woensdag 13 april 2016

Stil

Het is nog geen jaar geleden dat we afscheid namen van Levi, het zoontje van Richard en Marije, waarvan we wisten dat er voor hem geen toekomst op aarde zou zijn. De 33 kostbare uren die hij bij zijn ouders en broertje en zusje mocht zijn waren een cadeau. Indrukwekkend en aangrijpend was de afscheidsdienst die een paar dagen later gehouden werd.
Iets dat je maar één keer in je leven mee wilt maken. Of liever helemaal niet. Want een kindje wordt geboren om te leven!
Maar we hebben het niet voor het zeggen. We hebben allemaal een idee van hoe het leven eruit zou moeten zien, wat eerlijk is, wat onrechtvaardig is, hoe het leed verdeeld zou moeten worden. Maar we hebben er geen controle over. We hebben verlangens en wensen maar weten niet of die ooit vervuld gaan worden.
Marije raakte opnieuw in verwachting maar ook dit kindje zal opgroeien bij zijn hemelse Vader. Ezra heeft 3 weken geleefd. Er is gevochten voor zijn bestaan. Hij onderging een ingrijpende operatie en kreeg de beste zorg die er was. Tevergeefs. Afgelopen maandag is hij gestorven.
Ik ben verward en ontdaan. Hoe kan dit? Hoe moeten Richard en Marije dit dragen? Hoe kunnen Eva en Boaz dit een plekje geven? Wat moet er door de opa's en oma's heengaan? Hoeveel kan een mens aan? Ik voel me machteloos want er is niets dat je kunt doen om dit rauwe verdriet te verzachten. Niets dan bidden om kracht, moed en troost.
 
Lieve Ezra,

Daar lig je dan, in je bedje... stil. Je bent er, maar je bent er ook niet meer.
Wat hebben we uitgekeken naar jouw komst! Wat waren er ook veel zorgen toen jouw papa en mama hoorden dat er iets niet goed was met jouw hartje. Maar toen zat je nog heel veilig in mama's buik. Ik weet nog dat mama en ik een keer een wandeling maakten. Onderweg spraken we over jou en over wat er toen nog allemaal onduidelijk was. We liepen die dag ook even naar de begraafplaats waar mama mij liet zien waar Levi's plekje is. Mama vertelde dat ze nog niet wist of ze een steen zouden bestellen, want misschien moesten er wel twee namen op die steen komen... Ik hoopte zo dat dat niet zou gaan gebeuren!

Wat is er veel voor je gebeden Ezra. Door heel veel mensen, door mij. Omdat we geloven dat God echt alles kan. Hij kan zelfs jouw hartje compleet en gezond maken. Ik wist dat zo zeker. Ik wist ook dat we niet altijd krijgen wat we bidden. Dat Gods weg met ons leven soms heel anders gaat dan wij denken en hopen. Maar ik had hoop en geloof. Ook toen keer op keer bleek dat de afwijking nog steeds hetzelfde was.
Ik maakte me niet zo veel zorgen. Soms dacht ik zelfs stiekem: “Jij krijgt de allerbeste moeder, want zij is zelfs een gespecialiseerd verpleegkundige! God had geen betere moeder voor jou kunnen bedenken.”
De laatste dagen voordat je geboren werd maakte mama en ik nog opmerkingen over hoe het zou gaan. Dat mama vast wel bij de vrouwendag van de kerk zou kunnen zijn, omdat God nog steeds een wonder kon doen. We waren echt zo vol vertrouwen.

En toen opeens ging het heel snel. Je werd geboren! Je was er. Je kreeg een naam: Ezra.
Het was niet goed. Jouw hartje was niet compleet. Het wonder was niet gebeurd. Maar toch bleven we vertrouwen en hoop houden. Want jouw aandoening was te opereren. Er gebeurden wonderlijke dingen in het ziekenhuis terwijl wij thuis voor jou en papa en mama aan het bidden waren. Dat gaf hoop. Bidden helpt!

Toch ging je achteruit. Er bleven zorgen, er kwamen nieuwe zorgen. Maandagochtend, toen ik voor jou aan het bidden was dacht ik aan je broer Levi. Hoe hij al thuis was. Zou dat ook jouw bestemming zijn? Of was dat een ongelovige gedachte? Ik besloot het bij God te laten. Hij heeft jouw tijden in Zijn hand. Ik stuurde mama een berichtje dat ze haar hart moest volgen, ook al wilden de dokters misschien anders. Een paar uur later kwam het bericht dat je naar Huis was gegaan. In mama's armen, overgenomen door Vaders beschermende handen. Voor jou is dat de allerbeste plek lieve Ezra, maar wat hadden we het graag anders gezien! Wat hadden Eva en Boaz jou graag als klein broertje willen knuffelen en flesjes geven. Wat hadden papa en mama graag met al hun liefde en zorg er voor jou willen zijn! Jou zien opgroeien, met je meegaan als je weer naar het ziekenhuis zou moeten, er voor jou zijn...
Nu moeten ze jou loslaten, moeten wij jou loslaten. En ook al weten we dat het maar een afscheid voor even is, en dat jij nu geen pijn meer hebt en helemaal heel bent, het voelt als een enorm gemis. Het verdriet is groot. We begrijpen het niet. We wilden het zo ook niet! Het is onvoorstelbaar dat we binnen een jaar twee broers verwachten en hen allebei weer moeten laten gaan.

Ik denk terug aan een preek die we hoorden vlak voordat jij geboren werd. Het ging over de Here Jezus. Hoe Hij bad of Hij de weg naar de dood, naar het kruis, niet hoefde te gaan. Hij bad en sloot af met “Maar Uw wil geschiedde...”, en Hij stierf aan het kruis. Maar gelukkig is verhaal daarmee niet afgelopen. We weten dat de Here Jezus de dood overwon en dat er daarom eeuwig leven voor jou en ons is! De dood is niet het laatste. Het verhaal gaat verder. Jouw verhaal gaat verder. En er komt een dag dat er een weerzien is.
Jouw tranen, en Levi's tranen, zijn al van jullie ogen gewist en jullie worden gekoesterd door de meest liefdevolle armen ter wereld. De tranen van papa en mama, Eva en Boaz, die vangt God op in een fles. Hij ziet ze en Hij zal hen dragen zoals Hij jou draagt. Zo zijn jullie toch verbonden. En op een dag zal die liefdevolle Vader alle tranen drogen en zal er geen ziekte, pijn en dood meer zijn.
Tot ziens lieve Ezra!

Judith

Ik heb vragen. Vragen aan God. Er komt stoom uit mijn lijntje met God en de vonken spatten er hier en daar af. En dat mag. Wat zou ik graag de bedoeling hiervan begrijpen. Is dat er eigenlijk wel? Er is zo'n behoefte bij ons mensen om dingen te kunnen plaatsen en betekenis te kunnen geven. Maar dat kan nu niet. Nog niet. Niet op dit moment. Nu is er alleen maar het verdriet, de leegte, het gemis. En alle woorden waarmee je het probeert te verklaren zijn hol en zinloos.
Dat verdriet, de pijn, de boosheid, het onbegrip, de vragen, die mogen er zijn. Zo lang als het nodig is. Het is een grote gapende wond. Onze neiging is om een wond zo snel mogelijk te hechten en er een pleister overheen te plakken. Maar dat is niet de beste manier van genezen. Genezen gaat langzaam. Eerst moet de troep uit de wond en dan kan het heel langzaam, van binnenuit, herstellen. Een tijdrovend proces, een pijnlijk proces. En het litteken zal altijd zichtbaar blijven, en soms opspelen of irriteren.
Een lichaam moet de wond zelf genezen. Niemand anders kan dat doen. En dat is waarom het nu zo machteloos voelt voor ons die bij Marije en Richard betrokken zijn. Maar wat we wel kunnen is er voor hen zijn. De omstandigheden voor het herstel zo gunstig mogelijk maken. Misschien een helende of verzachtende zalf aanbrengen en hen helpen waar nodig. In de kleine dingen en vooral door er te zijn. Dat maakt het gemis niet minder, maar laten we hen dragen en hen helpen dragen. Vanuit de wetenschap dat het God is die ons allemaal draagt.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten