Posts tonen met het label kerkdienst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerkdienst. Alle posts tonen

zondag 19 november 2017

's Zondags gaan we naar de kerk... Toch? (3)

Uit

Ik heb hem uit. Het boek ‘Zo zijn onze manieren’ van Frank Viola en George Barna. In twee eerdere blogs heb ik wat punten uit het boek aangestipt. Je kunt ze teruglezen op:
http://judithstoker.blogspot.nl/201...

http://judithstoker.blogspot.nl/201...

Onderwerpen


Het boek gaat in op tal van onderwerpen die voor ons, protestantse christenen, veelal vanzelfsprekend en traditie zijn geworden. We hebben ons aangesloten bij een kerk of gemeente en zonder er verder bij na te denken gaan we mee in alle gewoonten en gebruiken. In het boek wordt grondig onderzocht hoe dingen ontstaan zijn, welke invloeden hierbij van belang waren en wordt er ook gekeken of zaken ook terug te vinden zijn in de bijbel.

Ik zou het boek tekort doen, én ik zou onnodige discussies uitlokken, als ik op ieder onderwerp zou ingaan. Maar ik wil toch wat punten noemen die mij aan het denken hebben gezet, of die mijn soms wat vage gevoel van ‘klopt dit eigenlijk wel’ bevestigden.
  • Het kerkgebouw (hierover schreef ik in de eerste blog)
  • De liturgie (hierover schreef ik in de tweede blog)
  • De preek: De heiligste koe van het protestantisme. In onze diensten is de preek centraal komen te staan. Dat het woord van God verkondigt moet worden, is absoluut een bijbels gegeven. Maar de hedendaagse ‘kanselpreek’ is niet hetzelfde als de verkondiging en het onderwijs dat we in de bijbel tegenkomen. De preek is een voortvloeisel van de Griekse retoriek en de gemeente wordt door het centraal stellen van de preek gereduceerd tot een groep zwijgende toeschouwers. De preek brengt het functioneren van het lichaam van Christus tot stilstand en maakt mensen passief. Waar we in o.a. 1 Korinthe 12-14 worden aangemoedigd om onze mond open te doen legt de preek de gelovigen het zwijgen op. Bovendien maakt de preek van een dominee of spreker een geloofsspecialist en worden de ‘gewone gemeenteleden’ als tweederangs gelovigen afgeschilderd.
  • De voorganger/dominee. Een merkwaardig verschijnsel dat vanaf de tweede eeuw ontstaan is. De eerste-eeuwse kerken waren godsdienstige groepen zonder priester, tempel of offers. De christenen zelf leidden de kerk onder het directe leiderschap van Christus. Er waren weliswaar oudsten (herders of opzieners). Deze mannen waren allemaal gelijk. Er bestond geen hiërarchie onder hen.
  • Zondagse kleding/kleding voor predikanten. Ik wil er niet teveel over zeggen, maar slechts een stukje uit het boek citeren: ‘De Heer Jezus en zijn discipelen gaven niets om speciale kleding om indruk te maken op God of zich te onderscheiden van het (gewone) volk van God. Het dragen van speciale kleding uit godsdienstige overwegingen was eerder een kenmerk van de schriftgeleerden en farizeeën. Jezus zei hierover: ‘Pas op voor de schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en op het marktplein eerbiedig begroet willen worden, en een ereplaats verlangen in de synagogen en bij feestmaaltijden’ (Lucas 20:46)’
  • Muziekleiders: Geestelijken met een muzikale missie. Overigens... nogmaals wil ik benadrukken dat muzikanten, aanbiddingsleiders, koren, zangers en noem maar op, niet fout zijn! Zeker niet, God eren met zang en muziek, met dans, met ons hele lichaam, dat is waar we toe opgeroepen worden al vroeg in het oude testament! Waar het in de context van dit boek over gaat is wederom het éénrichtingsverkeer. De schrijvers van het boek zeggen treffend: ‘Wanneer aanbiddingsliederen alleen aangekondigd, ingezet en geleid kunnen worden door degenen die daar talent voor hebben, wordt dit onderdeel van de dienst meer een kwestie van vermaak dan van gezamenlijke aanbidding.’ Nu zou je kunnen aanvoeren dat er in het oude testament toch ook al Levieten waren die de aanbidding leidden. Dat klopt inderdaad, maar wij leven in de periode van het nieuwe testament waarin wij allen priesters zijn en Christus onze Hogepriester is. (Hebr. 5-7 en 1 Petrus 2:5 en 9).
  • Tienden en het salaris van geestelijken. Ook over dit onderwerp is veel te zeggen en mijn advies is om eens te lezen wat de schrijvers van dit boek daarover hebben uitgezocht. Ik zal slechts een paar zinnen citeren: ‘Het geven van tienden is bijbels, maar niet christelijk. Jezus Christus heeft het Zijn discipelen niet geleerd. Het geven van tienden wordt in het nieuwe testament vier keer genoemd, maar in geen van die gevallen betreft het christenen. Wat niet wel zeggen dat de nieuwtestamentische gelovigen niet vrijgevig waren! Integendeel.’
  • De doop en het Avondmaal. Geen discussie over kinder- of volwassendoop in dit boek, maar wel een nadenkertje over het ‘tijdstip’ van dopen. Geen lange aanloop naar de doop, maar de doop als bevestiging van een openbare geloofsbelijdenis. Waar wij het ‘zondaarsgebed’ in sommige kringen kennen, was het in de eerste eeuwen gebruikelijk om na het belijden van je geloof ook direct gedoopt te worden. Een mooi getuigenis. Over het Avondmaal worden ook mooie dingen gezegd. Als ik het lees dan zou ik willen dat ik even terug kon in de tijd en eens zo’n Avondmaal van die eerste christenen zou mogen mee beleven. Want een belevenis, dat was het! Een zin uit het boek (die van mij had kunnen zijn, want dit denk ik zo vaak als we Avondmaal vieren): ‘De traditie heeft het Avondmaal teruggebracht tot een tongstrelend vingerhoedje druivensap en een klein, smakeloos stukje matse. De sfeer waarin we dit ‘vieren’ is vaak plechtig.’ Tja, ik kan er niets aan doen maar ik toch een heel ander beeld bij ‘vieren’.
  • Christelijk onderwijs. Dit hoofdstuk gaat over theologische studies, bijbelscholen, zondagsscholen en allerhande christelijke opleidingen. Er is niets mis met zulk onderwijs mits je de mensen die het gevolgd hebben maar geen bijzondere geestelijke status toebedeelt. ‘Mensen met veel bijbelkennis, een hoge intelligentie en een messcherp denkvermogen zijn niet automatisch geestelijke mensen die Jezus Christus werkelijk kennen en aan anderen een levensveranderende openbaring van Hem kunnen doorgeven.’

Moet dit nu echt...


Er staan nog twee hoofdstukken in het boek die een goede uitleg geven over hoe we het nieuwe testament kunnen lezen (in plaats van het betere knip- en plakwerk wat we nu vaak doen, teksten zoeken bij een onderwerp en de context vergeten), en over Jezus, de revolutionair.

Ik snap dat mijn blogs over dit boek irritatie en misschien wel boosheid oproepen. ‘Waarom moet het allemaal weer anders?’ zei iemand die mijn blog gelezen had. Ik weet niet of het per se anders moet. Als de zondagse samenkomst voor jou het hoogtepunt van kerk-zijn is en je ervaart dat je erdoor opgebouwd wordt, dat je relatie met God zich verdiept en dat je samen met je medegelovigen het lichaam van Christus op aarde bent, dan weet ik niet of dit boek aan jou besteed is.

Als je, net als ik, onvrede ervaart met de huidige vorm van kerk zijn, waarbij het hoogtepunt de zondagse dienst is, dan zou dit boek een aansporing kunnen zijn om op zoek te gaan naar hoe gemeente zijn bedoeld is. Iemand anders schreef onder mijn vorige blog heel treffend dat het niet per se gaat om de zondagse diensten, maar veel meer de vorm van gemeente zijn door de hele week heen. Daar ben ik het mee eens. Als we de zondagse samenkomsten zouden aanpassen maar er verder niets zou veranderen in onze manier van christen zijn, zou het zinloos zijn.

De kerk, dat ben jij, dat ben ik. Allemaal vertegenwoordigen we een stukje van het lichaam van Christus. Dat zit hem niet in de genootschap waarbij je op de lijst staat als lid of vriend of deelnemer. Dat zit hem er alleen maar in dat we Christus volgen en dat we Zijn alles overtreffende en alles omvattende liefde mogen doorgeven aan een wereld die liefde tekort komt.

Tenslotte


Ik sluit af met een laatste citaat uit het boek. Ik daag jullie uit dit boek te lezen, erover na te denken en er misschien eens met anderen van gedachten over te wisselen. Laten we met elkaar zoeken naar een manier van kerk zijn die Christus recht doet!

‘Aan het eind van dit boek is onze hoop drieledig: In de eerste plaats hopen we dat je vraagtekens zult zetten bij de kerk zoals je die op dit moment kent. In hoeverre is ze werkelijk bijbels? In hoeverre geeft ze uiting aan het absolute leiderschap van Jezus Christus? In hoeverre laat ze de leden van haar lichaam vrij om te functioneren? In de tweede plaats hopen we dat je dit boek zult delen met elke christen die je kent, zodat ook zij door deze boodschap kunnen worden uitgedaagd. En in de derde plaats hopen we dat je ernstig zult bidden over de vraag hoe je op deze boodschap zou moeten reageren.’

'Ga op de kruispunten staan, denk na, kijk naar de oude wegen. Welke weg leidt naar het goede? Sla die in, en vind rust.' (Jeremia 6:16)

maandag 5 december 2016

Verloren in de kerk

Meer christen, minder kerkmens

‘Ik voelde me altijd verloren na afloop van de kerkdienst’. 
Zomaar een zin uit Adem in Adem uit, mijn nieuwe boek dat bijna uitkomt. Toen ik het manuscript voor de allerlaatste keer doornam sprong dit zinnetje eruit. Ik moest erom grinniken en liet het lezen aan de uitgever. Theo reageerde: ‘Mooie titel voor een boek’. Laat ik beginnen met een blog.
 
Vanmorgen hadden we een fantastische preek (vond ik). De eerste zin was dan ook meesterlijk gevonden: ‘Christenen zijn hypocriet!’, zo opende de spreker zijn betoog. Ja, dan heb je mijn aandacht. Ik ken heel veel mensen die teleurgesteld zijn geraakt in de kerk, of misschien is het eerlijker om te zeggen: in de christenen die de kerken bezoeken of leiden. Aan het eind van 2015 schreef ik in één van mijn blogs dat ik meer christen en minder kerkmens was geworden. Dit proces zet zich nog steeds door. Ik ben zeker wel lid van een gemeente en ik kom er ook wel, al is het niet iedere zondag. Toch is de kerk wat mij betreft niet de plek waar ik mijn ongelovige vrienden of bekenden mee naar toe zou vragen. 

(Ver)oordelen

Vandaag ging de preek over Matteüs 23, het hoofdstuk waarin Jezus met scherpe, maar zeker ook humoristische opmerkingen, de farizeeën van die tijd (de geestelijk leiders) de les leest. Met voorbeelden uit de praktijk legt Jezus de vinger op de zere plek als Hij zegt:
Wacht maar, schriftgeleerden en Farizeeën! Huichelaars! Want u geeft aan God het tiende deel van kruiden als munt, dille en komijn, maar de belangrijkste voorschriften in de wet verwaarloost u, zoals recht, barmhartigheid en trouw. Juist deze dingen moet u doen zonder die andere te laten. (Matt. 23:23)
 
Wat is Jezus toch vlijmscherp en recht door zee! Je kunt je aan alle regeltjes houden, maar dan nog niet laten zien waar het om gaat: Recht, barmhartigheid en trouw! De afgelopen tijd ben ik, door mijn kloosterweekend en door mijn studie, stilgezet bij het thema ‘(ver)oordelen’. Ik ben me bewust geworden, pijnlijk bewust, dat dit is waar ik zo vaak de mist mee ben in gegaan en nog wel ga. En waar ook de kerk (en dan heb ik het over de hele grote algemene kerk... in al zijn diversiteit) regelmatig de plank misslaat. Er gebeuren dingen die we niet begrijpen, of die niet in ons straatje passen en we hebben er direct een mening en oordeel over. 

Regels of liefde?

Ik denk aan thema’s als: echtscheiding (en hertrouwen), samenwonen, homoseksualiteit, genderproblematiek, vreemdgaan, vrouwen in het ambt (of juist niet), werken of winkelen op zondag en ga zo maar door. Zodra iets in tegenspraak is met ‘onze waarheid’ schieten we in de verdediging en proberen we (het liefst door met zoveel mogelijk bijbelteksten elkaar om te oren te slaan) ons gelijk te halen en de ander daarmee te veroordelen. Het gaat ons opeens om de regels, om hoe het hoort en hoe we het altijd geleerd hebben, en niet meer om de mens tegenover ons. Veilig voor ons, pijnlijk voor de ander. 
 
Ik wil het niet meer. Ik wil niet meer veroordelen. Wie ben ik dat ik het allemaal zou weten? Hoezo zou ik gelijk hebben en die ander niet? Heb ik in de schoenen van die ander gestaan? Heb ik een stukje van zijn weg gelopen? Ik vind Jezus’ woorden geweldig: Het gaat om recht, barmhartigheid en trouw! Of, zoals de spreker vanmorgen zei: ‘De geest van de wet is liefde!’ Het gaat niet om de regels maar waar ze voor bedoeld zijn: elkaar liefhebben. Zoals Jezus het ooit samenvatte: Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. 
 
Verloren in of na de kerkdienst. Bij mij had het te maken met mijn gebrek aan zelfvertrouwen en mijn gebroken zelfbeeld. Ik vond geen aansluiting bij de rest en voelde me er buiten staan. Veel mensen voelen zich verloren in de kerk omdat hun verhaal er niet mag zijn, of zij niet geaccepteerd worden in wie ze zijn. Wat intriest... en wat zou Jezus daarvan zeggen? 
 
Er zijn uitzonderingen... gelukkig... er zijn warme, betrokken, niet-veroordelende gemeenschappen waar de liefde van Jezus, barmhartigheid, recht en trouw hoog in het vaandel staan. Ik wil niet iedere kerk of gemeente over één kam scheren. Ik wil het vooral bij mezelf houden en mezelf de spiegel van Jezus voorhouden: gaat het mij om de regeltjes naleven, of gaat het me om de geest van de wet? Recht, barmhartigheid en trouw... samengevat in het woord ‘Liefde’. 

Spiegel jezelf!

Voor de christenen onder de lezers: Lees Matteüs 23 eens en leg het naast je eigen leven!
Voor de niet-christenen onder de lezers:
Kijk niet teveel naar ‘de kerk’, maar kijk vooral naar diegenen die christen zijn en die iets (Iemand) hebben waar jij jaloers op bent!
 
 

maandag 31 augustus 2015

Zondags gaan we naar de kerk...

-Waarschuwing... deze column is niet geschikt voor religieuze fanatiekelingen...- 

Ik ben niet anders gewend geweest van huis uit. Op zondag ga je naar de kerk. Twee keer. Een keer 's morgens om half tien, en één keer 's middags om half vier, of als er een dominee kon komen (wij waren vacant, ofwel dominee-loos), om half zeven 's avonds. 
Het was een vaststaand gegeven dat niet ter discussie stond. Ik keek neer op gezinnen die wel eens een zondag oversloegen of maar één keer op een zondag gingen. Mijn oordeel over hen stond vast, slappelingen, lichtgewicht gelovigen. 
De tijd op zondag dat je niet in de kerk zat bracht je lezend door, of je deed spelletjes. In het beste geval kwam de lego naar beneden of verdiepte ik me in een legpuzzel. Buitenspelen mocht niet. Afspreken met vriendinnen mocht ook niet. 
De eerste verandering kwam in mijn puberteit. Ik was 15 jaar en had me per direct opgegeven als voedingsassistente in het plaatselijke verzorgingshuis voor de weekenden. Meestal werkte ik op zaterdag, maar als de gelegenheid zich voordeed werkte ik op zondag. Dat mocht dan weer wel! Zo'n beetje de enige uitzondering: werken in verpleging of verzorging. Ik genoot. 's Morgens in alle vroegte op zondag in mijn witte jurk naar "De Kreek", ontbijt verzorgen, koffie delen, lunch verzorgen, sinaasappels persen en om een uur of half vier rond gaan met de advocaatjes met slagroom. Mijn diensten duurden tot 16.00 uur en dan redde ik het nog precies om om 16.30 uur in de dienst van de Christelijk Gereformeerde kerk aan te schuiven. Natuurlijk een veel te lichte kerk in de ogen van de Gereformeerde Gemeente, waar wij deel van uit maakten, maar ik vond het verademend. 
De verandering zette door. Ik raakte bevriend met een evangelisch meisje en waar daar regelmatig het weekend. Zij hadden maar één dienst per zondag. Maar die werd dan ook wel steevast bezocht! 's Middags ondernamen ze andere activiteiten: we wandelden op het strand of brachten een bezoek aan opa en oma die in een huis woonden met een enorme tuin waar naar hartelust gespeeld werd. De bbq ging aan als het mooi weer was. Maar er was nog iets anders dat me opviel in het gezin. Het wezen van de gemeente leek helemaal niet te liggen in de zondagse dienst, maar veel meer in de dingen die door de week plaats vonden: de jeugdbijeenkomsten op zondagavond, de wekelijkse huisgroep die druk bezocht werd en waar alles besproken kon worden, klusjes die gemeenteleden voor elkaar deden. 

Ik bleef naar de kerk gaan, iedere zondag, want dat hoorde er nu eenmaal bij. 
Geloof was voor mij rechtstreeks gekoppeld aan kerkdienst. Niet naar de kerk gaan was dus ook niet gelovig zijn. 
Toen ik op kamers ging probeerde ik wel eens te spijbelen. Maar het voelde niet goed. Alsof de muren riepen: "Hoor jij niet in de kerk te zitten???" Dus meestal ging ik toch. Naar allerlei gemeentes, dat dan wel, want waar ik de waarheid kon vinden was me allang niet meer duidelijk. 
Er veranderde met het student zijn wel wat, want door mijn weekend OV-kaart was het opeens legitiem geworden om op zondag te reizen! De eerste keer voelde dat rebels, maar toen bij de vijftiende keer er nog steeds geen bizarre ongelukken waren gebeurd om mij af te straffen, ontspande ik me en reisde ik met een gerust hart op zondagavond terug naar Ede. 

De afgelopen, laat ik zeggen, vijftien jaar ben ik veranderd in veel opvattingen. Het naar de kerk gaan hoort daar ook bij. De opvatting dat gelovig zijn met name bestaat uit het bezoeken van de zondagse dienst heb ik overboord gezet. Begrijp me goed: Ik zeg niet dat het verkeerd is om naar de kerk te gaan! Er zijn perioden geweest dat ik weken, maandenlang niet in de kerk kwam, door allerlei omstandigheden (en nee, ik werkte niet in de zorg). Toch was en bleef ik wel degelijk gelovig. Sterker nog, ik durf te zeggen dat mijn relatie met God in die periode eigenlijk vaak zuiverder was. Puurder, Hij en ik, meer niet. Geen schijnvertoningen, geen verwachtingen van mensen, geen blij gezicht opzetten terwijl je van binnen verkommert. Liederen zingen die in mijn hart opborrelden en niet die de zangleider wel of niet op het laatste moment heeft uitgekozen. Bijbel lezen en bestuderen, luisteren naar de geschreven woorden van God zonder al te kritisch te hoeven zijn op eventuele dwalingen in een preek. Die periode was voor mijn geestelijk leven wellicht de beste tot nu toe. Beter dan jaar in jaar uit, zondag in zondag uit in de kerk te zitten. 

Natuurlijk voel ik de bui al hangen, want staat er niet geschreven:
"En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen." (Hebr. 10:25,26) 
Daar heeft de schrijver van de Hebreenbrief een punt... (weet u trouwens dat sommigen denken dat deze brief door een vrouw geschreven is?)
Maar lees het toch eens goed! Er staat niet dat we iedere zondag om 9.30 uur met elkaar een dienst moeten hebben die tussen de één en de drie uur duurt waar je dan ook naartoe moet! Want wat als je dan komt uit een kerk zoals ik vroeger? Twee diensten op een zondag en nog één door de weeks? Zou dat echt hetgene zijn wat hier bedoeld wordt?
Ik geloof er helemaal niets van. 
Wat ik wel geloof is dat God ons als gelovigen aan elkaar geeft om elkaar te bemoedigen, aan te sporen, soms misschien wel op het rechte pad te houden en er voor elkaar te zijn. En dat kan alleen maar als je elkaar ook geregeld ziet en ontmoet, van hart tot hart. De zondagse kerkdienst kan daarvoor gebruikt worden, en daarbij is het ook nog eens een hele Bijbelse en goede gewoonte om een dag in de week rust te houden en daarbij een plek te bezoeken waar je God kunt ontmoeten. Van Jezus lezen we dat hij "naar zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge" ging (Luc.4:46). Ook Paulus ging, zoals hij gewoon was, elke sabbat naar de synagoge (Hand.17:2). 
Tegelijk denk ik dat in deze, veranderde, snelle en digitale samenleving ook heel goed gekeken mag worden door de kerken in welke vorm je dat dan giet. En geloof ik dat "een bijeenkomst" op veel meer manieren vorm krijgt dan op zondagochtend. Is een bijeenkomst eigenlijk niet al het samenzijn van twee gelovigen? Zegt Jezus niet Zelf dat waar twee of drie in Zijn naam bij elkaar zijn, Hij daarbij is? Je hoeft Hem niet eens uit te nodigen (zoals sommige liederen of dienstleiders doen "We heten U welkom in onze dienst Here Jezus..." Waarop ik dan steevast een stemmetje in mijn achterhoofd hoor: "Uh... oh, sorry, Ik was er al vanaf het moment dat de koster en zijn vrouw over de drempel stapten...") 

Vanmorgen was ik, sinds het begin van de zomervakantie, weer eens in de kerk. Wat waren er veel stoelen leeg... ik ging in gedachten na wie ik miste. Ik kon het niet precies bedenken. Logisch, want als je zelf niet elke zondag gaat dan weet je op een gegeven moment ook niet meer wie er allemaal bij de gemeenschap horen. Het was fijn om sommigen weer te zien. Vertrouwde gezichten, die je ook bij het schoolplein ziet, of waar we een kring mee vormen (die op geregelde tijden bijeen komt), mensen die je op facebook ziet maar verder weinig spreekt. Ik genoot van de preek. De aanbidding was niet helemaal mijn stijl dit keer en ging een beetje langs me heen. Ik bedacht me nog wel dat je sommige woorden echt beter niet teveel keer achter elkaar kunt zingen omdat je dan toch echt rare dingen krijgt. We vierden avondmaal met elkaar en ik won het met ons wedstrijdje "wie pakt het grootste stukje matse van de schaal" (ik win meestal). Ik kreeg het benauwd toen er een lange stilte viel na het eerste hardop uitgesproken gebed... was iedereen spontaan in slaap gevallen, had de dienst voor niemand iets betekent, of houden mensen (net als ik) er niet van om in grote groepen zomaar iets te bidden? Gelukkig namen er nog een paar het woord. We hielden een collecte voor de onkosten en zongen een lied. Ik kreeg spontaan de slappe lach door een combinatie van iets dat gebeurde op het podium en de reactie van mijn voorburen hierop. En na het krijgen van de zegen konden we aan de koffie (die ik miste doordat ik in gesprek raakte met iemand die ik erg waardeer). 
Samenvattend: Het was goed en zeker niet nutteloos of overbodig. Een goede gewoonte. 
Maar toch... geef mij maar een ander soort bijeenkomst! Laat mij een avondje kringen, lekker sparren met anderen over een thema en kijken wat de Bijbel erover zegt. Met elkaar delen en voor elkaar bidden. Of laat me los gaan bij een avond praise & worship. Heerlijk... Of een conferentie met drie pittige studies achter elkaar en slechts een paar liedjes tussendoor. Lekkere zware kost! 

Als je wilt kun je tegenwoordig iedere dag wel naar een bijeenkomst gaan. En als dat nog niet genoeg is is er op internet nog genoeg te vinden om naar te luisteren of te kijken. Als je nou echt religieus bent... loop ze dan voor de zekerheid allemaal af! Dan kom je er wel! Ik bedank echter voor de eer. Ik vind het heerlijk dat ik in alle vrijheid en zonder schuldgevoelens een samenkomst kan bezoeken of niet. Bijeenkomsten kan bezoeken die passen bij mij en waarin ik ook er voor een ander kan zijn. Ben ik daardoor een minder goed gemeentelid, minder betrokken? Er zullen er zijn die dat vinden. Die zich misschien ook nog wel zorgen maken om mijn geestelijke toestand. Da's lief, maar dat hoeft echt niet. Ik voel me betrokken bij de gemeente, dat is: iedereen die in dezelfde God gelooft als ik. Ik zou mijn ongelovige buren niet zo snel meenemen naar een zondagse samenkomst. Maar weet je wat de grap is... als ze bij ons in huis binnenkomen, dan zijn ze al in een bijeenkomst (aangezien JW en ik beiden gelovig zijn). En onze bijeenkomsten zijn over het algemeen best goed!

's Zondags gaan we naar de kerk... Vandaag wel, en volgende week zien we wel weer!