Op tafel de wasmand, vol was. De basgitaar van JW die nieuwe snaren krijgt. De bos bloemen van mijn baas die nodig water moeten. Mijn oog valt op het aanrecht. Daar staat een mand, een picknickmand, met een bus stroop die eruit steekt en een te schattig wit-rood geruid kleedje erover heen. De pannenkoeken...
Ik smelt. Waarom doen mensen deze moeite voor ons? Wat oneindig lief! En... wat ruikt het lekker! Ik kijk onder het kleedje en zie daar een immense stapel pannenkoeken. Ik ruik het spek. Het water loopt me in de mond.
Eerst een foto... dat hoort erbij. De goede dingen vereeuwigen, zodat we ook als we terugkijken reden hebben om dankbaar te zijn.
We gaan vroeg eten, nu zijn de pannenkoeken nog warm. Ik wil ook... gewoon... omdat het zo lekker ruikt, omdat het me zo oneindig lekker lijkt na 10 dagen zoetigheid, vanillevla, shakes, fruit, yoghurt en af en toe wat soep.
"Schat... pannenkoeken... dat is brood he..." Ja, ik weet het... brood is uit de boze, het klontert samen in mijn maag, en dat kan nu niet, daar is geen ruimte voor. Nog zeker een week of twee te gaan...
"Oke, jongens, kom maar halen! Wie wil er één met spek?"
De tranen schieten in mijn ogen. Ik wil het ook! Ik blijf nog even dralen, terwijl JW nog wat verstandige dingen zegt over mijn dieet, en iets met 'nog even volhouden'. Ik snijd boos een paar plakjes komkommer af voor ons magere mannetje die natuurlijk geen pannenkoeken lust. Mag ik ook niet trouwens, komkommer... zelfs dat zou nog lekkerder zijn dan een shake.
De tranen rollen over mijn wangen. Ik ben het zat. Waarom moet het toch altijd zo raar gaan bij mij? Waarom moeten nou per se bij mij mijn maag en een stuk darm helemaal door mijn middenrif komen? Wie zegt eigenlijk dat het ooit weer helemaal goed gaat komen? Als ik na 10 dagen nog niet eens een snoepje kan eten zonder te vergaan van de pijn...
Ik vlucht naar de wc. Even mijn emoties de vrije loop laten, even herstellen. Ik zucht eens diep, verman mezelf, zeg dat ik niet moet zeuren, dat ik dankbaar moet zijn dat ik überhaupt nog kan eten, dat ik niet zo ongeduldig moet zijn. Het helpt. Ik snuit mijn neus en spoel mijn tranen door het toilet. Dan ga ik terug naar de keuken. Ik doe melk in de staafmixer en gooi er een zakje poeder bij. Hopla, nog een shake. JW eet nog een pannenkoek met spek. Ik neem mijn shake mee naar buiten en ga aan de tuintafel zitten. Daar zijn de tranen alweer. Nee, dat wil ik niet! Ik zucht en veeg en foeter mezelf uit. De kinderen zijn klaar met eten en gaan huns weegs. Eén naar buiten, twee naar boven. Ik ga naar de keuken en daar staat JW. Dat is de druppel... ik barst in tranen uit... "Kan het nou ook een keer normaal gaan met mij???" Een dikke knuffel, even mopperen, een paar woorden en gewoon even de emoties laten gaan... dat is wat ik nodig heb. Even geen verzet, even niet sterk zijn, even laten zijn hoe het is: hartstikke rot.
Gelukkig is JW een man, en mannen zijn oplossingsgericht. Dus daar komt het... "Misschien moet je een plakje gebraden gehakt proberen. Of een stukje leverworst. Dan heb je in ieder geval iets hartigs..." Ik probeer het. Langzaam kauwend, kleine stukjes. Het zakt. Beter... oké, nog geen pannenkoeken met spek, maar het is een begin.
Ik ga op de bank zitten. "Alcohol helpt ook..." zegt JW met een grijns... "Doe dan maar een glas rosé..." grinnik ik, dat past prima in een vloeibaar dieet.
JW schenkt twee glazen in en we proosten op een biefstuk!
En morgen... morgen... morgen ga ik een rundvleesslaatje proberen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten