Posts tonen met het label depressie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label depressie. Alle posts tonen

maandag 14 augustus 2017

Humor heelt

Ongedurig

'Dan ga ik even!' roep ik over m'n schouder en stap in mijn auto op weg naar kantoor. Vandaag heb ik maar één gesprek. Het is nog vakantietijd en ook de bezoekers van mijn praktijk doen het wat rustiger aan, of kunnen niet afspreken omdat de kinderen thuis zijn.

Op kantoor is het lekker koel. Ik heb een fijne kamer, vind ik zelf. Ik zet koffie en thee en ga achter mijn bureau zitten. 'Net echt', zeg ik tegen mezelf. Een therapeut die druk bezig is haar administratie bij te werken. Maar niets is minder waar dan dat. Mijn hoofd maakt de afgelopen dagen overuren. Ik voel me ongedurig en er borrelt van alles. Ik wil schrijven. Heb zin om weer een boek te schrijven. In de vakantie had ik opeens een idee. Ik heb het helemaal uitgewerkt. De indeling en de hoofdstukken liggen er al en ik zou het zo kunnen schrijven maar ergens zint het me niet.

Ik draai op mijn stoel heen en weer en mijn blik valt op de boekenkast. Een keurige kast van Ikea met 8 vakken waarvan er vier open zijn. Daar staan de boeken in die ik soms gebruik als naslagwerk, of die ik uitleen.

Zwaar

Mijn ogen glijden over de titels en dan valt me iets op. Wat zwaar allemaal!!! Wat een gewichtige en ernstige titels. Lekker helpend ook als je met het gevoel rondloopt alsof je je laatste stukje lont aan het verbranden bent voordat je kaarsje definitief uitgaat. Of het kaarsje van je relatie.

  • 'Ze zeggen dat het overgaat...' Niet dus, vergeet het maar. Een verlies blijft je altijd bij. 
  • 'Breng orde in je leven'. Tja, alsof dat zo makkelijk gaat.
  • 'Als seks verslavend wordt'. Dan heb je pas een probleem.
  • 'Leven met jezelf en anderen'. Met mezelf is al een hele klus, laat staan die anderen. 
  • 'Bodemloos bestaan'. Misschien een schrale troost dat er meerderen zijn die dat gevoel hebben.
  • 'Negatief zelfbeeld'. Ook al zo opbeurend, maar wel herkenbaar voor velen.
  • 'Demonie en psychiatrie'. Misschien heb ik geen stoornis maar ben ik gewoon bezeten.
  • 'Als kanker je raakt'. Dat is een behoorlijke klap met gevolgen voor jezelf en je omgeving.
  • 'Sterker worden waar het pijn doet'. Klinkt hoopvol, maar tegelijk toch weer die pijn...
  • 'Bevrijd je verdriet'. Alsof je de hele dag aan één stuk door zou moeten huilen.
  • 'Als het leven pijn doet'. Dat is precies waar de mensen voor in mijn praktijk komen.

Ik kan bij alle titels wel een onderschrift bedenken, maar van niet één titel word ik echt vrolijk. Totdat ik ergens halverwege de derde plank dit boek zie staan:
'Zet een geranium op je hoed en wees blij.'

Ik zit met een brede grijns achter mijn bureau. Te midden van alle zware kost staat daar dat pareltje.

Humor ondanks...

Ik woonde in Ede, was nog student en mijn favoriete boekwinkel was 'De Bron', in het centrum van Ede. Ik was er graag, bladerde in boeken, luisterde er cd's en keek bij de hebbedingetjes. Ik weet nog dat ik het boek zag liggen.

'Pijn is onvermijdelijk, maar je hoeft er niet aan onderdoor te gaan, dus... Zet een geranium op je hoed en wees blij!'

Ik werd er chagrijnig van. Welke simpele ziel had deze titel bedacht? Alsof het leven zo eenvoudig is. Ik dacht aan het rijmpje: 'Ben je boos, pluk een roos, zet 'm op je hoed, is het morgen weer goed.' Ondertussen had je wel pleisters op je handen omdat je je aan de doornen geprikt had. Te simpel om waar te zijn. Echt weer zo'n evangelisch blij verhaal, dacht ik, als reformatorisch meisje.

Maar toch bleef het boek trekken en op een dag haalde ik hem bij de bibliotheek. Zoiets ga je niet kopen en in je boekenkast zetten, maar lenen en weer terugbrengen omdat het niks is, kan er nog net mee door.

Ik verslond het boek, lachte hardop en pinkte hier en daar een traan weg van herkenning. Barbara, getroffen door suikerziekte en invaliditeit van haar man, raakt in een diepe depressie. Als ze op een avond overweegt om zelfmoord te plegen, en ze eigenlijk al onderweg is, spreekt God op bijzondere wijze tot haar hart. Ze gaat terug naar huis, begint met het opruimen van de lege pizzadozen en popcornzakken die door de weken heen haar kamer hebben versierd en herstelt geleidelijk aan van de depressie.

Eind goed al goed, zou je denken, maar niets is minder waar. Op een dag komt het bericht dat één van haar zoons overleden is in militaire dienst. Diep verdriet treft het gezin, maar Barbara weet zich overeind te houden. Nog geen jaar later verongelukt haar tweede zoon. Hoeveel leed kan een mens aan? Ze heeft nog één zoon over. Als ze op een gegeven moment tijdens een weekend in Disneyland met de familie de kofferbak van haar zoon opent treft ze pornografische boekjes aan. Haar zoon blijkt homo en verbreekt uiteindelijk het contact. Jaren, echt jaren later, komt het gelukkig goed tussen moeder en zoon.

De humor waarmee Barbara over haar leven schrijft werkte aanstekelijk en hielp mij, op dat moment aan het begin van mijn allereerste depressie, om zicht te blijven houden op het leven. Haar relativerende opmerkingen en zotte conclusies lieten mij lachen en maakten dat het me soms lukte  om met wat meer humor naar mijn eigen situatie te kijken. Het boek kwam op mijn top tien boekenlijst te staan (is daar ook nooit meer van verdwenen) en ik kreeg hem op mijn 20e verjaardag cadeau van Daniëlle.

Humor is helend

Ik geloof dat humor het meest krachtige medicijn is bij lichamelijke en psychische aandoeningen. Humor relativeert, lachen maakt gelukshormonen aan, het verzacht pijnlijke omstandigheden en helpt je om dingen van een andere kant te bekijken.

Ik vind het zo gaaf dat humor iets is van alle tijden. Ik denk, en dat bedoel ik echt niet spottend, dat God de bron is van onze humor, en dat wij allemaal, omdat we geschapen zijn naar Zijn beeld daar  van mee profiteren.

In Spreuken, een oud bijbelboek, staan ook al teksten die de helende kracht van blijdschap noemen:

Een vrolijk hart brengt een lach op het gezicht, een verdrietig hart pijnigt de geest. (Spreuken 15:13)
Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid, een sombere geest verzwakt het lichaam. (Spreuken 17:22)

In de gesprekken die ik met mensen in mijn praktijk heb komen de meest pijnlijke dingen van het leven voorbij. Mensen vragen wel eens of ik dat niet zwaar vind en of ik het niet mee naar huis neem. Ik vind mijn werk niet zwaar. Ja, de onderwerpen zijn soms moeilijk en de pijn waar mensen mee rond lopen raakt me, maar over het algemeen wordt er in ieder gesprek ook gelachen. Soms om wat er zou kunnen gebeuren, soms lachen we omdat weer eens duidelijk wordt hoe ingewikkeld we het leven maken. We lachen om gemaakte fouten of van opluchting.

Misschien geneest humor niet volledig de aandoening, maar het verlicht je klachten aanzienlijk! 

Vandaag nog, in het gesprek dat ik had, hebben we hartelijk gelachen. En ja, ik heb ook een traantje weggeveegd omdat ik geraakt was door wat mijn bezoeker vertelde. Maar is dat niet het leven? Twee kanten van één medaille? De pijnlijke kant én de mooie kant? Ze hebben allebei evenveel bestaansrecht.

Jezelf veroordelen of om jezelf lachen

Ik weet niet hoe jij in elkaar zit, maar ik kan enorm kritisch zijn op mezelf. Iedereen mag fouten maken, maar o wee als ik zelf de mist in ga. Als ik een steekje laat vallen of mijn perfectionisme het even laat afweten. Ik ben een er een meester in om mezelf de grond in te trappen.

Naarmate ik ouder word, ik meer ontdek wie ik ben, ik geniet van het leven en steeds meer voluit durf te leven word ik milder naar mezelf toe. Ik heb een ontdekking gedaan. In plaats van mezelf te bekritiseren kan ik er ook voor kiezen om hartelijk om mezelf te lachen.
Soms doe ik dat met terugwerkende kracht.

Ik werkte van 1999-2002 bij de gemeente Boskoop. Consulent Zorg en Inkomen was ik daar. Absoluut geen standaard ambtenaar want ik werkte hard en had nooit achterstanden. Mensen hoefden meestal geen 6 weken te wachten op hun aanvraag voor een vergoeding voor een kunstgebit. Op een dag was de kopieermachine op onze afdeling stuk. Ik was in gesprek met een cliënt en moest wat kopieën maken. Ik liep naar boven, naar een andere afdeling, waar ook een kopieermachine stond. Helaas was het een andere en ik drukte op allerlei knoppen om het ding aan de praat te krijgen.
'Zal ik je even helpen?' Klonk een mannenstem naast me. 'Graag! Die van ons is kapot en ik zit met een klant in de spreekkamer.' De man zette het apparaat in de juiste stand en begon de kopieën voor mij te maken. 'Welke afdeling werk je?' vroeg hij geïnteresseerd. 'Zorg en inkomen, beneden. En jij dan?' antwoordde ik terwijl ik keek of ik hem kende. Hij kwam me niet bekend voor. Het bleef even stil, toen een glimlach en terwijl hij mij de kopietjes overhandigde zei hij: 'Ik ben de burgemeester van Boskoop!'

Op dat moment kon ik wel door de grond zakken... ik had mijn eigen baas niet eens herkend, de burgemeester van Boskoop nog wel. Ik kleurde diep rood, mompelde nog iets van een dankjewel en dat ik snel terug moest naar de spreekkamer en maakte dat ik weg kwam. Ik trapte mezelf de grond in, wat een oen was ik ook.

Maar mijn collega's aan wie ik het vertelde kregen spontaan de slappe lach. Wat een giller. En ach, kon ik het helpen? Moet ie ook z'n burgemeestersketting maar dragen. 'n Beetje incognito door het gemeentehuis dwalen... Ik kan er nu hartelijk om lachen.

Of wat dacht je van deze? Een jaar of drie geleden, mijn praktijk was nog maar net open en ik deed mijn uiterste best om zo zelfverzekerd, professioneel en als volwassen therapeut over te komen. Nadat ik het echtpaar naar hun stoel had gebracht ging ik koffie en thee halen. Een dienblad had ik niet, maar drie kopjes in twee handen moet kunnen. 'Zal ik het even aanpakken?' vroeg mevrouw behulpzaam. 'Nee hoor het lukt wel!' zei ik terwijl ik met mijn rechterbeen een overtuigende trap tegen de deur gaf om die dicht te doen. Ik had alleen niet gezien dat mijn 'vleermuisshirt' zoals Jan Willem het ding noemde, achter de deurkruk haakte... Ik hoorde iets scheuren, verloor half mijn evenwicht, liet één kopje vallen en de koffie van de andere twee kopjes vlogen over me heen.

Heel professioneel ja. Een mooi voorbeeld ook wel dat je niet alles zelf moet willen doen... Ha ha, daar ging mijn imago. We moesten er alle drie om lachen. Ik het hardst.

Relativeer


Ik daag je uit om eens wat meer op zoek te gaan naar de grappige kant in moeilijke situaties. Echt, die zijn er. Het is maar hoe je kijkt en waar je je op focust. Des te zwaarder jij het leven bekijkt, des te zwaarder het leven je valt. Ja, er is verdriet, pijn, ziekte, lijden, onrecht, verborgen of openbaar leed. Daar mag je om huilen, boos over zijn en je emoties over uiten. Maar midden in de grootste ellende kan humor je onverwacht uittillen boven je omstandigheden en voel je de levenskracht weer terug keren.

Kijk eens wat vaker met een glimlach naar jezelf in plaats van jezelf te bekritiseren. Het hoeft allemaal niet perfect. Je bent maar gewoon een mens! Ja, je maakt fouten, soms maak je domme keuzes of zeg je dingen waar je spijt van hebt. Geeft niets, maak het goed als dat nog kan, sta weer op en lach om jezelf. Relativeer, de wereld vergaat niet.

Humor heelt (zeker als je het deelt)!




zaterdag 22 juli 2017

Vakantie soap (6) Brandnetelthee

Andere wereld

Vanaf een stoel in de kring kijk ik met ingehouden adem toe. Zal het psycholoog Lars lukken om Emma aan de praat te krijgen? Gaat ze vandaag, tijdens de groepspsychotherapie iets laten zien van wat ze achter die grappen en soms cynische opmerkingen verbergt? 
 
Ik waan mezelf op de behandelgroep van de PAAZ en zit helemaal in het verhaal dat ik aan het lezen ben. Het boek ‘PAAZ’ geschreven door Myrthe van der Meer geeft een kijkje in de wereld van de psychiatrie. Ik kan me er helemaal in inleven, ook al is een opname mij bespaard gebleven. Emma is met een ernstige depressie en zelfmoordneigingen opgenomen op de PAAZ en het boek volgt haar in haar zoektocht en ontdekkingsreis naar zichzelf. 
 

Suïcide

De afgelopen tijd kwamen er steeds mensen op mijn pad die met gedachten aan zelfmoord rondlopen. Het heeft me veel bezig gehouden misschien ook wel omdat ik het van binnenuit begrijp. Het is inmiddels heel wat jaar geleden, maar ook ik heb tijdens een vakantie nota bene, een poging gedaan. Ik begrijp wat het is om niet meer verder te kunnen, geen andere uitweg meer te zien. 
 
Emma, uit het boek, worstelt er ook mee. En met haar diverse medepatiënten die zijn opgenomen. Mijn gedachten over suïcide zijn misschien te mild. Ik heb er geen oordeel over. Ik kan maar één ding denken. Mensen die nadenken over zelfmoord willen niet dood, maar ze willen het leven dat ze hebben niet meer! En de enige uitweg daaruit lijkt de dood te zijn. 
 
Soms voel ik me wat beschaamd of verlegen als ik zeg dat ik nu, vandaag, blij ben dat ik nog leef, dat mijn pogingen mislukt zijn. Maar het is echt zo en omdat ik weet uit welke diepe, schijnbaar bodemloze, zwarte, zuigende, modderige put ik gekomen ben, heb ik hoop voor iedereen! Ik leef echt, voluit (soms een beetje té zelfs, maar dan word ik weer teruggefloten), geniet, heb moeilijke momenten maar ook heel veel gelukkige. 
 

Humor

Ik hoor mezelf hardop lachen omdat Emma een foute grap maakt over een psychische aandoening, en grinnik om de opmerkingen die tussen patiënten heen en weer gaan. Ik zou echt de perfecte psychiatrische patiënt zijn, dat weet ik zeker. Ik zou zelfs de verpleegkundigen en psychiaters gek krijgen. 
 
‘Hoe zit het met de brandnetelthee?’ Met een doffe dreun land ik in één keer van de binnentuin van de PAAZ, op het terras van ons vakantiehuisje. ‘Brandnetelthee??? Huh... Oh ja... dat is waar ook...’ Ik had Damian beloofd om brandnetelthee te maken. Daar heeft hij het al weken over en die verfoeide planten staan aan de kant van de opgedroogde greppel achter in onze tuin. Sara is er eergisteren vol met haar kar ingereden en het arme kind zat onder de blaasjes. 
 

Brandnetelthee

Ik knip een paar brandnetels af en kook water. Ik stop alles in de theepot en we laten het een minuut of vijf trekken. Het water krijgt een mooi kleurtje. ‘Prikt het in je mond?’ vraagt Gijs zich af. Ik denk van niet. ‘Proef jij het maar eerst’, zegt Damian. Ik schenk twee kopjes thee in. Gijs waagt zich er niet aan. Ik ruik er eerst voorzichtig aan. Getver, echt smerig. Ik laat het Damian ruiken in de hoop hem af te schrikken. Tevergeefs. ‘Wat je ruikt is niet wat je proeft’, aldus Damian. Ik neem dapper een slok. Brr... ik vind het vies. Damian proeft ook. ‘Het smaakt naar planten’ (alsof we thuis geraniums en varens bij de koffie nemen). We besluiten het toch maar niet op te drinken. 
 
Goed, we hebben het geprobeerd. Ik ga gewoon voor de verse munt uit mijn eigen tuin thuis. Ik kook een nieuwe kan water en maak cup a soup. Dat is een stuk beter. 
 

Actie

Er moet echt een beetje actie in mijn lijf komen. Het liefst wil ik weten hoe het verder met Emma gaat, maar ik heb ook nog twee jongens rondlopen. Mike is vanmorgen opgehaald door zijn vader want zijn oma wordt 80. Hij gaat een nachtje bij haar logeren en komt morgen weer terug. 
 
Damian aan slag... Gijs beraadt zich op zijn tactiek
Ik ga met Gijs en Damian midgetgolfen. ‘t Is ronduit frustrerend hoe Damian tot drie keer toe een hole-in-one slaat terwijl ik mijn uiterste best doe en steeds weer op 3 of 4 slagen kom. Gelukkig win ik met één punt verschil. 
 
Gijs, die bij iedere nieuwe baan grote verhalen heeft over tactiek en strategie komt op de derde plaats uit. 
 
We hebben het er warm van gekregen en dus duiken we nog even het zwembad in. ‘Alweer zwemmen?’ vraagt Gijs zich verbaasd af. Ja, wij zwemmen elke dag. Het water is verfrissend en de jongens vermaken zich met allerlei trucjes en kunsten. Gijs gaat nog een paar keer op z’n hardst de glijbaan af. 60 km per uur volgens zijn schatting. Wow, de maximum snelheid op het park is 5 km per uur. Vooruit maar, op vakantie... mag alles!
 

Lazy avond

Moe en een beetje loom komen we het zwembad uit. We eten een patatje bij de snackbar, halen een milkshake als toetje en gaan naar het huisje. Nog een paar potjes jeu de boules, even badminton spelen (maar het waait te hard) en dan is het tijd om even lekker relaxt op de bank te hangen. Gijs doet een spelletje op de play station, Damian speelt Mine Craft op de computer en ik... ik schrijf mijn vakantie soap op het terras. 
 
En straks, dan duik ik met een glaasje wijn de PAAZ weer op!

dinsdag 18 juli 2017

Vakantie soap (2) Oog voor detail

Ochtendzon

Mijn ultieme vakantiemoment... ‘s morgens buiten, kopje koffie erbij, vers brood en een goed boek. Vandaag was zo’n moment. Een cadeautje zo op de eerste hele vakantiedag. Ik geniet in onze ruime tuin op het grasveld voor het huis. Zojuist heb ik de eerste hoofdstukken gelezen van ‘Gebroken wilskracht’. Een boek van psycholoog Jeffrey Wijnberg over depressie. Zo op het eerste gehoor misschien niet zo’n opbeurend thema voor de vakantie, maar ik heb al heel wat keer gegrinnikt. Herkenning alom. 
 

Depressie

‘Depressie is een gezonde reactie op een ongezonde situatie!’ zegt Wijnberg ergens in z’n boek. Ik denk er even over na. Behalve met een gevoel van herkenning lees ik het boek ook met een gevoel van ‘had ik dit maar 20 jaar geleden geweten...’. Wijnberg heeft zelf twee zware depressies doorgemaakt. Hij weet waar hij het over heeft. Ik benijd zijn manier van kijken naar depressie en omgaan met deze nare ziekte. Hij zegt wat ik laatst in mijn blog over verlies schreef: ‘Om te herstellen van een depressie moet je hem accepteren.’ Ik denk na over mijn gevecht tegen mijn depressies. Wat heb ik gevochten tegen mezelf, wat moest ik sterk zijn. Ik moest gewoon blijven functioneren, vooral doorgaan met alles waar ik mee bezig was, pleegmoeder zijn, actief in de kerk en vriendschappen onderhouden. 
 
Kostte wat het kostte ging ik door om te voorkomen dat ik opgenomen zou moeten worden. Het toppunt van falen, zo zag ik dat toen. Ach het is gegaan zoals het gegaan is, en ik ben trots op mezelf dat ik vandaag de dag, met hulp van medicatie, stabiel ben. Ieder z’n weg. En mocht de depressie op een dag toch weer om de hoek komen dan pak ik zeker weten dit boek erbij! 
 

Waar kijk je naar?

Al mijmerend over wat ik zojuist gelezen heb dwaalt mijn blik over het grasveld. Een paar vogeltjes, het soort dat bij mij in de tuin niet rondvliegt, huppen over het gras en happen hier en daar een vlieg of mug uit de lucht. Goed zo! Dat scheelt weer werk voor mij vanavond. 
In het gras staan kleine witte bloemetjes. 

Madeliefjes denk ik. Lief zijn ze zeker. Vroeger reeg ik er kettingen van. Dan valt mijn oog op iets paars/bruins en geels. Zie ik het goed? Ja, in het gras groeien minuscule paddenstoelen. Ik pak mijn telefoon en maak van heel dichtbij een foto (zie boven). Waarschijnlijk worden ze één dezer dagen platgetrapt door onze voeten bij het tennissen... 
 
We lopen even met de jongens naar een speeltuin verderop.
Terwijl zij met een vlot heen en weer over de vijver gaan, zie ik een prachtige vlinderstruik in bloei. Ik loop ernaar toe en zie dan een dagpauwoog neerstrijken op één van de bloemen. Wat is de natuur toch prachtig! Ik houd van vlinders. Voor mij zijn ze het symbool van voluit leven, op je bestemming komen, van ontwikkeling, maar ook van kwetsbaarheid. 
 
Echt lang de tijd om ervan te genieten heb ik niet, want Jan Willem en ik moeten mee op het vlot. Ach ja, doe ‘s gek... zou hij het houden? Wiebelig is het wel, maar de jongens hebben lol, en als zij genieten, geniet ik ook. 
 

Afscheid

‘s Middags gaan we zwemmen. Jan Willem zal als wij naar het zwembad gaan naar huis vertrekken. Hij zal morgen naar Indonesië gaan voor tweeënhalve week. Ik zie er niet echt tegenop, maar wel tegen afscheid nemen. Dat is niet mijn ding. Ik pak de zwemtassen in en we kruipen met z’n allen in de huurauto. 
 
Bij het zwembad stappen we uit. Gijs zegt gedag ‘Ik ga u missen!’, hoe schattig! Mike en Damian geven een knuffel en dan is toch ook voor mij het moment aangebroken. Daar zijn de tranen... nou ja, niks aan te doen. Een dikke knuffel, een paar woorden, nog een kus en dan staat Damian al weer aan mijn shirt te trekken. ‘Gaan we zwemmen?’. Ja, laten we gaan zwemmen. Opeens schiet er iets door mijn gedachten. Heb ik mijn eigen zwemspullen wel bij me? Ik rommel in mijn tas en zie dat mijn badpak ontbreekt... natuurlijk... detail... 
 
Gelukkig is JW er nog. De jongens gaan vast zwemmen, JW en ik gaan weer terug naar het huisje met de auto, want het is een eind lopen. Aan het wasrek hangt inderdaad heel eenzaam mijn badpak. Ik pak meteen een zakdoek en snuit even goed mijn neus en droog m’n tranen. Het is alweer over.
 
Nu echt afscheid nemen, nog een knuffel, een zwaai en daar gaat JW. Ik zucht eens diep en ga dan het zwembad in. Even koppie onder, dan vallen de tranen niet meer zo op. En zeg nou zelf, bij een goede soap hoort ook een tranentrekker... 
 

Funnies

We eten vanavond makkelijk. Bolletjes met knakworst. En voor de liefhebbers is er ook nog ander beleg. ‘Hebben we saus?’ vraagt Mike. ‘Nee, maar dat is detail’, zegt Damian, ‘het gaat om de worst’. Zo is het. We zijn op vakantie. Sommige dingen hebben we extra, en andere dingen minder. Gijs gaat voor nog een extra boterham met Minions Vlokken. Het gaat ‘m natuurlijk om de ‘Funnies’ die erin zitten. Kleine figuurtjes van witte chocolade die samen met de vlokken uit de doos vallen. Er vallen er drie uit. Bingo! 
 
We hebben het gezellig met elkaar en na het eten verdwijnen de jongens in de badkamer. Ze gaan afwisselend in het bubbelbad (met sop) en in de sauna. Ik geef zo streng mogelijk instructies en ga zelf heerlijk buiten zitten. 
 
Even m’n soap schrijven in de avondzon!

woensdag 12 juli 2017

Verlies én winst

Vakantie

Er ligt een stapel plastic mapjes op mijn bureau. Vandaag is de laatste werkdag voor de zomervakantie. Tijd om op te ruimen en af te ronden. In de mapjes zitten de gespreksverslagen van de bezoekers van mijn praktijk. Ik maak twee stapels: Afgeronde contacten en lopende contacten. Elk mapje blader ik even door. Wat heb ik veel gesprekken mogen voeren afgelopen jaar. Wat heb ik met veel mensen een stukje mogen optrekken en mee mogen denken en helpen in hun levens.

Verlies

Al bladerend door de gespreksverslagen raak ik opnieuw onder de indruk van de verhalen van de mensen die ik heb mogen ontmoeten. Er valt me ook iets op. Iets gemeenschappelijks. Iets dat ik in mijn eigen leven ook herken. In alle verhalen komt ‘verlies’ naar voren. Het lijkt een thema te zijn dat als een rode draad door het leven loopt.

  • Verlies omdat een partner is weggegaan
  • Verlies van werk
  • Verlies van vertrouwen in mensen of God
  • Verlies van (toekomst)dromen
  • Verlies van een onbezorgde jeugd
  • Verlies van gezondheid
  • Verlies van zelfvertrouwen of eigenwaarde
  • Verlies van energie omdat een burn-out vat op je heeft gekregen
  • Verlies van je kind(je) omdat hij of zij stierf, soms nog voordat het geboren werd
  • Verlies van hoop
  • Verlies van ouders of broers of zussen door de dood of omdat contact verbroken werd
  • Verlies van geloof

De aanleiding om hulp te zoeken is er bijna altijd één die met verlies te maken heeft. Verlies desorganiseert je leven, veroorzaakt chaos en onrust. Je leven lijkt even te wankelen, de bodem onder je voeten dun, of zelfs weggevaagd. Zekerheden blijken opeens gebakken lucht, beloften die gedaan zijn lijken holle woorden.

Verlies verwerken?

Je hoort regelmatig de uitspraak: ‘Je moet je verleden verwerken’, of ‘Het duurt wel een tijd voordat je een echtscheiding verwerkt hebt’, of wat dacht je van de term: ‘Rouwverwerking’.

Ik heb deze woorden en opmerkingen zelf ook vaak gebruikt. Maar de laatste tijd heb ik veel nagedacht over deze dingen en kom ik steeds meer tot de conclusie dat er iets anders nodig is dan ‘verwerken’. Verwerken klinkt als een proces met een begin- en een eindpunt. Je maakt een nare gebeurtenis mee, je gaat ermee aan de slag, praat erover, laat de emoties eruit komen, moppert wat, je bent een tijdlang gefrustreerd of depressief en uiteindelijk pak je de draad van je leven weer op en ga je verder. Wat geweest is ligt achter je.

Maar kan dat? Kun je iets ingrijpends meemaken en na verloop van tijd doorgaan met het leven alsof het er nooit geweest is? Stel dat je huwelijk strandt en je na verloop van jaren een andere partner ontmoet met wie je verder gaat, is je eerste relatie dan een stuk dat uit je leven geknipt is?

Ik maakte seksueel misbruik mee en door de jaren heen heb ik er over kunnen praten en zijn de herinneringen tot rust gekomen. De bijbehorende beelden, geuren of geluiden worden niet meer zomaar opgeroepen op onverwachte momenten. De herinneringen zitten op de juiste plek in mijn brein: mijn lange termijn geheugen. Ik kan erbij als ik wil en als ik daarvoor kies. Maar weg zijn ze niet.

Accepteren

Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik tot de conclusie kom dat het er niet om gaat om verliezen (in welke vorm dan ook) te verwerken, maar dat het erom gaat dat we onze verliezen accepteren.

Een ander woord voor accepteren is aanvaarden. Een verlies accepteren betekent dat je onder ogen ziet en aanvaardt dat dit, dat hele nare, dat hele pijnlijke, vanaf nu een deel van je leven is. Het hoort bij jou. Je moet het ermee doen, het kan niet meer weg, hoe graag je het ook zou willen.

Het accepteren van je verlies betekent dat je onder ogen ziet wat je bent kwijt geraakt en dat je het verdriet, de pijn, de boosheid, de verwarring of twijfels die daarbij horen de ruimte geeft. Al die emoties en gedachten, de wisselende stemmingen, de goede en slechte dagen die elkaar afwisselen, de hoop en wanhoop, ze horen bij het verlies dat in jouw leven gekomen is. Ze horen bij jou.

Accepteren is (hoe ingewikkeld misschien ook) omarmen! Het omarmen van je verlies en er zorg voor dragen.

Verdragen

Het accepteren van een verlies is geen kwestie van een verstandelijke keus. Was het maar zo makkelijk. Het is een proces, en in de meeste gevallen een gevecht met jezelf. Een gevecht omdat we het verlies en alles wat daarbij hoort niet willen. Zo moest ons leven niet gaan. Het voelt als onrecht. We hadden zelf zo’n ander plan. Je wilt geen afstand doen van je droom.

Dit gevecht met onszelf kost bakken met energie. Toch denk ik dat je die worsteling meestal nodig hebt om tot acceptatie te komen. In mijn herstelproces liep ik er vaak tegenaan. Ik was vooral boos en gefrustreerd. Er was mij onrecht aangedaan en om van de nare gevolgen af te komen moest ik alles nog een keer onder ogen zien. Dat klopte toch niet? Vaak was ik bezig om mezelf te overtuigen dat het allemaal wel meeviel en dat ik moest ophouden met zeuren over dingen die allang voorbij waren.

Hoe strenger ik voor mezelf was hoe dieper ik in de put raakte. Het geheim lag in acceptatie. Ik mocht leren accepteren dat ik een pijnlijk verleden had. Dat ik daar nog steeds last van had. Dat dat er mocht zijn. Dat de angst die was opgeslagen in mijn lichaam nu voelbaar mocht worden. Dat de tranen die bevroren waren nu mochten ontdooien. Het hoefde niet verwerkt, weggewerkt, te worden, het mocht er zijn. En het mag er nog steeds zijn.

Acceptatie van verlies is dat je het verlies met alles wat daaraan vast zit kunt verdragen. Je bent mild voor jezelf en omgeeft jezelf met compassie in plaats van met kritiek. Je zorgt voor jezelf zoals je dat ook voor een ander met verlies zou doen.

Winst

Ik weet niet wat jij in je leven aan verliezen hebt meegemaakt. Misschien wel heel recent. Misschien al lang geleden. Ieder verlies gaat gepaard met rouw. Rouw is de keerzijde van liefhebben. Rouwen kost tijd maar is absoluut geen verloren tijd. Het is de tijd die je nodig hebt om het verlies bestaansrecht te geven in je leven.

Het verlies van een geliefde, van een zoon, dochter, moeder, vader, broer, zus, vriend of vriendin, of noem maar iemand op van wie je hield, is onomkeerbaar. Diegene van wie je zoveel hield komt niet meer terug. Een gemis dat blijvend is. Dat bij jou hoort. En toch geloof ik dat als jouw verlies bestaansrecht krijgt, er winst behaald is. Misschien een andere winst dan we zelf voor ogen hadden. Maar het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Het leven krijgt meer diepgang. Je kijkt anders naar jezelf en het leven. Je vriendschappen verdiepen zich of je kunt er zijn voor anderen die ook een verlies meemaken. Jij weet hoe het voelt.

Het verlies van mijn onbezorgde kinderjaren, het verlies van mijn droom (kinderen), is er nog steeds. En dat is prima, het is een deel van mijn leven, van mijn verhaal. Maar het heeft waarde gekregen omdat ik nu anderen kan helpen die soortgelijke verliezen tegen komen.

Vrede

De grootste winst die je behaalt door je verlies te accepteren is dat je vrede krijgt. Vrede met hoe jouw levensweg gegaan is. Vrede wil niet zeggen dat je geen pijn hebt of iemand niet mist. Maar vrede is dat je kunt verdragen wat er is en wat jou overkomen is.

Soms komt vrede pas nadat je eerst flink gestoeid hebt met het leven, met jezelf of met God. Dat mag. Dat hoort erbij. Het zou vreemder zijn als je een verlies zo maar voor lief zou nemen en er niets bij zou ervaren.

Vrede is ook dat je accepteert dat het leven hier en nu nooit volmaakt zal worden. Hier in deze wereld, in dit leven op aarde, zal er altijd onrecht, pijn en lijden zijn. De dood heerst nog steeds. Maar er is wel een belofte dat God ons draagt, iedere dag, door de diepste dalen heen. Hij is onze vrede!

Eens zal er vrede zijn, 
eens droogt God elke traan 
en nergens wordt meer kwaad gedaan, 
op alles staat Zijn heilige naam. 
Geen oorlog wordt geleerd 
wanneer de Heer regeert.

Eens zal er vrede zijn, 
eens komt Gods Kanaän 
de wolf ligt rustig naast het lam 
de leeuw en beer zijn lief en tam. 
De angsten zijn voorbij 
de kinderen spelen vrij.

Eens zal er vrede zijn, 
eens wordt Gods naam gehoord 
Hij spreekt voorgoed het laatste woord 
en opent zelf de gouden poort. 
Dan staan wij in het licht 
dat straalt van Gods gezicht.

(Hanna Lam en Wim Ter Burg)

woensdag 14 juni 2017

Ruilen

Zullen we ruilen?

Een lied van Herman Boon dat mij steeds weer raakt en vandaag in mijn gedachten kwam door verschillende situaties. Misschien ken je het lied niet, maar luister het eens als je een paar minuten hebt. 
 
Zullen we ruilen? Jouw onrust voor Mijn vrede 
Zullen we ruilen? Mijn toekomst voor jouw verleden 
Zullen we ruilen? Mijn liefde voor jouw angst 
En weet je? Mijn liefde duurt het langst
 
Zullen we ruilen? 
Mijn troost voor jouw verdriet 
Zullen we ruilen? Dan geef Ik in je hart een lied 
Zullen we ruilen? He, wat vind jij daarvan? 
Zullen we ruilen? Zodat jij weer zingen kan
 
Zullen we ruilen? Al zit je nog zo in de knoop 
Zullen we ruilen? Dan geef Ik jou weer nieuwe hoop 
Zullen we ruilen? Dan maken wij een nieuwe start 
Zullen we ruilen? Geef me dan je hart 
 
Zullen we ruilen? Jouw mislukking voor nieuwe kansen 
Zullen we ruilen? En zullen we samen dansen? 
Samen dansen tot diep in de nacht 
Samen dansen net zolang tot jij weer lacht
 
Zullen we ruilen? Al zit je nog zo in de knoop 
Zullen we ruilen? Dan geef Ik jou weer nieuwe hoop 
Zullen we ruilen? Dan maken wij een nieuwe start 
Zullen we ruilen? Geef me dan je hart
 
Zullen we ruilen? Al zit je nog zo in de knoop 
Zullen we ruilen? Dan geef Ik jou weer nieuwe hoop 
Zullen we ruilen? Dan maken wij een nieuwe start 
Zullen we ruilen? Geef me dan je hart
 
Zullen we ruilen? Jouw onrust voor Mijn vrede 
Zullen we ruilen? Mijn toekomst voor jouw verleden 
Zullen we ruilen? Mijn liefde voor jouw angst 
En weet je? Mijn liefde duurt het langst
 
Zullen we ruilen?
 

Ik kan niet meer

Ik heb verschillende keren in mijn leven op een punt gestaan waarop ik niet meer verder kon. Ik overzag het niet meer. Er was geen licht, geen hoop op iets beters. Ik voelde me somber, rusteloos, gelaten soms, uitgeput. Soms keek ik van een afstandje naar mezelf, mezelf verbazend dat ik van buiten ‘gewoon’ doorging terwijl ik van binnen allang dood was. Zo voelde het. Voor het oog van iedereen ging het nog best. Ik werkte nog, functioneerde, zag er goed verzorgd uit. Oké, mensen die me beter kenden konden wel zien dat het niet makkelijk was. Dat ik somber was of soms huilde. Maar dat was nog geen promillage van wat er zich bij mij van binnen afspeelde. 
 
Ten diepste was ik ervan overtuigd dat de wereld beter af zou zijn zonder mij. Ik was vooral tot last van iedereen. Niemand zei dat tegen mij of had dat ooit gezegd, maar ik wist dat zeker. Het was de conclusie van mijn optelsom. Het was geen vraag voor mij, het was een zeker weten. Ik dacht dat ik geen bestaansrecht had. Alle ruimte die ik innam was teveel. 
 

Leven in al z’n volheid

Ik overleefde. Door alles wat ik had meegemaakt in mijn kinder- en jeugdjaren. Het leven had voor mij geen glans, behalve als ik mezelf nuttig maakte en presteerde. Ik ben er niet trots op, maar toch wil ik het delen. Ik heb meerdere zelfmoordpogingen gedaan. Ik weet waar je het over hebt als je zegt dat je niet meer verder kunt. Ik weet hoe het voelt. Niets, helemaal niets lijkt dan meer te helpen. En alles wat anderen zeggen verdwijnt in een bodemloze put. 
 
En toch... ik ben er nog. Goddank! Nee, zo dacht ik er niet over als ik bijkwam na een serieuze poging. Absoluut niet. Zo denk ik er nu over, nu die donkere, wanhopige, heftige jaren ver achter me liggen. Wat ben ik dankbaar dat ik vandaag dit stuk mag schrijven. En tegelijk realiseer ik me dat er lezers zullen zijn die mensen heel dicht bij zijn kwijtgeraakt omdat de zelfmoord wel slaagde. Wat extra pijnlijk is het dan om mijn verhaal te lezen. 
 
Jezus zei eens, en zegt vandaag:  
‘Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om jou het leven te geven in al zijn volheid.’ (Joh. 10:10)
 

Strijd

Er is een strijd gaande. Een strijd tussen de grote vernietiger en de goede God. Een strijd om jouw en mijn leven. Misschien zit jij daar nu wel middenin en voelt het inmiddels als een verloren strijd. Je kunt niet meer. Er is niks meer. Er komt niks meer. Ik zou willen ruilen met je, al was het maar voor één dag. Ik zou je willen laten voelen dat het écht, écht anders kan worden. Dat er écht leven bestaat. Leven in al zijn volheid. Leven in plaats van overleven. Blijf niet alleen maar zoek mensen bij wie je veilig bent en gewoon mag zijn!
 
Misschien ken jij mensen om je heen die midden in die strijd zitten. Sta je machteloos aan de zijlijn en probeer je te overtuigen dat zelfmoord geen oplossing is. Ik zou willen zeggen: Stop daarmee! Dat helpt niet. Probeer slechts te luisteren, naast iemand te gaan zitten in die diepe put, er te zijn. Laat iemand niet alleen zijn met zijn wanhopige gedachten, maar luister en wees bewogen. Geef hem het gevoel dat niets te gek is, dat alles er mag zijn. Dat hij er mag zijn. Hij (of zij) heeft bestaansrecht! Mag ruimte innemen in jouw leven. Ruimte in dit bestaan. 
 

Ruilen

Misschien heb ik makkelijk praten, want ik kijk terug. Jij zit er nog midden in. En toch... ik wil je aanmoedigen, vanaf de zijlijn: Hou vol! En als het even kan... hoe klein misschien ook, zullen we dan ruilen? 
 
 

zaterdag 10 juni 2017

Voelen is vies

Vroeger

‘Voelen is vies!’ Zomaar een uitdrukking die bij ons thuis met regelmaat gebruikt werd. Te pas en te onpas, maar terugkijkend, werd hij nogal letterlijk genomen. We waren bepaald geen knuffelgezin en emoties moesten het liefst ingeslikt worden. ‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg!’, was ook zo’n uitdrukking die daarbij hoorde. Wat normaal eigenlijk was werd nooit echt uitgelegd, daar mocht je zelf naar gissen. Maar niet normaal was het om te huilen, verdriet te hebben of teleurgesteld te zijn in het leven of in mensen.

Niet Toegestaan

Ik volg de vierjarige opleiding EPH/GGT aan het Kempler Instituut. In één van de eerste weekenden leerde ik iets waar ik in mijn praktijk met regelmaat over vertel. Als je als kind opgroeit in een gezin, ben je voor je welzijn, je overleving, je bestaan, afhankelijk van je ouders/verzorgers. Je past je dus aan aan hun manier van leven en maakt je eigen wat zij je voorleven (uitgezonderd een klein percentage van de kinderen, die ‘schoppen’ zich uit dat systeem en krijgen vaak het etiket ‘gedragsprobleem’).

In mijn geval leerde ik dat ‘voelen vies’ was. Heftige emoties liet je niet zien, verdriet slikte je weg. Dat deden mijn ouders, dus ik nam dat over. Dat was voor mij ‘normaal’. Je zou kunnen zeggen dat verdriet een ‘Niet Toegestaan Deel’ van mij werd.

Een Toegestaan Deel was humor, cynisme, met een grap over iets ernstigs heen walsen. Daar was ik goed in, daar waren wij als gezin allemaal goed in. Scherpe, cynische opmerkingen, galgenhumor en grappen die eigenlijk niet grappig waren vlogen je om de oren aan tafel.

Wel aanwezig

Als een deel ‘Niet Toegestaan’ wordt, betekent dat nog niet dat het niet meer aanwezig is. Natuurlijk voelde ik verdriet of pijn. Teleurstelling. Er gebeurde van alles in mijn jonge leven en daar voelde ik wat bij. Alleen mocht dat niet geuit worden. Het wilde er wel uit, maar het stuitte op een steeds dikker wordende muur. Ik verbeet me.

Ik herinner me nog dat ik een konijntje had. Ik was niet bijzonder dol op hem, maar het was wel míjn konijn, en ik verzorgde hem. Op een dag had hij met zijn staartje tussen de deur van het hok gezeten door een onduidelijke oorzaak en niet veel later vond ik hem in zijn hok. Doodgebloed. Ik voelde me verdrietig. Mijn ouders reageerden zoals ik gewend was: ‘Nou, dat beest in een vuilniszak, het hok even heel goed schoon maken, en in de winkel zijn nog zat nieuwe konijnen.’ Diezelfde dag zat er een nieuw konijntje in het hok. Maar de muur waar mijn verdriet zich doorheen moest wurmen was weer dikker geworden.

Onkruid

Als je systematisch je niet toegestane delen negeert (misschien ben je je er wel niet eens bewust van), loop je het risico klachten te ontwikkelen. Lichamelijke klachten (buikpijn, hoofdpijn, slapeloosheid bijvoorbeeld) of psychische klachten (stress, burn-out, depressie, angsten). Soms bestrijden we die klachten weer met verdovende middelen als koffie, alcohol, drugs, slaapmiddelen of gaan we nog harder werken om maar niet stil te hoeven staan. Je zou kunnen zeggen: je bent je niet toegestane delen aan het bestrijden in de hoop dat je ze zo kunt uitbannen.

Ieder voorjaar is het weer hetzelfde liedje in mijn tuin: bij het aanbreken van het voorjaar en het omhoog komen van de eerste bloemen, komt ook het onkruid in mijn tuin omhoog. Vooral tussen de tegels. Ieder jaar weer kost het me uren om met een schraper het onkruid te verwijderen maar wat ik ook doe... het komt gewoon weer omhoog.

Zo werkt het ook met niet toegestane delen. We bestrijden ze, maar ze gaan niet weg. Ze blijven bestaan en proberen om hun aanwezigheid kenbaar te maken. Ze kunnen ook niet weg, want ze horen gewoon bij ons. Bij onszelf, ons leven, ons zijn.

Een goede ouder worden

‘Volwassen worden betekent dat je een goede ouder voor jezelf wordt’. Een zin uit het studieboek van Roel en Sonja Bouwkamp. Een goede ouder bestaat uit een moederlijk deel dat zorg, compassie, troost en aandacht geeft, maar ook uit een vaderlijk deel dat begrenst en structuur en richting aangeeft.

Waar het om gaat is dat we een goede ouder worden voor onze niet toegestane delen. In plaats van ze te bestrijden mogen we ze erkennen en accepteren. Het moederlijke deel. In mijn geval was dat niet eenvoudig. Want inmiddels was ik opgegroeid tot volwassene en was ik bang geworden voor mijn emoties. Ik wilde ze niet hebben, vond ze vooral lastig en verstorend voor mijn dagelijks leven. Ik onderdrukte ze met alles wat in mij was. Met als gevolg een forse depressie. Maar ook die mocht er niet zijn, want dat was een teken van zwakte! Er bleef uiteindelijk maar één ding over... het zou beter zijn als ik mezelf van kant maakte. En met die gedachten worstelde ik dag in, dag uit.

Door gesprekken, door trouwe vrienden die níet bang waren voor mijn verdriet en emoties, leerde ik heel langzaam mijn niet toegestane verdriet, pijn en teleurstelling te uiten. Een goede ouder voor mezelf kon ik nog niet zijn. Ik was te bang en niet zeker van mijn zaak. Misschien zou ik wel gek worden als al het verdriet er in één keer uit zou komen. Ik was letterlijk bang dat ik in 1000 stukjes uit elkaar zou vallen (waarop mijn fantastische vriendin Astrid mij een kaart stuurde met een rolletje plakband en de belofte dat ze me weer in elkaar zou zetten).

Tijdelijk had ik een goede ouder van buitenaf nodig. Maar stukje bij beetje werd ik milder voor mezelf, begreep ik dat ik verdriet had en dat dat normaal was. Dat ik pijn had, en dat dat logisch was. Ik werd een steeds betere moeder voor mezelf. De vaderlijke kant (begrenzen) had ik niet zo’n moeite mee, die was prima ontwikkeld. Ik stopte eerder te vroeg met huilen dan dat ik er in wegzakte.

Completer mens

Het blijft opletten voor mij. Opletten dat mijn niet toegestane emoties niet ondersneeuwen door mijn sterke, nuchtere, no nonsense, grappige soms wat cynische delen. Ik moet bewust blijven voelen. Zeker als ik merk dat ik somberder ben, veel droom, me terug wil trekken. Blijkbaar zeggen mijn emoties dan iets! Ik kan het steeds beter en inmiddels ben ik ervan overtuigd dat voelen niet vies is, maar eigenlijk best lekker.

Het maakt me een completer mens. Een mens met hoogten én diepten. Een mens die kan lachen én huilen. Die grappen kan maken, maar die ook bewogen kan zijn. Een blij mens, maar soms ook verdrietig omdat het leven ingewikkeld kan zijn. Gelukkig heb ik nog steeds mijn vaderlijke kant, die paal en perk stelt aan mijn emoties. Ik wil geen slachtoffer zijn en verzanden in oud verdriet. Huilen lucht op en is toegestaan, maar er komt een moment dat je je neus moet snuiten, je ogen afvegen en weer verder moet gaan. Maar het verschil met vroeger is dat emoties er mogen zijn. Ze horen erbij.

Nu jij

Bij mij zijn emoties lange tijd niet toegestaan geweest. Iets anders dat tot mijn niet toegestane delen hoort is ‘hulp vragen’. Ik moet namelijk alles alleen op kunnen lossen. Hulp vragen is falen. Daar kan ik ook een blog over schrijven, maar dat doe ik een andere keer. Niet toegestane delen kunnen er voor iedereen anders uitzien. Ik zal wat voorbeelden noemen van niet toegestane delen:

  • Fouten maken
  • Boosheid
  • Eigen keuzes maken
  • Ruimte innemen (jezelf zijn)
  • Voor jezelf opkomen
  • Genieten (alles moet zin hebben)
  • Grenzen stellen/nee zeggen
  • Ziek zijn/zwak zijn
  • Hulp vragen

Merk jij bij jezelf dat je klachten hebt? Lichamelijke klachten of psychische klachten? Probeer dan eens na te denken over dit verhaal van de toegestane- en niet toegestane delen. Zou het kunnen dat jij iets aan het bestrijden bent dat eigenlijk aandacht vraagt? Iets dat er nooit mocht zijn, en dat je misschien wel verfoeit, maar dat ergens diep van binnen aandacht probeert op te eisen?

Als je kunt ontdekken wat bij jou niet toegestaan is, dan weet je wat je te doen staat... een goede ouder worden voor jezelf. Ofwel: Een liefhebbende, bezorgde, troostende moeder zijn voor jezelf en een begrenzende vader. En als je dat zelf niet (meer) kunt, laat een ander het dan een tijdje voor je zijn. Jij verdient dat! Jij mag een compleet mens worden. Een mens met alles erop en eraan. Met mooie en minder mooie kanten. Met leuke gevoelens en eigenschappen en minder leuke. Dat is toegestaan!


woensdag 10 augustus 2016

Vakantiebulletin (Rouw)

Een wat heftig thema, zo in een vakantie vol ontspanning en leuke activiteiten. De afgelopen dagen heb ik een mooi, indringend en leerzaam boek gelezen: 'Over rouw' (Elisabeth Kübler- Ross & David Kessler). Het boek had ik net voor mijn vakantie gekocht toen ik in mijn praktijk weer eens te maken had met het thema 'rouw'. En ach, waarom zou ik er niet over schrijven... we krijgen er linksom of rechtsom allemaal een keer mee te maken (als het al niet zover is).

Rouw komt om de hoek kijken als er een verlies in ons leven plaatsvindt. Dat kan zijn als er iemand van wie we houden overlijdt. Onze echtgenoot, moeder, opa, buurman, collega, ons kind, een vriend, een kennis of een sportmaatje. Het kan onverwacht zijn, of na een lang ziekbed. Misschien is het wel een zelfgekozen dood omdat het leven te zwaar was. Iemand om wie we gaven, met wie we een stuk(je) van ons leven gedeeld hebben is er niet meer. De tijd lijkt even stil te staan.

Rouw kun je ook ervaren bij andere verliezen in ons leven. Als gezondheid wegvalt, of als iemand verhuist met wie je goed bevriend was. Als een droom niet uit zal komen, je geen partner kunt vinden of je kinderloos blijft. Ook dan doorloop je een rouwproces.

In het boek 'Over rouw' wordt een rouwproces weergegeven in verschillende fasen. Er is geen goed of fout in rouw, er zijn geen termijnen en iedereen rouwt op zijn eigen manier en volgens een ander tijdschema. Soms worden er fasen overgeslagen of kom je weer terug in een fase die je al dacht gepasseerd te hebben. Het hoort er allemaal bij. De vijf stadia van rouw zijn:
  • Ontkenning: Ook wel verdoving, shock, ongeloof genoemd. Ontkenning is een beschermingsmechanisme dat ons helpt om het verlies te overleven.  
  • Woede: Boosheid, op jezelf, de ander, de arts, een dader, op God, enz. Woede helpt om alle onderliggende gevoelens (pijn en verdriet) te vermijden. Soms zijn we er nog niet klaar voor om die heftige emoties onder ogen te zien. Woede is een kracht en het kan ook een anker zijn, een tijdelijk houvast. Het klinkt misschien gek, maar woede betekent dat je vooruitgang boekt! Hoe meer woede je toe kunt laten, des te meer achterliggende gevoelens je zult ontdekken. 
  • Marchanderen: Ook wel onderhandelen genoemd. Het is een fase waarin ook schuldgevoelens voorkomen. 'Wat als' en 'stel dat' zijn woorden die veel gebruikt worden. Het kan tijdelijk verlichting geven aan de pijn die bij het verlies komt kijken. 
  • Depressie: Verdriet, diep verdriet, dat noodzakelijk is op de weg naar genezing. We zijn er vaak bang voor, maar het zou vreemder zijn als we na een groot verlies helemaal geen verdrietige gevoelens zouden kennen. Zie je depressie als een tijdelijke gast die weer zal vertrekken als het werk gedaan is. Depressie zorgt ervoor dat de dingen trager gaan, het leidt naar een diepere laag in onze ziel en het maakt ruimte voor groei. We kunnen ons leven weer vanaf de grond opbouwen. 
  • Aanvaarding: Met aanvaarding wordt niet bedoeld dat het goed is. Verlies is nooit goed! Maar aanvaarding betekent dat we de realiteit van het verlies erkennen en dat we accepteren dat dit de blijvende realiteit is. Het wil niet zeggen dat je nooit meer verdrietig bent, maar  wel dat de goede dagen de overhand krijgen. 
Het boek beschrijft vele voorbeelden van mensen die in de verschillende fasen van een rouwproces terecht kwamen. Ik ben er stil van, en onder de indruk. Wat ben ik, wat zijn wij, vaak hard voor mensen die een verlies doormaken. Wat vinden we al snel dat het leven verder gaat, dat we de draad maar weer moeten oppakken en dat we er maar niet meer te veel bij stil moeten staan.

Wat ben ik ook hard voor mezelf, bedacht ik me, al lezend. Waar in dit boek geschreven wordt over verdriet als helende kracht, bedwing ik waar ik kan mijn tranen. Maar juist die tranen die soms zomaar opkomen als je het verhaal van een ander hoort zouden wel eens kunnen helpen om jouw oude verdriet te helen! Ik vond het zo'n mooie uitspraak:
Niet-geplengde tranen gaan niet weg; het verdriet in die tranen blijft als een bezinksel onder in ons lichaam, onder in onze ziel liggen. Tranen zijn een symbool van leven, een deel van wie we zijn en wat we voelen. Niemand anders kan jouw tranen plengen!
Ben jij iemand die een verlies met zich mee draagt? Dan moedig ik je aan dit boek eens te lezen. Het is  herkenbaar, liefdevol en met heel veel zorg geschreven. Waar jij misschien het gevoel hebt dat het leven gewoon maar doorgaat alsof het nooit anders gegaan is, terwijl voor jou de tijd nog stil staat, zul je in dit boek lezen dat dat echt heel normaal is!
Rouwen is een proces, processen vragen tijd en energie.

Van de week wandelden we in het bosgebied hierachter. Het was er donker, de zon scheen niet, het bos deed wat treurig aan. Terwijl ik vooral naar beneden keek, om niet te struikelen over wortels en takken, zag ik opeens tussen al het donkergroen prachtige roze vruchten. Bramen. Ze waren nog niet rijp, maar prachtig om te zien. Bramen groeien aan struiken vol dorens, maar de smaak is heerlijk. Eerst is er niets, dan de bloemen, dan de vruchten. Het heeft tijd nodig, rust, zonlicht, regen en dan uiteindelijk zijn die vruchten er. Het plukken ervan zal misschien wat schrammen veroorzaken, maar de smaak zal het allemaal goedmaken.

Een verlies meemaken is pijnlijk. Rouw lijkt een lang en moeizaam proces, maar uiteindelijk komt  ook daar iets moois uit. Herinneringen die gekoesterd kunnen worden, een nieuwe droom, een andere vervulling van het leven. Het is niet vooraf te bedenken, maar zeker de moeite waard!

maandag 15 februari 2016

Taboe: Christen & antidepressiva

De afgelopen weken was er weer eens volop aandacht voor antidepressiva. Half Nederland gebruikt het en er zijn allerlei meningen en visies over. Het zou te snel worden voorgeschreven, te lang worden gebruikt en in een aantal gevallen zou een placebo eigenlijk een betere oplossing zijn.

Ik herinner me een zomervakantie alweer een jaar of zeven geleden. Ik gebruikte antidepressiva maar wilde ermee stoppen. Ik voelde me goed, had geen therapie meer, was tevreden met mijn gezin en werk, had ideeën voor de toekomst en bovendien was ik gelovig. De terugkerende depressies in mijn leven hadden mijns inziens vooral te maken met de tragedies in mijn leven. Het verwerken (en daarmee oprakelen) van mijn verleden, het accepteren van onze ongewenste kinderloosheid, het waren allemaal heftige processen geweest waarbij, naast de gesprekken, de antidepressiva geholpen hadden om de scherpe kantjes van de heftige emoties af te halen en de bodem van de put iets omhoog te laten komen. Ondertussen had ik ook mijn geloofsstrijd gehad. Was God wel te vertrouwen? Waar was Hij toen ik het moeilijk had? Hoeveel dacht Hij wel dat ik aankon (gezien de tekst dat God niet boven vermogen verzoekt) en wat zou er nog meer op mijn pad komen? Ik had geen pasklaar antwoord gekregen maar mijn relatie met God was wel verstevigd (overigens werkt dat bij de meeste relaties zo dat die sterker worden als je ook eens een stevige strijd met elkaar durft aan te gaan).

Het was zomer, voor mij, samen met de lente, het beste seizoen. Heerlijk genieten van de zon, open deuren, frisse lucht en zonder jas naar buiten kunnen. De kinderen zouden ruim twee weken naar een logeeradres gaan en JW en ik hadden plannen gemaakt om naar Zuid Frankrijk te gaan. Een mooi moment om te stoppen met mijn antidepressiva. Ik overlegde met niemand want ik wist hoe mijn omgeving zou reageren, en nam mijn laatste pilletje in. Ik was al een aantal keer gestopt, steeds met het gevolg dat ik na een tijdje in een nog diepere depressie terugviel.  Maar ach, dat leek me logisch, want toen zat ik nog midden in de ellende. Nu was alles optimaal en over een paar weken zouden we ook nog eens op vakantie gaan!
We brachten de kinderen weg, pakten de auto vol spullen en reden op ons gemak door Europa naar beneden richting Zuid Frankrijk. Ik voelde me ietsje labiel maar kon dat verklaren want ik vond het lastig dat ik de jongste, die nog maar 3 was, moest achterlaten op zijn logeeradres. We reden op de bonnefooi en kwamen uiteindelijk beneden in Frankrijk terecht op een camping waar ik zo naar de zee kon lopen om daar heerlijk af te koelen. Jan Willem en ik zetten de tent op maar met het vastslaan van elke haring in de grond voelde ik me triester worden. Wat was er aan de hand? Waarom kon ik niet blij zijn en genieten? Uiteindelijk zaten we voor onze tent. Ik met een boek, JW met een biertje. De tranen rolden over mijn wangen. “Wat is er met jou aan de hand?”, vroeg JW zich bezorgd af. “Ik wil naar huis!!! En ik ben ook met mijn pillen gestopt!!!”

Ik kan er nu hartelijk om lachen, maar wat een toestand was dat. We hebben die twee weken niet volgemaakt. We zijn snel weer naar huis gegaan en ik heb me bij de huisarts gemeld. Met haar heb ik een fijn gesprek gehad en zij legde me uit dat ik er niets aan kon doen. Er ontbrak een stofje in mijn hersenen. Er was genoeg therapie geweest, en wellicht lag de eerste aanleiding of aanleg voor de depressie wel in het verleden maar blijkbaar maken mijn hersenen het stofje toch nog steeds niet aan. Zo’n pilletje helpt dan. Ik kreeg een nieuw middel en binnen zes weken was ik stabiel, zag ik het leven weer zitten en waren de emoties weer controleerbaar. Ik ben tot op de dag vandaag nooit meer gestopt.

Ik ben christen, én hulpverlener, én ik gebruik antidepressiva.
‘t Is maar dat je het weet! Ik merk dat er een enorm taboe op het gebruik van medicatie bij psychische aandoeningen ligt. Met name bij christenen. Hebben we hoofdpijn, nemen we zonder na te denken een paracetamol, we gebruiken pillen tegen hoge bloeddruk of spuiten insuline bij diabetes, een antibioticakuurtje gaat er ook wel in, maar o wee als je aankomt met antidepressiva. Want als christen ben je toch altijd blij, of op zijn minst zijn je gedachten zodanig vernieuwd dat je  niet meer vatbaar bent voor depressieve gevoelens. Over de zin van het leven hoef je al helemaal niet te twijfelen, daarbij weten we dat het beste nog komt. Trouwens, als je in de wat meer evangelische hoek zit en je hebt last van depressie dan is dat hoogstwaarschijnlijk een signaal van gebondenheid en moet je maar eens goed voor je laten bidden en je laten bevrijden.
Ik kreeg en krijg vaak het gevoel dat een christen die antidepressiva gebruikt eigenlijk als een soort tweederangs gelovige wordt weggezet. Jammer en onterecht.

Geloof ik dan niet dat God mij depressie kan genezen, of dat Hij me daarvan kan bevrijden? Ik geloof dat Hij dat kan. Hij kan je trouwens ook genezen van diabetes of van hoofdpijn. Hij doet het echter niet altijd, of niet op het moment dat wij dat wenselijk vinden. En zolang dat nog niet is gebeurd, slik ik iedere morgen vrolijk mijn roze pilletje, meestal gedachteloos, en soms heel bewust met een dankgebed: Dank U Heer voor deze bijzondere knap bedachte medicijnen en voor een arts die het juiste middel aan mij voorschreef!

Natuurlijk geloof ik ook dat antidepressiva niet altijd de oplossing is voor alle depressies. Er zijn ook andere manieren om van je depressie af te komen. Soms is therapie voldoende, of helpt het om anders te gaan leven. Het is inderdaad belangrijk om je denken te vernieuwen en om te onderzoeken hoe je in het leven staat. Maar als je dan alles geprobeerd hebt (met of zonder medicatie) en je komt tot de conclusie dat je met hulp van zo’n medicijn weer stabiel in het leven kunt staan en weer kunt functioneren en genieten van elke dag, dan moet je verstandig zijn en het gewoon gebruiken! Ook als je christen bent. Ook als je een blijmoedig geloof hebt. Ook als je gelooft dat God je kan genezen van een depressie.
En mocht je op grond van je geloofsovertuiging toch tot de conclusie komen dat antidepressiva niet kunnen, gooi dan de rest van je medicijnkast ook maar in de kliko!

Een tijdje terug was er een artikel waarin een heleboel bekende mensen uit de wereld (en Nederland) openheid gaven over hun psychische aandoeningen. Paniekaanvallen, depressie, bipolaire stoornissen en ga zo maar door. Ik was er blij mee. Eindelijk openheid over wie we zijn en waar we mee hebben te dealen in het leven. Ik doe er aan mee. Misschien ga ik me maar eens op die manier voorstellen: Ik ben Judith, christen, therapeut en ik gebruik antidepressiva...  Wie weet wat voor verrassende reacties er dan komen.

Een depressie is afschuwelijk. We praten er soms wat makkelijk over, omdat het zo’n algemeen iets is geworden. Maar ik weet uit ervaring hoe zwart, uitzichtloos en zwaar het leven kan zijn als je midden in een depressie zit. Zelfs als alle omstandigheden optimaal zijn, want een depressie zit van binnen.
Heb je er last van? Blijf er niet mee rondlopen maar ga naar je huisarts! Zoek hulp en pak alle hulpmiddelen aan die je worden aangeboden. Want echt waar... er valt te leven, en heel goed zelfs, met een chronische depressie! Mede dankzij antidepressiva!

dinsdag 11 augustus 2015

Mijn... Bijbeltekst (8 t/m 10)

Het lukt met niet om iedere dag te schrijven... vakantie, en dus uit m'n ritme... Daarom vandaag dag 8, 9 en 10 in één... Met een thema waarover je wel 365 dagen zou kunnen schrijven: de liefde!

1995... 20 jaar geleden en zeker 20 kilo lichter dan nu, hoewel mijn zorgen zeker 20 kilo zwaarder waren dan nu. Jan Willem en ik verloofden ons. We zochten, heel traditioneel, onze trouwringen uit en lieten onze namen erin graveren. Op de pier in Scheveningen wisselden we de ringen en daarna gingen we uit eten bij een Griek in Den Haag. Een paar dagen later vierden we het feest met onze vrienden en familie bij Jan Willem's ouders thuis.
We stuurden weken van tevoren kaartjes om mensen uit te nodigen. We kochten bij een winkeltje in Dordrecht mooie kaartjes en beschreven en versierden ze zelf. De tekst herinner ik me nog steeds, zo vaak schreef ik 'm over en het eindigde met het zinnetje: "Wilt u blijven eten? Laat het ons even weten!"
Maar wat ik me ook herinner, en waar ik heel vaak, en nog steeds regelmatig, aan gedacht heb en denk is de tekst uit de Bijbel die we op het kaartje schreven: 
Vele wateren kunnen de liefde niet blussen
en rivieren spoelen haar niet weg.
(Hooglied 8:7a)
Ik weet niet waarom we die tekst gekozen hadden, maar als ik nu, 20 jaar later terug kijk dan denk ik: Dat was een profetische tekst! We waren jong en hielden hartstochtelijk van elkaar. Maar oh, wat had ik een bagage vanuit het verleden bij me waardoor ik me niet echt durfde te binden aan Jan Willem. Waardoor ik niet kon geloven dat hij echt van mij hield, met alles erop en eraan.
Wat hebben we ontzettend veel meegemaakt de eerste jaren van ons huwelijk. Vele wateren... nou, dat kun je wel zeggen... Nachtmerries, depressies, gedachten aan zelfmoord of zelfs pogingen daartoe... ik kon het leven niet aan! Jan Willem zou beter af zijn zonder mij, hij zou al snel na mij een betere vrouw vinden...
Maar Jan Willem was trouw! Hij was daar, als een rots in de branding, vasthoudend aan de trouwbelofte: in goede en kwade tijden...
Waar vind je nog zo'n man? Ze zijn zeldzaam! Ik heb er één... en wat hou ik van hem!
Toen twee jaar geleden mijn boek uitkwam, waarin ik over mijn leven schrijf, kreeg Jan Willem van een vriend van ons een cadeautje met de boodschap: "Jij bent er al die jaren voor Judith geweest... je verdient het!" Ja... inderdaad! Menig relatie zou niet overleefd hebben waar wij samen doorheen zijn gegaan.

Ik zie het niet als prestatie, maar als pure liefde en genade. Van Jan Willem voor mij, maar ook van God voor Jan Willem, en van God voor Jan Willem en mij. Hij was erbij. Toen we die tekst kozen, wist Hij al hoe het verder zou gaan! Hij wist wat er zou gebeuren en wat ons te wachten stond. Maar Hij beloofde:
"Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u; gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden..." (Jesaja 43:2)
Het is waar geworden. En... deze teksten staan er niet alleen voor Jan Willem en mij! Ze staan er ook voor jou!
En nee... ze zijn ook niet alleen maar voor getrouwde stellen!
Ik dacht er vandaag nog aan hoe ik soms "in een goed blaadje" probeer te komen bij God. Door weer aan een nieuw "geestelijk" boek te beginnen, door een lied te zingen of een Bijbeltekst uit m'n hoofd te leren. Ik denk dat God erom zal glimlachen. Wat wij ook doen, hoe we het ook verbruiken, wat voor scheve schaats we ook rijden... we mogen altijd, elke keer, iedere dag, weer bij God terugkomen. Zijn liefde voor ons is niet te blussen of weg te spoelen. Als wij terug keren naar onze Maker en liefdevolle God is Hij daar. Hij wacht op ons en vangt ons op als wij door de sterke stroming worden overmeesterd en zijn overgeleverd aan het geweld van een woeste rivier.
Hij gaf, omdat Hij ons zo oneindig lief heeft, Zijn eigen Zoon:
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. " (Johannes 3:16)
Een misschien overbekende tekst, maar laat het eens doordringen! Ooit, toen ik echt nog slecht over mezelf dacht, kreeg ik een spiegeltje met aan de achterkant een sticker met deze tekst geplakt. Eronder stond: "Draai dit spiegeltje om en kijk eens wie God zo lief had..." Ik durfde het niet... ik kon het me niet voorstellen. En toch is het waar! Nu durf ik het te geloven! De vele wateren hebben mij misschien juist wel iets laten zien van Gods liefde voor mij. Ik hoop dat dat ook voor jou zal gelden... dat je, wat er ook in je leven gebeurd is, of misschien nu gebeurt, of wat er nog zal komen, je diep van binnen overtuigd zal zijn van Gods oneindige, onverwoestbare, niet uit te blussen liefde voor jou!