Een nieuwe blog op mijn website:
Ik (b)en mijn lijf
Mijn gevecht met mezelf. Maar ook stapjes vooruit...
Voor alles is een tijd... (Prediker 3). Leven is intens, afwisselend, verrassend en soms ook pijnlijk of teleurstellend. In mijn blog belicht ik de verschillende kanten van het leven. Geniet en leef met mij mee!
Posts tonen met het label lijf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lijf. Alle posts tonen
maandag 16 april 2018
woensdag 26 oktober 2016
Schiet 's op!
Op de tafel in het vakantiehuisje ligt een dik pak papier. ‘Adem in, adem uit’ staat er op de bovenste pagina. Het is het resultaat van maanden hard werken. Een dikke 200 pagina’s vol getypt met dingen die ik meemaakte, waar ik over nagedacht heb, waar ik van onder de indruk ben, wat ik geleerd heb en waar ik nog mee worstel. Het einde komt in zicht en Theo is bijna klaar met redigeren. Nu ben ik weer aan zet. Alles mag weer doorgelezen worden en gecontroleerd worden op grotere en kleinere foutjes. Ik weet dat er nog vier anderen zijn die door dezelfde stapel heen gaan en mee speuren.
In de kast liggen ook nog drie boeken die ik in de vakantie wil lezen. Twee boeken over het thema ‘homoseksualiteit en de kerk’ en mijn studieboek. Waarmee zal ik beginnen? Eerst maar zwemmen met de jongens. Damians vakantiepret is op z’n grootst als hij in het zwembad is. Gelukkig is het water van het zwembad niet al te warm en zitten we anderhalf uur later lekker bij de gashaard in het huisje.
Ik wissel het af. Een hoofdstuk lezen, een hoofdstuk corrigeren, ook nog even appen en facebooken tussendoor en mijn studieboek blijft voorlopig aan de kant liggen. De week verloopt soepel en we hebben met elkaar een goed vakantieritme. We doen een paar activiteiten, ik bezoek elke dag het zwembad met de jongens en we maken het ons makkelijk met eten.
Toch voel ik me onrustig en opgejaagd. Dat is al begonnen tijdens het laatste studieweekend. Toen ik bij het inmiddels beruchte rondje opsomde waar ik allemaal mee bezig was en hoe druk ik was en ik er vervolgens in één adem achteraan zei: ‘Maar binnenkort ga ik ff drie dagen in een klooster om me te bezinnen!’ Ik kreeg lik op stuk van één van mijn medestudenten die fijntjes opmerkte: ‘Even drie dagen bezinnen... volgens mij kun jij makkelijk dat programma in twee dagen afwerken, dan kun je zaterdagavond al weer thuis zijn...’.
Daar had hij een punt. Waar ben ik toch allemaal mee bezig? Waarom hol ik zo hard? Alsof ik word achterna gezeten. Ik vind ook alles leuk en nee zeggen is er niet bij. Als mensen aan mij vragen hoe ik het toch allemaal combineer, een gezinshuis runnen, een eigen praktijk hebben, een boek schrijven, de gewone ‘sociale verplichtingen’, in twee besturen zitten, een studie volgen en tussendoor ook nog ergens slapen, haal ik m’n schouders op en zeg ik meestal dat ik volop geniet van het leven. Ik heb wat in te halen vind ik. Ik moet opschieten... ik ben al over de veertig!
Adem in, adem uit... Een geniaal bedachte titel, al zeg ik het zelf. Maar, hoe zit het met mijn eigen ademhaling? Volgens mij is het op dit moment meer: hijg, hijg, puf, puf.
We komen terug van vakantie. Ik voel me brak, heb keelpijn, hoofdpijn, spierpijn en ben moe. Tuurlijk, daar ga ik weer... ik voel de irritatie al toenemen... mijn lijf weer in de bocht... Ik ga stug door met waar ik mee bezig ben en dan kom ik met corrigeren bij het hoofdstuk waarin ik stil sta bij ‘lief lijf’ en ‘ik hou van mij’. De woorden roepen naar me vanaf het witte blad en ik luister: ‘Lief lijf, ik zal je weer behandelen zoals je bedoeld bent: als een tempel! (1 Korinthe 6:9).’
Oké, het is me duidelijk. De keuze is aan mij. Ga ik op deze manier doorleven, hollend, druk, verslaafd aan adrenaline en mezelf slopend, of ga ik op de rem trappen? Ik ben me ervan bewust wat eronder zit, ofwel, wat mijn niet toegestane deel is. Ik mag van mezelf geen nee zeggen omdat ik vind dat ik me moet bewijzen. Iedereen mag zwakke momenten hebben, maar ik niet. Iedereen mag moe zijn en het te druk hebben, maar ik moet alles aankunnen en aanpakken. Want anders voelt het als falen, en dat mag niet.
Ik ga achter mijn computer zitten en bestudeer mijn agenda. Er gaat geschrapt worden. Structureel. Jammer dan voor die anderen. Ik stuur een mail naar de kring dat ik tot en met december in ieder geval afhaak. ‘Kan ik dat maken?’, vraag ik me af. Waarom niet eigenlijk... ik doe het. Ik verwijder de kringavonden uit mijn agenda. Dat ruimt al op. Dan gaan er nog wat mailtjes de lucht in die orde scheppen in de komende week en komen er denkbeeldige kruisen in mijn weken de komende periode te staan. Die dag geen afspraken.
Het meest lastige vind ik dat ik op maandag drie cliënten moet afzeggen omdat ik ziek ben. Als ik ga praten, begin ik te hoesten en ik heb nu eenmaal een pratend beroep. Het is niet anders. Zo vroeg mogelijk verstuur ik de mails. Ik krijg mailtjes terug met beterschapswensen en zelfs iemand die schrijft dat het eigenlijk wel goed uitkomt... Wat? Ben ik niet eens cliënten kwijtgeraakt omdat ik ze heb afgezegd?
Ik breng de dag, gister, grotendeels in bed door. Ik lees wat, slaap, hoest mezelf weer wakker, ga er even uit en herhaal daarna het rondje. ‘s Avonds voel ik me redelijk. Goed, adem in, adem uit... graag in een rustig tempo anders ga je hyperventileren en dat levert angstige momenten op!

Ik moet denken aan Wiggler, de rups uit één van de Mario-spellen. Ik vind hem geweldig, vooral in dat gedeelte waarin zijn segmenten een eigen leven zijn gaan leiden en hij alleen zijn hoofd nog maar heeft...

Wiggler is woest terwijl de rest van zijn lijf op de verschillende plekken van het bos een feestje viert. Aan Mario de taak om Wigglers onderdelen weer te vinden en terug te brengen. Ik lijk wel op Wiggler. Mijn hoofd wil het allemaal bepalen en regelen en ik vind het dan wel zo handig als de rest van mijn zijn, mijn lichaam en mijn emoties, zich daar zeer gedwee bij aansluiten.

Maar dat is niet hoe het werkt. Het is een samenwerking tussen alle delen en geen dictatuur. Ik weet inmiddels wat er gebeurt als ik mijn hoofd de macht en regie geef over mijn leven. Het ziet er geweldig uit, ik ben multifunctioneel, grenzeloos in energie en ideeën, maar uiteindelijk hollen mijn lijf, emoties en misschien ook mijn geest heel hard weg om in het bos ver weg hun eigen feestje te vieren... Niet handig.
Vandaag was een goede dag. Ik heb het rustig aan gedaan, mezelf een bezoekje aan de kapper cadeau gedaan, eens goed in de spiegel gekeken toen ik daar toch zat en bedacht dat alleen een hoofd ook niks waard is. Ik wil wel graag compleet door het leven gaan. Misschien mag ik het komende kloosterweekend wel even gebruiken om als rups in een cocon te kruipen om daarna als een vlinder weer verder te fladderen. ‘t Zal heus niet in één keer goed gaan, maar je kunt het altijd weer opnieuw proberen.
Labels:
adem in adem uit,
adrenaline,
druk,
leven,
lijf,
vakantie,
wiggler
zaterdag 21 mei 2016
Lief lijf
Een maand geleden. Ik word wakker met heftige buikpijn. Dezelfde pijn als waar ik een jaar geleden drie dagen voor in het ziekenhuis heb gelegen. Ik herken hem uit duizenden. Diverticulitis, ontstoken darm.
Oef, dat is een lastige, want deze pijn kan ik niet negeren. Deze kan ik niet uitzetten.
Mijn lijf en ik. We zijn geen vrienden. We hebben een haat-liefde verhouding. We kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar. Of, misschien is dat eerlijker, ik kan niet zo goed met m'n lijf overweg. Ik duld hem omdat ik weet dat er zonder lijf geen leven is, maar ik zie het vooral als een noodzakelijk kwaad. Ik ben er in de loop van mijn leven een kei in geworden om hem te negeren. Ik kan hem zelfs bedienen, want ik kan hem tot op zekere hoogte uitzetten.
Een maand geleden. Ik bel Ilona, een bevriende verpleegkundige. Ik weet dat ze een nuchtere, no nonsense type is. Ik bel haar omdat ik hoop dat ze gaat zeggen dat ik wat moet innemen en me verder niet druk moet maken. Ze hoort mijn verhaal aan en vraagt welk cijfer ik aan de pijn geef. Toch wel een 7. Ik heb erger meegemaakt, maar deze is een 7 waard.
Ze zegt dat ik tramadol in kan nemen en rust moet nemen. Maar als de pijn door de tramadol heen komt moet ik naar de huisarts. Braaf doe ik wat ze zegt. Ik val in een diepe slaap en wordt twee uur later gewekt door de telefoon. Het is Ilona die bezorgd is hoe het gaat.
De pijn is niet weg. Ik besluit de huisarts te informeren. Ja, je leest het goed, informeren... Natuurlijk hoeft zij er niets mee, maar dan heb ik gedaan wat ik moest doen.
Twintig minuten later zit ik in de spreekkamer van de huisarts. Ik moest meteen komen. Ze maakte zich zorgen.
Wat is dat toch, dat iedereen zo bezorgd is over dat lijf? Wat een drukte om niks! Kan het lijf zich misschien even gaan gedragen en meewerken aan mijn ambitieuze plannen en wilde ideeën?
Ik lig twee dagen in bed. Onder schooltijd, want niemand hoeft rekening met mij te houden, of last van mij te hebben. De pijn zakt. Ik krijg de controle weer terug.
Een week later zit ik weer bij de huisarts omdat ik na 5 maanden de pijn die ik heb op de plek waar drie keer een cyste is verwijderd niet meer kon negeren. Twee dagen zitten tijdens het studieweekend gevolgd door een kerkdienst en een fietstocht waren teveel.
Jan Willem vraagt wat er is en waarom ik zo kortaf ben. Ik heb pijn. De volgende dag zit ik bij de huisarts.
Niets bijzonders te zien, dus maar een pijnstillende zalf mee gekregen in de hoop dat het niet iets is wat dieper gelegen en dus voor het oog onzichtbaar is.
Afgelopen week zat ik weer bij de huisarts. Overprikkelde luchtwegen, weinig lucht, pijn bij het hoesten. Dat is dus drie keer in vier weken. Wat een poeha om zo'n lijf!
Ik voel me gefrustreerd en als ik tijdens het rondje van het studieweekend, gisterochtend, mijn zegje mag doen gooi ik het eruit. Ik voel een enorme boosheid in mezelf en schrik van mijn eigen felheid. Ik krijg opmerkingen vanuit de groep. Ze raken me. Mensen constateren dat er weinig verbinding is tussen mijn lichaam en mijn verstand. Ik weet dat wel, maar het van een ander horen is toch confronterend. Tijd voor een inbreng dit weekend! Die volgt in de middag. Ik heb een gesprek met een medestudent, Willeke, die voor dat moment mijn therapeut is.
Al pratend wordt het helderder. Ik ben boos. Boos op mijn lijf. En het is een hele oude boosheid. Een diep gewortelde. Ik ben misbruikt en mijn lijf reageerde daarop. Waar mijn geest schreeuwde: 'Nee, ik wil dit niet!', riep mijn lijf: 'Ja, lekker!' En dat is waarom ik het haat. Waarom ik er ook niet naar wil luisteren. Het vertelt me toch de waarheid niet. Ik kan er niet op vertrouwen. Ik gedoog het, maar ik wil er geen last van hebben.
Willeke wil dichtbij komen, maar ik houd het tegen. Ze respecteert mij. De trainer komt erbij en zegt: 'Ik denk dat ze een knuffel nodig heeft.'
'Ja!' Roept mijn lijf.
'Nee!' Zeg ik zeer beslist.
'Een klein knuffeltje dan?' zegt de trainer.
'Ja!' Roept mijn lijf.
Ik mompel wat. De trainer legt zijn hand op mijn hand. Ik huil heel hard... en ik voel...
Ik voel de warmte en ik voel liefde. Voor mij, voor mijn lijf.
Ik krijg een knuffel van Willeke. Het voelt goed. En veilig, warm.
Grappig, ik ben alle woorden kwijt die gezegd zijn behalve twee: 'Lief lijf'.
Lief lijf... dat zei Willeke. Lief lijf? Hmm.... Zou ze gelijk hebben?
Eigenlijk heb ik alleen nog maar zin om te huilen. Maar we gaan verder met de dag. De tranen blijven hoog zitten. Ik besluit om naar mijn hotelkamer te gaan. Ik zoek contact met Henry. Henry die mijn hele verhaal kent en die zo vaak gezegd heeft: 'Je lichaam verdient geen straf, alleen maar liefde.' Dat waren helende woorden die ik vaak maar moeilijk kon horen en waar ik me nu alweer jaren voor afgesloten heb.
Ik reageer mezelf even af via de app en Henry moedigt me aan om kwetsbaar te zijn. Waar ik me eigenlijk had voorgenomen me de rest van het weekend terug te trekken besluit ik toch te gaan eten en contact te maken met m'n studiegenoten.
'Zo ken ik je weer, ga maar gauw naar je maatjes. Je bent een sterke en soms domme vrouw. Dikke knuffel voor jullie!' Appt Henry.
Ik moet erom lachen. 'Dikke knuffel voor jullie.' Natuurlijk weet ik best wat hij ermee bedoelt, maar voor nu is het wel heel toepasselijk. 'Vooruit', zeg ik tegen mezelf, 'een knuffel voor mij en één voor mijn lijf!'
Lief lijf, jij kon er ook niets aan doen! Ik weet dat wel, maar ik vind het zo moeilijk te accepteren. En toch wil ik een brug slaan. Een voorzichtig begin van vriendschap. Als we dan toch met elkaar opgescheept zitten, moeten we er samen maar wat moois van maken. Wie weet hoe goed we het samen krijgen!
Ik ga naar het diner en daarna hebben we intervisie. Het is fijn om met m'n studiegenoten de dingen te delen. Het mag er zijn en ik word niet veroordeeld. Het voelt eigenlijk wel oké. Natuurlijk blijf ik veel te lang in de bar hangen met een paar trouwe nacht-EPH-ers, en dan ga ik naar bed. Ik heb kleine, zere ogen maar val als een blok in slaap. Om 6.00 uur ben ik klaar wakker en schrijf ik het eerste gedeelte van deze blog. Op m'n gemak ga ik douchen en voel heel bewust het warme water op mijn lijf. Lief lijf...
Na het ontbijt starten we met dag twee. Ik besluit de groep deelgenoot te maken van mijn overpeinzingen en lees m'n blog voor. We hoeven er verder niet meer over te praten. Gek is dat, soms voegen woorden niets toe. Ik voel gewoon dat het zo prima is. Het is ook fijn om zo open en eerlijk mijn dingen te kunnen delen. De dag gaat van start. Het voelt als een wereld van verschil met gister. Mijn frustraties zijn weg. Ik neem af en toe wat tegen de pijn of tegen de hoest. Een lieve studiegenoot heeft 'thee voor mijn luchtwegen' meegenomen. Die drink ik het hele weekend.
Lief lijf, ik zal wat meer respect voor je hebben en je met meer zorg behandelen. Je verdient het, ik verdien het!
Tevreden, trots, dankbaar, moe maar vooral ook opgelucht rij ik naar huis. Wat een weekend, wat een opleiding! Blij dat dit op mijn pad gekomen is. Thuisgekomen check ik even mijn facebook. Mijn oog valt op de uitspraak die ik gistermorgen postte:
Hoe toepasselijk!
Lief lijf, we gaan ervoor! Jij en ik samen!
Oef, dat is een lastige, want deze pijn kan ik niet negeren. Deze kan ik niet uitzetten.
Mijn lijf en ik. We zijn geen vrienden. We hebben een haat-liefde verhouding. We kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar. Of, misschien is dat eerlijker, ik kan niet zo goed met m'n lijf overweg. Ik duld hem omdat ik weet dat er zonder lijf geen leven is, maar ik zie het vooral als een noodzakelijk kwaad. Ik ben er in de loop van mijn leven een kei in geworden om hem te negeren. Ik kan hem zelfs bedienen, want ik kan hem tot op zekere hoogte uitzetten.
Een maand geleden. Ik bel Ilona, een bevriende verpleegkundige. Ik weet dat ze een nuchtere, no nonsense type is. Ik bel haar omdat ik hoop dat ze gaat zeggen dat ik wat moet innemen en me verder niet druk moet maken. Ze hoort mijn verhaal aan en vraagt welk cijfer ik aan de pijn geef. Toch wel een 7. Ik heb erger meegemaakt, maar deze is een 7 waard.
Ze zegt dat ik tramadol in kan nemen en rust moet nemen. Maar als de pijn door de tramadol heen komt moet ik naar de huisarts. Braaf doe ik wat ze zegt. Ik val in een diepe slaap en wordt twee uur later gewekt door de telefoon. Het is Ilona die bezorgd is hoe het gaat.
De pijn is niet weg. Ik besluit de huisarts te informeren. Ja, je leest het goed, informeren... Natuurlijk hoeft zij er niets mee, maar dan heb ik gedaan wat ik moest doen.
Twintig minuten later zit ik in de spreekkamer van de huisarts. Ik moest meteen komen. Ze maakte zich zorgen.
Wat is dat toch, dat iedereen zo bezorgd is over dat lijf? Wat een drukte om niks! Kan het lijf zich misschien even gaan gedragen en meewerken aan mijn ambitieuze plannen en wilde ideeën?
Ik lig twee dagen in bed. Onder schooltijd, want niemand hoeft rekening met mij te houden, of last van mij te hebben. De pijn zakt. Ik krijg de controle weer terug.
Een week later zit ik weer bij de huisarts omdat ik na 5 maanden de pijn die ik heb op de plek waar drie keer een cyste is verwijderd niet meer kon negeren. Twee dagen zitten tijdens het studieweekend gevolgd door een kerkdienst en een fietstocht waren teveel.
Jan Willem vraagt wat er is en waarom ik zo kortaf ben. Ik heb pijn. De volgende dag zit ik bij de huisarts.
Niets bijzonders te zien, dus maar een pijnstillende zalf mee gekregen in de hoop dat het niet iets is wat dieper gelegen en dus voor het oog onzichtbaar is.
Afgelopen week zat ik weer bij de huisarts. Overprikkelde luchtwegen, weinig lucht, pijn bij het hoesten. Dat is dus drie keer in vier weken. Wat een poeha om zo'n lijf!
Ik voel me gefrustreerd en als ik tijdens het rondje van het studieweekend, gisterochtend, mijn zegje mag doen gooi ik het eruit. Ik voel een enorme boosheid in mezelf en schrik van mijn eigen felheid. Ik krijg opmerkingen vanuit de groep. Ze raken me. Mensen constateren dat er weinig verbinding is tussen mijn lichaam en mijn verstand. Ik weet dat wel, maar het van een ander horen is toch confronterend. Tijd voor een inbreng dit weekend! Die volgt in de middag. Ik heb een gesprek met een medestudent, Willeke, die voor dat moment mijn therapeut is.
Al pratend wordt het helderder. Ik ben boos. Boos op mijn lijf. En het is een hele oude boosheid. Een diep gewortelde. Ik ben misbruikt en mijn lijf reageerde daarop. Waar mijn geest schreeuwde: 'Nee, ik wil dit niet!', riep mijn lijf: 'Ja, lekker!' En dat is waarom ik het haat. Waarom ik er ook niet naar wil luisteren. Het vertelt me toch de waarheid niet. Ik kan er niet op vertrouwen. Ik gedoog het, maar ik wil er geen last van hebben.
Willeke wil dichtbij komen, maar ik houd het tegen. Ze respecteert mij. De trainer komt erbij en zegt: 'Ik denk dat ze een knuffel nodig heeft.'
'Ja!' Roept mijn lijf.
'Nee!' Zeg ik zeer beslist.
'Een klein knuffeltje dan?' zegt de trainer.
'Ja!' Roept mijn lijf.
Ik mompel wat. De trainer legt zijn hand op mijn hand. Ik huil heel hard... en ik voel...
Ik voel de warmte en ik voel liefde. Voor mij, voor mijn lijf.
Ik krijg een knuffel van Willeke. Het voelt goed. En veilig, warm.
Grappig, ik ben alle woorden kwijt die gezegd zijn behalve twee: 'Lief lijf'.
Lief lijf... dat zei Willeke. Lief lijf? Hmm.... Zou ze gelijk hebben?
Eigenlijk heb ik alleen nog maar zin om te huilen. Maar we gaan verder met de dag. De tranen blijven hoog zitten. Ik besluit om naar mijn hotelkamer te gaan. Ik zoek contact met Henry. Henry die mijn hele verhaal kent en die zo vaak gezegd heeft: 'Je lichaam verdient geen straf, alleen maar liefde.' Dat waren helende woorden die ik vaak maar moeilijk kon horen en waar ik me nu alweer jaren voor afgesloten heb.
Ik reageer mezelf even af via de app en Henry moedigt me aan om kwetsbaar te zijn. Waar ik me eigenlijk had voorgenomen me de rest van het weekend terug te trekken besluit ik toch te gaan eten en contact te maken met m'n studiegenoten.
'Zo ken ik je weer, ga maar gauw naar je maatjes. Je bent een sterke en soms domme vrouw. Dikke knuffel voor jullie!' Appt Henry.
Ik moet erom lachen. 'Dikke knuffel voor jullie.' Natuurlijk weet ik best wat hij ermee bedoelt, maar voor nu is het wel heel toepasselijk. 'Vooruit', zeg ik tegen mezelf, 'een knuffel voor mij en één voor mijn lijf!'
Lief lijf, jij kon er ook niets aan doen! Ik weet dat wel, maar ik vind het zo moeilijk te accepteren. En toch wil ik een brug slaan. Een voorzichtig begin van vriendschap. Als we dan toch met elkaar opgescheept zitten, moeten we er samen maar wat moois van maken. Wie weet hoe goed we het samen krijgen!
Ik ga naar het diner en daarna hebben we intervisie. Het is fijn om met m'n studiegenoten de dingen te delen. Het mag er zijn en ik word niet veroordeeld. Het voelt eigenlijk wel oké. Natuurlijk blijf ik veel te lang in de bar hangen met een paar trouwe nacht-EPH-ers, en dan ga ik naar bed. Ik heb kleine, zere ogen maar val als een blok in slaap. Om 6.00 uur ben ik klaar wakker en schrijf ik het eerste gedeelte van deze blog. Op m'n gemak ga ik douchen en voel heel bewust het warme water op mijn lijf. Lief lijf...
Na het ontbijt starten we met dag twee. Ik besluit de groep deelgenoot te maken van mijn overpeinzingen en lees m'n blog voor. We hoeven er verder niet meer over te praten. Gek is dat, soms voegen woorden niets toe. Ik voel gewoon dat het zo prima is. Het is ook fijn om zo open en eerlijk mijn dingen te kunnen delen. De dag gaat van start. Het voelt als een wereld van verschil met gister. Mijn frustraties zijn weg. Ik neem af en toe wat tegen de pijn of tegen de hoest. Een lieve studiegenoot heeft 'thee voor mijn luchtwegen' meegenomen. Die drink ik het hele weekend.
Lief lijf, ik zal wat meer respect voor je hebben en je met meer zorg behandelen. Je verdient het, ik verdien het!
Tevreden, trots, dankbaar, moe maar vooral ook opgelucht rij ik naar huis. Wat een weekend, wat een opleiding! Blij dat dit op mijn pad gekomen is. Thuisgekomen check ik even mijn facebook. Mijn oog valt op de uitspraak die ik gistermorgen postte:
Hoe toepasselijk!
Lief lijf, we gaan ervoor! Jij en ik samen!
Abonneren op:
Posts (Atom)


