dat een slachtoffer het in de hand heeft gewerkt of heeft uitgelokt. Daarmee zadelt u het slachtoffer met een nieuw trauma op.


Schuld belijden, toegeven dat er fouten zijn gemaakt, zeggen dat er dingen over het hoofd zijn gezien, is moeilijk en soms uitermate pijnlijk maar uiteindelijk minder schadelijk voor het slachtoffer en voor uw gemeente.


Steun het slachtoffer en moedig hem of haar aan om aangifte te doen. Niet vanuit wraak of genoegdoening, maar ter bescherming van het slachtoffer en om de kans op herhaling te verkleinen. Zorg dat er een netwerk om het slachtoffer heen komt te staan waar het terecht kan, zich veilig voelt en gesteund weet. Kijk samen met het slachtoffer waar behoefte aan is.


Open de doofpot



Mijn ervaring, als therapeut, is dat mensen vaak jarenlang wachten voor ze met het verhaal van seksueel misbruik naar buiten komen. Daarom is mijn oproep ook om oog te hebben voor diegenen die misschien al jarenlang een geheim met zich meedragen. Die daar nauwelijks mee durven te komen omdat de dader misschien zo goed bekend stond. Open de doofpot, ook al komen daarmee pijnlijke gebeurtenissen of schaamtevolle zaken aan het licht!


Ook in deze zaken zou ik u willen aanmoedigen om met elkaar als geestelijk leiders van de kerken en gemeenten in Nederland, open te staan voor verhalen van slachtoffers. Steun hen en sta voor hen klaar als ze hortend en stotend met hun pijnlijke geschiedenis tevoorschijn komen. Kijk met hen wat er nog mogelijk is en wat er nodig is. Zaken kunnen verjaard zijn en civielrechtelijk kan er dan niets meer gedaan worden, maar dan nog mag er openheid komen over wat er gebeurd is.


Slachtoffers van seksueel misbruik hebben over het algemeen professionele hulp nodig. Natuurlijk is het fijn als er ook pastorale hulp vanuit de gemeente kan worden geboden, maar zorg daarnaast ook voor goede professionele hulp.


Te snel aandringen op vergeving kan traumatiserend werken. Wees daar voorzichtig mee. Als slachtoffers al aan vergeving toekomen is dat meestal veel later in het traject. Eerst mag het verhaal verteld worden en de pijn benoemd worden.


Medeverantwoordelijk



In mijn situatie, met mijn broer, is het misbruik met de mantel der liefde bedekt. Ik bouwde met veel moeite mijn leven op, ging een heftige weg van herstel (zie mijn boek: ‘Tranen in mijn koffie’) en in mijn familie werd er nooit meer over gesproken. Totdat ik op een dag gebeld werd door een rechercheur. Of ik wilde getuigen tegen mijn broer. Er liep een zaak tegen hem. Zijn pleegdochter had aangifte gedaan van seksueel misbruik. Ik getuigde, mijn eigen zaak bleek verjaard te zijn, dus zelf kon ik geen aangifte meer doen.


Ik heb mezelf heel vaak afgevraagd of dit meisje ook misbruikt zou zijn geworden als die ouderling (en mijn ouders en de mensen om ons heen) mij destijds geholpen hadden om aangifte te doen. Ik voelde me medeverantwoordelijk voor haar misbruik. En ergens vind ik dat die ouderling ook medeverantwoordelijk is. Natuurlijk kun je je verschuilen achter het feit dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Hoewel... sprak God Adam in de hof van Eden niet aan, terwijl Hij wist dat Eva de vrucht geplukt had? Dat terzijde.


Beste geestelijk leiders van Nederland, van welke denominatie dan ook, laat u niet regeren door angst en schaamte, maar door de waarheid. Jezus, ons grote voorbeeld, stelde zonden aan de kaak en was wars van mooie buitenkanten. Hij was bewogen met hen die door het leven geraakt waren en sloot zijn ogen niet voor datgene wat niet klopte. Hij bracht het in het licht en rekende ermee af.


Ik wens u moed toe om voor de waarheid uit te komen, daadkracht om op te treden tegen onrecht, een bewogen hart voor hen die lijden door wat hen is aangedaan en wijsheid om in Jezus’ voetspoor christelijk Nederland te leiden.


Hartelijke groet,
Judith Stoker 

Meldpunt misbruik binnen kerken: klik hier 
Protocol misbruik binnen kerken en gemeenten: klik hier 
Meldpunt bij vermoeden van misbruik: klik hier
Maak je (vrijwilligers)organisatie veiliger: https://www.inveiligehanden.nl/

maandag 23 oktober 2017

Eenheid

Eucharistie


Zaterdagochtend 14 oktober. We hebben na een tijd van stilte onze eerste woorden van dank tot God gesproken tijdens de Laude. Ik ben op een kloosterweekend met Aandachtig leven te gast bij de gemeenschap Chemin Neuf in Oosterhout. Tijdens het weekend doen we mee met het programma wat ze in deze gemeenschap gewend zijn. De dag wordt na het ontbijt gestart met de Laude. We danken, bidden en zingen en nemen het woord van God tot ons. In de oude kerk klinkt pianomuziek en we zingen samen:

Vader van het leven, ik geloof in U 
Jezus de Verlosser, wij hopen steeds op U 
Kom hier in ons midden, Geest van liefde en kracht 
U die via duizend wegen ons hier samen bracht 
En op duizend wegen, zendt U ons weer uit 
 Om het zaad te zijn van Gods rijk

Later die dag en ook op zondagmorgen vieren we de eucharistie. Ik herinner me van vorig jaar nog hoe dat ging. Ik word geraakt door de eenvoud en de diepgang van de liturgie. Ik bid mee voor eenheid onder alle christenen. Protestant, katholiek, evangelisch, anglicaans, luthers, geloven we niet allemaal in dezelfde God?

Hoe plechtig sommige momenten ook zijn, hoe toegewijd en eerbiedig er wordt omgegaan met het woord van God, opeens is er beweging en komt iedereen in actie. We wensen elkaar de vrede toe voor we het avondmaal of de eucharistie vieren. Iedereen komt uit de banken, schudt elkaar de hand met de woorden: De vrede van Christus voor jou! Ik ben ontroerd.

Samenkomst


Zondagochtend 22 oktober. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst in onze kerkdienst geweest ben. Het is in ieder geval een tijd geleden. Het plekje waar we het liefst zitten is nog vrij en we installeren ons. Alsof we nooit zijn weggeweest. Ik kijk rond en zie vertrouwde gezichten en ook wat gasten omdat het een bijzondere dienst is vanmorgen. Er wordt een baby opgedragen. Een gewoonte die wij als gemeente hebben. Het is geen bijbels ritueel maar een mooie manier om een zegen te vragen over een nieuw geboren leven.

De dienst verloopt zoals ik het gewend ben. We zingen met elkaar. Liederen waarvan ik de meeste wel ken en die ik graag mee zing. Een lied ook dat ergens in een bijna afgestorven deel van mijn brein verstopt zit. Voor het laatst gezongen tijdens het Dabar werk op de camping in Katwijk in 1992. Ik moet erom grinniken. Pure nostalgie, maar wat maakt het uit, de Psalmen zijn nog ouder!

Ik luister naar de preek en daarna naar getuigenissen van gemeenteleden. We bidden met elkaar en zingen nog een lied en dan krijgen we een zegen mee. De woorden treffen me:

De Heer zij vóór u, om u de juiste weg te wijzen. 
De Heer zij áchter u, om u in de armen te sluiten en om u te beschermen voor gevaar. 
De Heer zij ónder u, om u op te vangen als u dreigt te vallen. 
De Heer zij ín u, om u te troosten wanneer u verdriet hebt. 
De Heer zij óm u héén, als een beschermende muur, als anderen over u heen vallen. 
De Heer zij bóven u, om u te zegenen. 
Zó zegene u de almachtige God, vandaag, morgen, en tot in eeuwigheid. Amen. 
(Bede van st. Patrick)

Kerkdienst


Het is zondagmiddag 22 oktober. Ik zit in de kerkbank van de Bethelkerk, een PKN gemeente in Waddinxveen. Vandaag doet een bekende van mij belijdenis van haar geloof en ik ben uitgenodigd om de dienst bij te wonen. De laatste keer dat ik een protestantse zondagse eredienst heb meegemaakt is vele jaren geleden.

De kerk is ook met haar tijd meegegaan. Naast een orgel is er ook een muziekgroep die wat liederen begeleidt. Er wordt gezongen uit de psalmen, maar ook uit andere bundels. Toch is er nog veel vertrouwd, als vroeger. Het stille gebed, het votum, de groet, de dominee met z’n lange zwarte toga, de opbouw van de dienst.

Wat heerlijk is het om weer eens een goed doordachte preek te horen van iemand die duidelijk veel kennis heeft van de Bijbel. De bijbelteksten die zorgvuldig zijn uitgezocht en die allemaal terugkomen in de preek.

Dan het moment van belijdenis doen. Het formulier, ook gemoderniseerd, wordt voorgelezen. Ik denk terug aan onze belijdenisdienst in 1995 in de Hervormde kerk van Ede. Een mooie dienst die ik niet snel zal vergeten. Ik weet nog hoe ik trouw beloofde aan God, niet aan een kerk of denominatie. Ook nu klinkt een plechtig ‘Ja’ uit twee monden. We zingen de vrouwen zegenend toe en de woorden raken mijn hart:

De HEER zal u steeds gadeslaan, 
Hij maakt het kwade goed, Hij is het die u hoedt. 
Hij zal uw komen en uw gaan, 
wat u mag wedervaren, 
in eeuwigheid bewaren.
(Psalm 121:4)

Als de dienst voorbij is sta ik in de rij om te feliciteren. De muziekgroep zingt en speelt nog wat nummers. Ik neurie mee. Als ik bijna bij de uitgang ben zet de groep het lied in dat ik een week geleden zong tijdens de Laude. Wat bijzonder. Ik zing zachtjes mee:

Vader van het leven, ik geloof in U 
Jezus de Verlosser, wij hopen steeds op U 
Kom hier in ons midden, Geest van liefde en kracht 
U die via duizend wegen ons hier samen bracht 
En op duizend wegen, zendt U ons weer uit 
Om het zaad te zijn van Gods rijk

Eenheid


Drie kerkdiensten in één week. Drie zo verschillende diensten, verschillende gebruiken, gewoonten, muziek. Drie gemeenschappen waar ik me thuis voel. De verdeeldheid onder de christenen vind ik afschuwelijk. Ik ben gelovig, ik geloof in God en wil niets liever dan dat mensen door mij heen iets van Gods liefde zullen ervaren. Ik schaam me er niet voor dat ik christen ben. Maar oh wat vind ik het een aanfluiting dat christenen onderling elkaar afmaken en dat er zoveel onenigheid is. Dat er zoveel kerken, gemeenten, denominaties, richtingen en stromingen zijn die allemaal op hun beurt denken dat hun manier toch wel de beste is.

Jezus sprak vlak voor Hij ging sterven een gebed uit waar ik deze week aan dacht:

Vader, ik bid niet alleen voor mijn leerlingen. Ik bid voor alle mensen die in mij zullen geloven als ze uw boodschap horen. Laat alle gelovigen samen één zijn. Net zoals wij samen één zijn, Vader. En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat u mij gestuurd hebt. (Johannes 17:20-21 Bijbel in Gewone Taal)

Laat alle gelovigen samen één zijn. Ik overweeg soms om me uit te schrijven als lid van één specifiek genootschap. Ik wil niet geassocieerd worden met de verdeeldheid onder christenen die tot uiting komt in al die verschillende kerken. Ik ben geen baptist, of een gereformeerde, of een PKN-er, of een pinkstervrouw, of een katholiek. Ik ben christen. En ik wil samen met al die andere gelovigen één zijn. Ik wil het niet hebben over de verschillen, over kinderdoop of volwassendoop, over eucharistie of avondmaal, over communie of belijdenis, over twee diensten per zondag of één, over kledingvoorschriften of over wel of niet in tongen spreken, wel of geen vrouw in het ambt. Al die bijkomstigheden zaaien verdeeldheid en leiden de aandacht af van God.

Tijdens het kloosterweekend zei één van de zusters heel treffend: ‘Er zijn meer dingen die ons samenbinden dan dingen die ons scheiden. Maar het gaat erom waar je je op focust.’

‘Laat alle gelovigen samen één zijn. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd heeft.’ Anders gezegd: Iedere keer als wij stilstaan bij wat er niet goed is aan de andere gelovigen, als we oordelen of denken dat wij de waarheid in pacht hebben, dan zetten we God te kijk.

Ik hoop dat ik in mijn leven iets kan bijdragen aan de eenheid onder gelovigen. Dat kan ik doen door mijn eigen oordelen en meningen over andere gelovigen en andere gebruiken te laten varen. Door respectvol en nieuwsgierig te zijn in plaats van kritisch en betweterig. Ik heb al mooie dingen meegemaakt met mensen uit allerlei kerken. Samen zingen bij de Choir Company bijvoorbeeld, of de vrouwendag vorig jaar waarbij vrouwen uit allerlei kerken aanwezig waren. Of het kloosterweekend waarin we van gereformeerde gemeente tot katholiek vertegenwoordigd waren. Bij al die bijeenkomsten vallen verschillen weg en zijn we samen één, één zoals Jezus dat bedoelde. Dan gaat het om Hem, om Zijn liefde, en daar gaat wat van uit. Dan komen we via duizend wegen bij elkaar en zijn we het zaad van Gods rijk!


maandag 16 oktober 2017

Zelfcompassie


‘Wees jezelf, er zijn al genoeg anderen’ Een tegeltje in ons toilet en jarenlang de uitspraak die achterop mijn visitekaartje stond. Maar, wat betekent dat eigenlijk, jezelf zijn? Weet je wel wie je bent? En, mag je jezelf wel zijn als dat inhoudt dat je een ander teleur stelt? Is het niet beter om voor de lieve vrede soms een betere (ook al is het een surrogaat) versie van jezelf te laten zien?

Afgelopen weekend bezocht ik een kloosterweekend. Een weekend van vaart minderen, stil worden en thuiskomen bij God én mezelf. Heel bewust had ik gekozen om er alleen naar toe te gaan. Ik kende een paar mensen van gezicht, maar verder niet. Even geen verwachtingen van anderen, geen mensen voor wie ik iets moet betekenen of voor wie ik wil zorgen.

Omarm jezelf


In de zaal waar onze gezamenlijke activiteiten plaatsvinden staat een tafel met wat boeken. Sommige ken ik van naam of heb ik gelezen. Andere boeken spreken me niet aan of blader ik snel even door. Dan valt mijn oog op een klein boekje: ‘Omarm jezelf, de weg naar zelfcompassie’ (Gijs Jansen). Gedurende het weekend lees ik het boek uit. Er staat veel in om over na te denken en het sluit aan bij het thema waar ik de afgelopen tijd mee bezig ben: Grenzen stellen, van mezelf houden net zoveel als ik van die ander houdt, nee zeggen, ruimte innemen.

Op zaterdagmiddag doen we een beeldmeditatie bij het prachtige schilderij van de barmhartige vader, of ook wel de verloren zoon genoemd. Terwijl Lenie op de achtergrond vertelt over het schilderij en over Henri Nouwen die er jaren over gemediteerd heeft, laat ik het beeld opnieuw op me inwerken. Vorig jaar heb ik deze meditatie ook gedaan. Maar ach, zo denk ik, als Henri Nouwen er een paar jaar naar heeft gekeken en over nagedacht heeft, kan ik er best twee keer een half uur naar kijken.

Handen en voeten



Er treffen mij een paar dingen in het schilderij. Gek genoeg zijn dat weer andere dingen dan vorig jaar. Als eerste valt mijn oog op de handen van de Vader die op de rug van zijn zoon liggen. Zijn zoon, thuisgekomen nadat hij zijn deel van de erfenis heeft uitgegeven aan feesten en partijen. De handen van de Vader troosten hem, koesteren hem, hij omarmt zijn zoon en kalmeert hem. Misschien heeft hij wel over zijn rug gewreven.

Als ik mijn ogen verder over het schilderij laat gaan word ik geraakt door de voeten van de verloren zijn. Zijn schoenen zijn zo goed als stukgelopen. Stukgelopen door zichzelf... omdat hij zelf zo goed wist wat hij wilde met zijn leven. Hij ging zijn eigen verlangen achterna en was ervan overtuigd dat hij het zou gaan maken. Als je geld hebt, heb je alles. Zo was hij op pad gegaan. Hij had er ruimschoots van geleefd en plezier mee gemaakt. Hij heeft vast veel vrienden gehad die allemaal wel wat van hem wilden. Ze profiteerden van hem. Tot het geld op was en hij niemand meer over hield. Hij kwam terecht in een varkensstal en was zelfs jaloers op het voer van de beesten. Dan komt hij tot zichzelf en krijgt berouw. Hij keert vol berouw terug naar huis. Naar huis, waar vader al op de uitkijk staat...

De vader wil de woorden van berouw niet eens horen. Hij heeft geen behoefte om hem te straffen, hij wil slechts vieren dat zijn zoon weer thuis is! En als zijn zoon voor hem neerknielt legt hij zijn handen op zijn rug. Kom maar kind, je bent welkom.

Zelfcompassie


Ik denk na over het schilderij, en over mezelf. Ergens durf ik misschien nog wel te geloven dat God mij ziet en aanvaardt en liefheeft zoals ik ben (ook al heb ik zwakke momenten, maak ik fouten en is zitten er best wat scherpe kantjes aan mijn karakter). Maar kan ik zo ook naar mezelf kijken? Zo mild, met ogen vol genade? In het boekje ‘omarm jezelf’ staat: ‘De strengste baas die we ooit zullen hebben zit in ons hoofd’. Ik herken het. Die innerlijke kritische, veroordelende stem die altijd om de hoek komt om mij af te straffen. Het tegenovergestelde van zelfcompassie. Herken jij dat? Dat je dingen denkt zoals:

  • Dat gaat mij nooit lukken!
  • Stommeling, waarom zeg ik dat nou ook?
  • Ik ben niet goed, leuk, aardig, vriendelijk genoeg.
  • Waarom heb ik niet beter mijn best gedaan?
  • Ik schiet tekort.
  • Ik had veel meer moeten doen.
  • Ze zien me aankomen...
  • Niemand zit op mij te wachten.
  • Ik ben lelijk.
  • Ik ben niet geestelijk genoeg.

Schuldgevoel


Het resultaat van een stevige innerlijke kritische stem is schuldgevoel. En je gaat nog beter je best doen om je beter voor te doen (ofwel: om je anders voor te doen dan je bent). Het gevolg daarvan is dat je gegarandeerd weer ergens faalt en je je nog schuldiger voelt. We hebben een strenge verwachting van onszelf waar we nooit aan gaan voldoen. We gaan gebukt onder onze eigen gemaakte hoge lat. We bedenken wat anderen van ons verwachten en proberen daar aan te voldoen. Je hebt geen last van wie je bent, maar van wie je van jezelf moet zijn.

Een tijdje terug las ik een verhaaltje:
‘Een boer gaat elke maand met zijn ezeltje naar de markt in de grote stad. Op een dag vraagt zijn zoon van tien of hij mee mag. De boer stemt toe, met enige twijfel, want het is best ver lopen. Hij pakt zijn ezel vol graan en gaat op weg. Eenmaal onderweg komt hij een vreemde tegen die hem aanspreekt: ‘Laat jij je zoon de lange weg naar de markt te voet afleggen? Waar heb jij een ezel voor?’ De boer trekt zich de kritiek aan en zet zijn zoon op de ezel. Een tijdje later komt er een vrouw op hen afgestormd: ‘Jij dierenbeul! Zo’n gewicht kan die ezel toch nooit dragen!’ De boer haalt zijn zoon van de ezel, zet hem op zijn schouders en vervolgt zijn weg. Als ze vlakbij de stad zijn komen ze een collega-boer tegen. Die zegt: ‘Hoe wil jij dat je zoon je voetsporen volgt? Als je hem zo verwent, leert hij nooit op eigen benen te staan.’ Nu is de boer boos. Hij zet zijn zoon weer naast hem op het pad en denkt: wat ben ik toch dom als ik denk iedereen tevreden te kunnen stellen.’

Vijand


Als je veel last hebt van die kritische innerlijke stem (waar ik niet je geweten mee bedoel overigens), dan kom je weinig aan zelfcompassie toe. Eigenlijk ben je een vijand van jezelf. Je slaat en straft jezelf steeds weer.

Nu is er een hele mooie manier om te voorkomen dat de vijand je slaat... Omarm hem! Als je je vijand omarmt kan hij je niet slaan!

Dat is het begin van zelfcompassie. Dat je jezelf omarmt met alles wat je doet en bent. De mooie en minder mooie kanten. De prachtige eigenschappen en alles wat je niet kunt uitstaan van jezelf. De mooie delen van je lichaam, maar ook die delen die je verfoeit.

Het is zoals het is. Het hoort er allemaal bij. In plaats van de te hoge irreële verwachtingen, de realiteit onder ogen zien. Het begint met een keuze. Een keus om te accepteren dat we niet perfect zijn in alle opzichten. Dat we goede en mindere kanten hebben. Dat we niet altijd en voor iedereen kunnen klaarstaan. Dat we grenzen hebben en beperkingen. Ofwel, maak een begin met jezelf te zijn, en niet de opgepoetste versie van jezelf.

Arrogant?

Ja, maar is het niet arrogant om zo naar jezelf te kijken en over jezelf te praten? Arrogantie is iets heel anders. Dan zet je jezelf boven die ander en vind je jezelf beter. Als jij met meer zelfcompassie met jezelf omgaat, zal dat ook compassie voor anderen bewerken. Want als jij jezelf kunt zien met fouten en gebreken, kun je die van een ander ook een stuk makkelijker accepteren.

Heb je naaste lief... als jezelf...

Omarm jezelf zoals God jou omarmt. Zoals de vader zijn thuisgekomen zoon omarmde. Je hoeft je niet te verantwoorden, je mag thuiskomen. Bij God en bij jezelf.


Wil je ook een kloosterweekend bijwonen? In het voorjaar van 2018 is er weer één. Kijk voor meer informatie op www.aandachtigleven.nu/weekenden
Het boek waar ik over schrijf is: 'Omarm jezelf' (Gijs Jansen). Het is een praktisch boek met opdrachten waardoor je zelf met het thema aan de slag kan.

woensdag 11 oktober 2017

Automutilatie van de ziel

Lunch

Eindelijk weer eens lunchen en bijpraten met m'n vriendin Anja vanmiddag. Het is veel te lang geleden, we hebben het allebei te druk gehad met andere dingen en onze vriendschap zwaar verwaarloosd. Ik hoef nog net de tom tom niet aan te zetten met het adres en zij vroeg laatst gekscherend om een recente foto.

In het kader van 'voor alles is een tijd' is het vanmiddag in ieder geval tijd voor vriendschap. En onder het genot van muntthee, een overheerlijke lunch en nog een kop koffie toe gaan we het er eens goed over hebben.Waarover? Over alles. Onze gezinnen, verbouwingen, persoonlijke welletjes en weetjes, de buurt, de kerk, het leven, hobby's, studie en nog net niet over het hiernamaals.

Leeftijdadequaat

We hebben het over hoe we in elkaar zitten, waarom we doen wat we doen, of juist niet en wat maakt dat je iets wel of niet doet. Ik ben tien jaar jonger, hoewel dat echt niet zo voelt (leeftijd is niet belangrijk tenzij je een kaas bent), en soms vraag ik me af of bepaalde worstelingen of twijfels niet gewoon bij een bepaalde leeftijdsfase horen.
Zoals Anja een paar jaar geleden, zo rond mijn veertigste heel overtuigd riep: Wat jij doet is gewoon helemaal leeftijdadequaat! Ik was op dat moment met vierentachtig dingen tegelijk bezig en had een niet oprakende bron van energie.

Maar vandaag twijfel ik aan het fenomeen 'leeftijdadequaat'. Ik hoor Anja namelijk ongeveer dezelfde kronkels maken als ik doe. Ik luister en zonder er verder al te veel bij na te denken zeg ik op een gegeven moment: 'Dat is gewoon zelfkastijding, automutilatie van je ziel!'

Automutilatie

We lachen er samen om. Dat relativeert in ieder geval. Dan vliegen we alweer naar een volgend onderwerp. Als ik Anja een paar uur later thuis afzet en zelf doorrijd naar huis denk ik er nog even over na.

Automutilatie is voor mij een oude bekende. Ik heb mijn lijf heel wat geweld aangedaan. Soms wordt automutilatie afgedaan als aandacht vragen. Ook dat zal best voorkomen, maar in mijn geval was het allerminst een roep om aandacht. Ik verstopte zorgvuldig verwondingen onder lange mouwen of lange broeken.

Terugkijkend op die tijd denk ik dat mijn innerlijke pijn zo groot, zo niet te verdragen was, dat ik iets anders moest voelen om mezelf af te leiden. Daarbij had ik mijn lichaam niet echt hoog staan en vond ik het niet erg als daar wat aan zou mankeren. Mijn lichaam had me zo vaak in de steek gelaten.

Dus, concluderend, beschadigde ik mezelf, deed ik mezelf pijn, om een andere pijn daarmee niet te hoeven voelen.

Jezelf geweld aan doen

Gelukkig ben ik al jaren krasvrij, zoals ik het zelf wel eens noem. Tenminste, lichamelijk. Door mijn pijn onder ogen te zien, herinneringen te verwerken, door een proces van vergeving te gaan en door de onvoorwaardelijke liefde van God en een aantal bijzondere mensen, waaronder Anja, had ik het op een gegeven moment niet meer nodig om lijfelijke pijn te voelen. Deels was dat een keus die ik maakte, een besluit dat ik nam, en deels (misschien wel het grootste deel) kwam het doordat de innerlijke pijn afnam en te dragen werd.


Goed, geen automutilatie meer op mijn lijf. Maar hoe zit dat met mijn ziel? Even terugdenkend aan de afgelopen jaren en aan mijn blogs van de laatste tijd, moet ik tot mijn schaamte bekennen dat ik mezelf, mijn ziel, met regelmaat geweld aandoe. Wat ik daarmee bedoel? Dat ik mezelf voorbij loop omdat ik de ander niet wil teleurstellen. Dat ik ontrouw ben aan mezelf omdat ik bang ben wat een ander van mij zal vinden als ik echt zeg wat ik ervan denk. Dat ik blij doe terwijl ik me boos of gefrustreerd voel.

Wat ik eigenlijk doe is: Ik kies voor iets dat niet goed voor me is (of dat zelfs pijn doet) omdat ik bang ben voor wat er gebeurt als ik echt mezelf ben. Misschien raak ik iedereen wel kwijt, vindt men mij raar, word ik afgedankt als therapeut of gezinshuisouder of hoor ik er niet meer bij (bij de kerk, bij mijn studiegenoten, bij de moeders op het schoolplein of in de buurt).

Automutilatie van de ziel... en nee, dat is niet leeftijdadequaat... dat moet stoppen!

Houd van jezelf

De laatste dagen heb ik diverse keren gedacht aan de uitspraak: 'Heb je naaste lief als jezelf'.  Ik heb in mijn online Bijbel gezocht en kwam verrassend genoeg acht keer deze uitspraak tegen! Het is dus geen loze opmerking die we naast ons neer kunnen leggen.
  • Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. (Leviticus 19:17-18)
  • Jezus antwoordde: ‘Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar één die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.’ ‘Welke?’ vroeg hij. ‘Deze,’ antwoordde Jezus, ‘pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’ (Matteüs 19:17-19)
  • ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Jezus antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf(Matteüs 22:36-38 en dezelfde woorden staan in Marcus 12:30-31 en in Lucas 10:26-27)
  •  Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ (Romeinen 13:8-9)
  • Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ (Galaten 5:13-14)
  • Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf,’ dan handelt u juist. (Jacobus 2:8)
Ergens is er scheefgroei ontstaan. Ergens, misschien wel onder invloed van het calvinisme, is de nadruk komen te liggen op: Heb je naaste lief, acht de ander uitnemender dan jezelf, ga de onderste weg, wees de minste en dat soort uitspraken die uit dezelfde Bijbel komen.

Een tijdje terug las ik een opmerking die me aan het denken zette: 'Als we het eens zouden omdraaien, wat zou er dan gebeuren? Als we eens net zo met anderen omgaan als dat we met onszelf omgaan?' Tja, dan zou het er voor de mensen in mijn directe omgeving behoorlijk slecht uit komen te zien op sommige dagen.

Het ei

God roept ons op om net zoveel van onszelf te houden als dat we van de ander houden. Niet meer en niet minder. Het mag in balans zijn. Dat doet mij denken aan het 'ei van autonomie en verbondenheid' dat ik in bijna alle gesprekken in mijn praktijk gebruik.

Ieder mens heeft twee fundamentele behoeften:
Autonomie (de behoefte je te ontwikkelen, zelf keuzes te maken, je eigen weg te bewandelen) en verbondenheid (in relatie leven met anderen, van betekenis zijn, geliefd zijn).

'Heb je naaste lief als jezelf' is verbondenheid en autonomie in balans.

Echter, de praktijk is dat er bij bijna iedereen scheefgroei ontstaat. En scheefgroei brengt onbalans met zich mee. Er zijn grofweg twee types scheefgroei:

1. De behoefte aan verbondenheid is heel groot geworden. Deze mensen zijn vooral bezig met: Hoe kan ik zo leven dat de ander het naar zijn zin heeft? Bij keuzes die ze maken kijken ze naar wat voor de ander goed is en zichzelf cijferen ze vaak weg. Vaak hebben hulpverleners zo'n 'ei'. Ik heb zelf ook zo'n ei. En ik denk dat jij wel mensen kunt bedenken die overduidelijk zo'n ei hebben.
2. De behoefte aan autonomie is duidelijk groter dan de behoefte aan verbondenheid. Dit zijn mensen die doorgaans goed weten wat ze willen, niet twijfelen, hun mening helder hebben, doelgericht zijn en keuzes maken waar ze zelf voor de volle 100% achter staan.

Balans

Voor beide eieren is wat te zeggen, ze hebben allebei voordelen, maar in beide gevallen kun je zeggen dat de balans verstoord is. Bij de één is het: 'Heb je naaste meer lief dan jezelf' en bij de ander is het: 'Heb jezelf meer lief dan je naaste'.

Zo'n verstoorde balans ontstaat al in het gezin van herkomst en eerlijk is eerlijk, helemaal in balans zul je wellicht nooit komen. Maar het is wel mogelijk om iets meer in balans te komen. Hoe je dat doet? Dat is voor beide eieren verschillend.

In het geval van het eerste ei (dus meer verbondenheid dan autonomie) zul je jezelf vaker de vraag moeten stellen: Wat wil ik? Wat vind ik hiervan? Waar heb ik behoefte aan?
De vraag klinkt makkelijk maar is voor mensen met zo'n ei soms erg lastig. Misschien kunnen ze het nog wel bedenken, maar het dan ook uitspreken of doen... dat zou wel eens kunnen beteken dat je die ander teleurstelt! Dat klopt, dat gaat ook gebeuren, maar dat is niet rampzalig (ook al voelt dat in het begin misschien wel zo). Elke keer als je gehoor geeft aan jezelf, aan wat jij wilt of nodig hebt, vergroot je de autonomie een heel klein beetje.  En uiteindelijk voel je je een completer mens.

In het geval van het tweede ei (meer autonomie dan verbondenheid) zul je jezelf vaker de vraag moeten stellen: Hoe is het voor de ander? Wat vindt die ander ervan? Wat heeft het voor gevolgen voor de ander? Deze vraag is voor de verbonden eieren gemakkelijk te beantwoorden, maar voor de autonome eieren kost dat inspanning en moeite. En misschien geeft het ook wel wat weerstand, want soms zul je dus iets van  jouw plan moeten inleveren om die ander meer tot zijn recht te laten komen. En toch levert het ook iets op: meer verbondenheid, intensere relaties.

Herstel

Ik noemde net al dat mijn behoefte aan zelfbeschadiging stopte toen mijn innerlijke pijn er mocht zijn en herstelde. Als ik kijk naar de uit balans geraakte eieren hierboven is er in beide gevallen sprake van zelfbeschadiging. De ene beschadigt zichzelf en raakt zichzelf steeds meer kwijt. De ander beschadigt zichzelf doordat hij steeds meer in een isolement komt.

Er is herstel nodig. En gelukkig kan dat. Wat mij betreft begint het herstel bij bewustwording. Dus jezelf vaker de vragen stellen die ik hierboven opschreef. Kijk ook eens terug naar je gezin van herkomst. Hoe was het thuis? Wat voor eieren herken je bij je ouders? Wat was de cultuur waarin je groot werd? Wat was er belangrijk?

Je bent nu volwassen en je kunt veranderen. Door keuzes te maken, door risico's te nemen en... dat zeg ik tegen hen die net als ik geloven in God... door te vragen of je steeds meer mag gaan lijken op je Schepper. Dat je eigenwaarde niet langer afhangt van de waardering van anderen, maar dat je mag weten dat je geliefd bent, dat je er mag zijn, in relatie met God, jezelf én anderen. In balans.

Verwacht niet dat het in één keer goed gaat. Stoppen met automutilatie is een proces. Soms is er een terugval, soms gaat het tijden goed. Maar geen probleem, je kunt het altijd weer opnieuw proberen.

Ik wens je succes met oefenen en ben benieuwd in welk ei jij jezelf herkent...




zaterdag 7 oktober 2017

Een fluisterend lichaam

Twijfel


Oh, die eeuwige twijfel aan mezelf. Heel irritant. Misschien hebben jullie daar geen last van, maar ik wel. Het heeft te maken met het proces waar ik in zit. De ontdekkingsreis naar mijn binnenste (en buitenkant) die, door de leertherapie en supervisie die ik voor mijn studie volg, in gang is gezet.

Wie ben ik? Wat vind ik? Ben ik wel goed genoeg? Doe ik het wel goed genoeg? Wat wil ik? Mag ik wel iets willen als dat betekent dat ik daarmee een ander teleurstel? Hoe verhoudt zich dat tot wat God van mij vraagt? Is het ultieme christelijke geloof niet dat ik mezelf volledig wegcijfer en er voor die ander ben?

Bestaansrecht


In mijn vorige blog schreef ik over mijn worsteling om ‘ja’ te zeggen tegen mezelf en daarmee ‘nee’ te zeggen tegen een ander. Ik ben nog lang niet uitgestoeid met dit thema en in leertherapie deze week ben ik ermee verder gegaan.

Waarom is het zo ingewikkeld voor mij om stil te staan bij wat ik wil, en dat ook te doen? Het heeft alles te maken met het nest waar ik uitkom en de gebeurtenissen in mijn leven. Ik kom uit een gezin waarin ‘doorzetten’, ‘hard werken’ en ‘niet zeuren’ de boventoon voeren. Bezig zijn, je nuttig maken, goede cijfers halen, een vakantiebaantje hebben waren belangrijk. Ik leerde dat je, als je wat doet, oké bent.

Ergens ben ik gaan geloven dat ik bestaansrecht heb als ik goede dingen doe. Als ik het de ander naar de zin maak. Als het maar goed is voor de ander. Dat is niet wat er gezegd werd, maar dat is de boodschap die ik (onbewust) heb opgepakt en die ik me eigen heb gemaakt.

Misschien herken je het. Dat je als kind een compliment kreeg omdat je zo’n goed cijfer had gehaald voor een werkstuk, maar dat je nooit spontaan hoorde: ‘Wat ben je toch een lieverd.’ Dat je waardering kreeg als je een klusje had gedaan, maar nooit zomaar een knuffel kreeg. Dat het overal over ging maar dat er geen belangstelling was voor wat jou bezig hield. Dat je oké was als je je aanpaste en niet te moeilijk deed.

Human being of human doing


Ik ben een human doing geworden. Ik mag er zijn als ik goed doe. En wat is goed doen? Zo doen dat het voor de ander oké is. Hard werken met een hele hoge lat. En daarmee heb ik mezelf een enorm juk op gelegd en, niet geheel onbelangrijk, ben ik gaan geloven in een leugen.

Vroeger zei ik wel eens: ‘Ik denk dat ik maar Rooms Katholiek wordt, dan kan ik met goede werken het eeuwige leven verdienen.’ Dan maakte ik wel kans, dacht ik. Zo diepgeworteld zat mijn ‘ik mag bestaan als ik het goed doe’ overtuiging.

Ik begin langzaam maar zeker in te zien dat goed doen prima is, maar dat het niet de basis van je leven moet zijn. Natuurlijk mag je goede dingen doen voor anderen. Mag je rekening houden met anderen, omzien naar hen die dat nodig hebben. Maar niet om daarmee bestaansrecht te krijgen.

Pleasen


Ik vind het een vies woord, pleasen. En toch, als ik het de ander voortdurend naar de zin aan het maken ben ook als dat ten koste van mezelf gaat, ben ik aan het pleasen. Mooier kan ik het niet maken. Ik wil aardig gevonden worden, ik wil dat mensen positief naar me kijken en dat ik er toe doe. Dat bereik ik door die ander voortdurend tegemoet te komen. Dat ik daarbij mezelf voorbij loop, misschien nog wel even vriendelijk zwaai, maakt niet uit.

Pleasen kun je lang volhouden omdat het ook wat oplevert. Je krijgt waardering en positieve reacties en dat geeft weer energie om nog meer te geven, te doen. Maar op een gegeven moment raak je leeg. Zeker als de balans tussen geven en ontvangen weg is.

Ik merkte de laatste maanden bij mezelf dat de bodem in zicht kwam. En als iemand dan iets van me wilde kreeg ik een benauwd gevoel en raakte ik geïrriteerd.

Fluisteren


In leertherapie bespreek ik dat benauwde gevoel. Ik probeer het te beredeneren en vooral het verstandelijk aan te pakken. Ik moet normaal doen, want ik heb dit nooit eerder zo gehad. Ik vertel wat er gebeurt, dat iemand bijvoorbeeld een afspraak met mij wil maken en dat het dan mis gaat. Ik krijg het benauwd. Maar Lenie, mijn leertherapeut, heeft daar een heel ander idee over. ‘Het gaat juist helemaal niet mis! Het gaat goed. Hoe grappig is het dat uitgerekend jouw lichaam je een signaaltje geeft... Judith, je zit gevangen! Je krijgt het benauwd! Je hebt iets te doen, luister naar jezelf...’ Ik denk er even over na. Wat zit ik eigenlijk mooi in elkaar. Ik hoef geen ingewikkelde afwegingen te maken, ik hoef slechts te luisteren naar het fluisteren van mijn lichaam.

Het klinkt eenvoudig en het geeft ontspanning. Ik ben niet gek, of richting een burn out aan het gaan, ik ben aan het leren mezelf serieus te nemen. Ik ontdek dat het goed is dat ik er ben, ook als ik niet iets goeds doe voor een ander. Ik mag er gewoon zijn. Een human being.

En God dan?


Maar hoe zit het dan met wat God van mij vraagt? Hoe ziet Hij mij? Hoe kijkt Hij tegen mijn bestaan aan? Ziet Hij mij pas als ik elke zondag naar de kerk ga, me inzet voor anderen, deelneem aan zoveel mogelijk (christelijke) activiteiten en zoveel mogelijk mezelf wegcijfer?

Ik denk dat God zo niet naar ons kijkt. Hij hield en houdt zoveel van ons mensen dat Hij Zijn Zoon Jezus er zelfs voor over had! Ik verdien Gods liefde niet door Hem of anderen te pleasen. Ik krijg Gods liefde omdat Hij van mij houdt! Het is bij God geen weegschaal met aan de ene kant Zijn liefde en mijn bestaansrecht en aan de andere kant alle goede dingen die ik doe. Het is een onvoorwaardelijke gevende liefde, omdat ik één van Zijn schepselen ben. Ik lijk op Hem! Dat geeft mij bestaansrecht. God wilde mij en Hij houdt van mij. Zelfs al zou ik nooit, nooit iets terug doen.
Wow, dat geeft ontspanning en rust! Dan maakt het ook niet zoveel meer uit wat die ander dan van mij vindt. Ik mag er gewoon zijn. Met alles erop en eraan. Met goede dagen en minder goede dagen. Als ik blij en optimistisch ben maar ook als ik somber ben en worstel met het leven.

Ik denk aan de woorden van psalm 131:2

Ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder, 

als een kind is mijn ziel in mij.

Zo mag ik zijn. Als een kind. En vanuit die rust, gevoed en wel, kan ik dan weer uitdelen en er voor die ander zijn. Een huming being, in balans. En als ik weer te hard loop, dan fluistert mijn lichaam mij een halt toe.

donderdag 28 september 2017

Omdat ik het (niet) wil!

Supervisie


In het kader van mijn opleiding heb ik supervisie. Met een groepje van vijf studenten gaan we één keer in de 6 weken vijf uur lang aan de slag met thema’s uit de praktijk, casuïstiek en zaken waar we persoonlijk of als hulpverlener tegenaan lopen. Ik houd ervan. Lekker aan de slag met een kleine groep, meedenken, leren, ervaringen opdoen en soms ook gewoon observeren. Gisteren had ik de eerste supervisie na de vakantie. Ik had er zin in en ik had een thema om in te brengen.

Geven

De afgelopen maanden heb ik iets bij mezelf opgemerkt. Ik krijg het af en toe benauwd en voel me geïrriteerd als mensen een beroep op me doen. Ik kom in conflict met mezelf, wil het liefst heel hard ‘nee’ roepen, maar zeg tot mijn verbazing in de meeste gevallen toch ‘ja’. En nadat ik ‘ja’ gezegd heb baal ik van mezelf. Meestal heb ik geen lef genoeg om mijn ‘ja’ weer terug te draaien en doe ik wat de ander van mij vraagt, of wat ik denk dat goed is voor de ander.

Zo ben ik voortdurend aan het geven, aan het uitdelen. Op m’n werk, tijdens de studie, in contacten met anderen en eigenlijk overal waar ik ben. Heel bijbels ook, toch? De ander uitnemender achten dan jezelf, de minste zijn, dienen... als ik op grond van mijn gevende houding de hemel zou moeten verdienen, zou ik er wel komen. Het klinkt supernobel, maar ik loop mezelf voorbij. Dus, tijd om dit fenomeen te onderzoeken, en supervisie is daar een uitstekende gelegenheid voor.

Draagkracht


Ik vertel bij supervisie waar ik tegenaan loop. Dat ik het de laatste tijd benauwd krijg van mensen die iets van me willen, die steun of aandacht of contact willen. Ik voel irritatie en weerzin en kan zelfs bozig worden. Zo ken ik mezelf niet. Ik vind het niet oké van mezelf en ik vraag me af hoe het kan. Jan, de supervisor vraagt me of ik iets weet over draagkracht. We praten wat heen en weer en ik meen dat het met mijn draagkracht wel in orde is. Ik heb superveel talenten, energie voor tien, ideeën genoeg en geloof, hoop en liefde voor de hele wereld.

‘Er zit ook nog een ander element aan draagkracht’ zegt Jan. We zoeken met elkaar naar het antwoord en komen uiteindelijk met elkaar uit bij ‘ontvangen’. Vergelijk het met een auto, als die vol gas een paar honderd kilometer rijdt, moet er echt getankt worden.

Ik voel hem al aankomen. ‘Dus wat heb jij nodig? Wat is jouw benzine, en hoeveel krijg je daarvan?’ vraagt Jan. ‘Uh... tja, daar zit wel een dingetje zeg maar...’ grinnik ik. Echt blij ben ik niet, want dit vind ik een lastig punt. ‘Een dingetje of een groot probleem?’ Jan kijkt me aan en ik voel de ogen van de rest ook op mij gericht.

Ontvangen


Ik heb er al eerder tijdens mijn studie een inbreng over gedaan. Hoe ingewikkeld het voor mij is om hulp te vragen, om aan te geven wat ik nodig heb en om zorg en liefde te ontvangen. En nu zijn we weer op dit punt aangekomen. Het raakt me en ik voel me ongemakkelijk en een beetje stom. Hoezo moet ik ontvangen? Kom op, als volwassen vrouw heb je toch geen zorg en aandacht nodig? Doe normaal! Maar de mensen om me heen denken daar anders over. Ze zijn liefdevol en helpen me inzien wat ik nodig heb. Jan doet er nog een schepje bovenop: ‘Je bent hier van harte welkom, maar dan vooral om iets te krijgen. En dat geldt ook voor de opleidingsweekenden.’

Wat ingewikkeld. Want dat betekent dat ik vaker zal moeten kiezen voor mezelf in plaats van voor de ander. Helemaal mijn thema voor dit jaar, stilstaan bij wat ik voel en nodig heb en dat ook serieus nemen. Maar die ander dan? Ga ik die dan teleurstellen? En mag ik wel voor mezelf kiezen? Is dat niet vreselijk egoïstisch? Ja, wel als je dat overal en altijd zou doen, maar niet als je zoveel geeft, is de conclusie van de supervisiegroep.

Omdat ik het niet wil


Ik vind het lastig. Want hoe ga ik beter voor mezelf zorgen, dichter bij mezelf blijven, terwijl ik weet dat die ander iets van mij wil of nodig heeft? Als ik het ga uitleggen kwets ik die ander misschien of geef ik hem het gevoel dat het aan hem ligt. Ik merk dat het diep zit en we praten er over door. Ik noem het voorbeeld van mijn switch van intervisiegroep afgelopen studieweekend. Ik kies voor de ene groep en laat daarmee een andere groep die op mij rekende vallen. Wat moet ik zeggen als ze straks aan mij vragen waarom ik niet voor hen heb gekozen?

‘Nou, wat zou je zeggen als die vraag komt?’ Ik verzin allerlei antwoorden, maar ze worden ook allemaal afgekeurd. Ik weet het echt niet. Ik kom er gewoon niet uit. Jan helpt: ‘Ander voorbeeld. Er wordt vanavond aan de deur gebeld en daar staat een man, een kennis, die vraagt of je met hem uit wil. Wat zeg je?’ Ah, daar kan ik wat mee. ‘Ik ben al bezet, dus dat doe ik niet.’ zou ik zeggen. Nee, dat is dus niet waar Jan heen wil. Nieuwe poging, en daarna nog een paar maar dan opeens valt het kwartje.

‘Omdat ik het niet wil!’ zeg ik.

Dat is het! Hoe eenvoudig is het. Tjonge, dat had ik ook wel eerder kunnen bedenken. Ik herhaal het een paar keer voor mezelf: Omdat ik het niet wil! Het klinkt lekker.

Maar... heb ik iets te willen dan?


Ik begin het licht te zien en toch knaagt er nog iets. Want, heb ik wel iets te willen? Wat een pijnlijke gedachte constateer ik bij mezelf. Ik weet waar het vandaan komt. Het is een oude, vertrouwde en vastgeroeste gedachte.

Wat ik wilde was niet belangrijk vroeger. Wat de ander wilde, daar ging het om. Als ik misbruikt werd ging het niet over wat ik wilde. ‘Je doet wat ik wil!’ Ik deed het, want ik wilde overleven. ‘Ik wil niet dat je erover praat.’ Dan praat ik er niet over.

Ik schrik van mezelf. De woorden van mijn leertherapeut komen in gedachten. ‘Als jij zo met jezelf omgaat, en zo met je emoties omgaat, dan misbruik je jezelf.’ Ze heeft gelijk, en dit is er een voorbeeld van. Alles komt samen en ik begrijp het. Ik mag iets willen voor mezelf. Dat is niet egoïstisch, dat is liefdevol naar mezelf toe. Zodat ik daarna ook weer liefdevol naar die ander kan zijn. Als mijn reservoir vol blijft, kan ik blijven geven. Maar dan moet ik ook blijven ontvangen. Heel bewust.

Herkenbaar?


Ik kom in mijn praktijk bosjes mensen tegen die hetzelfde doen als ik. Wellicht herken jij jezelf hier ook in. Ik zou je willen aanmoedigen om samen met mij onderweg te gaan om een betere balans te vinden. De balans van geven en ontvangen. Teken eens een weegschaal en schrijf aan de ene kant de dingen op die je geeft (die je voor een ander doet) en aan de andere kant de dingen die je ontvangt (die je krijgt van een ander of van God, of die je voor jezelf doet). Is er balans? Of verklaart jouw tekening misschien waarom je je moe en uitgeput voelt? Dan heb je iets te doen. Net als ik.

Is dat wel bijbels? Mag dat wel? Ja zeker, want Jezus zelf zei: ‘Houd net zoveel van je naaste als dat je van jezelf houdt!’

Mij zul je de komende tijd iets vaker (iets...) horen zeggen:
Omdat ik het niet wil!

zaterdag 16 september 2017

Voelen, durven, doen

De school is weer begonnen


Na een lange zomervakantie is het dit weekend weer zover. Studieweekend. Weekend 1 van jaar 3 van de opleiding Ervaringsgerichte Psychosociale Hulpverlening en Gestalt Gezinstherapie aan het Kempler Instituut Nederland.

Ik heb er zin in. Ik ben goed voorbereid, heb me verdiept in de literatuur en het bijbehorende huiswerk gemaakt. Nieuw dit jaar is dat we starten met een bespreking van onze leerdoelen voor komend jaar. De afgelopen zomermaanden ben ik daar in gedachten regelmatig mee bezig geweest en ik heb mijn bevindingen aan papier toevertrouwd.
Vrijdagmiddag is het mijn beurt en ik lees mijn epistel voor:

De I onder de punt

Het is juni 2017. Het laatste opleidingsweekend van het tweede jaar is achter de rug. Een weekend waarin ik enorm geconfronteerd ben met mezelf. Een weekend met liters tranen maar vooral ook inzicht. Een paar dagen later schrijf ik mijn evaluatie van het jaar en sta ik stil bij wat ik volgend jaar wil leren.

Ik ben in jaar twee bezig geweest met twee leerdoelen: 
1. Minder bescheiden zijn 
2. Van binnen naar buiten werken: stilstaan bij wat ik ervaar, denk, voel en dat naar buiten toe communiceren

Ik heb op beide punten vooruitgang geboekt maar ik ben nog niet tevreden. Ik wil er verder mee en formuleer een nieuw leerdoel:

Ik ga dat wat ik gewaar word (voel, denk en opmerk) uitspreken in de groep. Ook, of beter gezegd: juist als het gaat om ‘negatieve’ gewaarwordingen (ongemakkelijkheden of irritaties, kritische noten, confrontaties, persoonlijke pijn en verdriet).

Het voelt als de puntjes op de i zetten. Ik ben goed bezig, nu nog een schepje erboven op en dan kan ik over twee jaar als een stabiele en professionele therapeut afstuderen.

Door de zomervakantie heen druppelen langzaam de leerpunten van de intervisieleden binnen. En dan de evaluatie van de staf. Er komt veel overeen met wat ik zelf al heb geconstateerd en bedacht. Het centrale thema is stilstaan bij mezelf en goed in de gaten houden wat ik zelf nodig heb.

Maar is het wel zo dat ik de puntjes op de i moet zetten? Als ik de evaluatie van de staf lees wordt het me helder. Als het gaat over betrokkenheid, het doorzien van patronen, er zijn voor een ander en leiding geven gaat het inderdaad over de puntjes op de i zetten. Maar als het gaat over mezelf uitspreken, confronteren, afwijkende reacties geven, stilstaan bij wat ik nodig heb van de ander en stilstaan bij mezelf gaat het over de I onder de puntjes. De puntjes heb ik afgelopen jaren wel gezet op deze onderdelen. Dit jaar wordt het tijd voor het grovere werk.

Ik vind dat spannend, maar ik wil het wel aangaan. De trainers zeggen in hun evaluatie: Minder gevend aanwezig zijn en uitspreken wat jij ziet als vervelend en niet helpend. Word maar eens lekker asociaal en veeleisend.

Asociaal zal ik niet worden, omdat dat niet bij mij past en ik zo ook niet wil zijn, maar het idee begrijp ik. Laat ik dit jaar nou eens vooral met mezelf bezig zijn in plaats van met de hele wereld te redden. Hoe ik dat denk te gaan doen? Als eerste: ik ben gestart met leertherapie. Dat helpt me om me te focussen op mezelf en bezig te zijn met mijn proces. In leertherapie heb ik meteen een nogal schokkende ontdekking gedaan. Als ik zo met mezelf omga als de laatste periode van het tweede jaar, als ik mijn lichaam uitschakel en mijn gevoel bestempel als belachelijk, als ik als een malle door het leven raas, mezelf op laat jagen door mijn redderscomplex, dan ben ik mezelf emotioneel en fysiek aan het misbruiken. Dan doe ik hetzelfde als wat anderen eerder bij mij deden. En ben ik aan het overleven.

Ik wil dat niet meer. En het hoeft ook niet meer. Ik hoef niet te overleven, ik mag leven. Voor dit studiejaar heb ik mezelf dan ook voorgenomen om meer te komen met mezelf. Met wat me raakt, met wat ik irritant vind, misschien wat vaker een inbreng (ik heb thema’s genoeg). Wat ik daarin van jullie nodig heb is soms een duwtje in de rug. Omdat mijn neiging is om me terug te trekken en te verdwijnen als het over mezelf gaat.

Aan het eind van jaar drie wil ik dat de I goed zichtbaar is. Vetgedrukt hoeft nog niet maar wel zichtbaar. De I van Ik. Dus dat ik zichtbaarder ben geworden. Zichtbaarder en transparanter, eerlijker, en daardoor completer. Ik heb er zin in. Kom maar op met dit jaar.

Aan de slag


Afgelopen week ben ik gestart met leertherapie. Dat wil zeggen dat ik gesprekken heb met een therapeut om zo mijn eigen persoonlijke ontwikkeling en proces inzichtelijk te krijgen en te werken aan mezelf. In leertherapie ben ik stilgezet en heb ik oefeningen mee gekregen. Elke dag even stilstaan. Wat voel ik, wat gebeurt er, wat merk ik op, welke gedachten komen langs, wat doet mijn lichaam? Een oefening die niet vanzelf gaat bij mij maar waar ik me in wil trainen.

Frappant is dat het dit weekend regelmatig gaat over stilstaan bij jezelf. Ik vind het grappig om te zien dat wat ik ingewikkeld vind, voelen en stilstaan, voor heel veel anderen ook een thema is. Ik merk ook dat het me steeds beter afgaat om op te merken wat er bij mij gebeurt en dat slechts ‘te constateren’ en niet meteen te bekritiseren of te veroordelen bij mezelf.

Dit weekend is voor mij een grote oefening in stilstaan bij mezelf en te kijken naar wat ik wil en waar ik behoefte aan heb. Ik merk hoe snel ik geneigd ben te kijken naar de ander. Wat heeft die nodig, wat zou hij verwachten, wat kan ik doen om te helpen? En voor ik het weet ben ik alweer weg bij mezelf en de ander aan het ‘redden’.

Voelen, durven, doen.


Zaterdagochtend ben ik veel te vroeg wakker nadat ik veel te laat naar bed ben gegaan. Ik lig in bed en doe mijn ‘gewaar zijn oefening’. Mijn hoofd zit vol gedachten en ik denk terug aan de leertherapie. Gedachten kun je zien als auto’s op de snelweg. Ze razen voorbij. Er zijn mooie, lelijke, oude, nieuwe, gedeukte en beschadigde auto’s bij. Jij staat aan de kant van de snelweg en je laat ze langs komen. Ze komen, ze gaan. De valkuil is dat als zo’n auto langskomt, snelheid mindert en even stilstaat, je geneigd bent in te stappen. En dan gaat het mis... want dan ben je geen toeschouwer meer, dan zit je erin!

In mijn hoofd razen de gedachten voorbij. Ik kijk ernaar en langzaam wordt het rustiger op de snelweg in mijn hoofd. Ik word me langzaam maar zeker bewust van iets dat ik anders wil. Ik bekijk het thema aan alle kanten, laat alle auto’s passeren, en weet dan heel zeker wat me te doen staan. Ik voel me rustig worden en neem een besluit. Straks ga ik in de groep vertellen dat ik wil veranderen van intervisiegroep. Waarom? Omdat ik denk dat dat voor dit jaar voor mij het beste is. Gezien mijn leerproces.

Ik weet wat ik wil en waarom. Durf ik het aan te gaan? Durf ik straks iets te doen terwijl ik weet dat anderen dat jammer vinden? Durf ik voor mezelf te kiezen? Ja, ik durf het, en gooi het meteen maar in de groep als de dag start. Ik voel me super opgelucht en sterk. De dag verloopt goed en ik geniet van alles dat langs komt en gebeurt. Ik heb schik, maak aantekeningen en tekeningetjes in mijn nieuwe notitieboek, trek me af en toe terug in mezelf omdat het wel veel prikkels zijn en heb rust over mijn besluit.

Maar dan gaat het toch mis. We bespreken de indeling van de nieuwe intervisiegroepen. Iemand doet een voorstel dat afwijkt van wat ik in mijn hoofd heb en waar ik voor gekozen heb. De auto van twijfel en doen wat de ander wil staat stil en ik stap in. Plankgas rijdt hij weg en ik ben de controle kwijt. Het ging te snel. Ik vergat stil te staan en te voelen.

Het weekend is voorbij, de eerste studenten zijn al vertrokken en door een opmerking van een medestudent barst ik alsnog in huilen uit. Wat heb ik gedaan? Gelukkig, met wat hulp van mijn medestudenten lukt het me om op mijn beslissing terug te komen. Ik stap uit de auto en wordt weer toeschouwer van mijn gedachten-snelweg.

Voelen, durven en doen! Die volgorde. Soms lukt het, soms niet. Geen probleem, er komt altijd een volgende kans en je kunt ook op iets terugkomen.

Het eerste weekend is voorbij. Een mooie start van een nieuw studiejaar. Ik ben nog lang niet uitgeleerd en ben blij met deze intensieve, persoonlijke en professionele opleiding, met de kundige en betrokken trainers en met mijn stuk voor stuk unieke en bijzondere medestudenten. En... ook een beetje trots op mezelf.

dinsdag 29 augustus 2017

We zijn er nog, dus we gaan ervoor

Traplift

Een jaar of 17 geleden. Ik werk als consulent zorg en inkomen bij de gemeente Boskoop. Ik beoordeel aanvragen voor een uitkering, verstrek vervoersvoorzieningen en krijg met regelmaat aanvragen binnen voor woningaanpassingen.

Er ligt een aanvraag op mijn stapeltje voor een traplift. Dat komt vaker voor. Mensen die in hun woning willen blijven wonen maar die door ziekte of beperking niet langer in staat zijn de trap op te gaan. In de meeste gevallen is het plaatsen van een traplift de goedkoopst adequate voorziening, zoals we dat zo mooi noemen.

Ik ken de man die de aanvraag doet van naam en gezicht. We bezoeken dezelfde kerk. Echt goed ken ik hem niet en ik weet niet welk verhaal hij met zich meedraagt. Ik weet eigenlijk alleen dat hij Frans heet. Bij de aanvraag zit een verklaring van de arts. Ik lees hem door en schrik. In de brief staat dat mijnheer in de terminale fase van kanker zit.

Ik besluit alles op alles te zetten om de aanvraag erdoorheen te krijgen en een traplift geregeld te krijgen. Er is echter een probleem. Het gewicht van Frans is meer dan voor een traplift is toegestaan. Reden om de aanvraag af te wijzen. Voor mij onacceptabel. Ik overleg met collega’s en met Frans die plechtig belooft af te zullen vallen. Uiteindelijk krijg ik het voor elkaar. De traplift wordt geregeld en Frans kan in het huisje blijven wonen. Als de traplift het begeeft door overgewicht is dat op eigen risico.


Verjaardag

Vandaag is Trudie jarig en ik ga tussen een paar gesprekken door even langs. De meeste visite is vanochtend al geweest en het is dus lekker rustig. We kletsen wat als Henry opeens zegt: ‘Oh, wacht, ik zou Frans ophalen!’ Hij vertrekt meteen en komt een halfuurtje later terug. Met Frans. Frans van de traplift.

Zeventig jaar is hij intussen. De traplift doet het nog steeds. Als ik Frans zie denk ik altijd weer terug aan het zinnetje van de arts: Mijnheer zit in een terminale fase van kanker. De afgelopen 17 jaar zijn allerminst zonder zorgen geweest. Maar de arts, bij wie Frans nog steeds komt, staat voor een raadsel. Hoe is het mogelijk dat hij nog leeft?

De kanker heeft heftig huisgehouden in het lichaam van Frans. Overgewicht is er allang niet meer bij. Hij heeft een oog verloren en is ontelbare keren naar het ziekenhuis geweest voor diverse operaties en complicaties. Vandaag loopt hij met een stok, praten lukt bijna niet en met morfine wordt de pijn dragelijk gehouden.

Hoe kijk je?

Ik ben blij om Frans te zien. Hij is blij om mij te zien. Ik ga even naast hem zitten op de bank, dan kan ik hem toch nog een beetje verstaan. Frans is dankbaar. Dankbaar voor al die mensen om hem heen. Voor vrienden, voor de gemeente die hij nog steeds bezoekt. Dankbaar voor zijn ene oog. ‘Er zijn zoveel mensen die blind zijn! En ik heb nog één oog!’ fluistert hij. Wow. Er trekt even een rilling door me heen.

Hoe kijk je naar je omstandigheden? Hoe reageer je als er ziekte of lijden op je weg komen? Ben je dankbaar voor je ene oog, of klaag je over het oog dat je verloren hebt? Kijk je naar wat je nog wel hebt, of focus je je op je tekorten?

Frans zegt nog wat tegen me. Ik versta het niet. Hij probeert het nog een keer. Ik kijk naar Henry, die kent Frans langer dan vandaag, misschien weet hij het. ‘We zijn er nog, dus we gaan ervoor!’ zegt Henry. Dat zet Frans onder zijn berichtjes of post. Fantastisch. Wat een kerel! Frans vertelt dat hij met een stichting die wensen vervuld van ernstig zieke mensen onlangs naar Sea Life is geweest. Een prachtige ervaring. De grap is dat deze stichting al meerdere keren met Frans op pad is geweest. Want hij blijft maar terminaal...

Frans geniet zichtbaar. Van het even weg zijn, even onder de mensen zijn. Binnenkort moet hij weer naar het ziekenhuis. Een nieuwe scan, een oogonderzoek, en maar weer de vraag wat er dan uitkomt. De vraag: ‘Hoe lang heb ik nog?’ beantwoordt de oncoloog niet meer. De drie maanden die hij hem ooit gaf zijn jaren geworden. En Frans gaat er nog steeds voor. We zijn er nog, dus we gaan ervoor. Het beste eruit halen wat erin zit. Ook al is dat maar een uurtje verjaardag.

Afscheid

Ik moet weer aan het werk. Nog één gesprek te gaan. Ik geef Frans drie zoenen en een stevige hand. Zal ik hem hier nog zien? We nemen afscheid. ‘Ik hoop je weer te zien’ zegt Frans. ‘Ik ook! Is het niet hier, dan is het hierboven!’ zeg ik.

Onder de indruk ga ik terug naar kantoor. Wat een bijzonder mens. Wat een genade dat hij hier nog is en wat een voorbeeld van hoe je in het leven kunt staan. Ik hoop dat als ik oud mag worden, ik het met die levensinstelling die Frans heeft mag worden:

We zijn er nog, dus we gaan ervoor!

Bedankt Frans! Tot ziens!