Posts tonen met het label gemeenten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gemeenten. Alle posts tonen

zondag 29 oktober 2017

Brief

Aan alle predikanten, voorgangers en hen die op welke manier dan ook leiding geven aan (een deel van) een christelijke gemeenschap,

Afgelopen week kwam er weer eens een misbruikzaak openbaar. Dit keer in een evangelische gemeente. De reactie van de gemeenteleiding choqueerde mij. Allerlei emoties gingen door mij heen. Verdriet, boosheid, medelijden, onbegrip, machteloosheid en afkeer wisselden elkaar af. Ik las de artikelen die op internet en in de kranten verschenen en de reacties daarop. Natuurlijk realiseer ik me dat er aan alle verhalen die in de media komen kanten zitten die niet genoemd worden, dat er geen compleet beeld wordt gegeven. Maar dat weerhoudt mij er niet van om deze brief te schrijven.


De doofpot



Het zal ongeveer 1988 zijn geweest toen ik, destijds zo’n 14 jaar jong, mijn verhaal durfde te vertellen aan de conrector van de middelbare school. Ik had regelmatig gesprekken met hem omdat het niet goed ging met me. Hij was een doortastende man die al snel door had dat er meer aan de hand was dan de gebruikelijke puberteitsperikelen. Op een dag kwam het hoge woord eruit: ‘Mijn broer heeft me seksueel misbruikt’. Het misbruik was inmiddels gestopt maar ik droeg het als een geheim en last met me mee.


Mijn ouders werden ingelicht en een aantal maanden daarna moest ik bij een ouderling van de Gereformeerde Gemeente (mijn moeder en wij als kinderen waren lid van deze kerk) langs komen voor een gesprek. Ik kan me de tafel waar we aan zaten, bij hem in de woonkamer, het kleed dat op tafel lag, de kopjes op tafel en een aantal dingen die de ouderling tegen me zei nog herinneren alsof het gister was.


De man vroeg niet aan mij wat er gebeurd was, hoe lang het geduurd had, hoe ver het gegaan was, hoe het nu met mij ging en hoe ik kon leven met zulke heftige gebeurtenissen. Ik kreeg geen compliment dat ik de moed had gehad om met mijn verhaal naar buiten te komen. De man somde de informatie op die hij van mijn moeder had gekregen. Ik kreeg te horen dat ik geen makkelijk kind was en dat ik het mijn ouders wel heel lastig maakte. Er was dan ook wel veel gebeurd, zo zei hij. Maar, als hij het goed begrepen had, op dit moment was er geen sprake meer van nare gebeurtenissen tussen mij en mijn broer? Ik beaamde dat. Het woord ‘seksueel misbruik’ werd niet genoemd. Toen klonken de woorden die ik mijn leven lang niet meer zal vergeten:


‘Het is voor iedereen het beste dat we het dan vergeven en vergeten. Laten we het met de mantel der liefde bedekken.’


Met die woorden ging het deksel op de doofpot. Pas vele jaren later durfde ik weer met mijn verhaal in de openbaarheid te komen. Toen ik dat deed kreeg ik vanuit het hele land reacties van mannen en vrouwen die ook misbruik mee hadden gemaakt, in de kerk, in gemeenten, tijdens kinderkampen, thuis of in de familie waarbij op zondag trouw ter kerke werd gegaan. Er waren er maar heel weinig die op een goede manier door hun kerkelijke gemeente waren opgevangen en ondersteund.


Seksueel misbruik ook bij christenen



En nu, deze week weer zo’n verhaal. Een verhaal waarbij het slachtoffer niet onvoorwaardelijk gesteund wordt en waarbij de leiding van de gemeente er alles aan doet om hun straatje schoon te vegen. Een paar maanden geleden zag ik een documentaire over seksueel misbruik in de katholieke kerk. Ook daar gebeurde hetzelfde. Het verhaal van het slachtoffer werd door de geestelijke die nu verantwoordelijkheid droeg, in twijfel getrokken. De dader ging vrijuit.


Seksueel misbruik is van alle tijden. Ook vandaag de dag vindt misbruik plaats. Bij hele jonge kinderen, bij opgroeiende kinderen, bij tieners, pubers, jongvolwassenen. Het gebeurt ook, hoe pijnlijk en dieptriest het ook is, onder mensen die zich christen noemen. Mensen die op zondag uw samenkomst bezoeken en door de week misschien wel uitermate actief zijn in uw kerk of gemeente, kunnen in het verborgene minderjarigen die op welke manier dan ook aan hun zorgen zijn toevertrouwd seksueel misbruiken, manipuleren en onder druk zetten om te zwijgen en mee te werken.


Oproep



Ik zou een oproep willen doen aan iedereen die op wat voor manier dan ook leiding geeft in kerk of gemeente. Allereerst een oproep om alert te zijn en uw ogen niet langer te sluiten voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Train uw medewerkers zodat ze signalen herkennen. Creëer een veilige sfeer en cultuur waarin mensen durven komen met hun verhaal. Ook als het misbruik al voorbij is. En als er zo’n zaak aan het licht komt, alstublieft, wees er dan in eerste plaats voor de volle honderd procent voor het slachtoffer!


Ja, ook als u twijfels heeft. Ik werk in de jeugdzorg en als er door een jongere melding wordt gemaakt van seksueel misbruik, wordt de desbetreffende pleegouder of groepsleider direct geschorst (of het kind daar weggehaald). Veiligheid boven alles. Luister naar wat iemand vertelt en neem maatregelen. Maatregelen die veiligheid waarborgen voor het slachtoffer en die de dader beperken in zijn mogelijkheden om verder te gaan met zijn of haar vernietigende gedrag.


Probeer deze dingen niet binnen de gemeente op te lossen, daar zijn ze te groot voor. Schakel politie en professionele hulp in. En als het al zo is dat er een kerkelijk werker, een ouderling of diaken of andere leidinggevende beschuldigd wordt van misbruik, wees dan in vredesnaam transparant en open naar de rest van de gemeente en naar de buitenwereld. Probeer geen feiten te verdoezelen of mooier te maken. Zeg alstublieft niet dat een slachtoffer het in de hand heeft gewerkt of heeft uitgelokt. Daarmee zadelt u het slachtoffer met een nieuw trauma op.


Schuld belijden, toegeven dat er fouten zijn gemaakt, zeggen dat er dingen over het hoofd zijn gezien, is moeilijk en soms uitermate pijnlijk maar uiteindelijk minder schadelijk voor het slachtoffer en voor uw gemeente.


Steun het slachtoffer en moedig hem of haar aan om aangifte te doen. Niet vanuit wraak of genoegdoening, maar ter bescherming van het slachtoffer en om de kans op herhaling te verkleinen. Zorg dat er een netwerk om het slachtoffer heen komt te staan waar het terecht kan, zich veilig voelt en gesteund weet. Kijk samen met het slachtoffer waar behoefte aan is.


Open de doofpot



Mijn ervaring, als therapeut, is dat mensen vaak jarenlang wachten voor ze met het verhaal van seksueel misbruik naar buiten komen. Daarom is mijn oproep ook om oog te hebben voor diegenen die misschien al jarenlang een geheim met zich meedragen. Die daar nauwelijks mee durven te komen omdat de dader misschien zo goed bekend stond. Open de doofpot, ook al komen daarmee pijnlijke gebeurtenissen of schaamtevolle zaken aan het licht!


Ook in deze zaken zou ik u willen aanmoedigen om met elkaar als geestelijk leiders van de kerken en gemeenten in Nederland, open te staan voor verhalen van slachtoffers. Steun hen en sta voor hen klaar als ze hortend en stotend met hun pijnlijke geschiedenis tevoorschijn komen. Kijk met hen wat er nog mogelijk is en wat er nodig is. Zaken kunnen verjaard zijn en civielrechtelijk kan er dan niets meer gedaan worden, maar dan nog mag er openheid komen over wat er gebeurd is.


Slachtoffers van seksueel misbruik hebben over het algemeen professionele hulp nodig. Natuurlijk is het fijn als er ook pastorale hulp vanuit de gemeente kan worden geboden, maar zorg daarnaast ook voor goede professionele hulp.


Te snel aandringen op vergeving kan traumatiserend werken. Wees daar voorzichtig mee. Als slachtoffers al aan vergeving toekomen is dat meestal veel later in het traject. Eerst mag het verhaal verteld worden en de pijn benoemd worden.


Medeverantwoordelijk



In mijn situatie, met mijn broer, is het misbruik met de mantel der liefde bedekt. Ik bouwde met veel moeite mijn leven op, ging een heftige weg van herstel (zie mijn boek: ‘Tranen in mijn koffie’) en in mijn familie werd er nooit meer over gesproken. Totdat ik op een dag gebeld werd door een rechercheur. Of ik wilde getuigen tegen mijn broer. Er liep een zaak tegen hem. Zijn pleegdochter had aangifte gedaan van seksueel misbruik. Ik getuigde, mijn eigen zaak bleek verjaard te zijn, dus zelf kon ik geen aangifte meer doen.


Ik heb mezelf heel vaak afgevraagd of dit meisje ook misbruikt zou zijn geworden als die ouderling (en mijn ouders en de mensen om ons heen) mij destijds geholpen hadden om aangifte te doen. Ik voelde me medeverantwoordelijk voor haar misbruik. En ergens vind ik dat die ouderling ook medeverantwoordelijk is. Natuurlijk kun je je verschuilen achter het feit dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Hoewel... sprak God Adam in de hof van Eden niet aan, terwijl Hij wist dat Eva de vrucht geplukt had? Dat terzijde.


Beste geestelijk leiders van Nederland, van welke denominatie dan ook, laat u niet regeren door angst en schaamte, maar door de waarheid. Jezus, ons grote voorbeeld, stelde zonden aan de kaak en was wars van mooie buitenkanten. Hij was bewogen met hen die door het leven geraakt waren en sloot zijn ogen niet voor datgene wat niet klopte. Hij bracht het in het licht en rekende ermee af.


Ik wens u moed toe om voor de waarheid uit te komen, daadkracht om op te treden tegen onrecht, een bewogen hart voor hen die lijden door wat hen is aangedaan en wijsheid om in Jezus’ voetspoor christelijk Nederland te leiden.


Hartelijke groet,
Judith Stoker 

Meldpunt misbruik binnen kerken: klik hier 
Protocol misbruik binnen kerken en gemeenten: klik hier 
Meldpunt bij vermoeden van misbruik: klik hier
Maak je (vrijwilligers)organisatie veiliger: https://www.inveiligehanden.nl/

zondag 29 mei 2016

Status: Boventallig

5 september 1996. Jan Willem en ik geven elkaar het ja-woord. We gaan ervoor, in ziekte en gezondheid, in goede en slechte dagen, tot de dood ons scheidt. We vragen een zegen over ons huwelijk in de mooie dorpskerk en beginnen aan ons leven samen. Het loopt anders dan we gedacht hadden. Huisje, boompje, beestje gaat ons prima af, maar kinderen komen er niet. Na een traject in het ziekenhuis horen we het nieuws: 'Tenzij er een wonder gebeurt, zullen jullie samen geen kinderen krijgen...' Het is een donderslag bij heldere hemel. We laten er wat tijd overheen gaan en beginnen ons dan te buigen over alternatieven. We komen uit bij pleegzorg en na het screeningstraject zetten we in de winter van 2001 onze deuren open voor kinderen die door omstandigheden niet bij hun eigen ouders kunnen opgroeien.

Van het één komt het ander. We krijgen een knul in huis die na een half jaar weer terug naar zijn moeder mag, we krijgen een peuter van 2 jaar die ons leven in alle opzichten kleur geeft, en waarvoor ik mijn baan opzeg. Twee jaar later komt haar twee jaar oudere zusje ook bij ons wonen. We worden therapeutisch pleeggezin omdat de kinderen extra zorg nodig hebben.
We verhuizen naar grotere woning waar we meer slaapkamers kunnen realiseren en er komt een baby in ons gezin erbij.

Dan worden we gebeld door onze organisatie of we mee willen werken aan een nieuwe vorm van hulpverlening: Projectgezinnen. Het is anders dan pleegzorg omdat de kinderen die in een projectgezin geplaatst worden eigenlijk niet meer in een pleeggezin kunnen wonen door ernstige en complexe gedragsproblematiek. Het is een baan in loondienst met verantwoordelijkheden. We zullen zelf de rapportages schrijven, een behandelplan uitzetten en met een team achter ons de kinderen op een professionele manier opvoeden. We zijn enthousiast en gaan in gesprek. In oktober 2007 starten we met ons projectgezin.  Het jaar dat volgt is een mooi en spannend jaar. We mogen uitbreiden naar 5 plaatsen en ons huis ondergaat een grondige verbouwing. We worden aan alle kanten geholpen door bedrijven en particulieren. De organisatie betaalt niet mee aan de verbouwing omdat het ons eigen huis is. Maar wij zien het als een waardevolle investering voor onszelf maar vooral voor de kinderen die bij ons zullen wonen. Na een forse verbouwing telt ons huis 7 slaapkamers, 2 badkamers en een uitgebouwde woonkamer en dan is het zover. Jan Willem zegt zijn baan op, een goede baan als leidinggevende bij een opleidingsbedrijf, en we springen in het diepe. We worden beiden projectgezinouder in loondienst. In totaal voor 5 kinderen, dus dat is 1,25 FTE. We doen een flinke stap terug in inkomen, maar we kunnen gewoon prima rondkomen.
Er zijn goede voorzieningen zoals een huishoudelijke hulp en een pedagogisch medewerker waar we gebruik van kunnen maken om ons te ontlasten. Ook wordt er een voorziening gestart waar de kinderen af en toe een weekend of vakantie naar toe kunnen zodat wij even op adem kunnen komen.

Er worden kinderen geplaatst. Sommigen blijven lange tijd, anderen stromen toch door naar een groep omdat de problematiek te complex en niet hanteerbaar in een gezinssetting is. We krijgen niet alleen de kinderen in huis, maar zetten onze deuren ook open voor hun ouders. Met regelmaat zitten vaders of moeders, broertjes, zusjes, oma's of opa's, bij ons aan de keukentafel of op de bank. Ze zijn van harte welkom, want we willen graag voor de kinderen zorgen, maar we kunnen echte familie nooit vervangen!
24 uur per dag, 7 dagen per week zijn we in touw. Het is prachtig om te doen, soms moeilijk of frustrerend, soms pijnlijk en verdrietig, maar we zien het als een way-of-life. Dit is wat we willen en we genieten ervan. We hebben er geen minuut spijt van dat we ons leven hebben omgegooid en Jan Willem zijn carrière vaarwel heeft gezegd.

In de loop van de jaren ontwikkelt de afdeling en komen er steeds meer projectgezinnen. We zijn een gewilde vorm van opvang, omdat de vraag naar een plek in een gezinssetting voor kinderen met complexere problemen groot is. We merken dat de kinderen die bij ons komen steeds heftiger gedrag laten zien. Vaak hebben ze al jaren behandeling achter de rug in een psychiatrische setting. We kunnen heel goed begrijpen dat deze kinderen niet in een gewoon pleeggezin kunnen opgroeien. Ze hebben een bijzondere mix van afstand en nabijheid nodig.

Dan begint het te rommelen. De overheid kondigt bezuinigingen aan en de organisatie moet daar iets mee doen. De pedagogisch medewerker wordt afgeschaft. Een jaartje later de huishoudelijke hulp. Nog wat later sluit de logeervoorziening en de dagvergoeding die we voor de kinderen krijgen gaat drastisch naar beneden. Het is ongelofelijk, maar de vergoeding is zelfs nog lager dan de dagvergoeding van pleegzorg terwijl de kosten hoger zijn. Maar, we doen het niet voor het geld. We doen het voor de kinderen waar we van houden en die ons nodig hebben. We mopperen even en gaan weer door.

We zijn wel genoodzaakt om door de bezuinigingen wat aanpassingen te doen. We doen een auto weg en Jan Willem zoekt een part time baantje als chauffeur. Ik vul zelf de uren van de huishoudelijke hulp op. Omdat onze pedagogisch medewerker er niet meer is, en ook de logeervoorziening is gesloten staat ons sociale leven op een laag pitje. De kinderen die wij in huis hebben neem je nu eenmaal niet zomaar mee naar een verjaardag of bruiloft. Jammer, maar we hebben het ervoor over. We zien ook mooie dingen. De kinderen ontwikkelen zich, doen soms hele kleine stapjes die wij zien als reuzensprongen en daar doen we het voor!

En dan gaat het goed mis. De transitie in de jeugdzorg is een feit. De gemeenten moeten de zorg inkopen en onze organisatie is één van de velen die in de rij staat met hun producten. Projectgezinnen is daar één van. Het loopt niet goed. Er moet steeds meer bezuinigd worden. Keer op keer krijgen we als afdeling te horen dat we meer geld kosten dan dat we opleveren, hoewel de cijfers voor ons vaag blijven. Iedere keer raakt het me diep dat het uiteindelijk allemaal om geld draait. Er wordt zo hard mogelijk geroepen dat het om het belang van de kinderen gaat, maar als het erop aan komt is het een centenkwestie.

Het is mei 2016. We zijn inmiddels 13 kinderen verder vanaf onze start in 2001. Op dit moment wonen er drie kinderen bij ons. Eén is er al bijna 14 jaar, één is er 10 jaar en één woont ruim 4 jaar bij ons. Eén plek is leeg gebleven na het vertrek van een ander kind dat het bij ons niet redde omdat de beschadiging te groot was. Twee jaar geleden zijn we (onder druk van de bezuinigingen) terug gegaan naar vier plaatsen, samen een fulltime arbeidscontract.
Er komt een mailtje met een uitnodiging voor een afdelingsoverleg. Gezien het gewicht van deze vergadering worden onze partners ook uitgenodigd om de bijeenkomst bij te wonen. Nu is dat voor ons niet zo bijzonder omdat we alweer zo'n 9 jaar naast echtgenoten ook collega's zijn. Toch klinkt het verontrustend.

Afgelopen dinsdag zitten we om 9.00 uur paraat. Alle collega's en de meeste van hun partners zijn er. De spanning is groot. De directeur is er, onze leidinggevende, twee mensen van de OR en een medewerker van personeelszaken. Dat belooft niet veel goeds.
Een inleidend praatje om de schok nog wat te dempen en dan de boodschap: We sluiten de afdeling. Er is geen geld genoeg meer, we zijn niet rendabel en we kunnen de kwaliteit op deze manier niet waarborgen. Uiterlijk 1 december bestaan er geen projectgezinnen meer...
Natuurlijk staat iedereen op zijn achterste benen. We zijn allemaal met ons hart aan dit werk begonnen, sommigen pas een jaar geleden! Kinderen herplaatsen? Natuurlijk niet! De kinderen hebben, soms na jaren omzwerven, eindelijk een stabiele plek waar ze kunnen ontwikkelen! De emoties lopen hoog op. Vanuit de directie komt de boodschap dat er natuurlijk ook met ons gekeken gaat worden naar de mogelijkheden als we wel voor de kinderen willen blijven zorgen. Misschien kunnen we wel pleegouder worden voor hen...
Ik luister en zeg niets. Mijn hoofd draait overuren. Deze kinderen hebben veel meer nodig dan 'pleegzorg'. Dit zijn kinderen met dubbele diagnoses en een indicatie voor een gezinshuis!
Na een verhitte vergadering, en nog wat napraten met ontdane collega's, gaan we naar huis. Overdonderd. Stil. Het is niet te bevatten.

Thuisgekomen vallen er twee brieven op de mat. Eén voor mij en één voor Jan Willem. De inhoud van de brief wil niet tot me doordringen. Slechts één woord treft me. Het onderwerp van de brief:

BOVENTALLIGHEIDSSTATUS

Wat? Lees ik het goed? Dit lijkt op een verlate 1 april grap. Maar dat is het geenszins. Het is bittere ernst. Per 1 juni zijn wij boventallig. Een beroerder woord hadden ze niet kunnen kiezen. Het zal wel juridisch acceptabel zijn.
Boventallig. Het voelt als: Overbodig, niet meer nodig, ballast.
Ik laat het tot me door dringen. Het duurt even, maar hoe meer uren er verstrijken, des te bozer ik word. Ik voel me gebruikt. Waarom? Omdat we met zoveel hart en passie voor deze kinderen gaan. Voor ons is het geen keuze om hen te laten herplaatsen. Dat zou kindermishandeling zijn! Maar dan zal geen signaal uitgaan naar de maatschappij, naar de politiek of de overheid, want ieder zal voor zich een oplossing gaan zoeken om door te gaan met het werk. Misschien als pleegouder, misschien bij een andere organisatie, misschien zelfstandig...

Ik praat erover met vrienden en kennissen. Iedereen is verbijsterd. De standaard reactie is: 'Dat kan toch niet?' Dat kan dus wel! Het is gebeurd! Iemand zegt heel treffend: 'En, wat voor brief hebben de kinderen gekregen? 'Sorry kids, jullie projectgezinouders moeten stoppen... zeg maar doei! We zoeken een andere plek waar het vast ook gezellig is...'

De adrenaline giert door mijn lijf. We mogen niks tegen de kinderen zeggen... dat is niet in hun belang, zo is ons meegedeeld. Dat begrijp ik ook wel, maar weet je, als een kind 10 jaar bij je woont dan merkt het het direct op als jij spanning hebt! We zeggen niks tegen de kinderen, professioneel als we zijn. We doen net alsof er niets aan de hand is. Het is wel even draaien als één van de kinderen vraagt: 'En, was het een leuke vergadering? Waar ging het eigenlijk over?'.
We wachten af. Volgende week komt er een vervolg. Een voorstel over 'hoe verder'. 

We zijn boventallig.
En deze kwetsbare kinderen dan? Kinderen voor wie de toekomst nu even heel onzeker is... laten we dat gebeuren in Nederland? Kan dat? In het hele land worden groepen gesloten en is de tendens om kinderen zoveel mogelijk met ambulante begeleiding thuis te laten wonen. De kinderen voor wie dit echt niet kan moeten als het even kan in pleeggezinnen en gezinshuizen worden grootgebracht. En onze organisatie? Die moet, onder druk van de overheidsbezuinigingen, een hele afdeling sluiten met een capaciteit van ruim 40 plaatsen. In mijn achterhoofd zitten ook nog de kinderen die op de wachtlijst staan, thuis zitten in een ongezonde of onveilige situatie, of op een groep zitten terwijl ze recht hebben om in een gezin op te groeien. Zij kunnen niet de pleegzorg in omdat ze meer nodig hebben dan alleen de dagelijkse zorg en een warme familie. Ik weet hoe voogden met hun handen in het haar zitten als er een kind uit een pleeggezin klapt omdat het echt niet meer gaat. Er zijn geen plekken met professionele begeleiding genoeg om hen te plaatsen. Soms loopt het zo hoog op dat kinderen uiteindelijk gesloten moeten worden geplaatst. Dat had voorkomen kunnen worden als er alternatieven waren geweest. Een projectgezin is zo'n alternatief. Nee, ik zeg het verkeerd. Een projectgezin was zo'n alternatief.

Ik twijfel om dit stuk te plaatsen. Het schrijven heeft me wel opgelucht. Al schrijvend krijg ik de dingen beter op een rij. Ik hou van transparantie en openheid die we nu eigenlijk niet mogen geven uit angst voor de onrust en de paniek die zou kunnen ontstaan bij kinderen en bij hun ouders. Of misschien is het de angst voor wat de samenleving en de politiek ervan zal gaan vinden.
Ik laat me niet graag leiden door angst maar zie liever onder ogen hoe de feiten zijn om vervolgens actie te ondernemen om de schade zo beperkt mogelijk te houden. De schade voor onszelf, maar vooral de schade voor de kinderen.
Ik wil een signaal afgeven. Een signaal naar de samenleving, een signaal naar de politiek, naar de gemeentes, de overheid. Is dit hoe we de jeugdzorg willen inrichten? Is dit hoe we met deze uitermate kwetsbare kinderen willen omgaan? Beseffen we met elkaar wat we aan het doen zijn en dat deze kinderen straks volwassenen worden die de maatschappij in moeten?

S.O.S. - kinderen in nood - dreiging kwijtraken veilige plek - opvoeders/hulpverleners boventallig - reëel gevaar uithuisplaatsing - doe iets - help hen - help ons - S.O.S.
-N.B. Soms doe je wel eens wat, zonder te bedenken wat het effect zou kunnen zijn.... Het blog over de toekomst van onze afdeling is massaal gedeeld. We hadden redelijkerwijs niet kunnen vermoeden dat dit bericht zo’n groot bereik zou hebben en dat ook onze werkgever is bedolven onder de aandacht vanuit de politiek en de media. Overigens willen we vermelden dat het gaat om een voorgenomen besluit, in afwachting van het advies van onze OR. Wij wachten dit besluit nu af.
 
Ons doel is het onder de aandacht brengen van de effecten van de overheidsbezuinigingen, die direct invloed hebben op de kinderen. Helaas hebben inmiddels ook mensen het blog gelezen die het nieuws via onze werkgever hadden moeten vernemen en dat was absoluut niet onze bedoeling. Voor diegenen die dit aangaat: onze oprechte excuses. Het is niet onze bedoeling geweest om mensen in verwarring te brengen. We blijven blij met het feit dat er zoveel mensen een warm hart hebben voor de zwaksten in onze samenleving! Blijkbaar is het een onderwerp dat ons allemaal aan het hart gaat. -