Posts tonen met het label seksueel misbruik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label seksueel misbruik. Alle posts tonen

woensdag 29 november 2017

Plaatsvervangend excuus

Open brief

Precies een maand geleden schreef ik een open brief aan voorgangers en predikanten en andere mensen met een leidinggevende positie. Ik riep hen op om het taboe op seksueel misbruik te doorbreken en voor slachtoffers op de bres te gaan staan.

Er kwamen talloze reacties, soms openbaar, maar vooral in privéberichten van mensen die zich herkenden in mijn verhaal. Het verhaal van misbruik en het gebrek aan reactie en erkenning. Eenzame en verdrietige verhalen van onrecht en niet gehoord worden. De brief werd zo’n 4500 keer gelezen, wat veel lijkt, maar eigenlijk niet zo heel veel is als je bedenkt hoeveel christenen ons land telt.

Een stem zijn

Door de reacties van zoveel mensen te lezen werd ik geraakt en kwam mijn verlangen om een stem te zijn voor hen die niet durven of kunnen spreken weer boven. Om erkenning te geven aan anderen, om anderen te stimuleren ook met hun verhaal naar buiten te komen en om iedereen te laten zien dat het mogelijk is om ondanks een heftig verleden nu te kunnen genieten van het leven.

Een paar weken geleden werd ik benaderd door ‘Vrouw.nl’ met de vraag of ik mijn verhaal wilde doen. Ik kende Vrouw niet, maar het bleek een onderdeel te zijn van een krant met daarnaast ook allerlei nieuwsberichten. Vorige week had ik een interview met hen en gister stond het artikel online.

Weer kwamen er allerlei reacties. Vooral reacties van mensen die me moedig, sterk en krachtig vonden. Ook reacties vol afschuw. Waarom had niemand het voor mij opgenomen? Waarom hadden mijn ouders en de kerk destijds gezwegen in plaats van mij te steunen en mij te helpen aangifte te doen?

Kintsukoroi 

Vanmorgen plaatste ik een berichtje op mijn facebook tijdlijn. Ik had er behoefte aan om te relativeren. Mensen noemen mij sterk en moedig. Misschien is dat zo, maar ik ben me er ook zo van bewust dat het niet alleen dankzij mezelf is dat ik nu als een krachtige (en ook kwetsbare) vrouw in het leven sta. Het is ook dankzij de genade van God die keer op keer mensen op mijn weg bracht die me verder hielpen.

Ik zie mezelf als een voorbeeld van Kintsukoroi. Gebroken door het leven, door onrecht, door wat mensen deden of nalieten. Maar met gouden randjes gelijmd tot een prachtig en bruikbaar mens. De liefde en trouw van God zijn die gouden randjes in mijn leven. Zichtbaar geworden door velen die onvoorwaardelijk van mij hielden en houden en met mij begaan waren.

Ik weet zeker dat dit niet alleen voor mij is weggelegd, maar dat iedereen die met de brokstukken van zijn leven bij God komt kan herstellen tot iets prachtigs.

Excuus namens de kerk

Vanmiddag was ik aan het werk in mijn praktijk. Nadat mijn laatste bezoeker was vertrokken checkte ik even mijn mail. Er was een mailtje van een voor mij onbekend iemand met als titel: ‘Bericht op internet’. Ik opende het bericht en scande even snel het bericht. Mijn hart sloeg even over en ik begon overnieuw met lezen. Er liepen tranen over mijn wangen.

Geachte mevrouw Stoker, Mijn naam is ... en ik ben missionair predikant.... Uw verhaal op internet over misbruik door uw broer met alle gevolgen van dien heb ik gelezen. Aangrijpend en onvoorstelbaar hoe mensen op u en uw verhaal gereageerd hebben. Bijzonder hoe u uiteindelijk door alle dingen heen gegaan bent en wat het u nu gebracht heeft.

Dat wilde ik graag even tegen u zeggen en hoewel ik niets met die reactie vanuit de kerk te maken heb, zou ik u toch namens de kerk excuus willen aanbieden. (ik voel een soort plaatsvervangende schaamte). Ik weet niet of uzelf nog iets hebt met de kerk en met het geloof in God, maar ik wens u van harte Zijn zegen toe, voor u en uw man en ook voor het werk dat u doet.

Erkenning

In al die jaren is mij dit nog nooit overkomen. Het raakt me diep. Dat iemand de moed heeft om als predikant namens de kerk excuus aanbiedt. Dat iemand de woorden spreekt die nooit geklonken hebben. Wat bijzonder en wat ben ik daar dankbaar voor. Het voelt voor mij als erkenning van mijn verhaal. Eindelijk, na zoveel jaren komt er een reactie vanuit de kerk. Nee, niet de kerk waar het plaatsvond, maar dat doet er voor mij niet toe. Ik mailde de predikant terug. Een stuk uit mijn mail:

Beste dominee,

Heel hartelijk bedankt voor uw mail. Ik was op mijn werk en las daar het bericht nadat mijn laatste cliënt vandaag vertrokken was. Ik ben er enorm door geraakt en heb achter mijn bureautje wel even gehuild. Dank u wel voor uw woorden en uw excuus namens de kerk. Nog nooit eerder is er iemand geweest die daarop terug gekomen is en die (ook al is het plaatsvervangend) gezegd heeft hoe het hem spijt wat er gebeurd is. Dit nu te lezen is helend en voelt voor mij als een erkenning die er nooit geweest is.

Het geloof in God ben ik nooit kwijtgeraakt. Sterker nog, ik heb in mijn leven ervaren dat God ten goede kan keren wat door mensen beschadigd is. Hij heeft steeds mensen op mijn pad gebracht die mij hielpen in mijn herstel en die mij erop wezen dat God mij kon en wilde helen. Ik ben dankbaar dat ik nog leef, want ik ben door ernstige depressies gegaan, en het is nu mijn passie om datgene wat ik zelf ontvangen heb weer door te geven. Ik wil graag een stem zijn voor hen die nog niet durven of kunnen spreken...

Het is mijn verlangen dat ik door mijn verhaal te delen, maar vooral te delen van het herstel en de mogelijkheid om je verleden te boven te komen, anderen hoop kan geven zodat ze in hun levens ook zullen ervaren dat God zo anders is dan wat Zijn grondpersoneel soms laat zien. Ik wens u ook zegen op uw werk. Hartelijk dank dat u deze mail wilde sturen. Balsem op een gevoelige plek in mijn leven.

Hartelijke groet,
Judith Stoker

Nogmaals een oproep

Ik ben ontroerd en geraakt door deze mail en geef hem graag door aan iedereen die zich herkent in mijn verhaal, op welke manier dan ook. Het is zo mooi dat na zoveel ‘doofpot affaires’ en ‘mantels der liefde’ nu een predikant de moed heeft om te erkennen dat dit nooit had mogen gebeuren. Het is mijn wens en hoop dat dit het begin is. Dat er meerdere predikanten en voorgangers dit voorbeeld zullen volgen en erkenning zullen geven aan het onrecht dat er in hun gemeenten plaats vond. Dat ze excuses zullen aanbieden aan de slachtoffers, ook al is het al jaren geleden. Goed voorbeeld doet goed volgen!

Mijn vraag aan jullie is om deze blog te delen, met je vrienden, met de leiding van je gemeente, met je voorganger of predikant. Ook als je niet misbruikt bent, juist dan, want daarmee sta je op de bres voor hen die dit overkwam.

Als predikanten en voorgangers erkenning geven aan slachtoffers en excuus aanbieden help je slachtoffers om verder te komen in hun herstelproces. Krijgen ze ruimte om met hun verhaal te komen en wordt er verzorgende, helende olie gegoten in een wond die zo vaak nog open ligt.

Bedankt dominee voor uw moed!

zondag 29 oktober 2017

Brief

Aan alle predikanten, voorgangers en hen die op welke manier dan ook leiding geven aan (een deel van) een christelijke gemeenschap,

Afgelopen week kwam er weer eens een misbruikzaak openbaar. Dit keer in een evangelische gemeente. De reactie van de gemeenteleiding choqueerde mij. Allerlei emoties gingen door mij heen. Verdriet, boosheid, medelijden, onbegrip, machteloosheid en afkeer wisselden elkaar af. Ik las de artikelen die op internet en in de kranten verschenen en de reacties daarop. Natuurlijk realiseer ik me dat er aan alle verhalen die in de media komen kanten zitten die niet genoemd worden, dat er geen compleet beeld wordt gegeven. Maar dat weerhoudt mij er niet van om deze brief te schrijven.


De doofpot



Het zal ongeveer 1988 zijn geweest toen ik, destijds zo’n 14 jaar jong, mijn verhaal durfde te vertellen aan de conrector van de middelbare school. Ik had regelmatig gesprekken met hem omdat het niet goed ging met me. Hij was een doortastende man die al snel door had dat er meer aan de hand was dan de gebruikelijke puberteitsperikelen. Op een dag kwam het hoge woord eruit: ‘Mijn broer heeft me seksueel misbruikt’. Het misbruik was inmiddels gestopt maar ik droeg het als een geheim en last met me mee.


Mijn ouders werden ingelicht en een aantal maanden daarna moest ik bij een ouderling van de Gereformeerde Gemeente (mijn moeder en wij als kinderen waren lid van deze kerk) langs komen voor een gesprek. Ik kan me de tafel waar we aan zaten, bij hem in de woonkamer, het kleed dat op tafel lag, de kopjes op tafel en een aantal dingen die de ouderling tegen me zei nog herinneren alsof het gister was.


De man vroeg niet aan mij wat er gebeurd was, hoe lang het geduurd had, hoe ver het gegaan was, hoe het nu met mij ging en hoe ik kon leven met zulke heftige gebeurtenissen. Ik kreeg geen compliment dat ik de moed had gehad om met mijn verhaal naar buiten te komen. De man somde de informatie op die hij van mijn moeder had gekregen. Ik kreeg te horen dat ik geen makkelijk kind was en dat ik het mijn ouders wel heel lastig maakte. Er was dan ook wel veel gebeurd, zo zei hij. Maar, als hij het goed begrepen had, op dit moment was er geen sprake meer van nare gebeurtenissen tussen mij en mijn broer? Ik beaamde dat. Het woord ‘seksueel misbruik’ werd niet genoemd. Toen klonken de woorden die ik mijn leven lang niet meer zal vergeten:


‘Het is voor iedereen het beste dat we het dan vergeven en vergeten. Laten we het met de mantel der liefde bedekken.’


Met die woorden ging het deksel op de doofpot. Pas vele jaren later durfde ik weer met mijn verhaal in de openbaarheid te komen. Toen ik dat deed kreeg ik vanuit het hele land reacties van mannen en vrouwen die ook misbruik mee hadden gemaakt, in de kerk, in gemeenten, tijdens kinderkampen, thuis of in de familie waarbij op zondag trouw ter kerke werd gegaan. Er waren er maar heel weinig die op een goede manier door hun kerkelijke gemeente waren opgevangen en ondersteund.


Seksueel misbruik ook bij christenen



En nu, deze week weer zo’n verhaal. Een verhaal waarbij het slachtoffer niet onvoorwaardelijk gesteund wordt en waarbij de leiding van de gemeente er alles aan doet om hun straatje schoon te vegen. Een paar maanden geleden zag ik een documentaire over seksueel misbruik in de katholieke kerk. Ook daar gebeurde hetzelfde. Het verhaal van het slachtoffer werd door de geestelijke die nu verantwoordelijkheid droeg, in twijfel getrokken. De dader ging vrijuit.


Seksueel misbruik is van alle tijden. Ook vandaag de dag vindt misbruik plaats. Bij hele jonge kinderen, bij opgroeiende kinderen, bij tieners, pubers, jongvolwassenen. Het gebeurt ook, hoe pijnlijk en dieptriest het ook is, onder mensen die zich christen noemen. Mensen die op zondag uw samenkomst bezoeken en door de week misschien wel uitermate actief zijn in uw kerk of gemeente, kunnen in het verborgene minderjarigen die op welke manier dan ook aan hun zorgen zijn toevertrouwd seksueel misbruiken, manipuleren en onder druk zetten om te zwijgen en mee te werken.


Oproep



Ik zou een oproep willen doen aan iedereen die op wat voor manier dan ook leiding geeft in kerk of gemeente. Allereerst een oproep om alert te zijn en uw ogen niet langer te sluiten voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Train uw medewerkers zodat ze signalen herkennen. Creëer een veilige sfeer en cultuur waarin mensen durven komen met hun verhaal. Ook als het misbruik al voorbij is. En als er zo’n zaak aan het licht komt, alstublieft, wees er dan in eerste plaats voor de volle honderd procent voor het slachtoffer!


Ja, ook als u twijfels heeft. Ik werk in de jeugdzorg en als er door een jongere melding wordt gemaakt van seksueel misbruik, wordt de desbetreffende pleegouder of groepsleider direct geschorst (of het kind daar weggehaald). Veiligheid boven alles. Luister naar wat iemand vertelt en neem maatregelen. Maatregelen die veiligheid waarborgen voor het slachtoffer en die de dader beperken in zijn mogelijkheden om verder te gaan met zijn of haar vernietigende gedrag.


Probeer deze dingen niet binnen de gemeente op te lossen, daar zijn ze te groot voor. Schakel politie en professionele hulp in. En als het al zo is dat er een kerkelijk werker, een ouderling of diaken of andere leidinggevende beschuldigd wordt van misbruik, wees dan in vredesnaam transparant en open naar de rest van de gemeente en naar de buitenwereld. Probeer geen feiten te verdoezelen of mooier te maken. Zeg alstublieft niet dat een slachtoffer het in de hand heeft gewerkt of heeft uitgelokt. Daarmee zadelt u het slachtoffer met een nieuw trauma op.


Schuld belijden, toegeven dat er fouten zijn gemaakt, zeggen dat er dingen over het hoofd zijn gezien, is moeilijk en soms uitermate pijnlijk maar uiteindelijk minder schadelijk voor het slachtoffer en voor uw gemeente.


Steun het slachtoffer en moedig hem of haar aan om aangifte te doen. Niet vanuit wraak of genoegdoening, maar ter bescherming van het slachtoffer en om de kans op herhaling te verkleinen. Zorg dat er een netwerk om het slachtoffer heen komt te staan waar het terecht kan, zich veilig voelt en gesteund weet. Kijk samen met het slachtoffer waar behoefte aan is.


Open de doofpot



Mijn ervaring, als therapeut, is dat mensen vaak jarenlang wachten voor ze met het verhaal van seksueel misbruik naar buiten komen. Daarom is mijn oproep ook om oog te hebben voor diegenen die misschien al jarenlang een geheim met zich meedragen. Die daar nauwelijks mee durven te komen omdat de dader misschien zo goed bekend stond. Open de doofpot, ook al komen daarmee pijnlijke gebeurtenissen of schaamtevolle zaken aan het licht!


Ook in deze zaken zou ik u willen aanmoedigen om met elkaar als geestelijk leiders van de kerken en gemeenten in Nederland, open te staan voor verhalen van slachtoffers. Steun hen en sta voor hen klaar als ze hortend en stotend met hun pijnlijke geschiedenis tevoorschijn komen. Kijk met hen wat er nog mogelijk is en wat er nodig is. Zaken kunnen verjaard zijn en civielrechtelijk kan er dan niets meer gedaan worden, maar dan nog mag er openheid komen over wat er gebeurd is.


Slachtoffers van seksueel misbruik hebben over het algemeen professionele hulp nodig. Natuurlijk is het fijn als er ook pastorale hulp vanuit de gemeente kan worden geboden, maar zorg daarnaast ook voor goede professionele hulp.


Te snel aandringen op vergeving kan traumatiserend werken. Wees daar voorzichtig mee. Als slachtoffers al aan vergeving toekomen is dat meestal veel later in het traject. Eerst mag het verhaal verteld worden en de pijn benoemd worden.


Medeverantwoordelijk



In mijn situatie, met mijn broer, is het misbruik met de mantel der liefde bedekt. Ik bouwde met veel moeite mijn leven op, ging een heftige weg van herstel (zie mijn boek: ‘Tranen in mijn koffie’) en in mijn familie werd er nooit meer over gesproken. Totdat ik op een dag gebeld werd door een rechercheur. Of ik wilde getuigen tegen mijn broer. Er liep een zaak tegen hem. Zijn pleegdochter had aangifte gedaan van seksueel misbruik. Ik getuigde, mijn eigen zaak bleek verjaard te zijn, dus zelf kon ik geen aangifte meer doen.


Ik heb mezelf heel vaak afgevraagd of dit meisje ook misbruikt zou zijn geworden als die ouderling (en mijn ouders en de mensen om ons heen) mij destijds geholpen hadden om aangifte te doen. Ik voelde me medeverantwoordelijk voor haar misbruik. En ergens vind ik dat die ouderling ook medeverantwoordelijk is. Natuurlijk kun je je verschuilen achter het feit dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Hoewel... sprak God Adam in de hof van Eden niet aan, terwijl Hij wist dat Eva de vrucht geplukt had? Dat terzijde.


Beste geestelijk leiders van Nederland, van welke denominatie dan ook, laat u niet regeren door angst en schaamte, maar door de waarheid. Jezus, ons grote voorbeeld, stelde zonden aan de kaak en was wars van mooie buitenkanten. Hij was bewogen met hen die door het leven geraakt waren en sloot zijn ogen niet voor datgene wat niet klopte. Hij bracht het in het licht en rekende ermee af.


Ik wens u moed toe om voor de waarheid uit te komen, daadkracht om op te treden tegen onrecht, een bewogen hart voor hen die lijden door wat hen is aangedaan en wijsheid om in Jezus’ voetspoor christelijk Nederland te leiden.


Hartelijke groet,
Judith Stoker 

Meldpunt misbruik binnen kerken: klik hier 
Protocol misbruik binnen kerken en gemeenten: klik hier 
Meldpunt bij vermoeden van misbruik: klik hier
Maak je (vrijwilligers)organisatie veiliger: https://www.inveiligehanden.nl/

woensdag 12 juli 2017

Verlies én winst

Vakantie

Er ligt een stapel plastic mapjes op mijn bureau. Vandaag is de laatste werkdag voor de zomervakantie. Tijd om op te ruimen en af te ronden. In de mapjes zitten de gespreksverslagen van de bezoekers van mijn praktijk. Ik maak twee stapels: Afgeronde contacten en lopende contacten. Elk mapje blader ik even door. Wat heb ik veel gesprekken mogen voeren afgelopen jaar. Wat heb ik met veel mensen een stukje mogen optrekken en mee mogen denken en helpen in hun levens.

Verlies

Al bladerend door de gespreksverslagen raak ik opnieuw onder de indruk van de verhalen van de mensen die ik heb mogen ontmoeten. Er valt me ook iets op. Iets gemeenschappelijks. Iets dat ik in mijn eigen leven ook herken. In alle verhalen komt ‘verlies’ naar voren. Het lijkt een thema te zijn dat als een rode draad door het leven loopt.

  • Verlies omdat een partner is weggegaan
  • Verlies van werk
  • Verlies van vertrouwen in mensen of God
  • Verlies van (toekomst)dromen
  • Verlies van een onbezorgde jeugd
  • Verlies van gezondheid
  • Verlies van zelfvertrouwen of eigenwaarde
  • Verlies van energie omdat een burn-out vat op je heeft gekregen
  • Verlies van je kind(je) omdat hij of zij stierf, soms nog voordat het geboren werd
  • Verlies van hoop
  • Verlies van ouders of broers of zussen door de dood of omdat contact verbroken werd
  • Verlies van geloof

De aanleiding om hulp te zoeken is er bijna altijd één die met verlies te maken heeft. Verlies desorganiseert je leven, veroorzaakt chaos en onrust. Je leven lijkt even te wankelen, de bodem onder je voeten dun, of zelfs weggevaagd. Zekerheden blijken opeens gebakken lucht, beloften die gedaan zijn lijken holle woorden.

Verlies verwerken?

Je hoort regelmatig de uitspraak: ‘Je moet je verleden verwerken’, of ‘Het duurt wel een tijd voordat je een echtscheiding verwerkt hebt’, of wat dacht je van de term: ‘Rouwverwerking’.

Ik heb deze woorden en opmerkingen zelf ook vaak gebruikt. Maar de laatste tijd heb ik veel nagedacht over deze dingen en kom ik steeds meer tot de conclusie dat er iets anders nodig is dan ‘verwerken’. Verwerken klinkt als een proces met een begin- en een eindpunt. Je maakt een nare gebeurtenis mee, je gaat ermee aan de slag, praat erover, laat de emoties eruit komen, moppert wat, je bent een tijdlang gefrustreerd of depressief en uiteindelijk pak je de draad van je leven weer op en ga je verder. Wat geweest is ligt achter je.

Maar kan dat? Kun je iets ingrijpends meemaken en na verloop van tijd doorgaan met het leven alsof het er nooit geweest is? Stel dat je huwelijk strandt en je na verloop van jaren een andere partner ontmoet met wie je verder gaat, is je eerste relatie dan een stuk dat uit je leven geknipt is?

Ik maakte seksueel misbruik mee en door de jaren heen heb ik er over kunnen praten en zijn de herinneringen tot rust gekomen. De bijbehorende beelden, geuren of geluiden worden niet meer zomaar opgeroepen op onverwachte momenten. De herinneringen zitten op de juiste plek in mijn brein: mijn lange termijn geheugen. Ik kan erbij als ik wil en als ik daarvoor kies. Maar weg zijn ze niet.

Accepteren

Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik tot de conclusie kom dat het er niet om gaat om verliezen (in welke vorm dan ook) te verwerken, maar dat het erom gaat dat we onze verliezen accepteren.

Een ander woord voor accepteren is aanvaarden. Een verlies accepteren betekent dat je onder ogen ziet en aanvaardt dat dit, dat hele nare, dat hele pijnlijke, vanaf nu een deel van je leven is. Het hoort bij jou. Je moet het ermee doen, het kan niet meer weg, hoe graag je het ook zou willen.

Het accepteren van je verlies betekent dat je onder ogen ziet wat je bent kwijt geraakt en dat je het verdriet, de pijn, de boosheid, de verwarring of twijfels die daarbij horen de ruimte geeft. Al die emoties en gedachten, de wisselende stemmingen, de goede en slechte dagen die elkaar afwisselen, de hoop en wanhoop, ze horen bij het verlies dat in jouw leven gekomen is. Ze horen bij jou.

Accepteren is (hoe ingewikkeld misschien ook) omarmen! Het omarmen van je verlies en er zorg voor dragen.

Verdragen

Het accepteren van een verlies is geen kwestie van een verstandelijke keus. Was het maar zo makkelijk. Het is een proces, en in de meeste gevallen een gevecht met jezelf. Een gevecht omdat we het verlies en alles wat daarbij hoort niet willen. Zo moest ons leven niet gaan. Het voelt als onrecht. We hadden zelf zo’n ander plan. Je wilt geen afstand doen van je droom.

Dit gevecht met onszelf kost bakken met energie. Toch denk ik dat je die worsteling meestal nodig hebt om tot acceptatie te komen. In mijn herstelproces liep ik er vaak tegenaan. Ik was vooral boos en gefrustreerd. Er was mij onrecht aangedaan en om van de nare gevolgen af te komen moest ik alles nog een keer onder ogen zien. Dat klopte toch niet? Vaak was ik bezig om mezelf te overtuigen dat het allemaal wel meeviel en dat ik moest ophouden met zeuren over dingen die allang voorbij waren.

Hoe strenger ik voor mezelf was hoe dieper ik in de put raakte. Het geheim lag in acceptatie. Ik mocht leren accepteren dat ik een pijnlijk verleden had. Dat ik daar nog steeds last van had. Dat dat er mocht zijn. Dat de angst die was opgeslagen in mijn lichaam nu voelbaar mocht worden. Dat de tranen die bevroren waren nu mochten ontdooien. Het hoefde niet verwerkt, weggewerkt, te worden, het mocht er zijn. En het mag er nog steeds zijn.

Acceptatie van verlies is dat je het verlies met alles wat daaraan vast zit kunt verdragen. Je bent mild voor jezelf en omgeeft jezelf met compassie in plaats van met kritiek. Je zorgt voor jezelf zoals je dat ook voor een ander met verlies zou doen.

Winst

Ik weet niet wat jij in je leven aan verliezen hebt meegemaakt. Misschien wel heel recent. Misschien al lang geleden. Ieder verlies gaat gepaard met rouw. Rouw is de keerzijde van liefhebben. Rouwen kost tijd maar is absoluut geen verloren tijd. Het is de tijd die je nodig hebt om het verlies bestaansrecht te geven in je leven.

Het verlies van een geliefde, van een zoon, dochter, moeder, vader, broer, zus, vriend of vriendin, of noem maar iemand op van wie je hield, is onomkeerbaar. Diegene van wie je zoveel hield komt niet meer terug. Een gemis dat blijvend is. Dat bij jou hoort. En toch geloof ik dat als jouw verlies bestaansrecht krijgt, er winst behaald is. Misschien een andere winst dan we zelf voor ogen hadden. Maar het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Het leven krijgt meer diepgang. Je kijkt anders naar jezelf en het leven. Je vriendschappen verdiepen zich of je kunt er zijn voor anderen die ook een verlies meemaken. Jij weet hoe het voelt.

Het verlies van mijn onbezorgde kinderjaren, het verlies van mijn droom (kinderen), is er nog steeds. En dat is prima, het is een deel van mijn leven, van mijn verhaal. Maar het heeft waarde gekregen omdat ik nu anderen kan helpen die soortgelijke verliezen tegen komen.

Vrede

De grootste winst die je behaalt door je verlies te accepteren is dat je vrede krijgt. Vrede met hoe jouw levensweg gegaan is. Vrede wil niet zeggen dat je geen pijn hebt of iemand niet mist. Maar vrede is dat je kunt verdragen wat er is en wat jou overkomen is.

Soms komt vrede pas nadat je eerst flink gestoeid hebt met het leven, met jezelf of met God. Dat mag. Dat hoort erbij. Het zou vreemder zijn als je een verlies zo maar voor lief zou nemen en er niets bij zou ervaren.

Vrede is ook dat je accepteert dat het leven hier en nu nooit volmaakt zal worden. Hier in deze wereld, in dit leven op aarde, zal er altijd onrecht, pijn en lijden zijn. De dood heerst nog steeds. Maar er is wel een belofte dat God ons draagt, iedere dag, door de diepste dalen heen. Hij is onze vrede!

Eens zal er vrede zijn, 
eens droogt God elke traan 
en nergens wordt meer kwaad gedaan, 
op alles staat Zijn heilige naam. 
Geen oorlog wordt geleerd 
wanneer de Heer regeert.

Eens zal er vrede zijn, 
eens komt Gods Kanaän 
de wolf ligt rustig naast het lam 
de leeuw en beer zijn lief en tam. 
De angsten zijn voorbij 
de kinderen spelen vrij.

Eens zal er vrede zijn, 
eens wordt Gods naam gehoord 
Hij spreekt voorgoed het laatste woord 
en opent zelf de gouden poort. 
Dan staan wij in het licht 
dat straalt van Gods gezicht.

(Hanna Lam en Wim Ter Burg)

zondag 18 juni 2017

Post Traumatische Groei Spurt (PTGS)

Omdenken

Tijdens het gezinsweekend van mijn opleiding (Kempler Instituut Nederland) een maand geleden gaf Ferdinand Bijzet een lezing over ‘Omdenken’. Ik had er al wel eens wat over gelezen en hier en daar een rake ‘omdenkuitspraak’ gezien, maar echt veel wist ik er niet vanaf. Ik vond het een boeiend thema en kon het dan ook niet laten om bij de bibliotheek wat boeken te reserveren. Inmiddels heb ik de eerste uit en word ik steeds enthousiaster over het principe dat uitvoerig beschreven is door Berthold Gunster. 
 

Probleem

Omdenken is vooral handig als je vastloopt of problemen ervaart. Maar wat is eigenlijk een probleem? Wat voor jou een probleem is, hoeft het voor een ander helemaal niet te zijn. Gunster heeft een verfrissende kijk op deze zaak. Een probleem is er niet zozeer in werkelijkheid, maar zit vooral in ons hoofd. Een probleem ontstaat als onze verwachtingen niet uitkomen of onze denkbeelden van hoe de wereld en ons leven eruit zouden moeten zien niet blijken te kloppen met de realiteit. 
 
‘Mijn twee-jarige zoontje wil niks eten. Het is elke dag een gevecht om zijn bord leeg te krijgen!’ Zo’n peutergevecht kan een ware energieslurper worden. Elke maaltijd voel je de spanning weer (en je peuter voelt die ook) en de sfeer wordt er niet beter op. Maar wat is het probleem nu eigenlijk? Wie zegt dat een twee-jarige peuter iedere avond zijn bord met eten leeg moet eten? Vind jij misschien zelf dat hij gevarieerd, met de schijf van vijf, met de pot mee moet eten omdat jij dat ook zo geleerd hebt? 
 
Ik had ook zo’n peuter, onze jongste pleegzoon. Maar ik had geen zin in het gevecht. Natuurlijk moest hij eten, want zonder eten ga je dood en je kunt een tweejarige die keus zelf nog niet laten maken. Ik liet hem zeggen wat hij wel wilde eten. Het moest wel iets gezonds zijn. Het resultaat was dat hij een aantal maanden iedere avond tomatensoep at, soms afgewisseld met kippensoep. Zonder stress. Hij vond het lekker, en hij at. Een paar maanden later verruilde hij de soep voor bananen en boterhammen met hagelslag. Weer een tijd later werden het doperwten. Ik geef toe, niet gevarieerd, maar hij at, en we hadden geen strijd. Ik vulde zijn voeding aan met vitaminen en zorgde dat hij genoeg binnenkreeg. Hij was nooit ziek, had energie voor tien en hij groeide keurig volgens de curve uit het groeiboekje, al was hij een lichtgewicht (maar is dat een probleem?). 
 

Ja maar

Ik hoor ‘m al aankomen... de ‘ja maar’. En dat is precies waar het bij omdenken over gaat. Elke keer als er een ‘ja maar’ de bocht om komt ben je niet meer aan het omdenken, maar aan het vastdenken. Je maakt van een feit een probleem. De kunst bij omdenken is dat je je ‘ja maars’ opspoort, stopt en ombuigt naar ‘ja en’. 
 
Ja maar = Bedenken wat er zou moeten zijn (of hoe het zou moeten gaan) maar wat er niet is. 
Ja en = Zien wat er is (of wat er gebeurt) en wat je ermee zou kunnen. 
 
Omdenken doe je in twee stappen: 
1. Maak van een probleem een feit 
2. Maak van een feit een mogelijkheid
 
Natuurlijk loop je dan tegen dingen aan die je niet kunt veranderen. Het feit dat we eindig zijn bijvoorbeeld. Daar valt weinig aan te doen, hoe goed je ook kunt omdenken. Er zijn situaties in het leven die we zullen moeten accepteren. Zoals Reinhold Niebuhr al zei: 
 
God, geef me de kalmte te accepteren wat ik niet veranderen kan, de moed de dingen te veranderen die ik kan veranderen en de wijsheid het verschil tussen deze twee te zien.
 

Trauma

Bijna niemand rolt ongeschonden door zijn leven. Ergens onderweg raken de meesten van ons wel beschadigd. Bij de één is het blikschade, kan het uitgedeukt worden en een laklaag eroverheen zodat er niks meer zichtbaar is. Bij de ander is het ernstiger en zijn de gevolgen ingrijpend en soms zelfs blijvend. Trauma’s. Gescheiden ouders, een ongeluk, ziekte, het overlijden van een kind of je partner, ontslag, verwaarlozing, mishandeling, seksueel geweld, overspel, emotioneel misbruik of chantage, geestelijke mishandeling, pesterijen... lees een week de krant en je komt ze allemaal tegen. 
 
Post Traumatisch Stress Syndroom is een diagnose die menigeen opgeplakt heeft gekregen. Ik zelf ook trouwens. Jaren geleden alweer, het was in 1997, en hij stond in een rijtje met nog 4 diagnoses. 
 

Omdenken bij trauma’s

Ja, we hebben zo allemaal onze trauma’s, onze pijnlijke ervaringen (als je het iets minder zwaar wilt zeggen). De vraag is wat we ermee doen. Blijven we ermee bezig? Graven naar het hoe en waarom, de schuldvraag herkauwen, ons verleden gebruiken als excuus waarom we niet kunnen veranderen, in de slachtofferrol blijven. Of gaan we omdenken? Dat kan echt! Het is absoluut niet de makkelijkste manier en zeker niet de snelste weg, maar het levert wel eindeloos veel op. 
 
De cruciale, en misschien ook wel de moeilijkste, stap is ‘acceptatie’. Accepteren dat er gebeurd is wat er gebeurd is. Accepteren dat dat pijnlijk is, dat jou onrecht is aangedaan. Accepteren dat je verlies hebt geleden, dat je wat heel kostbaars bent kwijtgeraakt, een dierbare. Accepteren dat je misschien nooit kind hebt kunnen zijn, dat je niet beschermd bent en dat je tekort bent gekomen. Accepteren is in de meeste gevallen een proces dat gepaard gaat met heftige en tegenstrijdige emoties. Vergelijkbaar met een rouwproces. Accepteren kan het resultaat zijn van het vertellen van je verhaal, met alles erop en eraan. Verwerken, je verhaal bestaansrecht geven, je leven onder ogen zien.
Accepteren kost tijd en gaat met vallen en opstaan. 
 

Post Traumatische Groei

Na acceptatie komt ruimte voor iets nieuws. Het oude verdwijnt niet, maar er gebeurt iets opmerkelijks. Heel voorzichtig ontstaat ruimte, durf je weer de toekomst in te kijken, kun je weer meer genieten van het hier en nu. Kun je voor iemand iets betekenen die in dezelfde situatie als jij terecht is gekomen. Komen er nieuwe mogelijkheden en uitdagingen die je, ook al is het schoorvoetend en met angst voor wat gaat komen, durft aan te pakken. Datgene wat jij meemaakte en wat zo ingewikkeld was, heeft jou niet overwonnen, maar jij hebt het overleefd! Het heeft je sterker gemaakt, wijzer, volwassener, meer ervaren. 
 
Je hebt niet langer meer last van post traumatische stress, maar van post traumatische groei! Dat is pas omdenken! Omdenken op een hoger niveau. 
 
Als ik kijk naar mijn leven dan durf ik wel te stellen dat ik een nieuwe diagnose aan mijn lijstje mag toevoegen: Post Traumatische Groei Spurt. Mijn traumatische verleden gebruik ik nu om anderen te helpen in mijn praktijk Voltooid Verleden Tijd. 
Onze kinderloosheid heeft opgeleverd dat we al voor 15 kinderen kortere of langere tijd een veilig plekje mochten bieden in ons gezinshuis De Vlerken
Alles wat ik meemaakte en nog meemaak inspireren me om te schrijven en de eerste twee boeken zijn van de pers gerold. En ik ben nog lang niet klaar met schrijven, ontwikkelen en groeien. Ik heb nog dromen en verlangens genoeg. Ik ga ervoor, wat ik ook nog tegen kom op mijn weg. 
 

Jij bent aan zet!

Verandering begint bij jezelf. Als je een relatie hebt met een partner die jou vernedert, mishandelt of die vreemd gaat, kun je denken dat de oplossing is dat je partner tot inkeer komt en verandert. Maar daar heb jij geen grip op! Jij kunt die ander niet veranderen. Dat maakt niet dat je machteloos bent. Jij hebt een keus. Jij kunt blijven en grenzen stellen of weggaan omdat je je dit niet langer meer wilt. 
Ja zeggen tegen jezelf, tegen het leven. Niet: Ja maar... Maar: Ja, en... Jij kunt stappen zetten en dingen anders doen. Als het alleen maar gedachten, voornemens en goede ideeën blijven gebeurt er niets. Maar als je het doet, zal er vrijheid ontstaan. Vrijheid en groei. 
 
Ik daag je uit: Zeg ja tegen het leven. Een volmondig JA!
 
Leestip: 
- Ja! Omdenken als levenshouding 
- Lastige kinderen? Heb jij even geluk! 
(Beide boeken zijn van Berthold Gunster)

donderdag 15 juni 2017

Interview CIP 'Doofpotcultuur'

Onlangs werden Jan Willem en ik geïnterviewd door Jeffrey Schipper van het CIP. Onderwerp van gesprek was 'de doofpotcultuur'. Hoe kan het dat seksueel misbruik binnen de kerken wordt verzwegen en toegedekt?
Ik hoop dat door dit interview iemand de moed krijgt het stilzwijgen te doorbreken en de doofpot te openen!

Lees hier het interview.


zondag 30 april 2017

'Het' mag er zijn

'Het' mag er zijn

Een paar dagen geleden schreef ik een blog over de doofpot. De glimmende pot waar alle gebeurtenissen die het daglicht niet kunnen verdragen worden ingestopt, in de hoop dat ze er nooit meer uitkomen. In mijn doofpot ging seksueel misbruik. Het deksel werd stevig vergrendeld door mijn moeder en de op de hoogte gebrachte ouderling van de kerk.

Trauma op trauma

De afgelopen week heb ik heel veel mails en berichten gekregen van mensen die allemaal met seksueel misbruik te maken hebben gekregen. De cijfers over seksueel geweld, die regelmatig verschijnen, liegen er ook niet om. Toch zijn het niet de cijfers die me bezighouden. Ik ben veel meer verbaasd over de manier waarop er met slachtoffers van seksueel misbruik wordt omgegaan. Het onbegrip, ongeloof, de verwijten die er zijn richting het slachtoffer. In plaats van onvoorwaardelijke steun en bescherming te bieden gebeurt het maar al te vaak dat als mensen de moed hebben om met hun verhaal naar buiten te komen, ze opnieuw getraumatiseerd worden door de reactie van de omgeving.

Slachtoffer of dader?

Door een kennis werd ik gewezen op een ted-talk van Jackson Katz. Het ging over o.a. seksueel geweld en hoe we daar als samenleving mee omgaan. Aan de hand van een eenvoudig voorbeeld legde hij uit dat het al mis gaat in onze taal. In hoe we spreken over het misbruik. Ik zal het voorbeeld een beetje aangepast weergeven.

Het begint met de feitelijke situatie te benoemen: ‘John misbruikt Maria.’ Duidelijk verhaal lijkt me. Dader en slachtoffer. Wat we vervolgens zeggen is: ‘Maria is misbruikt door John.’ De dader verdwijnt al naar achter in de zin. Dan komt: ‘Maria is misbruikt.’ De dader is inmiddels uit het verhaal verdwenen. Het verhaal wordt steeds algemener: ‘Maria is getraumatiseerd geraakt.’ En na verloop van tijd wordt er gezegd: ‘Maria is een getraumatiseerde vrouw’.

De dader is uit het verhaal verdwenen en het probleem wordt bij het slachtoffer gelegd. Daar ligt de focus. De dader gaat vrijuit en wordt nergens meer op aangesproken.

Blaming the victim

Tijdens het interview dat Jan van den Bosch met mij had stelde hij de vraag: ‘Je werd seksueel misbruikt. Mag ik vragen waarom je dat toeliet?’ Een typisch voorbeeld van een vraag die we stellen aan slachtoffers. Neem een willekeurig nieuwsbericht in de krant over een verkrachting van een 15-jarig meisje in een café in een grote stad. Ik betrap mezelf er meteen op dat ik denk: ‘Waarom is zo’n meisje daar ook?’ ‘Ze had vast ook gedronken...’ Eigenlijk doe ik dan precies hetzelfde!

‘Blaming the victim’, zoals we dat met een mooi woord noemen. Het slachtoffer de schuld geven. ‘Waarom ben je er niet mee gekomen?’ ‘Waarom heb je het niet eerder verteld?’ ‘Mag ik vragen waarom je dat toeliet?’ 



Met al dat soort vragen insinueren we dat slachtoffers van seksueel misbruik een keus hadden. Ik kon die vraag van Jan wel hebben, omdat ik niet meer midden in het verwerkingsproces zit. Ik weet dat ik geen keus had. Maar anders zijn zulke vragen traumatiserend, en bevestigen ze waar het bij het slachtoffer in de meeste gevallen al enorm door de war ligt: Was het mijn schuld? Het lag zeker aan mij. Ik heb het vast uitgelokt... Maar al te vaak komen slachtoffers niet aan verwerken toe omdat ze zichzelf de schuld geven van het gebeurde. Ik herinner me hoe ik jarenlang vooral boos was op mezelf. Alsof ik iets anders had kunnen doen... Het was een overlevingsmechanisme, dat zie ik nu, om de pijn niet te hoeven voelen. Want als het aan mij zou liggen, dan zou ik geen slachtoffer zijn (en dat woord haatte ik), en hoefde ik ook niet naar de pijn te kijken die onder mijn boosheid lag. Ik strafte mezelf. Soms letterlijk door mezelf te beschadigen. Ik paste het blaming the victim principe toe op mezelf.

Stilte

Ik snap ook wel dat het heel ingrijpend is als seksueel misbruik naar buiten komt. Dat is niet wat je over je familie of over vrienden of bekenden wilt vertellen. Dat is niet waar een kerk mee te maken wil hebben. Het is ingewikkeld en we weten niet hoe we ermee om moeten gaan als het toch naar buiten komt. Dat is wat ik lees in de mails van andere mensen en wat ik zelf heb meegemaakt. Het blijft stil na het uitkomen van het nieuws. Er wordt wel onderling over gesproken maar niet met de dader of met het slachtoffer. De eerder genoemde taal-vervaging treedt in werking en men hoopt dat het slachtoffer snel therapie krijgt of weer ‘normaal’ gaat doen. Dat is het makkelijkst. En de daders? Soms wordt er aangifte gedaan, maar vaak ook niet. De daders leven door, maken nog meer schade misschien, en kunnen alsof er niets gebeurd is zich gewoon blijven bewegen in de christelijke wereld, soms zelfs in de kerk waar het misbruik heeft plaatsgevonden... In mijn geval was ik degene die de kerk verliet en zo snel mogelijk op kamers ging wonen om maar weg te zijn van alles wat gebeurd was.

Voor de omgeving het makkelijkst. Voor de kerk het makkelijkst. Het slachtoffer, degene die er maar op terug blijft komen, die niet kan vergeven, die een trauma heeft, die zorg en aandacht nodig heeft, voor wie opgekomen zou moeten worden, is weg. Eigenlijk de omgekeerde wereld, toch?

Open de doofpot!

In de ted-talk haalde Jackson een uitspraak aan van M.L. King jr en hij paste hem iets aan:

What hurt the most are not the words of our enemies, but the silence of our friends.


Een slachtoffer van seksueel misbruik zei heel treffend tegen mij: ‘Die stilte voelt als wegkijken en dan mag het er niet meer zijn...’ 
Wat doen we als we horen van seksueel misbruik? Wat doen we als kerk, als gemeente? Wat doen we met de zaken van de afgelopen jaren waarvan de slachtoffers inmiddels uit de kerk zijn vertrokken? Laten we die in de doofpot zitten? Wat doen we als we weten dat we een dader in onze kerk hebben? Durven we hem (of haar) aan te spreken, ter verantwoording te roepen, vragen te stellen? Als we het niet doen, ik zeg het even heel zwart wit, zijn we medeplichtig als een dader weer de fout in gaat!

Ik doe nogmaals de oproep, nu niet alleen aan slachtoffers, maar juist ook aan de omstanders. De familie, de sportvereniging, de scouting, de club, de kerken, de scholen... Open de doofpot! Bied onvoorwaardelijke steun en hulp aan de slachtoffers en spreek daders aan op hun gedrag. Laat hen de consequenties zien en voelen van wat zij deden. Laat hen niet wegkomen met goedkope smoezen en verontschuldigingen. Met elkaar zijn we verantwoordelijk dat het niet opnieuw gebeurt.

Open de doofpot en kiep hem leeg! Het geeft veel zooi, maar er kan iets waardevols uit tevoorschijn komen. ‘Het’ mag er zijn. De waarheid maakt vrij!




dinsdag 25 april 2017

Open de doofpot!

‘De ouderling, die wist wat er gebeurd was, zei tegen mij: ‘Het is gestopt, je moet het maar vergeven en vergeten. Laten we het maar met de mantel der liefde bedekken.’ Het mocht er niet zijn. Het.’


Interview

Zomaar een fragment uit het interview van afgelopen zondag dat Jan van den Bosch een tijdje geleden met mij gehouden had. Een interview waarin ik vertelde over het misbruik dat ik meemaakte en de lange weg van herstel die daarna volgde. Mijn weg van rups naar vlinder. Een fragment uit mijn leven. Maar wel één met grote gevolgen. Eerder had mijn moeder al tegen mij gezegd: ‘Wil je nooit meer de vuile was over ons gezin buiten hangen?’ Dat was nadat ik met horten en stoten de directeur van de Havo waar ik destijds op zat in vertrouwen had genomen en hij op een avond bij ons op de bank had gezeten om zijn zorgen te uiten. En nu kwam de ouderling er nog eens overheen. Het was me duidelijk. ‘Het’ mocht er niet zijn. Het moest de doofpot in.


Doofpot

De afgelopen dagen heb ik tientallen reacties gehad van mensen die zich herkenden in mijn verhaal. Ik ben geschokt. Wat zijn er veel mannen en vrouwen die met een geheim rondlopen. Die een deel van hun levensgeschiedenis verborgen moeten houden omdat er ergens in de tijd een zware deksel op de doofpot is gelegd. Heel veel van die mensen komen uit gezinnen die zich christelijk noemden. Wat afschuwelijk. Terwijl er voor de buitenwereld niets zichtbaar was, werden jongens en meisjes, soms nog heel jong, kapot gemaakt. Hun zijn, hun identiteit werd geweld aangedaan, beschadigd, soms blijvend verminkt. Misschien werd de doofpot wel glimmend opgepoetst om toonbaar te blijven, maar de inhoud bleef verborgen.


Open kaart

Alsof het nooit ophield kwamen er in de loop van mijn kinder- en jeugdjaren steeds meer gebeurtenissen bij die ook de doofpot in moesten. Ik werd misbruikt op een jeugdkamp, en door een bekende die alle grenzen van zijn beroepscode overtrad. Het zou wel aan mij liggen. Ik riep dat zeker op in mensen. Ik kwam in mijn leven steeds mensen tegen die zich bezorgd afvroegen wat er toch met mij was. Zij waren wél benieuwd naar wat er in mijn doofpot zat. Maar ik praatte er niet makkelijk over, want het mocht immers niet...




Toch heb ik er langzaam maar zeker voor kunnen kiezen om open kaart te spelen. Om het deksel van de doofpot te verwijderen en de inhoud eruit te halen en aan alle kanten te bekijken. Samen met mensen die veilig voelden en die er voor mij waren. Ik leerde mezelf kennen en begrijpen. Ik ging heel voorzichtig geloven dat het niet aan mij had gelegen, maar dat het onrecht was dat mij was aangedaan. Het was een lang proces waar ik over schrijf in mijn boek ‘Tranen in mijn koffie’.


Winst en verlies

Als jij je herkent in mijn verhaal, op wat voor manier dan ook, dat wil ik je aanmoedigen om jouw doofpot te openen! Maar ik wil je ook waarschuwen, want het is geen makkelijke weg. Het gaat je heel veel opleveren, daar ben ik van overtuigd, dat heb ik zelf ervaren. Het gaat je vrijheid opleveren, leven, weer kunnen genieten, je kunt je ontwikkelen, de nachtmerries zullen stoppen, angsten zullen plaatsmaken voor moed, en verdriet en pijn mogen eindelijk geuit worden en kunnen daardoor tot rust komen. Er zit echter ook een keerzijde aan het openen van de doofpot. Het zal je ook tegenstand opleveren. Onbegrip, vragen, ongeloof en misschien wel verlies van contact met sommige mensen in je leven. Dat is pijnlijk. Ik zou wensen dat dat voor jou niet zo is, maar het is wel mijn ervaring.


En toch... het is het waard! Misschien moet ik het anders zeggen: Jij bent het waard! Jij mag er zijn, helemaal, met de goede tijden in je leven en met de meest traumatische gebeurtenissen. Met alles wat jij in de doofpot hebt moeten stoppen.


Bruikbaar

Ik zocht op waar een doofpot eigenlijk voor dient en las de volgende uitleg:
Een doofpot is oorspronkelijk een pot waar in woningen met kachelverwarming de nog niet uitgebrande brandstof in werd gestopt. Doordat de pot luchtdicht gesloten kan worden, stopt de verbranding al gauw, wegens gebrek aan zuurstof. De overgebleven resten brandstof kunnen opnieuw worden gebruikt.


Ik werd echt heel erg blij van deze uitleg! Zo heb ik er nog nooit naar gekeken. ‘De overgebleven resten brandstof kunnen opnieuw gebruikt worden’. Wow, dat is precies wat er in mijn leven gebeurd is, en waar het interview afgelopen zondag over ging. Ik heb mijn doofpot leeggehaald. De verbrande, onbruikbare resten, de as, de verkoolde stukken heb ik opgeruimd en weggedaan. Ik heb afgerekend met woede, pijn, verdriet, vragen, twijfels en herinneringen. Natuurlijk zijn die er soms nog steeds, want ik blijf een mens met gevoel. En herinneringen raak je niet kwijt. Maar ze overheersen me niet meer. Ze bepalen niet meer mijn leven van alledag. Onder al dat verbrande, verkoolde spul, kwam echter ook heel bruikbaar materiaal uit mijn doofpot. Ik ontdekte mijn sterke kanten. Mijn enorme doorzettingsvermogen, talenten die nooit echt ontwikkeld waren en die nu tevoorschijn kwamen, een drang om te leven en te vechten. Jarenlang heb ik me waardeloos gevoeld en leek mijn bestaan zinloos en vooral tot last voor anderen, maar niets bleek minder waar te zijn toen ik de doofpot leeghaalde en de bodem in zicht kwam.


Van rups naar vlinder

Ik ben mijn weg gegaan van rups naar vlinder. Ik heb jarenlang in een cocon gezeten, denkend dat het leven donker en benauwd was. Maar de dag kwam dat er barsten in de cocon kwamen en er licht naar binnen kon komen. Het ging niet snel, het was pijnlijk, maar het resultaat is het allemaal waard! Drie jaar geleden startte ik met mijn eigen praktijk: Voltooid Verleden Tijd (individuele- en relatietherapie). De naam spreekt voor zich. Mijn logo werd een vlinder!
Als ik niet de moed had gehad om het deksel van de doofpot te halen, dan had ik nu nog in mijn cocon gezeten. Of misschien was ik er wel niet meer geweest omdat ik het leven niet zag zitten. Maar nu mag ik vrij rondvliegen door het leven en genieten van elke dag.


Ook voor jou!

Ik ken jou niet, ik weet niet wat je hebt meegemaakt. Maar één ding weet ik zeker... jouw doofpot mag geopend worden. Alle rotzooi mag eruit komen zodat je zult ontdekken dat er ook nog heel veel bruikbaars overgebleven is! De mantel der liefde is allang uitgescheurd en de waarheid maakt vrij! Raap al je moed bij elkaar en kom tevoorschijn. Laat je niet gevangen houden door het verleden. Kijk ernaar terug, verwerk het en ga stap voor stap ontdekken dat het vandaag écht anders is. Doe dat niet alleen, maar zoek mensen of hulpverleners die jou helpen met schoonmaken! Die kunnen onderscheiden wat afval is en wat bruikbaar is, en die jou kunnen aanmoedigen als het even niet lukt.


Ik hoop dat mijn verhaal jullie zal helpen te blijven geloven in herstel. Jij mag leven in plaats van overleven!


zaterdag 21 mei 2016

Lief lijf

Een maand geleden. Ik word wakker met heftige buikpijn. Dezelfde pijn als waar ik een  jaar geleden drie dagen voor in het ziekenhuis heb gelegen. Ik herken hem uit duizenden. Diverticulitis, ontstoken darm.
Oef, dat is een lastige, want deze pijn kan ik niet negeren. Deze kan ik niet uitzetten.

Mijn lijf en ik. We zijn geen vrienden. We hebben een haat-liefde verhouding. We kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar. Of, misschien is dat eerlijker, ik kan niet zo goed met m'n lijf overweg. Ik duld hem omdat ik weet dat er zonder lijf geen leven is, maar ik zie het vooral als een noodzakelijk kwaad. Ik ben er in de loop van mijn leven een kei in geworden om hem te negeren. Ik kan hem zelfs bedienen, want ik kan hem tot op zekere hoogte uitzetten.

Een maand geleden. Ik bel Ilona, een bevriende verpleegkundige. Ik weet dat ze een nuchtere, no nonsense type is. Ik bel haar omdat ik hoop dat ze gaat zeggen dat ik wat moet innemen en me verder niet druk moet maken. Ze hoort mijn verhaal aan en vraagt welk cijfer ik aan de pijn geef. Toch wel een 7. Ik heb erger meegemaakt, maar deze is een 7 waard.
Ze zegt dat ik tramadol in kan nemen en rust moet nemen. Maar als de pijn door de tramadol heen komt moet ik naar de huisarts. Braaf doe ik wat ze zegt. Ik val in een diepe slaap en wordt twee uur later gewekt door de telefoon. Het is Ilona die bezorgd is hoe het gaat.
De pijn is niet weg. Ik besluit de huisarts te informeren. Ja, je leest het goed, informeren... Natuurlijk hoeft zij er niets mee, maar dan heb ik gedaan wat ik moest doen.
Twintig minuten later zit ik in de spreekkamer van de huisarts. Ik moest meteen komen. Ze maakte zich zorgen.

Wat is dat toch, dat iedereen zo bezorgd is over dat lijf? Wat een drukte om niks! Kan het lijf zich misschien even gaan gedragen en meewerken aan mijn ambitieuze plannen en wilde ideeën?

Ik lig twee dagen in bed. Onder schooltijd, want niemand hoeft rekening met mij te houden, of last van mij te hebben. De pijn zakt. Ik krijg de controle weer terug.

Een week later zit ik weer bij de huisarts omdat ik na 5 maanden de pijn die ik heb op de plek waar drie keer een cyste is verwijderd niet meer kon negeren. Twee dagen zitten tijdens het studieweekend gevolgd door een kerkdienst en een fietstocht waren teveel.
Jan Willem vraagt wat er is en waarom ik zo kortaf ben. Ik heb pijn. De volgende dag zit ik bij de huisarts.
Niets bijzonders te zien, dus maar een pijnstillende zalf mee gekregen in de hoop dat het niet iets is wat dieper gelegen en dus voor het oog onzichtbaar is.

Afgelopen week zat ik weer bij de huisarts. Overprikkelde luchtwegen, weinig lucht, pijn bij het hoesten. Dat is dus drie keer in vier weken. Wat een poeha om zo'n lijf!

Ik voel me gefrustreerd en als ik tijdens het rondje van het studieweekend, gisterochtend, mijn zegje mag doen gooi ik het eruit. Ik voel een enorme boosheid in mezelf en schrik van mijn eigen felheid. Ik krijg opmerkingen vanuit de groep. Ze raken me. Mensen constateren dat er weinig verbinding is tussen mijn lichaam en mijn verstand. Ik weet dat wel, maar het van een ander horen is toch confronterend. Tijd voor een inbreng dit weekend! Die volgt in de middag. Ik heb een gesprek met een medestudent, Willeke, die voor dat moment mijn therapeut is.

Al pratend wordt het helderder. Ik ben boos. Boos op mijn lijf. En het is een hele oude boosheid. Een diep gewortelde. Ik ben misbruikt en mijn lijf reageerde daarop. Waar mijn geest schreeuwde: 'Nee, ik wil dit niet!', riep mijn lijf: 'Ja, lekker!' En dat is waarom ik het haat. Waarom ik er ook niet naar wil luisteren. Het vertelt me toch de waarheid niet. Ik kan er niet op vertrouwen. Ik gedoog het, maar ik wil er geen last van hebben.

Willeke wil dichtbij komen, maar ik houd het tegen. Ze respecteert mij. De trainer komt erbij en zegt: 'Ik denk dat ze een knuffel nodig heeft.'
'Ja!' Roept mijn lijf.
'Nee!' Zeg ik zeer beslist.
'Een klein knuffeltje dan?' zegt de trainer.
'Ja!' Roept mijn lijf.
Ik mompel wat. De trainer legt zijn hand op mijn hand. Ik huil heel hard... en ik voel...
Ik voel de warmte en ik voel liefde. Voor mij, voor mijn lijf.

Ik krijg een knuffel van Willeke. Het voelt goed. En veilig, warm.
Grappig, ik ben alle woorden kwijt die gezegd zijn behalve twee: 'Lief lijf'.
Lief lijf... dat zei Willeke. Lief lijf? Hmm.... Zou ze gelijk hebben?
Eigenlijk heb ik alleen nog maar zin om te huilen. Maar we gaan verder met de dag. De tranen blijven hoog zitten. Ik besluit om naar mijn hotelkamer te gaan. Ik zoek contact met Henry. Henry die mijn hele verhaal kent en die zo vaak gezegd heeft: 'Je lichaam verdient geen straf, alleen maar liefde.' Dat waren helende woorden die ik vaak maar moeilijk kon horen en waar ik me nu alweer jaren voor afgesloten heb.
Ik reageer mezelf even af via de app en Henry moedigt me aan om kwetsbaar te zijn. Waar ik me eigenlijk had voorgenomen me de rest van het weekend terug te trekken besluit ik toch te gaan eten en contact te maken met m'n studiegenoten.
'Zo ken ik je weer, ga maar gauw naar je maatjes. Je bent een sterke en soms domme vrouw. Dikke knuffel voor jullie!' Appt Henry.
Ik moet erom lachen. 'Dikke knuffel voor jullie.' Natuurlijk weet ik best wat hij ermee bedoelt, maar voor nu is het wel heel toepasselijk. 'Vooruit', zeg ik tegen mezelf, 'een knuffel voor mij en één voor mijn lijf!'

Lief lijf, jij kon er ook niets aan doen! Ik weet dat wel, maar ik vind het zo moeilijk te accepteren. En toch wil ik een brug slaan. Een voorzichtig begin van vriendschap. Als we dan toch met elkaar opgescheept zitten, moeten we er samen maar wat moois van maken. Wie weet hoe goed we het samen krijgen!

Ik ga naar het diner en daarna hebben we intervisie. Het is fijn om met m'n studiegenoten de dingen te delen. Het mag er zijn en ik word niet veroordeeld. Het voelt eigenlijk wel oké. Natuurlijk blijf ik veel te lang in de bar hangen met een paar trouwe nacht-EPH-ers, en dan ga ik naar bed. Ik heb kleine, zere ogen maar val als een blok in slaap. Om 6.00 uur ben ik klaar wakker en schrijf ik het eerste gedeelte van deze blog. Op m'n gemak ga ik douchen en voel heel bewust het warme water op mijn lijf. Lief lijf...
Na het ontbijt starten we met dag twee. Ik besluit de groep deelgenoot te maken van mijn overpeinzingen en lees m'n blog voor. We hoeven er verder niet meer over te praten. Gek is dat, soms voegen woorden niets toe. Ik voel gewoon dat het zo prima is. Het is ook fijn om zo open en eerlijk mijn dingen te kunnen delen. De dag gaat van start. Het voelt als een wereld van verschil met gister. Mijn frustraties zijn weg. Ik neem af en toe wat tegen de pijn of tegen de hoest. Een lieve studiegenoot heeft 'thee voor mijn luchtwegen' meegenomen. Die drink ik het hele weekend.
Lief lijf, ik zal wat meer respect voor je hebben en je met meer zorg behandelen. Je verdient het, ik verdien het!

Tevreden, trots, dankbaar, moe maar vooral ook opgelucht rij ik naar huis. Wat een weekend, wat een opleiding! Blij dat dit op mijn pad gekomen is. Thuisgekomen check ik even mijn facebook. Mijn oog valt op de uitspraak die ik gistermorgen postte:


Hoe toepasselijk!
Lief lijf, we gaan ervoor! Jij en ik samen!

vrijdag 18 maart 2016

Uit m'n mantel gescheurd...

Wie kent ‘m niet... de mantel der liefde...
Volgens het spreekwoordenboek:  Iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren).
Waarschijnlijk verwijst deze gezegde naar een oud verhaal uit de Bijbel waarbij Noach stomdronken in z'n nakie in zijn tent in slaap is gevallen. Zijn zoon Cham bespot zijn vader als hij hem zo aantreft, maar zijn andere zonen lopen achteruit de tent in en bedekken hun vader met een kleed.

"Ach, het is gebeurd en voorbij. We kunnen er niets meer aan doen. We moeten het maar met de mantel der liefde bedekken...", zo klonken de woorden van de ouderling van onze kerk met wie ik, als 15-jarige, een gesprek had over het seksueel misbruik wat mij als jong meisje overkomen was door een oudere broer. Het was aan het licht gekomen nadat ik een docent op de middelbare school in vertrouwen had genomen. Omdat ik de toch wel wat dwarse puber was die niet goed in haar vel zat en opstandig was, moest er maar eens een gesprek plaatsvinden met de ouderling van de kerk.

Het was me duidelijk: er mocht niet meer over gesproken worden. Van mijn moeder had ik al gehoord dat ik de vuile was over ons gezin niet mocht buiten hangen en de ouderling deed er nog een schepje bovenop door te zeggen dat ik het maar vergeven en vergeten moest.
Ik trok de mantel flink strak om me heen en zweeg.
Misschien hadden ze gelijk en moest ik er ook niet meer aan denken. Misschien was dat wel wat we dag in, dag uit baden: "Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren...". Ik kende de verhalen uit de Bijbel en is wist dat vergeving een belangrijk thema was.

De mantel der liefde... een paar maanden geleden ben ik eruit gescheurd! Het was tijdens het opleidingsweekend van november 2015 (ik volg een vierjarige studie aan het Kempler Instituut). Tijdens de studiedagen zijn wij gewend om dingen waar we tegen aan lopen in de groep in te brengen als casus zodat een ander dan met je daarover in gesprek kan en zo kan oefenen als therapeut. Er speelde van alles bij mij dat weekend. Gebeurtenissen die rechtstreeks raakten aan wat ik als kind had meegemaakt. Die bij mij van alles opriepen en zorgden voor chaos in mijn hoofd. Een opmerking van de trainer ging rechtstreeks mijn hart in en trok de stop van een fles met zwarte herinneringen op sterk water. Ik kon er niet omheen: tijd voor een inbreng!

Ik koos iemand uit de groep als therapeut en deed mijn verhaal. Dat was fijn en luchtte op. Het hielp om stoom af te blazen en om te ervaren dat degene tegenover mij één en al oor was en meeleefde. Op een gegeven moment kwam het gesprek op hoe ik me als kind gevoeld had en hoe ik de bescherming van de belangrijke volwassenen om mij heen gemist had. "Ieder kind heeft recht op bescherming van zijn ouders, ook jij!", zei de trainer terwijl ze zich wat met het gesprek bemoeide. Die woorden sloegen in als een bom en ik verzette me ertegen. Ik wist, met mijn 41 jaar, toch inmiddels dat mijn moeder zelf ook een beladen verleden heeft waardoor ze waarschijnlijk niet anders kon dan dat ze toen deed? Het was toch te verklaren dat het zo gegaan was? Maar de trainster en de therapeut hielden voet bij stuk. Er was mij onrecht overkomen en ik had het allemaal onder de mantel der liefde bedekt gehouden. Verstikkend. Al pratend viel het kwartje en aan het eind van het gesprek wist ik wat me te doen stond. Ik schreef een lange brief over alles wat er gebeurd was en wat ik daarin gemist had aan mijn moeder. Niet als verwijt of vanuit bitterheid. Maar om mijn verhaal bestaansrecht te geven en te laten horen. Ik hoorde bij iedere zin de naadjes van de mantel knappen en voelde me groeien. Van zwijgend kind naar sprekende, gelijkwaardige, volwassene. Een dag later stond ik bij de brievenbus. En mét de plof waarmee de brief op de bodem van de brievenbus viel, viel de mantel van mijn schouders.

Afgelopen weken lees ik een bijzonder boek over het thema "vergeving". Ik heb in mijn (christelijk) leven al heel wat gelezen en gehoord over dit onderwerp. De meeste keren resulteerde dat in kromme tenen en rechtopstaande haren. Ik kon er nooit precies de vinger opleggen waar dat aan lag. Zoals ik dat altijd gewend was geweest stak ik dan de hand in eigen boezem en dacht ik dat het aan mij lag, en dat ik wel weer onvergevingsgezind zou zijn. Totdat ik in "Het boek van vergeving" (Desmond en Mpho Tutu) las wat vergeving eigenlijk is en hoe dat in z'n werk gaat. En deze schrijvers hebben recht van spreken wat mij betreft. Ze weten uit ervaring waar ze het over hebben als het gaat om onrecht en pijn.
In het boek wordt gesproken over het pad van vergeving. Iedereen maakt onrecht mee in zijn leven. Groter of kleiner, op jonge of late leeftijd, ernstige en minder ernstige dingen, gebeurtenissen met tijdelijke of blijvende gevolgen. Iedereen krijgt ermee te maken. En dan kun je kiezen voor twee wegen: De weg van vergelding of de weg van vergeving. De Tutu's beschrijven dat het pad van vergeving vier stappen kent:
1. Je verhaal vertellen
2. Je pijn benoemen
3. Vergeving schenken
4. Je relatie vernieuwen of loslaten

Al meteen bij het lezen van de eerste hoofdstukken wist ik waar mijn irritaties rondom vergeving al die jaren vandaan waren gekomen. Ik had de eerste twee stappen gemist in vrijwel alle toespraken en artikelen over vergeving. Er werd te snel heen gewalst over de gebeurtenissen. Ik zal wat uitspraken uit (de eerste hoofdstukken) van het boek citeren die voor mij helend waren om te lezen en die mij inzicht gaven:

- Vergeven is de reis die we ondernemen om de kapotte delen te genezen. Het is de manier om weer heel te worden.
- Vergeving betekent ook dat je jezelf bevrijdt van traumatische ervaringen en lijden en dat je je leven weer in eigen hand kunt nemen.
- Vergeven is niet net doen alsof het gebeurde niet is gebeurd. Heling versluiert de kwetsuur niet. Als we echte heling willen, moeten we de kwetsuur onder ogen zien. Gedrag dat pijnlijk, beschamend, misdadig of verachtelijk is moet door het volle licht van de waarheid beschenen worden.
- Vergeving ontslaat niemand van de verantwoordelijkheid voor wat hij of zij heeft gedaan. Vergeving wist de aansprakelijkheid niet uit.
- We maken een begin met vergeving door de waarheid in haar meest rauwe vorm, in al haar lelijkheid en smerigheid te laten horen. Dat is een riskante onderneming want het risico bestaat dat je opnieuw gekwetst wordt, niet geloofd wordt en geen bevestiging krijgt. Maar als we onze verhalen opkroppen, verergert de oorspronkelijke kwetsuur.
- Wanneer we ons verhaal vertellen zeggen we: "Dit vreselijks is er gebeurd. Ik kan niet teruggaan om het te veranderen, maar ik kan wel weigeren om voor altijd aan het verleden vastgeketend te blijven.
- De enige manier om gekwetstheid te helen is een stem geven aan wat ons pijn doet. Daarmee kom je in een proces van rouw. Rouwen is de manier om tot acceptatie te komen van het lijden dat ons is overkomen.
- We aanvaarden onze pijn, onze wanhoop, ons verdriet, onze schaamte. De enige manier om dat te doen is door deze te benoemen en het hierdoor volledig te voelen. Wanneer je je gevoelens omarmt, omarm je jezelf en laat je toe dat ook anderen jou omhelzen.
- Wanneer we een stem geven aan onze pijn, verliest die zijn wurggreep op ons leven en onze identiteit.

Al deze woorden horen bij de eerste twee stappen van vergeven: Je verhaal vertellen en de pijn benoemen. En deze dingen gaan vooraf aan het daadwerkelijke vergeven. Heb je het goed tot je door laten dringen? Dit gaat lijnrecht in tegen het principe van dingen met de mantel der liefde bedekken!
Dit gaat niet over toedekken, maar dit gaat over ont-dekken! Dit was waar die ouderling mij bij had moeten helpen destijds.
Tijdens één van de opleidingsweekenden zei Ferdinand (één van de trainers): "Ieder mens heeft het recht om zijn verdriet in de ogen van een ander weerspiegeld te zien." Ik vond dat zo'n treffende uitspraak! Als je komt met een verhaal van onrecht dat jou is overkomen, met pijn en schaamte waar je ongevraagd mee bent opgezadeld dan mag dat verhaal er zijn. In zijn volle omvang. Met de feiten en gevoelens, hoe heftig ook. Dat hoeft niet bedekt te worden met een mantel van liefde. Dat mag juist in het licht gebracht worden zodat de waarheid je kan bevrijden! Je mag het zo vaak vertellen als nodig is en zoveel tranen huilen of boos zijn totdat er acceptatie en vrede komt. Dat is een proces, niet een eenmalig iets.

Ik heb ooit eens een operatiewond gehad die na de operatie gehecht was maar ging ontsteken. De pijn was ondragelijk door de spanning die er op de hechtingen kwam te staan en ik ging terug naar het ziekenhuis. Daar werd de wond opengemaakt zodat de rommel eruit kon. Een zeer pijnlijke gebeurtenis die echter wel noodzakelijk was om te helen. De arts die mij behandelde vertelde dat hij de wond niet opnieuw zou sluiten maar open zou laten. Dan kon mijn lichaam alle troep die er nog zat eruit drijven en uiteindelijk zou er dan van binnenuit nieuw weefsel ontstaan en zou de wond zich op een natuurlijke manier langzaam sluiten. Het werd inderdaad een langdurig proces. Elke week ging ik terug naar het ziekenhuis om de wond te laten spoelen en te laten nakijken. Heel langzaam heelde het. Drie maanden later kwam ik voor een laatste controle in het ziekenhuis en was de wond zo goed als dicht.

Ik kijk terug op mijn leven tot nu toe. Ik durf te zeggen dat de wonden in mijn leven grotendeels geheeld zijn. Van binnenuit, langzaam en via een pijnlijk proces. In de mantel der liefde geloof ik niet meer, wel in de waarheid, hoe pijnlijk die ook is. Ik geloof ook in vergeving. Absoluut. Niet als goedmakertje of verontschuldiging. Niet als hechtpleister, om het verleden onbespreekbaar te maken. Maar als verzorgende balsem op een open wond waar de troep eerst uit moet.
Ik hoop dat dit schrijven jouw kijk op vergeving verheldert. Dat het je helpt om eerlijk naar je eigen levensverhaal te kijken. Ook als daar dingen in zaten waar die eigenlijk niet genoemd mochten worden. Die je misschien al een leven lang bij je draagt omdat je er niet over mag spreken. Of waar je niet over durft te spreken omdat je een ander niet in een kwaad daglicht wil stellen.
Vergeven doe je niet voor die ander, maar voor jezelf, om je los te maken van banden die je binden aan mensen die jou onrecht aandeden. Hiermee bedoel ik niet dat je het contact moet verbreken, maar daar kom ik in een andere blog later op terug (als ik het tweede deel van het boek gelezen heb).

Ik eindig met een citaat uit het boek en wens een ieder toe dat hij het pad van vergeving durft op te gaan!

Je hebt eerder op deze splitsing gestaan
Je zult nog vaker bij deze splitsing staan
En terwijl je stilstaat, kun je jezelf vragen
Welke kant je op zult gaan
Je kunt je afwenden van je eigen verdriet
En de race lopen die wraak heet
Je zult keer op keer hollen over dat uitgesleten pad
Of je kunt je eigen smart erkennen 
En het pad bewandelen dat eindigt
Deze richting voert naar de vrijheid, mijn vriend, vriendin
Ik kan je tonen waar hoop en heelheid hun thuis inrichten
Maar je kunt op je weg daarheen niet om je lijden heen
Om het pad naar vrede te vinden
Zul je je pijn onder ogen moeten zien
En die benoemen
(Pag. 65 Boek van vergeving)