Posts tonen met het label Jezus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jezus. Alle posts tonen

dinsdag 21 november 2017

What's in a word?

Mensen met een homoseksuele relatie mogen binnen de Protestantse Kerk Nederland trouwen. Maar nog steeds is er een verschil tussen het homo- en heterohuwelijk: het homohuwelijk wordt gezegend in plaats van ingezegend.

Inzegenen-zegenen-uitzegenen 

Ik kan er niets aan doen, maar de hele dag spoken deze woorden al door mijn hoofd: Zegenen, inzegenen, zegenen, inzegenen, zegenen… Hetero’s mag je inzegenen als ze trouwen, homo’s mag je zegenen als ze trouwen. En als ik in een openbaar postje ga vertellen hoe ik er over denk word ik misschien wel uitgezegend door de kerk waar ik bij ingeschreven sta, denk ik er op een goed moment achteraan.

Kwetsbaar

Gisterochtend kwam ik het eerlijke en kwetsbare artikel tegen van dominee Anne-Marie van Briemen. Een dominee uit één plaatsje verderop. Ik ken haar niet maar had het afgelopen jaar in de wandelgangen al geruchten gehoord: ‘Die dominee uit Boskoop, die blijkt lesbisch te zijn…’ Nu las ik het artikel in de krant. Een inkijkje in haar leven en worsteling met haar lesbisch zijn in combinatie met haar predikant zijn. Het bevestigde mijn kijk op homoseksualiteit en geloof. Die is na het lezen van diverse boeken over dit onderwerp heel wat genuanceerder geworden. En na het lezen van het artikel kijk ik uit naar meer predikanten, voorgangers, maar vooral mensen (met wat voor titel dan ook) die zichzelf niet langer hoeven te verbergen.

Synode 


Goed, de synode van de PKN (ik moet bij het woord synode altijd aan het woord ‘sanhedrin’ denken, maar dat terzijde), toch wel één van de grootste protestantse groeperingen in ons land, heeft zich gebogen over het vraagstuk: ‘Wat te doen als homoseksuele stellen in de kerk willen trouwen?’ Ze hebben zich verdiept in het onderwerp en hebben zich ingeleefd door te luisteren naar de verhalen van twee homoseksuele predikanten. Eén die een celibatair leven heeft, en één die inmiddels getrouwd is met iemand van het zelfde geslacht. Dominee Anne-Marie dus. En nee, zij is niet over één nacht ijs gegaan. Ze heeft zich niet uitgeleefd op het moment dat ze ontdekte dat ze anders geaard was dan heteroseksueel. Ze is met voorzichtigheid, respect, in afhankelijkheid van God haar weg gegaan.

De synode heeft ingezoomd op de levens van deze twee predikanten, overlegd, gewikt, gewogen, gebeden, geaarzeld, gediscussieerd en heeft toen weer uitgezoomd naar de gewone kerkganger, de gelovige van nu. Echt nieuwe inzichten hebben ze niet gekregen, als ik het interview met ds. de Reuver beluister, wel wat meer zicht op hoe het er in de praktijk van een homoseksueel predikant aan toe kan gaan (en wat voor gevolgen dat dan kan hebben voor de gemeenten die ze dienen). Maar uitzicht op een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar is, is er niet.

Goochelen met woorden 


Dus goochelt de synode wat met woorden. Politiek theologisch correcte praat noemt mijn lieftallige echtgenoot dat. De synode neemt een standpunt in: Heteroseksuele stellen worden ingezegend. Homoseksuele stellen worden gezegend. Wat het verschil is wordt niet duidelijk. In andere talen zijn daar ook geen verschillende worden voor zegt Reuver in zijn interview met Groot Nieuws Radio.

Mijn gedachten slaan op hol. Wat een woordenspel weer. Een onderdeel van de tale Kanaäns, zoals we die in de loop van de eeuwen hebben bedacht. Zegenen, inzegenen, uitzegenen. We gaan gemakshalve gewoon voorbij aan de betekenis van zegenen. We bedenken een woord waardoor het nog nét acceptabel is dat homoseksuele stellen in de kerk een zegen mogen ontvangen. ’t Zijn wel net iets minder letters dan heteroseksuele stellen, maar die zegen heb je dan toch te pakken. En hopelijk ben je daarmee dan ook van de klachten van gemeenteleden af die dit niet goedkeuren. Er is immers verschil? Het gaat niet om dezelfde zegen…

In mijn hoofd rollen allerlei woorden over elkaar heen. Je kunt bijvoorbeeld inademen, ademen en uitademen. Daar heb ik vorig jaar nog een boek over geschreven. Adem in, Adem uit. In dezelfde categorie zit inblazen-blazen-uitblazen. Hoewel ik bij inblazen meer denk aan mond op mond beademing, bij blazen aan mijn bladblazer die als ik de schakelaar omzet ook een vernietigend effect kan hebben, en bij uitblazen zie ik een plaatje voor me van iemand die halfdood over de eindstreep van de marathon valt.

Tussen bakeren en inbakeren zit ook niet echt verschil. Ik stel voor dat we dan inbakeren voortaan gebruiken als het duidelijk een jongetje of een meisje is, en bakeren als het geslacht onduidelijk is. Indalen gaat duidelijk over de balletjes van het opgroeiende kind en dalen heeft diverse betekenissen. Uitdalen bestaat niet, maar vandalen zijn dan wel weer een bekend fenomeen.

Insnijden-snijden-uitsnijden hebben snijden gemeen maar de betekenissen zijn erg divers. Willen we er ook nog een religieus sausje overheen gieten zou je besnijden nog aan het rijtje kunnen toevoegen.

En wat te denken van:
www.walterdijkshoorn.nl
  • Inbellen-bellen-opbellen
  • Inbinden-binden-ontbinden
  • Inbouwen-bouwen-uitbouwen
  • Inbreken-breken-uitbreken
  • Inchecken-checken-uitchecken
  • Indenken-denken-uitdenken
  • Indelen-delen-uitdelen
  • Indeuken-deuken-uitdeuken
  • Indraaien-draaien-uitdraaien
  • Indrukken-drukken-uitdrukken
  • Indrogen-drogen-uitdrogen
  • Inslapen-slapen-uitslapen
  • Inspreken-spreken-uitspreken
  • Ingang-gang-uitgang-rotgang

Ik kan nog veel meer bedenken en zit hardop te grinniken als ik sommige woorden op me in laat werken. Vorige week was ik even bij mijn schoonmoeder die een verhaal vertelde van iemand die zich had laten overdopen. Ja, bingo! Daar heb je er weer één! Indopen-dopen-overdopen... Ze bedoelde natuurlijk dat een kind ooit als baby besprenkeld was, en nu als volwassene koppie onder was gegaan. Hij komt in de buurt van zegenen en inzegenen.

Als we onderwerpen als ‘dopen’ gaan nemen kom je al gauw met een ander fenomeen in aanraking: Scheuren. Het zal beginnen met inscheuren en uiteindelijk uitscheuren. En dan heb je een scheuring. Overigens zou zo’n scheuring ook zomaar kunnen ontstaan als we als gelovigen denken de waarheid in pacht te hebben en te mogen oordelen over onderwerpen als homoseksualiteit. Misschien moeten we met elkaar ontdekken dat je je als gelovige niet hoeft in te dekken als je niet precies weet hoe God naar situaties kijkt.

What’s in a word?


Laat eens op je inwerken wat woordgebruik kan uitwerken. Door een woord als ‘zegenen’ te gebruiken voor de ene doelgroep en ‘inzegenen’ voor de andere doelgroep, geef je eigenlijk al een oordeel, een mening. Je maakt onderscheid.

Ik vind dat we als christenen, als volgelingen van Jezus, als gelovigen die God vertegenwoordigen op aarde voorzichtig moeten zijn in ons oordelen. Dat is namelijk niet aan ons. Wij zijn God niet, wij hebben maar zo’n beperkte kijk op hoe Hij alles bedoeld heeft. Ja, natuurlijk moeten er regels zijn en onze behoefte aan duidelijkheid speelt ons parten.

We zijn in goed en fout gaan denken terwijl God denkt in liefde. Liefde voor de hele wereld, voor de hele schepping, voor jou en mij, voor homo’s en hetero’s (en ja zelfs voor biseksuelen, transgenders, polyamoreuzen, prostituees, geheelonthouders, geslachtslozen en alles wat je nog meer kunt bedenken). Ik hoop en wens dat we als gelovigen weer een eenheid zullen vormen met als basis Gods liefde. Jezus was er duidelijk over. Hij maakte korte metten met de religieuzen van die tijd en gaf een heldere opdracht over hoe wij in het leven mogen staan (Matt. 22:37-39 BGT):

De eerste en belangrijkste regel is deze: De Heer is je God. Je moet van Hem houden met je hele hart, met je hele ziel, en met je hele verstand. Maar de tweede regel is net zo belangrijk: Van de mensen om je heen moet je evenveel houden als van jezelf.

zondag 12 november 2017

's Zondags gaan we naar de kerk... Toch? (2)

Reacties

Mijn vorige blog n.a.v. het boek 'Zo zijn onze manieren' riep best wel wat reacties op. Reacties van herkenning. Mensen die dezelfde vragen hebben als ik, die een bepaalde onvrede ervaren als het gaat om de manier waarop de kerk zich gevormd heeft.  Die zich afvragen waarom we doen wat we doen tijdens de zondagse samenkomst.
Er waren ook mensen die hier en daar wat kritische kanttekeningen plaatsten. Onder de blog of in privé berichtjes. Fijn, want ook die reacties helpen mij in mijn zoektocht.

Wat ik, voordat ik verder schrijf, voorop wil stellen is dat mijn blogs niet bedoeld zijn als aanklacht tegen de kerken en gemeenten zoals wij die kennen. Het feit dat we op zondag naar een samenkomst kunnen gaan, of zelfs naar meerdere, dat we in vrijheid samen mogen komen, is een zegen en een voorrecht. En zeker ook een goede gewoonte. Deze blogs zijn veel meer een wikken en wegen van mijn kant om erachter te komen hoe ik mijn leven als christen vorm wil geven en wat het dan betekent dat ik onderdeel ben van een grote groep gelovigen wereldwijd, ook wel 'kerk' genoemd.

De zondagse samenkomst

Afgelopen week ben ik verder gegaan in het boek 'Zo zijn onze manieren'. In hoofdstuk drie wordt aandacht besteed aan hoe de zondagse eredienst of samenkomst er in de meeste gevallen uitziet en hoe deze door de tijd heen zijn vorm heeft gekregen.

In de meeste kerken en gemeenten (van oud gereformeerde gemeenten tot pinkstergemeenten) zijn er een aantal onderdelen die in de zondagse dienst terugkomen (soms in een andere volgorde):
  • Begroeting
  • De zangdienst (in één blok of verdeeld over de dienst)
  • De mededelingen
  • De collecte
  • De preek gevolgd door een activiteit (bijvoorbeeld het avondmaal, gebed, oproep, zingen van een lied)
  • Zegen
Deze wat statische vorm van samenkomen is langzaam maar zeker ontstaan en haar voornaamste wortels liggen in de middeleeuwse, katholieke mis die door Gregorius de Grote (540-604) zijn vorm heeft gekregen.

Het bizarre is dat de mis een mengeling was van heidense en Joodse rituelen en dat hij doordrenkt was van het heidens-magisch denken en vol invloeden uit het Griekse denken. De latere katholieke mis die in de zestiende eeuw ontstond was ten diepste heidens. Kledij van heidense priesters, het gebruik van wierook en wijwater bij reinigingsrituelen, het branden van kaarsen tijden de dienst, kerkgebouwen volgens de architectuur van de Romeinse basilieken, de Romeinse wetgeving als basis voor het 'canoniek recht' (Pag. 100).

Toen de protestantse kerken ontstonden kwam de kansel, niet het altaar zoals in de katholieke kerk, centraal te staan. De preek werd het hoogtepunt van de protestantse dienst. Het boek beschrijft de invloeden van de diverse reformators en bewegingen. Daar wil ik verder hier niet op in gaan.

Wat ik mooi vind in het boek is dat de schrijver op pagina 129 zegt:
'Het is duidelijk dat het protestantse verloop van de eredienst niet bij de Heer Jezus, de apostelen of de geschriften van het Nieuwe Testament vandaan komt. Op zich maakt dat de liturgie nog niet verkeerd. Het betekent alleen dat een Bijbelse basis ontbreekt. Het is een feit dat we in onze cultuur veel dingen doen die een heidense oorsprong hebben. Denk aan de kalender die we gebruiken. De dagen van de week en de maanden van het jaar zijn naar heidense goden vernoemd. Maar door het gebruik van deze algemeen aanvaarde kalender zijn we nog geen heidenen.'

Er zijn echter wel een paar dingen de moeite waard om over na te denken als we kijken naar de huidige vorm van onze samenkomst. Ik vat ze hier samen (Pag. 130-132):
  • De protestantse liturgie beperkt de wederzijdse participatie en de groei van de christelijke gemeenschap. Het lichaam van Christus wordt bekneld doordat de gemeenteleden moeten zwijgen. Je kunt niet door andere leden van het lichaam worden verrijkt en je kunt anderen ook niet verrijken. Dit in tegenstelling tot de 'ieder heeft iets' bijeenkomsten waar we van lezen in de brieven van Paulus. 
  • De protestantse liturgie ondermijnt het leiderschap van Jezus Christus. De hele dienst wordt door één persoon geleid. Waar is de vrijheid die de Heer Jezus heeft om naar eigen believen door Zijn lichaam te spreken? Waar in de liturgie kan God een broeder of zuster een woord geven om dit te delen met de hele gemeente?  Jezus Christus heeft geen vrijheid om Zichzelf door Zijn lichaam te uiten wanneer en hoe Hij dat wil. Ook Hij is tot een passieve toeschouwer gereduceerd. Het lichaam van Christus wordt lamgelegd door de protestantse liturgie. Het wordt één grote tong (soms twee of drie) met een heleboel kleine oren. 
  • De zondagse eredienst is voor veel christenen saai, voorspelbaar, plichtmatig en routinematig. Ook in meer evangelische gemeenten waar een breed arsenaal van moderne media en drama is is er nog steeds sprake van een dienst die onder controle is van de voorganger, is er nog steeds sprake van een liedsandwich en zijn de gemeenteleden zwijgzame toeschouwers. 
  • De protestantse liturgie bevordert passiviteit, belemmert het functioneren van het lichaam van Christus en is zo een belemmering voor geestelijke groei. We groeien namelijk door te functioneren, niet door passief toe te kijken en te luisteren.

Hoe dan wel? 

Het is eenvoudig om te kijken naar wat er allemaal niet Bijbels verantwoord is en wat er aan heidense gebruiken is ingeslopen in de loop van de tijd. Maar hoe zou je een zondagse samenkomst dan wel vorm kunnen geven? Het boek geeft daar geen uitgebreid antwoord op. Ik heb me laten vertellen dat Frank Viola daar in een ander boek verder op in gaat. Toch geeft hij wel een voorbeeld van een levendige samenkomst onder het leiderschap van Christus die Frank zelf bezocht heeft. Een bijeenkomst waarin een dertigtal mensen bij elkaar komt en waarin er door verschillende gemeenteleden een bijdrage wordt geleverd zonder dat daar vooraf een structuur in is aangebracht.

Passiviteit

Hoewel het voor mij nog niet helder is hoe je dat dan organiseert en hoe je een groep gemeenteleden dan bij elkaar krijgt zonder weer te verzanden in alweer een nieuwe beweging of kerk, is voor mij in dit hoofdstuk wel duidelijk geworden dat het 'passieve' deelnemen aan, of beter gezegd: toeschouwen van de dienst niet bijdraagt tot een verfrissend, bloeiend geestelijk leven. En dat herken ik wel bij mezelf. Dat ik soms naar de dienst ga en zo graag een lied zou willen zingen omdat mijn hart daar al dagen vol van is, en dat we dan liederen zingen die ook prima zijn, maar niet aansluiten bij waar ik op dat moment zit.

Een ander voorbeeld waarin de passiviteit mij enorm stoorde was een dienst een paar jaar geleden. De spreker had het over 'vergeving'. Aan de hand van een bijbelgedeelte riep hij op om vooral te vergeven als een ander je iets had aangedaan. Het was een kort-door-de-bocht preek en wat mij betreft een halve waarheid. Ik luisterde met pijn in mijn hart voor al die mensen die met heftige trauma's in de dienst zaten en aan wie nog nooit om vergeving gevraagd was door de dader. Mensen misschien nog midden in hun verwerkingsproces. De spreker beëindigde zijn preek, sloot af met een gebed en daarna was er avondmaal. Ik zag een vrouw opstaan en huilend de zaal verlaten. Ik kende haar en wist dat deze preek haar pijn had gedaan. Het had haar niet dichter naar Jezus gebracht. En ik kon er niets aan doen. Ik kon het niet nuanceren. Degene die het avondmaal leidde bedankte de spreker voor zijn mooie en ware woorden. Mijn maag draaide zich om.

Levende stenen

Het effect van de protestantse liturgie. Wil ik daar echt aan mee doen? Ik denk aan de tekst uit 1 Petrus 2:4-5 en12 waar staat:

Voeg u bij Hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn....
Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken.


Dat is zo mijn verlangen dat ik, midden in een wereld die God niet meer kent, een levende steen kan zijn. Een steen waar mensen op kunnen bouwen en waar ze Gods liefde doorheen kunnen zien. Natuurlijk is het dan goed om ook de andere stenen van die geestelijke tempel te ontmoeten, maar de vraag is of de zondagse dienst in zijn huidige vorm daar de meest ideale plek voor is. 

Ik ga verder met lezen en ben benieuwd naar het vervolg. 

zondag 29 oktober 2017

Brief

Aan alle predikanten, voorgangers en hen die op welke manier dan ook leiding geven aan (een deel van) een christelijke gemeenschap,

Afgelopen week kwam er weer eens een misbruikzaak openbaar. Dit keer in een evangelische gemeente. De reactie van de gemeenteleiding choqueerde mij. Allerlei emoties gingen door mij heen. Verdriet, boosheid, medelijden, onbegrip, machteloosheid en afkeer wisselden elkaar af. Ik las de artikelen die op internet en in de kranten verschenen en de reacties daarop. Natuurlijk realiseer ik me dat er aan alle verhalen die in de media komen kanten zitten die niet genoemd worden, dat er geen compleet beeld wordt gegeven. Maar dat weerhoudt mij er niet van om deze brief te schrijven.


De doofpot



Het zal ongeveer 1988 zijn geweest toen ik, destijds zo’n 14 jaar jong, mijn verhaal durfde te vertellen aan de conrector van de middelbare school. Ik had regelmatig gesprekken met hem omdat het niet goed ging met me. Hij was een doortastende man die al snel door had dat er meer aan de hand was dan de gebruikelijke puberteitsperikelen. Op een dag kwam het hoge woord eruit: ‘Mijn broer heeft me seksueel misbruikt’. Het misbruik was inmiddels gestopt maar ik droeg het als een geheim en last met me mee.


Mijn ouders werden ingelicht en een aantal maanden daarna moest ik bij een ouderling van de Gereformeerde Gemeente (mijn moeder en wij als kinderen waren lid van deze kerk) langs komen voor een gesprek. Ik kan me de tafel waar we aan zaten, bij hem in de woonkamer, het kleed dat op tafel lag, de kopjes op tafel en een aantal dingen die de ouderling tegen me zei nog herinneren alsof het gister was.


De man vroeg niet aan mij wat er gebeurd was, hoe lang het geduurd had, hoe ver het gegaan was, hoe het nu met mij ging en hoe ik kon leven met zulke heftige gebeurtenissen. Ik kreeg geen compliment dat ik de moed had gehad om met mijn verhaal naar buiten te komen. De man somde de informatie op die hij van mijn moeder had gekregen. Ik kreeg te horen dat ik geen makkelijk kind was en dat ik het mijn ouders wel heel lastig maakte. Er was dan ook wel veel gebeurd, zo zei hij. Maar, als hij het goed begrepen had, op dit moment was er geen sprake meer van nare gebeurtenissen tussen mij en mijn broer? Ik beaamde dat. Het woord ‘seksueel misbruik’ werd niet genoemd. Toen klonken de woorden die ik mijn leven lang niet meer zal vergeten:


‘Het is voor iedereen het beste dat we het dan vergeven en vergeten. Laten we het met de mantel der liefde bedekken.’


Met die woorden ging het deksel op de doofpot. Pas vele jaren later durfde ik weer met mijn verhaal in de openbaarheid te komen. Toen ik dat deed kreeg ik vanuit het hele land reacties van mannen en vrouwen die ook misbruik mee hadden gemaakt, in de kerk, in gemeenten, tijdens kinderkampen, thuis of in de familie waarbij op zondag trouw ter kerke werd gegaan. Er waren er maar heel weinig die op een goede manier door hun kerkelijke gemeente waren opgevangen en ondersteund.


Seksueel misbruik ook bij christenen



En nu, deze week weer zo’n verhaal. Een verhaal waarbij het slachtoffer niet onvoorwaardelijk gesteund wordt en waarbij de leiding van de gemeente er alles aan doet om hun straatje schoon te vegen. Een paar maanden geleden zag ik een documentaire over seksueel misbruik in de katholieke kerk. Ook daar gebeurde hetzelfde. Het verhaal van het slachtoffer werd door de geestelijke die nu verantwoordelijkheid droeg, in twijfel getrokken. De dader ging vrijuit.


Seksueel misbruik is van alle tijden. Ook vandaag de dag vindt misbruik plaats. Bij hele jonge kinderen, bij opgroeiende kinderen, bij tieners, pubers, jongvolwassenen. Het gebeurt ook, hoe pijnlijk en dieptriest het ook is, onder mensen die zich christen noemen. Mensen die op zondag uw samenkomst bezoeken en door de week misschien wel uitermate actief zijn in uw kerk of gemeente, kunnen in het verborgene minderjarigen die op welke manier dan ook aan hun zorgen zijn toevertrouwd seksueel misbruiken, manipuleren en onder druk zetten om te zwijgen en mee te werken.


Oproep



Ik zou een oproep willen doen aan iedereen die op wat voor manier dan ook leiding geeft in kerk of gemeente. Allereerst een oproep om alert te zijn en uw ogen niet langer te sluiten voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Train uw medewerkers zodat ze signalen herkennen. Creëer een veilige sfeer en cultuur waarin mensen durven komen met hun verhaal. Ook als het misbruik al voorbij is. En als er zo’n zaak aan het licht komt, alstublieft, wees er dan in eerste plaats voor de volle honderd procent voor het slachtoffer!


Ja, ook als u twijfels heeft. Ik werk in de jeugdzorg en als er door een jongere melding wordt gemaakt van seksueel misbruik, wordt de desbetreffende pleegouder of groepsleider direct geschorst (of het kind daar weggehaald). Veiligheid boven alles. Luister naar wat iemand vertelt en neem maatregelen. Maatregelen die veiligheid waarborgen voor het slachtoffer en die de dader beperken in zijn mogelijkheden om verder te gaan met zijn of haar vernietigende gedrag.


Probeer deze dingen niet binnen de gemeente op te lossen, daar zijn ze te groot voor. Schakel politie en professionele hulp in. En als het al zo is dat er een kerkelijk werker, een ouderling of diaken of andere leidinggevende beschuldigd wordt van misbruik, wees dan in vredesnaam transparant en open naar de rest van de gemeente en naar de buitenwereld. Probeer geen feiten te verdoezelen of mooier te maken. Zeg alstublieft niet dat een slachtoffer het in de hand heeft gewerkt of heeft uitgelokt. Daarmee zadelt u het slachtoffer met een nieuw trauma op.


Schuld belijden, toegeven dat er fouten zijn gemaakt, zeggen dat er dingen over het hoofd zijn gezien, is moeilijk en soms uitermate pijnlijk maar uiteindelijk minder schadelijk voor het slachtoffer en voor uw gemeente.


Steun het slachtoffer en moedig hem of haar aan om aangifte te doen. Niet vanuit wraak of genoegdoening, maar ter bescherming van het slachtoffer en om de kans op herhaling te verkleinen. Zorg dat er een netwerk om het slachtoffer heen komt te staan waar het terecht kan, zich veilig voelt en gesteund weet. Kijk samen met het slachtoffer waar behoefte aan is.


Open de doofpot



Mijn ervaring, als therapeut, is dat mensen vaak jarenlang wachten voor ze met het verhaal van seksueel misbruik naar buiten komen. Daarom is mijn oproep ook om oog te hebben voor diegenen die misschien al jarenlang een geheim met zich meedragen. Die daar nauwelijks mee durven te komen omdat de dader misschien zo goed bekend stond. Open de doofpot, ook al komen daarmee pijnlijke gebeurtenissen of schaamtevolle zaken aan het licht!


Ook in deze zaken zou ik u willen aanmoedigen om met elkaar als geestelijk leiders van de kerken en gemeenten in Nederland, open te staan voor verhalen van slachtoffers. Steun hen en sta voor hen klaar als ze hortend en stotend met hun pijnlijke geschiedenis tevoorschijn komen. Kijk met hen wat er nog mogelijk is en wat er nodig is. Zaken kunnen verjaard zijn en civielrechtelijk kan er dan niets meer gedaan worden, maar dan nog mag er openheid komen over wat er gebeurd is.


Slachtoffers van seksueel misbruik hebben over het algemeen professionele hulp nodig. Natuurlijk is het fijn als er ook pastorale hulp vanuit de gemeente kan worden geboden, maar zorg daarnaast ook voor goede professionele hulp.


Te snel aandringen op vergeving kan traumatiserend werken. Wees daar voorzichtig mee. Als slachtoffers al aan vergeving toekomen is dat meestal veel later in het traject. Eerst mag het verhaal verteld worden en de pijn benoemd worden.


Medeverantwoordelijk



In mijn situatie, met mijn broer, is het misbruik met de mantel der liefde bedekt. Ik bouwde met veel moeite mijn leven op, ging een heftige weg van herstel (zie mijn boek: ‘Tranen in mijn koffie’) en in mijn familie werd er nooit meer over gesproken. Totdat ik op een dag gebeld werd door een rechercheur. Of ik wilde getuigen tegen mijn broer. Er liep een zaak tegen hem. Zijn pleegdochter had aangifte gedaan van seksueel misbruik. Ik getuigde, mijn eigen zaak bleek verjaard te zijn, dus zelf kon ik geen aangifte meer doen.


Ik heb mezelf heel vaak afgevraagd of dit meisje ook misbruikt zou zijn geworden als die ouderling (en mijn ouders en de mensen om ons heen) mij destijds geholpen hadden om aangifte te doen. Ik voelde me medeverantwoordelijk voor haar misbruik. En ergens vind ik dat die ouderling ook medeverantwoordelijk is. Natuurlijk kun je je verschuilen achter het feit dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Hoewel... sprak God Adam in de hof van Eden niet aan, terwijl Hij wist dat Eva de vrucht geplukt had? Dat terzijde.


Beste geestelijk leiders van Nederland, van welke denominatie dan ook, laat u niet regeren door angst en schaamte, maar door de waarheid. Jezus, ons grote voorbeeld, stelde zonden aan de kaak en was wars van mooie buitenkanten. Hij was bewogen met hen die door het leven geraakt waren en sloot zijn ogen niet voor datgene wat niet klopte. Hij bracht het in het licht en rekende ermee af.


Ik wens u moed toe om voor de waarheid uit te komen, daadkracht om op te treden tegen onrecht, een bewogen hart voor hen die lijden door wat hen is aangedaan en wijsheid om in Jezus’ voetspoor christelijk Nederland te leiden.


Hartelijke groet,
Judith Stoker 

Meldpunt misbruik binnen kerken: klik hier 
Protocol misbruik binnen kerken en gemeenten: klik hier 
Meldpunt bij vermoeden van misbruik: klik hier
Maak je (vrijwilligers)organisatie veiliger: https://www.inveiligehanden.nl/

maandag 23 oktober 2017

Eenheid

Eucharistie


Zaterdagochtend 14 oktober. We hebben na een tijd van stilte onze eerste woorden van dank tot God gesproken tijdens de Laude. Ik ben op een kloosterweekend met Aandachtig leven te gast bij de gemeenschap Chemin Neuf in Oosterhout. Tijdens het weekend doen we mee met het programma wat ze in deze gemeenschap gewend zijn. De dag wordt na het ontbijt gestart met de Laude. We danken, bidden en zingen en nemen het woord van God tot ons. In de oude kerk klinkt pianomuziek en we zingen samen:

Vader van het leven, ik geloof in U 
Jezus de Verlosser, wij hopen steeds op U 
Kom hier in ons midden, Geest van liefde en kracht 
U die via duizend wegen ons hier samen bracht 
En op duizend wegen, zendt U ons weer uit 
 Om het zaad te zijn van Gods rijk

Later die dag en ook op zondagmorgen vieren we de eucharistie. Ik herinner me van vorig jaar nog hoe dat ging. Ik word geraakt door de eenvoud en de diepgang van de liturgie. Ik bid mee voor eenheid onder alle christenen. Protestant, katholiek, evangelisch, anglicaans, luthers, geloven we niet allemaal in dezelfde God?

Hoe plechtig sommige momenten ook zijn, hoe toegewijd en eerbiedig er wordt omgegaan met het woord van God, opeens is er beweging en komt iedereen in actie. We wensen elkaar de vrede toe voor we het avondmaal of de eucharistie vieren. Iedereen komt uit de banken, schudt elkaar de hand met de woorden: De vrede van Christus voor jou! Ik ben ontroerd.

Samenkomst


Zondagochtend 22 oktober. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst in onze kerkdienst geweest ben. Het is in ieder geval een tijd geleden. Het plekje waar we het liefst zitten is nog vrij en we installeren ons. Alsof we nooit zijn weggeweest. Ik kijk rond en zie vertrouwde gezichten en ook wat gasten omdat het een bijzondere dienst is vanmorgen. Er wordt een baby opgedragen. Een gewoonte die wij als gemeente hebben. Het is geen bijbels ritueel maar een mooie manier om een zegen te vragen over een nieuw geboren leven.

De dienst verloopt zoals ik het gewend ben. We zingen met elkaar. Liederen waarvan ik de meeste wel ken en die ik graag mee zing. Een lied ook dat ergens in een bijna afgestorven deel van mijn brein verstopt zit. Voor het laatst gezongen tijdens het Dabar werk op de camping in Katwijk in 1992. Ik moet erom grinniken. Pure nostalgie, maar wat maakt het uit, de Psalmen zijn nog ouder!

Ik luister naar de preek en daarna naar getuigenissen van gemeenteleden. We bidden met elkaar en zingen nog een lied en dan krijgen we een zegen mee. De woorden treffen me:

De Heer zij vóór u, om u de juiste weg te wijzen. 
De Heer zij áchter u, om u in de armen te sluiten en om u te beschermen voor gevaar. 
De Heer zij ónder u, om u op te vangen als u dreigt te vallen. 
De Heer zij ín u, om u te troosten wanneer u verdriet hebt. 
De Heer zij óm u héén, als een beschermende muur, als anderen over u heen vallen. 
De Heer zij bóven u, om u te zegenen. 
Zó zegene u de almachtige God, vandaag, morgen, en tot in eeuwigheid. Amen. 
(Bede van st. Patrick)

Kerkdienst


Het is zondagmiddag 22 oktober. Ik zit in de kerkbank van de Bethelkerk, een PKN gemeente in Waddinxveen. Vandaag doet een bekende van mij belijdenis van haar geloof en ik ben uitgenodigd om de dienst bij te wonen. De laatste keer dat ik een protestantse zondagse eredienst heb meegemaakt is vele jaren geleden.

De kerk is ook met haar tijd meegegaan. Naast een orgel is er ook een muziekgroep die wat liederen begeleidt. Er wordt gezongen uit de psalmen, maar ook uit andere bundels. Toch is er nog veel vertrouwd, als vroeger. Het stille gebed, het votum, de groet, de dominee met z’n lange zwarte toga, de opbouw van de dienst.

Wat heerlijk is het om weer eens een goed doordachte preek te horen van iemand die duidelijk veel kennis heeft van de Bijbel. De bijbelteksten die zorgvuldig zijn uitgezocht en die allemaal terugkomen in de preek.

Dan het moment van belijdenis doen. Het formulier, ook gemoderniseerd, wordt voorgelezen. Ik denk terug aan onze belijdenisdienst in 1995 in de Hervormde kerk van Ede. Een mooie dienst die ik niet snel zal vergeten. Ik weet nog hoe ik trouw beloofde aan God, niet aan een kerk of denominatie. Ook nu klinkt een plechtig ‘Ja’ uit twee monden. We zingen de vrouwen zegenend toe en de woorden raken mijn hart:

De HEER zal u steeds gadeslaan, 
Hij maakt het kwade goed, Hij is het die u hoedt. 
Hij zal uw komen en uw gaan, 
wat u mag wedervaren, 
in eeuwigheid bewaren.
(Psalm 121:4)

Als de dienst voorbij is sta ik in de rij om te feliciteren. De muziekgroep zingt en speelt nog wat nummers. Ik neurie mee. Als ik bijna bij de uitgang ben zet de groep het lied in dat ik een week geleden zong tijdens de Laude. Wat bijzonder. Ik zing zachtjes mee:

Vader van het leven, ik geloof in U 
Jezus de Verlosser, wij hopen steeds op U 
Kom hier in ons midden, Geest van liefde en kracht 
U die via duizend wegen ons hier samen bracht 
En op duizend wegen, zendt U ons weer uit 
Om het zaad te zijn van Gods rijk

Eenheid


Drie kerkdiensten in één week. Drie zo verschillende diensten, verschillende gebruiken, gewoonten, muziek. Drie gemeenschappen waar ik me thuis voel. De verdeeldheid onder de christenen vind ik afschuwelijk. Ik ben gelovig, ik geloof in God en wil niets liever dan dat mensen door mij heen iets van Gods liefde zullen ervaren. Ik schaam me er niet voor dat ik christen ben. Maar oh wat vind ik het een aanfluiting dat christenen onderling elkaar afmaken en dat er zoveel onenigheid is. Dat er zoveel kerken, gemeenten, denominaties, richtingen en stromingen zijn die allemaal op hun beurt denken dat hun manier toch wel de beste is.

Jezus sprak vlak voor Hij ging sterven een gebed uit waar ik deze week aan dacht:

Vader, ik bid niet alleen voor mijn leerlingen. Ik bid voor alle mensen die in mij zullen geloven als ze uw boodschap horen. Laat alle gelovigen samen één zijn. Net zoals wij samen één zijn, Vader. En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat u mij gestuurd hebt. (Johannes 17:20-21 Bijbel in Gewone Taal)

Laat alle gelovigen samen één zijn. Ik overweeg soms om me uit te schrijven als lid van één specifiek genootschap. Ik wil niet geassocieerd worden met de verdeeldheid onder christenen die tot uiting komt in al die verschillende kerken. Ik ben geen baptist, of een gereformeerde, of een PKN-er, of een pinkstervrouw, of een katholiek. Ik ben christen. En ik wil samen met al die andere gelovigen één zijn. Ik wil het niet hebben over de verschillen, over kinderdoop of volwassendoop, over eucharistie of avondmaal, over communie of belijdenis, over twee diensten per zondag of één, over kledingvoorschriften of over wel of niet in tongen spreken, wel of geen vrouw in het ambt. Al die bijkomstigheden zaaien verdeeldheid en leiden de aandacht af van God.

Tijdens het kloosterweekend zei één van de zusters heel treffend: ‘Er zijn meer dingen die ons samenbinden dan dingen die ons scheiden. Maar het gaat erom waar je je op focust.’

‘Laat alle gelovigen samen één zijn. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd heeft.’ Anders gezegd: Iedere keer als wij stilstaan bij wat er niet goed is aan de andere gelovigen, als we oordelen of denken dat wij de waarheid in pacht hebben, dan zetten we God te kijk.

Ik hoop dat ik in mijn leven iets kan bijdragen aan de eenheid onder gelovigen. Dat kan ik doen door mijn eigen oordelen en meningen over andere gelovigen en andere gebruiken te laten varen. Door respectvol en nieuwsgierig te zijn in plaats van kritisch en betweterig. Ik heb al mooie dingen meegemaakt met mensen uit allerlei kerken. Samen zingen bij de Choir Company bijvoorbeeld, of de vrouwendag vorig jaar waarbij vrouwen uit allerlei kerken aanwezig waren. Of het kloosterweekend waarin we van gereformeerde gemeente tot katholiek vertegenwoordigd waren. Bij al die bijeenkomsten vallen verschillen weg en zijn we samen één, één zoals Jezus dat bedoelde. Dan gaat het om Hem, om Zijn liefde, en daar gaat wat van uit. Dan komen we via duizend wegen bij elkaar en zijn we het zaad van Gods rijk!


zondag 6 augustus 2017

Vanzelfsprekend

Vanzelfsprekend

Je wordt geboren (in mijn geval als meisje), je wordt volwassen, je wordt verliefd, je trouwt en dan wordt je moeder. Dat was hoe ik het als kind bedacht had. Hoe ik het voorgeschoteld had gekregen door het milieu waarin ik opgroeide.

Inmiddels weet ik beter. Het eerste punt blijft staan. Je wordt geboren. Jij net zo goed als ik. Want anders schrijf ik dit nu niet, en jij leest het niet. Ik ben er, jij bent er. Fijn wel trouwens, dat er meer zijn, anders was het toch een wat saai bestaan geworden.

Hoera! Het is een...

Jaren geleden alweer. Jan Willem en ik zijn op vakantie in Nieuw Zeeland. We logeren bij mijn zus en zwager en hun vijf dochters. Mijn zus is hoogzwanger en zal tijdens de vakantie gaan bevallen. Ik mag erbij zijn. De verloskundige, een struise vrouw die van aanpakken weet, helpt mijn zus door een snelle bevalling heen. Het kindje wordt geboren en de verloskundige houdt het in haar handen. Dan klinkt het bijna verbaasd: ‘Ooooh it’s a BOY!’

Het lijkt vanzelfsprekend. Je wordt geboren. Je bent een jongen of je bent een meisje. Maar wist je dat er ook kinderen geboren worden waarbij het helemaal niet duidelijk is of het een jongen of een meisje is? Deze kinderen hebben beide geslachtskenmerken en de ouders staan voor de onmogelijke keus om het kindje als een jongen of meisje te bestempelen. Want geslachtsloos is wettelijk gezien niet mogelijk. Het is een onderwerp waar een taboe op ligt. Je kunt er meer over lezen op o.a. http://nnid.nl/

Volwassen

Oké, in mijn geval staat het meteen bij geboorte overduidelijk vast. Ik ben een meisje. Ik groei op en ontwikkel me. Ik volg de basisschool, haal een HAVO-diploma en doe een HBO-studie. Ik ga op m’n 18e op kamers. Ik voel me echt heel volwassen! Ik ben zelfstandig en red me prima.

Volwassen worden gaat niet vanzelf. Je zou kunnen zeggen dat een volwassene een individu is die zichzelf in het leven kan redden. Kijk je puur biologisch, dan is een volwassene volgroeid en geslachtsrijp.

Ik denk met een zeker gevoel van schaamte terug aan mijn naïviteit. Niet iedereen wordt volwassen. Er zijn kinderen met een verstandelijke beperking die daar hun hele leven mee moeten dealen. Misschien worden ze biologisch volwassen, maar hun geest blijft kinderlijk.

Ik denk aan al die kinderen en jongeren die voor ze de volwassen leeftijd bereiken sterven. Door vroeggeboorte, wiegendood, ziekte, noodlottige ongevallen, natuurgeweld, suïcide of omdat ze vermoord worden.

Volwassen worden gaat niet vanzelf(sprekend).

Verliefd

Als je een meisje bent wordt je verliefd op een jongen. En andersom. Dat is wat ik leerde. Dat is niet hoe het per se gaat. Wel wat het meest maatschappelijk geaccepteerd is. Maar meisjes worden ook op meisjes verliefd, en jongens op jongens. Soms ook op allebei. En wat verwarrend kan dat zijn! Wat zijn de reacties als je ‘uit de kast komt’? Hoe reageren je ouders, broers en zussen, opa’s en oma’s? Wat zeggen vrienden, buren, sportmaatjes of klasgenoten? En wat als je christen bent en je misschien wel geleerd hebt dat homoseksualiteit zondig is?

Onbekender, maar zeker ook voorkomend, is dat iemand op meerderen tegelijk verliefd is. Polyamoreus (mijn spellingcontrole kent het woord niet eens), zoals we dat noemen. Ook dat komt onder christenen voor. Waarschijnlijk ken jij er geen één, want waar er onder gelovigen al een taboe rust op homoseksualiteit, geldt voor polyamorie een taboe met hoofdletters.

Verliefd worden is niet vanzelfsprekend.

Samen verder

Ik werd verliefd op Jan Willem. Tijdens twee onvergetelijke Dabar weken op camping de Noordduinen in Katwijk. Als ik eraan terugdenk kan ik de vlinders weer voelen. Drie jaar later trouwen we. We zijn allebei 22.

Trouwen is allang niet meer de enige manier om samen verder te gaan. Je kunt ook samenwonen, geregistreerd of niet. Of een LAT-relatie onderhouden. Er zijn vast ook nog wel andere constructies om samen door het leven te gaan.

Niet iedereen vindt een partner waarmee hij (of zij) verder door het leven zal gaan. Er zijn bewust alleenstaanden, maar ik denk dat het gros van de alleenstaanden droomt of gedroomd heeft van een levenspartner. Hoe pijnlijk is het als je ouder wordt en je vrienden krijgen een relatie. Als je vrienden kwijtraakt omdat hun leven verandert en hun focus niet langer op jou is. Wat kan het zeer doen als je innig verliefde stellen in een restaurant ziet zitten, of in de kerk. Wat kan het stil zijn in huis als je na een dag werken vol indrukken thuis komt en je verhaal niet kwijt kunt.

Trouwen, vanzelfsprekend? Ik dacht het niet!

Trouw tot de dood ons scheidt

‘In ziekte en gezondheid, in goede en slechte dagen, tot de dood ons scheidt...’ Woorden die in de trouwplechtigheid gesproken worden. Natuurlijk meen je ze op dat moment uit de grond van je hart. Je gaat ervoor.

Maar wat een gebrokenheid en verdriet treft relaties. Partners gaan vreemd en scheiden. Ruzie of geweld maken een eind aan de relatie. Ernstige ziektes met blijvende gevolgen kunnen een relatie zwaar onder druk zetten. Ingrijpende gebeurtenissen kunnen zoveel schade aanrichten dat samen verder tot de dood ons scheidt geen optie meer is.

Soms vervreemden partners van elkaar. Blijken de verwachtingen van het huwelijk of van elkaar niet uit te komen en zijn verschillen niet te overbruggen.

Een paar weken geleden was ik op het 40-jarige huwelijksfeest van vrienden van ons. Opeens realiseerde ik me hoe bijzonder dat eigenlijk is. Absoluut niet vanzelfsprekend.

Kinderen krijgen

Als er één is die weet dat kinderen krijgen niet vanzelfsprekend is, dan ben ik het wel. Jullie kennen ons verhaal. Vol vertrouwen en goede moed begonnen aan het stichten van een gezin en na enkele maanden gedesillusioneerd de spreekkamer van de gynaecoloog uitkomen met de boodschap: Voor jullie geen kindje van jullie samen.

Ik ben de enige niet. In de loop van de jaren heb ik heel wat mannen en vrouwen ontmoet die ook zo graag een kindje wilden, een gezin, maar voor wie het er niet inzat. Soms door duidelijke oorzaken. Soms ook niet. Het hopen, het verlangen, miskramen soms... een heftige weg door het leven.

Ik ken ook mensen die wel kinderen kregen, maar hen ook weer kwijtraakten. Baby’s die overleden, soms nog voor de geboorte. Kinderen die ziek werden en stierven. Een (verkeers)ongeluk. Afschuwelijk, het gemis, de lege plek. Zo rauw. Het leven zal nooit meer als vanouds worden.

Mijn hart breekt ook als ik denk aan de vaders en moeders van onze pleegkinderen. Ouders die hun kindje niet mogen verzorgen en opvoeden omdat... er zijn zoveel redenen te bedenken. Maar één ding staat voor mij vast: Dit is niet wat zij gedacht en gewild hebben toen ze ontdekten dat ze een kindje verwachtten. Je hebt een kind, maar je hebt het ook niet, of misschien moest je het wel afstaan, gedwongen door de omstandigheden van je leven op dat moment.

Kinderen zijn geen vanzelfsprekend gevolg op een relatie.

Oordeel

Ik ben een christen. Soms schaam ik me daarvoor. Ik durf er voluit voor uit te komen dat ik geloof in God. Ik ben dankbaar dat ik weet dat Jezus het voor mij in orde heeft gemaakt met God door te sterven aan een kruis en weer op te staan uit de dood. Maar ik schaam me voor hoe we, in het algemeen, met al die anderen die ik hierboven beschreef omgaan.

Afgelopen weken heb ik het evangelie van Lucas gelezen en ben ik opnieuw onder de indruk geraakt van hoe Jezus met mensen omging.
Hij zocht juist diegenen op voor wie het leven niet vanzelfsprekend was. Hij bracht tijd door met tollenaars (afpersers), met zieken en bezetenen. Hij bekommerde zich om hoeren en sprak met hen. Hij was vol ontferming, bewogen en liefdevol voor iedereen. Behalve voor de geestelijk leiders van die tijd. Daar veegde Hij de straat mee aan, verbaal.

In Lucas 6:37 doet Jezus een opmerkelijke uitspraak. Eén die ik graag ter harte wil nemen en waarvan ik hoop dat we dat als christenen allemaal zullen doen:

‘Oordeelt niet, opdat u niet geoordeeld wordt...’

Dat is hoe ik wil kijken naar al die niet-vanzelfsprekende-situaties die ik hierboven noemde. Ik wel hen allemaal zien, kennen, als mens. Gehandicapt, beperkt, homoseksueel, transgender, polyamoreus, alleenstaand, gescheiden, verslaafd, ongehuwd moeder, samenwonend, man, vrouw, geslacht onbekend... geen oordeel. Gewoon mensen, zoals ik. Ik wil van hen houden met de liefde waarmee Jezus in Zijn tijd van al die niet vanzelfsprekende mensen hield. Niet om hen te bekeren of over te halen om op mijn manier te geloven maar om iets van die liefde die Jezus meer dan overvloedig heeft door te geven.

Dat is wat we allemaal nodig hebben. Vanzelfsprekend.

maandag 5 december 2016

Verloren in de kerk

Meer christen, minder kerkmens

‘Ik voelde me altijd verloren na afloop van de kerkdienst’
Zomaar een zin uit Adem in Adem uit, mijn nieuwe boek dat bijna uitkomt. Toen ik het manuscript voor de allerlaatste keer doornam sprong dit zinnetje eruit. Ik moest erom grinniken en liet het lezen aan de uitgever. Theo reageerde: ‘Mooie titel voor een boek’. Laat ik beginnen met een blog.
 
Vanmorgen hadden we een fantastische preek (vond ik). De eerste zin was dan ook meesterlijk gevonden: ‘Christenen zijn hypocriet!’, zo opende de spreker zijn betoog. Ja, dan heb je mijn aandacht. Ik ken heel veel mensen die teleurgesteld zijn geraakt in de kerk, of misschien is het eerlijker om te zeggen: in de christenen die de kerken bezoeken of leiden. Aan het eind van 2015 schreef ik in één van mijn blogs dat ik meer christen en minder kerkmens was geworden. Dit proces zet zich nog steeds door. Ik ben zeker wel lid van een gemeente en ik kom er ook wel, al is het niet iedere zondag. Toch is de kerk wat mij betreft niet de plek waar ik mijn ongelovige vrienden of bekenden mee naar toe zou vragen. 

(Ver)oordelen

Vandaag ging de preek over Matteüs 23, het hoofdstuk waarin Jezus met scherpe, maar zeker ook humoristische opmerkingen, de farizeeën van die tijd (de geestelijk leiders) de les leest. Met voorbeelden uit de praktijk legt Jezus de vinger op de zere plek als Hij zegt:
Wacht maar, schriftgeleerden en Farizeeën! Huichelaars! Want u geeft aan God het tiende deel van kruiden als munt, dille en komijn, maar de belangrijkste voorschriften in de wet verwaarloost u, zoals recht, barmhartigheid en trouw. Juist deze dingen moet u doen zonder die andere te laten. (Matt. 23:23)
 
Wat is Jezus toch vlijmscherp en recht door zee! Je kunt je aan alle regeltjes houden, maar dan nog niet laten zien waar het om gaat: Recht, barmhartigheid en trouw! De afgelopen tijd ben ik, door mijn kloosterweekend en door mijn studie, stilgezet bij het thema ‘(ver)oordelen’. Ik ben me bewust geworden, pijnlijk bewust, dat dit is waar ik zo vaak de mist mee ben in gegaan en nog wel ga. En waar ook de kerk (en dan heb ik het over de hele grote algemene kerk... in al zijn diversiteit) regelmatig de plank misslaat. Er gebeuren dingen die we niet begrijpen, of die niet in ons straatje passen en we hebben er direct een mening en oordeel over. 

Regels of liefde?

Ik denk aan thema’s als: echtscheiding (en hertrouwen), samenwonen, homoseksualiteit, genderproblematiek, vreemdgaan, vrouwen in het ambt (of juist niet), werken of winkelen op zondag en ga zo maar door. Zodra iets in tegenspraak is met ‘onze waarheid’ schieten we in de verdediging en proberen we (het liefst door met zoveel mogelijk bijbelteksten elkaar om te oren te slaan) ons gelijk te halen en de ander daarmee te veroordelen. Het gaat ons opeens om de regels, om hoe het hoort en hoe we het altijd geleerd hebben, en niet meer om de mens tegenover ons. Veilig voor ons, pijnlijk voor de ander. 
 
Ik wil het niet meer. Ik wil niet meer veroordelen. Wie ben ik dat ik het allemaal zou weten? Hoezo zou ik gelijk hebben en die ander niet? Heb ik in de schoenen van die ander gestaan? Heb ik een stukje van zijn weg gelopen? Ik vind Jezus’ woorden geweldig: Het gaat om recht, barmhartigheid en trouw! Of, zoals de spreker vanmorgen zei: ‘De geest van de wet is liefde!’ Het gaat niet om de regels maar waar ze voor bedoeld zijn: elkaar liefhebben. Zoals Jezus het ooit samenvatte: Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. 
 
Verloren in of na de kerkdienst. Bij mij had het te maken met mijn gebrek aan zelfvertrouwen en mijn gebroken zelfbeeld. Ik vond geen aansluiting bij de rest en voelde me er buiten staan. Veel mensen voelen zich verloren in de kerk omdat hun verhaal er niet mag zijn, of zij niet geaccepteerd worden in wie ze zijn. Wat intriest... en wat zou Jezus daarvan zeggen? 
 
Er zijn uitzonderingen... gelukkig... er zijn warme, betrokken, niet-veroordelende gemeenschappen waar de liefde van Jezus, barmhartigheid, recht en trouw hoog in het vaandel staan. Ik wil niet iedere kerk of gemeente over één kam scheren. Ik wil het vooral bij mezelf houden en mezelf de spiegel van Jezus voorhouden: gaat het mij om de regeltjes naleven, of gaat het me om de geest van de wet? Recht, barmhartigheid en trouw... samengevat in het woord ‘Liefde’. 

Spiegel jezelf!

Voor de christenen onder de lezers: Lees Matteüs 23 eens en leg het naast je eigen leven!
Voor de niet-christenen onder de lezers:
Kijk niet teveel naar ‘de kerk’, maar kijk vooral naar diegenen die christen zijn en die iets (Iemand) hebben waar jij jaloers op bent!
 
 

vrijdag 4 november 2016

Kloosterleven (4) - Eenheid

Laat alle gelovigen samen één zijn. Net zoals wij samen één zijn, Vader. En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. (Johannes 17:21)

Eén van de belangrijke waarden van de gemeenschap Chemin-Neuf, die in de Sint Paulus abdij is gevestigd, is eenheid. Eenheid onder alle gelovigen, van welke denominatie ook. Dagelijks wordt in de diensten ook gebeden voor die eenheid.

Het is vrijdagavond als we met elkaar kennismaken. We zitten in een grote kring en iedereen stelt zich voor. Wie ben je, waar kom je vandaan, wat is je kerkelijke achtergrond en wat is je verlangen voor dit weekend, zijn de vragen waar we antwoord op geven. Het blijkt een zeer gemengde groep te zijn waarin diverse stromingen vertegenwoordigd zijn en sommigen ook geen lid zijn van een kerk. Ik word geraakt bij het horen van de verhalen over de kerkelijke achtergrond. Volgens mij is er in deze groep van ruim 20 mensen geen één die nog in dezelfde kerk zit als waarin ze geboren zijn. Ik zelf ook niet. Afkomstig uit de gereformeerde gemeente, via de hervormde kerk en daarna de charismatische hoek uiteindelijk beland in een baptistengemeente. Wat een zoektocht zit er achter ieder verhaal. Wat een verdriet en frustratie waarschijnlijk ook. Misschien wel teleurstelling. En nu zitten we met z’n allen hier in het klooster. Allemaal zo verschillend, maar dit weekend aan elkaar verbonden.

Tijdens de rondleiding door het klooster valt mijn oog op een schilderij. Er staan een heleboel kerken op, middenin staat een kruis en een vredesduif vliegt omhoog. ‘De scheidingsmuren reiken niet tot aan de hemel.’, staat eronder geschreven. Ik vergeet te luisteren naar zuster Ruth en ben vooral onder de indruk. Ik denk terug aan de verhalen van even daarvoor. Al die verschillende kerken, al die opvattingen, die hokjes en vakjes waar we elkaar in stoppen... hoe zou God daar tegenaan kijken? Ik denk aan de woorden uit het gebed dat Jezus bad vlak voordat Hij aan zijn weg naar het kruis zou beginnen. Een hartstochtelijk gebed voor Zijn kinderen, een gebed om éénheid: Laat alle gelovigen samen één zijn. Net zoals wij samen één zijn, Vader. En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. (Johannes 17:21)

Ik ben ook wel mensen tegen gekomen die zeiden: ‘Al die verschillende kerken laten zien hoe veelkleurig God is.’ Wat een kletskoek, nu ik erover nadenk! Het zou natuurlijk kunnen, maar dan alleen als we elkaar ook in ieders waarde zouden laten. De muren van de kerk nu lijken soms eerder op vestingsmuren waarachter christenen zich met elkaar veilig voelen. Iedere denominatie heeft zo zijn eigen opvatting over dingen en ergens denken we allemaal dat wij toch wel het dichtst bij de waarheid zitten. Daarmee veroordelen we automatisch al die anderen. Laat alle gelovigen samen één zijn! Dat is wat ik in het klooster ervaren heb. Van Rooms-Katholiek tot Vrolijk Evangelisch, allemaal zoeken we dezelfde God, eren we Hem en bemoedigen we elkaar op de weg door het leven. We praten niet over verschillen of over wie er gelijk heeft, maar we focussen ons op de dingen die we gemeenschappelijk hebben én die er ook toe doen. Mij treffen de woorden uit het gebed van Jezus iedere keer weer: En laat alle gelovigen ook één zijn met ons. Dan zullen alle mensen op aarde geloven dat U Mij gestuurd hebt. Verdeeldheid is nooit het verlangen van Jezus geweest. Anders had Hij een ander gebed uitgesproken: ‘Laat alle gelovigen zich zoveel mogelijk opsplitsen zodat de veelkleurigheid van Mijn Vader zichtbaar wordt.’

De scheidingsmuren reiken niet tot in de hemel. Wat een heerlijk idee is dat! Deze verdeeldheid houdt op. En, dat is hoe ik het probeer te zien, God kijkt niet naar de kerk waar je in zit (of niet). Hij kijkt of Hij Zijn Zoon in jou terugziet. Of ik één ben met Hem, en daarmee ook met alle andere broers en zussen hier op aarde. In welke kerk of gemeente ze ook zitten. Het is zo mijn verlangen dat ik één kan zijn met iedereen die gelooft. Niet dat iedereen hetzelfde denkt, want verschil in uitleg en opvatting zal er altijd blijven, maar dat mag bestaan. Zolang er maar geen oordeel aanhangt. Ik kan alleen maar voor mezelf spreken, maar ik hoop dat mijn manier van in het leven staan en omgaan met anderen iets weergeeft van de Liefde waar het allemaal om draait.

Dit weekend ervaar ik er iets van. En, het voelt hemels. Opdat zij allen één zijn... we bidden ervoor tijdens de eucharistie. Ik vind het ontroerend dat de namen van kerken en genootschappen genoemd worden in het gebed om eenheid dat wordt uitgesproken. Tegelijk ervaar ik de scheiding als ik als protestant geen deel mag nemen aan de viering van de mis. Die scheidingsmuur is er nog. Dat is jammer, maar niet onoverkomelijk. Ik focus me vooral op de dingen waar we wel één in kunnen zijn. Ik neem me voor om voortaan, als mensen vragen welke kerkelijke achtergrond ik heb, te zeggen dat ik christen ben. Dat ben ik, in welk register van welke club ik ook sta ingeschreven. Ik hoop dat dat aanstekelijk werkt!

Dit is het vierde deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en wellicht volgend jaar ook weer een kloosterweekend. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl .

donderdag 3 november 2016

Kloosterleven (3) - Mediteren kun je leren

Een paar weken voor het weekend ‘Zin in (klooster)leven!’ begon, kreeg ik een mail met het programma. Ik opende hem meteen, nieuwsgierig als ik was naar wat me te wachten stond. Waar ik tijdens mijn studie gewend ben aan een intensief programma met veel actiemomenten, stond dit programma vooral in het teken van gebed, diensten en meditatie. Meditatie... alleen het woord al bracht een zekere onrust in mijn lijf. Mijn beeld van meditatie is dan ook niet gevormd door de praktijk, maar meer door waarschuwingen van (angstige) christenen. ‘Kijk uit waar je je geest voor open stelt!’, heb ik vaak gehoord.

Het is zaterdagochtend en na de bijzondere start van de dag in de kerk, een lekkere bak koffie en een inleiding van zuster Ruth over de Ignitiaanse Spiritualiteit is het zover. ‘Ignitiaanse meditatie’, staat er op het programma. En dat een uur lang. Ik heb nog nergens yogamatjes ontdekt en kan me niet voorstellen dat we een uur lang in kleermakerszit op de koude vloer van het klooster gaan zitten met z’n allen. We krijgen een A-4tje met daarop een tekst uit de Bijbel en een uitleg, of misschien is handleiding een beter woord, over hoe je kunt mediteren volgens de traditie van Ignatius. De tekst wordt twee keer voorgelezen. Daarna mag je een plek opzoeken om in alle rust te kunnen bidden en mediteren.


Voorzichtig duw ik de deur van een zaal open. Gisteravond bij de rondleiding had ik me al voorgenomen hier terug te komen. Voor in de zaal staat een kruis en een tafel met een Bijbel. Aan de muur hangt een enorm schilderij met daarop de afbeelding van de verloren zoon die teruggekeerd is naar zijn vader en met open armen ontvangen wordt. Op de vloer ligt een groot, warm, wollen, rood kleed en het licht van buiten dat door de glas in lood ramen naar binnen valt, geeft de zaal een bijzondere sfeer. Ik steek de kaarsen aan die naast de Bijbel staan en ga op één van de banken zitten die een beetje aan de zijkant staat. Zo heb ik goed zicht op het kruis en het schilderij. Ik lees de tekst uit Johannes 6 nog één keer door.

Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea, dat ook wel het Meer van Tiberias genoemd wordt. Een grote groep mensen ging Jezus achterna. Want ze hadden gezien dat hij met zijn wonderen zieke mensen beter maakte. Toen ging Jezus een berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen. Het was vlak voor het Joodse Paasfeest. Jezus keek om zich heen. Toen hij zag dat er een grote groep mensen aan kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we eten kopen voor al deze mensen?’ Jezus vroeg dat omdat hij wilde zien hoe Filippus zou reageren. Hij wist zelf al wat hij zou gaan doen. Filippus zei tegen Jezus: ‘Dat kan echt niet! We hebben veel te weinig geld om voor al deze mensen eten te kopen!’ Er kwam een andere leerling bij. Het was Andreas, de broer van Simon Petrus. Andreas zei: ‘Er is hier een jongen met vijf broden en twee vissen. Maar daar hebben we niets aan voor zo veel mensen.’ Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Laat alle mensen gaan zitten.’ Er was veel gras op die plaats. Iedereen ging zitten, het waren meer dan vijfduizend mensen. Jezus pakte het brood dat de jongen bij zich had, en dankte God voor het voedsel. Daarna begon hij het brood uit te delen. Met de vis deed hij hetzelfde. En de mensen konden zo veel eten als ze wilden. Toen iedereen genoeg gegeten had, zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Haal het eten op dat over is. Er mag niets achterblijven.’ De leerlingen haalden alles op wat over was van de vijf broden. Het waren twaalf manden vol met brood. De mensen zagen dat Jezus een wonder gedaan had, en ze zeiden: ‘Ja, hij is de profeet die naar de wereld zou komen!’ Ze wilden hem meenemen om hem koning te maken. Jezus wist dat, en daarom liep hij weg. Hij ging de berg weer op, alleen. (Johannes 6:1-15)

Ik neem het blad erbij en begin ik met de eerste stap. ‘Voorbereidend gebed’. Het is een mooi, maar wat onwennig begin voor mij. Waar ik gewend ben om God eerst, toch wel het liefst zo uitgebreid mogelijk, te bedanken voor alles wat ik maar kan verzinnen, begint het Ignitiaanse gebed met een vraag. Je vraagt aan God of Hij je vandaag een cadeau wil geven waar je naar verlangt (ook wel een genadegave genoemd). Niet zomaar in het algemeen, maar zo specifiek mogelijk. ‘Zeg het zoals het is’, staat er op het blad. Ik kijk naar het schilderij en naar de tekst en dan weet ik welk cadeau ik wil: ‘Een ontmoeting met God zodat ik weet en ervaar hoe geliefd ik ben.’ In gedachten probeer ik me voor te stellen dat ik leefde in de tijd van Jezus, in de tijd van het verhaal. Het tweede deel van de meditatie. ‘Met al je zintuigen betrokken raken in het verhaal.’

‘Jezus is weer in de buurt! Het is ongelofelijk maar waar... weet je die lamme vrouw die al haar leven lang op bed ligt? Ze loopt weer! En die ouwe, kwijlende dorpsgek? Echt! Hij is opeens normaal. Ik wist niet eens dat hij kon praten, want ik hoorde altijd alleen maar van die oerkreten, maar nu was hij in gesprek met Jezus! Kom op, ga mee, we gaan Hem achterna!’ Ik twijfel. Ik heb al meer van dit soort verhalen gehoord. Ik geef toe, ze zijn spectaculair en ergens kan het niet anders dan dat deze Jezus op z’n minst een profeet moet zijn, maar misschien is het de Messias zelf wel... Maar toch... wie ben ik? Ik heb ook zo m’n ongemakken waar ik best van af zou willen. Neem die buikpijn bijvoorbeeld die me het afgelopen jaar verschillende keren plat heeft gelegd. Die ben ik liever kwijt dan rijk. Maar ja, zal Jezus daar tijd voor hebben? Het is altijd superdruk in Zijn buurt en hoezo zou Hij mij genezen? Er zijn vast anderen die veel heftiger kwalen hebben. Kijk maar naar wie Hij vandaag genezen heeft... die waren er een stuk beroerder aan toe. Toch zou ik Hem wel willen ontmoeten, Hem een keer van dichtbij willen zien. Misschien kan ik meegaan en dan gewoon zonder verdere verwachting? Laat die genezing maar zitten, ik red me wel, maar dan kan ik Hem toch een keer met mijn eigen ogen zien...

Ik zie mezelf meelopen met de rest, richting de berg waar Jezus inmiddels is gaan zitten met Zijn discipelen. We proberen zo dicht mogelijk bij Hem te komen. Dat valt niet mee want het is gigantisch druk en de discipelen houden de mensen op afstand zodat hun Meester niet helemaal onder de voet wordt gelopen. Ik ga op een steen zitten, bij een groepje andere vrouwen. Als ik goed luister kan ik het grootste deel van de gesprekken opvangen. Wat?! Hoor ik Jezus zeggen dat zijn discipelen eten moeten regelen voor deze hele mensenmassa? Ik grinnik hardop. Ha ha... de plaatselijke bakker zou een week bezig zijn om brood te bakken voor zoveel! Benieuwd hoe dit gaat aflopen zie ik één van de discipelen een jongetje bij Jezus brengen: hij heeft een mand met 5 broden bij zich, oh en kijk, er komen ook nog twee vissen tevoorschijn. Dat schiet lekker op. Nou ja, Jezus zelf heeft in ieder geval iets te eten dan. Er wordt wat heen en weer gepraat en dan begeven de discipelen zich onder de mensen. Iedereen moet gaan zitten. Het wordt stil. Wat zal er gaan gebeuren? Jezus staat op, houdt een brood omhoog en spreekt een dankgebed uit. Eet smakelijk dan maar... allemaal een kruimeltje. Maar wat is dat? Het brood wordt gebroken en er worden stukken vanaf gehaald, maar het lijkt niet kleiner te worden! Nee joh, dit is onmogelijk, dit moet gezichtsbedrog zijn. Maar dat is het niet. De discipelen delen het brood uit. Ze gaan met manden langs de groepjes die zijn gaan zitten en iedereen kan nemen waar hij trek in heeft. Ik kijk een beetje ongelovig in de mand en haal er een groot stuk brood uit. Het smaakt niet anders dan anders, het is echt brood. Ik ben verbaasd. Ik kijk naar Jezus die zelf ook zit te genieten van brood en vis. Ik heb Hem onderschat. Hij is echt bijzonder! En wat is Hij zorgzaam. Hij hoefde geen eten te regelen, maar Hij deed het wel. Waarom? Ik zie hoe de discipelen de manden met het overgebleven brood bij Jezus terug brengen. Het is bizar. Met vijf broden begonnen en nu staan er wel 12 manden vol brood! Ik denk aan mijn twijfels van eerder op die dag. Mijn wantrouwen dat Jezus mij wel niet zal willen genezen omdat ik niet belangrijk genoeg ben. Ik heb me vergist. Ik schaam me voor mijn eigen gedachten. En net op dat moment kijkt Jezus over de mensenmassa heen. Zijn blik blijft bij mij hangen. Hij kijkt mij aan en verbeeld ik het me of zie ik een vriendelijk knikje en een glimlach om zijn mond? Hij ziet mij! Het voelt als een uitnodiging.

Ik zucht eens diep en mijn oog valt op het schilderij van de verloren zoon die geknield voor zijn vader zit. Ik ben terug in 2016, in het klooster. Ik lees op het blad wat de volgende stap is: ‘Praat met Jezus (God) zoals je dat zou doen met een goede vriend.’, en ga in gesprek. De vragen op het blad, die bedoeld zijn om je te helpen na te denken over de tekst sla ik over. Het is goed zo. Ik kom bij het laatste gedeelte waarin je eindigt met een dankgebed en waarna je een moment neemt om te reflecteren op je gebedstijd. Ik pak mijn aantekeningenschrift erbij en geef al schrijvend antwoord op de vragen: 
  • Wat was het meest belangrijk voor mij tijdens mijn tijd van gebed? 
  • Waar werd ik het meest geraakt? Wat voelde ik? Wat dacht ik? 
  • Wat denk ik dat het is wat God mij wil vertellen? 
  • Waar herkende ik iets van God in? 
  • Is er een actie die ik wil of zou moeten nemen?

Dan hoor ik de klok luiden. Het is vijf voor twaalf, over vijf minuten begint de eucharistie. Ik blaas de kaars uit en begeef me richting de kerk. Ik heb gemediteerd en het was een intieme en goede ervaring. Mediteren kun je leren!



Dit is het derde deel van een serie blogs over mijn ervaringen in het klooster. Graag wil ik je wijzen op de website van ‘Aandachtig Leven’ (www.aandachtigleven.nu). Zij organiseren trainingen en stiltedagen vanuit een christelijke achtergrond, en wellicht volgend jaar ook weer een kloosterweekend. Wil je een keer een retraite of een andere activiteit meemaken in de Sint Paulus Abdij? Kijk dan op: www.chemin-neuf.nl .

maandag 15 augustus 2016

Er te zwaar aan tillen...

M’n rug doet raar en dat is lastig. Ik ken het wel van eerdere perioden in mijn leven, maar nog nooit was het zo heftig en bleef de pijn meerdere dagen aanhouden. Van m’n 8e tot m’n 14e had ik wekelijks fysiotherapie vanwege scoliose. De oefeningen kwamen m’n neus uit en eigenlijk werd er dan ook nog van je verwacht dat je thuis iedere dag oefende. Niet dus. Fysiotherapie, mensendieck, massage... het kwam echt mijn neus uit. Maar het voorkwam dat er meer ingrijpende maatregelen moesten worden genomen. Ik had een draak van een kinderarts die mij op 10-jarige leeftijd foto’s liet zien van wat er zou gebeuren met mijn rug als ik niet trouw alle oefeningen zou doen... Ronduit schokkend... en wat mij betreft ook niet pedagogisch verantwoord. 
 
Uiteindelijk besloot ik, als min of meer opstandige puber, dat ik niet meer naar de fysio zou gaan. Klachten had ik nooit, en het voelde dan ook zinloos. De jaarlijkse foto van de bocht in mijn rug liet nooit verbetering of verslechtering zien, dus ik vond het wel geborsteld. Ik weet niet zeker of de scoliose de oorzaak is van de latere rugklachten. Ik denk het eerlijk gezegd niet. 
 
Ik weet nog de dag dat we van Ede naar Boskoop verhuisden, nu zo’n 17 jaar geleden. We hadden alles uitgepakt, de mensen die ons geholpen hadden waren naar huis en ik ging nog snel even naar de supermarkt om wat te halen voor het avondeten. Ik pakte een winkelwagentje uit de rij en liep de voor mij onbekende winkel in. Ik weet niet meer wat ik wilde pakken, maar wel dat ik me moest buigen omdat het onderin stond. Toen schoot het erin! Au! Mijn rug! Ik kon me niet meer bewegen. Gelukkig had ik me aan het karretje vast kunnen grijpen en kon ik hangend op de stang van het karretje nog overeind blijven. Een mobieltje had ik niet in die tijd, dus ik vroeg me half grinnikend, half in paniek af hoe ik ooit thuis zou komen. Ik hing een poosje over de kar heen, zogenaamd zwaar geïnteresseerd in de producten in het schap, hopend dat niemand zou vragen of er wat aan de hand was. Na een minuut of vijf kon ik mijn benen weer bewegen en strompelde ik verder de winkel door. Ik kwam thuis, en de pijn trok weg. 
 
Jan Willem weet precies wanneer het zover is, want ik moet altijd vreselijk lachen als het er weer in schiet. Het gebeurt op de meest rare momenten. Als ik de vaatwasser uitruim, of een keer toen ik de auto aan het stofzuigen was. Ha ha... daar hing ik... de stofzuiger zoog vrolijk door, en ik kon geen kant meer op tot JW me redde door me min of meer uit de auto te trekken. Het is altijd binnen een uur weer over.
Maar nu niet. Ik denk dat ik ruim een week pijn heb en hoewel de intensiteit wisselt, is de gemiddelde pijnscore toch zeker wel een 8-. De dokter vermoedt dat er een spier vast zit. Morgen mag ik naar de fysio en hoop ik wat meer duidelijkheid te krijgen. Want prettig is anders en het is vermoeiend. Vooral omdat je je de hele tijd schrap zet voor de volgende pijnscheut. 
 
Gistermiddag lag ik even te rusten. Even ontspannen en niet bewegen, even geen risico op pijn of onverwachte bewegingen. Ik dacht na over mijn eerdere lichamelijke klachten dit jaar. Ik weet dat ik er nogal pissig van werd toen mensen mijn lichamelijke klachten probeerde te koppelen aan mijn psychische gesteldheid. Het feit dat ik kwaad werd zegt natuurlijk al dat er ergens een kern van waarheid geraakt was. Ik dacht na over mijn rug. Toch wel een centraal deel van van mijn lijf. Nu mijn rug het laat afweten merk ik dat nog het meest als ik dingen moet tillen. Ik liet zelfs de snoepdoos, die toch echt niet heel zwaar is, bijna uit m’n handen vallen. De wasmand heb ik door de jongens laten leegkiepen op m’n bed, want tillen is riskant. Opeens schoot er een gezegde door mijn hoofd: ‘Ergens te zwaar aan tillen’. 
 
Tja. Daar heb je een puntje. Misschien is dat het wel. Behalve dat er heus wel een spier of een zenuw in het nauw zit, zou dit toch wel serieus mee kunnen wegen. We hebben rare maanden gehad. Eigenlijk zitten we vanaf mei al in spanning en staat ons leven op z’n kop. Kwam er nog bij dat ook mijn fijne kantoorruimte waar ik praktijk houd verkocht is en ik op zoek moet naar iets anders. Waar het me normaal best goed lukt om per dag te leven en te relativeren heb ik daar nu moeite mee. Misschien omdat dit allemaal dingen zijn waar ik zelf de controle niet over heb? 
 
Toen ik gisteravond aan deze blog begonnen was ging de telefoon. Het was Henry. Of hij en Trudie een bakkie konden komen doen. Ik zag het als knipoog. Henry die mij erg goed kent en die weet hoe ik eindeloos over mijn grenzen kan gaan met mezelf. Eén van de weinigen ook van wie ik het kan hebben als hij er een opmerking over maakt. We drinken koffie en thee, hebben het over de vakantie en als de kinderen naar boven zijn hebben we het, onder het genot van een goed glas wijn, over de stress en de zorgen van dit moment. Het is fijn. Lost het wat op? Nee, niet echt, maar het geeft helderheid in mijn hoofd en er is niemand die zegt dat ik me aanstel of te druk maak. En bovendien... gedeelde smart is halve smart... Opgelucht ga ik naar bed. Ik slaap goed en als ik vanmorgen wakker word schijnt de zon en de woorden van Jezus schieten door mijn hoofd: 
 
Maak je dus geen zorgen. Zeg niet: ‘Hoe komen we aan eten?’ of: ‘Hoe komen we aan drinken?’ of: ‘Hoe komen we aan kleren?’ Met die dingen houden de mensen zich bezig die God niet kennen. Je Vader in de hemel weet echt wel dat je al die dingen nodig hebt. Houd je bezig met Gods nieuwe wereld en doe wat God van je vraagt. Dan zal God je al die andere dingen ook geven. Maak je geen zorgen over morgen. Bewaar die zorgen maar voor morgen. Je hebt het al moeilijk genoeg met vandaag. (Uit Mattheüs 6)
Leven bij de dag! Er niet te zwaar aan tillen. Er wordt op ons gelet, er wordt voor ons gezorgd. Eén dag tegelijk! Vandaag is het maandag, mag ik naar de fysio en weer aan het werk! In mijn eigen fijne kantoortje. En dat terwijl de zon schijnt, we genoeg te eten en drinken hebben, een dak boven ons hoofd, kleding om aan te trekken en elkaar! Oké, ik heb weer een lesje geleerd. Een les van mijn lieve lijf dat tegen mij praat! Het duurde even, maar... ik luister!